Stilstand. Over machtspolitiek, betweterbestuur en achterkamerdemocratie

Facebooktwittergoogle_plusmail

Het moest er toch eens van komen, dit boek.  Manu Claeys sprak er al zo lang over in voorwaardelijke wijze,  maar had er nooit tijd voor. De spreekbuis van stRaten-generaal had wel andere katten te geselen. De actievoerder stond de schrijver in hem in de weg. Oosterweel, het dossier van de Antwerpse mobiliteit, slorpte al  zijn tijd op, én van zijn kompaan Peter Verhaeghe, en dan heb ik het nog niet eens over Wim Van Hees en al die Ademloos-vrijwilligers die al jaren mee op de barricaden staan. Nu ligt er dan toch een vuistdik boek in de boekhandel dat een kroniek is geworden van acht jaar wrikken en wroeten in de marge van twee actiegroepen – stRaten-generaal begon in 2005 en Ademloos ontstond in 2008 –  rond een van de grootste mobiliteitsprojecten in België ooit.

Manu Claeys maakte een keuze uit eigen teksten, meer dan tweehonderd opinies, essays, persberichten, bezwaarschriften, studierapporten, ombudsklachten en onderzoeksjournalistieke analyses over de kwestie. Alles bij elkaar meer dan achttienhonderd bladzijden die hij ‘verdunde’ tot een zeer leesbare 552. De stukken worden, chronologisch gerangschikt en kort gesitueerd, in achttien hoofdstukken verdeeld en ingekaderd in een ijzersterke proloog en dito epiloog. Ondanks het kanjerformaat van het boek benadrukt Claeys dat hij zeer selectief is te werk gegaan en slechts één pagina aan elke anderhalve week van het dossier heeft besteed. Door deze heldere en uitstekend geduide selectie krijg je, ook als goed geïnformeerde  lezer, geen gedateerde, al eerder gepubliceerde teksten voorgeschoteld, maar een veelgelaagde kroniek met twee uitvergrote verhaallijnen.

Grootste bestuurlijk debâcle Vlaamse regering

De titel “Stilstand” moet in een dubbele betekenis begrepen worden. Het gaat in de eerste plaats om stilstand in een mobiliteitsdossier (!): in 1995 ontstond het embryo ervan en achttien jaar is er nog steeds NIETS. Er werd alleen 130 miljoen euro gespendeerd aan studiewerk en er hangt een nog veel grotere schadeclaim van Noriant boven het hoofd van de Vlaamse regering.

In 2005 laat stRaten-generaal voor het eerst van zich horen. Manu Claeys en Peter Verhaeghe dienen een bezwaarschrift in met daarin vier alternatieve scenario’s voor de Oosterweelverbinding: nulscenario, ingetunnelde Oosterweel, twee noordelijke bypasses – het stRaten-generaaltracé en het Meccanotracé (de namen kwamen later) – die doorgaand verkeer voortaan rond de stad zouden leiden.  We zijn nu acht jaar verder en nu pas worden deze vier scenario’s vandaag onderzocht in een milieueffectenrapport. Over stilstand gesproken. Daarnaast – en misschien nog veel erger – gaat het om stilstand in de democratie. Tijdens de presentatie van het boek in de Antwerpse boekhandel De Groene Waterman, noemde Claeys het dossier ‘het grootste bestuurlijke debâcle van een Vlaamse regering ooit’. En dat zegt Many Claeys niet alleen. Ook Luc Huyse, de éminence grise van de Belgisch sociologengilde drukt het zo uit: “Wat in Antwerpen is gebeurd en nog zal gebeuren is een unieke leerschool. Het zou goed zijn als  nu al een cel ‘leren uit Oosterweel’ aan het werk kon gaan.  Er zijn lessen te trekken uit  wat vanaf het prille begin verkeerd is gelopen in de ramingen, de budgettering, de informatie.  Maar ook en vooral  uit het ontstane democratisch deficit.” (zie binnenflap)

De ondertitel “Over machtspolitiek, betweterbestuur en achterkamerdemocratie” is dan ook geladen en beschuldigend. Echte democratie heeft niets te maken met het één keer om de vier jaar uitbrengen van een symbolische stem. Dan wordt de politieke macht in handen van partijen en verkozenen gelegd die tijdens hun mandaat en volgens de regels van de formele representatieve democratie het voor het zeggen hebben en niet die vervelende actiegroepen en wakkere burgers die roet in het eten dreigen te werpen van machtspolitici. Doorheen het hele boek klinkt het pleidooi door voor een meer horizontale besluitvorming. Burgerparticipatie bij de besluitvorming is noodzakelijk, maar, zo schrijft Claeys: “De praktijk leert echter dat de participatieve democratie een ondergeschoven kind blijft. De burger mag even de neus aan het venster steken, maar wanneer het erop aankomt, domineert altijd weer de politieke logica. De participatieve democratie fungeert als onderdeel van de representatieve democratie, maar raakt niet verankerd als cruciale factor in de besluitvorming. In de ogen van de elite blijft de ze een mindere component: nuttig om draagvlak  te zoeken voor beslissingen, maar niet bruikbaar als vormgever van beleid. Dat laatste blijft het prerogatief van de verkozen elite.” (p. 447).

Betweterdemocratie

En dan zitten we op het terrein van wat Claeys de ‘betweterdemocratie’ noemt. In dit megadossier gaat het inderdaad om ‘beter weten’ gekoppeld aan een blind optimisme voor het eigen project en wie het daarmee niet eens is, wordt onder vuur genomen door de ‘drietrapsraket’ van de machtspolitiek. Hoe ziet die eruit volgens Claeys in het Oosterweeldossier?  “Onderbouwde kritiek over het overheidsproject negeren, plus alternatieven buiten beeld manoeuvreren plus in parallelle besluitvorming voldongen feiten creëren ten voordele van het eigen project.” Dat klinkt redelijk abstract maar wordt in het boek met zeer concrete voorbeelden geïllustreerd, waarbij de bouw van een nieuwe gevangenis op een deel van het meccanotracé wel het meest hallucinante is.

StRaten-generaal heeft zich na een eerste fase bezwaarschriften met alternatieven van het naïef gebleken geloof in een luisterende, meewerkende overheid moeten bevrijden en is vanaf dan noodgedwongen meer en meer beginnen rekenen op de pers als luisterend oor. Op pagina 33 stelt Claeys zich nochtans de kritische vraag ‘Waar is de onderzoeksjournalistiek?’ want van de nationale pers kwam er weinig belangstelling, eerder tegenkanting zoals van De Standaard. Het was vooral de lokale Antwerpse pers – en dan voornamelijk ‘Gazet van Antwerpen’ en hoofdredacteur Lex Moolenaar – die het dossier van zeer nabij heeft gevolgd. Echte onderzoeksjournalistiek kwam echter ook niet van die kant – wie van de ‘vierde macht’ trouwens is daar nog mee bezig? – en moest noodgedwongen geleverd worden door…Manu Claeys himself die met zijn onderzoek naar het ‘zwarte gat’ van Oosterweel (de dreigende schadeclaim van Noriant) toonde hoe het moest.

Een representatieve technocratie

Vanuit zijn praktijkdossier komt Manu Claeys tot ongeveer dezelfde conclusies als de jonge filosoof  Thomas Decreus in zijn essay “Een paradijs waait uit de storm” over markt, democratie en verzet het vanuit eerder historisch-filosofische overwegingen formuleert. Decreus gebruikt daarbij het beeld van de storm.” Het (is) een immer rusteloze beweging die in staat is om het bestaande te ontwortelen en het blijvend op de proef te stellen door het in zijn contingentie te tonen. Democratie is de permanente uitdaging van de macht, zoals het razen van een storm de permanente uitdaging van de bestaande infrastructuur is.” (p. 144)

Oosterweel is niet alleen een technisch dossier, zoals de Vlaamse regering en de BAM het graag voorstelden, maar voornamelijk een politiek dossier. Dat toont Claeys glashelder en met een overvloed aan voorbeelden aan. Dat is de eerste en uitvoerigste verhaallijn. Op heel veel plaatsen, en al vanaf het begin, duikt een tweede verhaallijn op waarin de auteur van op een metaniveau mooie beschouwingen maakt die passen in een steeds belangrijker wordende transitiebeweging naar een sociaalecologische samenleving.

Oosterweel gaat immers niet alleen over mobiliteit, maar ook – en vooral – over volksgezondheid, stadsontwikkeling en verdieping van de democratie. Al in juni 2005 toonde Manu Claeys een stukje van zijn onderuit-denken in een opiniestuk in De Morgen onder de titel “Tien ingrediënten voor een succesvolle bewonersgroep”.  Het zal een constante in zijn denken over democratie blijven met als voorlopig hoogtepunt het stuk  “Alle macht  in der daad  aan het volk!” dat hij in  april 2012 voor het Vlaams Tijdschrift voor Overheidsmanagement schreef. De ondertitel van dat artikel luidde “De representatieve technocratie: democratie in de 21ste eeuw”.  Vanuit zijn afkeer voor partijpolitiek functionerende regeringen pleit Claeys voor bijdetijdse technocratische besturen. Volgens hem is het de plek bij uitstek om burgers actief bij de beleidsvorming te betrekken en vormen van interactieve democratie te ontwikkelen. “Binnen de technocratie is geen plaats voor nachtelijke marathons van onderhandelaars die ‘meer lijken op politietechnieken om verdachten te doen doorslaan dan op een verstandig beheer van de staatszaken’. Wel voor burgerfora, delibererende raden of focusgroepen waar coproducties tot stand komen van bestuurders en burgers.” (p. 452)

Technocratische besturen zouden toestaan dat de burger opnieuw een meer centrale rol krijgt in de democratie. Het is een interessant, maar ongewoon standpunt van iemand van onderuit, want dan wordt het volle vertrouwen gelegd in de integriteit van techneuten. Dreigt er dan geen gevaar voor doel-middelen omkering? A-politiseren om machtspolitiek, betweterbestuur en achterkamerdemocratie te vermijden kan echter leiden tot de figuur van de topbekwame ambtenaar die zich plaatst au dessus de la mêlée in zijn zoektocht naar technocratische oplossingen. Claeys zwengelt hier een zeer interessante, maar moeilijke discussie aan.

Stilstand

Het verhaal van Oosterweel is een bijna surrealistisch dossier waarin de werkelijkheid de verbeelding van de romancier voorbij streeft. Ik hoop dan ook dat het boek niet in de eerste plaats zal gelezen worden door de ‘overtuigden’, maar zeker ook door ambtenaren, politici en gewone burgers die hiermee vijftien jaar knoeiwerk van een Vlaamse regering en acht jaar hardnekkig en deskundig weerwerk gepresenteerd krijgen.
De conclusies van dit boek zijn tweeërlei. De eerste is niet om vrolijk van te worden: het mobiliteitsdossier lijkt verder van af dan ooit. Antwerpen staat nergens met een leefbaar mobiliteitsplan en dreigt op korte termijn een ‘njet’ te krijgen van de Europese commissie voor het verlenen van een bouwvergunning voor twee delen van het gecontesteerde project. Dan ontstaat er volgens Manu Claeys een interessante periode. “Als de onderhandelingen tussen BAM en Noriant  eindelijk worden stopgezet, creëert dat niet alleen ruimte om het BAM-tracé los te laten, maar komt er ook meer journalistieke ruimte. De sluis kan dan eindelijk worden opengezet: al die documenten, verslagen, adviezen enzovoort die jarenlang niet mochten worden vrijgegeven ‘gelet op de vertrouwelijkheid van de lopende onderhandelingsprocedure’.”

Stilstand en toch hoop

Stilstand  is er ook op het vlak van uitdieping van de democratie. Het ging eerder om uitholling. Daarvoor heeft deze Vlaamse regering haar drietrapsraket van haar machtspolitiek in werking gesteld. En toch is dit een hoopvol boek, vindt Manu Claeys, want er is wel beweging ontstaan, maar dan op plekken waar de traditionele politici de minste impact hebben: van onderuit. StRaten-generaal en Ademloos hebben die stem van onderuit, van de gewone man in de straat, luider laten doorklinken. Dat is gebleken tijdens het afdwingen van de volksraadpleging van 2009 en de uitslag ervan, maar ook uit het opduiken van talrijke nieuwe buurtgroepen en milieu-actiegroepen die in het kielzog van stRaten-generaal en Ademloos, mee aansturen op democratische maatschappelijke verandering. Het is zeker niet toevallig dat de ‘Jury Prijs voor de democratie’ in 2010 precies aan die twee actiegroepen werd uitgereikt met volgende kanttekening:  “Het gaat om onafhankelijke burgernetwerken die zich zelfstandig rond een thema organiseren. Zeer opmerkelijk daarbij is dat het niet alleen gaat om een eisenstrijd, om verzet tegen bestaande beleidsplannen, maar dat er gebruik wordt gemaakt van expertise en kennis om alternatieve voorstellen uit te werken. Zo wordt de kwaliteit van de politiek verhoogd door de discussie inhoudelijk te stofferen en de standpunten van de politieke partijen te bevragen.” (zie binnenflap)

De negende macht

In een korte epiloog breekt Claeys een lans voor wat hij de ‘negende macht’ noemt na de trias politicas, de administratie, de publieke sector en haar externe experts, de pers en de privé sector. Hij doelt daarmee op de georganiseerde burger die zich in het maatschappelijk middenveld bevindt. De kracht van dat georganiseerde middenveld is dat het vooral op geëngageerd vrijwilligerswerk stoelt en dat is van onschatbare waarde. Dat hebben stRaten-generaal en Ademloos ten volle bewezen.

Ik ben het volkomen eens met Claeys wanneer hij zegt dat het middenveld in de eerste plaats de richting aangeeft van wat er verandert in de maatschappij. In die zin schrijft het verzet tegen het Oosterweeldossier zich in in een groter verhaal, met name de zoektocht naar een sociaalecologische transitie die overal en van onderuit de kop opsteekt. Die zoektocht naar het goede (samen)leven duikt op steeds meer plaatsen en verschillende sectoren des levens op. De economische crisis zal hieraan allicht niet vreemd zijn. Soms gaat het om kleinschalige initiatieven of “Kleine revoluties” zoals antropoloog Rik Pinxten het in zijn laatste boek noemt. “Water,” zo schrijft de antropoloog, “ druppelt langzaam, geduldig en aanhoudend op de harde rots om zo de vorm van de rots te veranderen. Elke waterdruppel is ongelooflijk krachtig en vele aanhoudende waterdruppels kunnen de aarde veranderen.” Un million  de révolutions tranquilles noemt de Franse journaliste Bénédicte Manier het in haar gelijknamige boek.

Het ruimere kader

In een Belgische context zijn stRaten-generaal en Ademloos nieuwe krachten in dat middenveld geworden die de stem van onderuit ook duidelijker laten horen naar de traditionele spelers die vakbonden, ngo’s, milieu-organisaties en vrouwenbeweging heten. Nieuwe en traditionele groepen uit dat middenveld moeten allianties met elkaar aangaan om een sociaalecologische én democratische transitie  te verwezenlijken. Wanneer dat door de druk van de grote getallen een hegemonisch discours wordt, kan de politiek alleen maar volgen. In 1991 schreef journalist Dirk Barrez in “De val der engelen”: Uiteindelijk kan geen enkele macht de kracht en de wil van een georganiseerde samenleving weerstaan. Wie verandering beoogt, moet dus vooral  de samenleving ‘uitdagen’, niet zozeer  de machtsstructuren of machtshebbers.” Dat blijkt in 2013 meer dan ooit het geval. De hoopvolle reactie om een nieuwe coöperatieve bank op te starten bewijst ten volle dat vele mensen op die uitdaging willen ingaan. Wie “Stilstand” aandachtig leest, zal heel veel passages tegenkomen waaruit blijkt dat de uitdaging van StRaten-generaal en Ademloos beantwoord werd en nog steeds wordt. De heroïsche manier waarop een volksraadpleging werd afgedwongen spreekt in dit verband boekdelen. StRaten-generaal en Ademloos hebben Don Quichotes in hun rangen die het donquichote-gehalte dat in iedere mens sluimerend leeft, wakker hebben geschud.

Actiemiddel en onderzoeksobject

“Stilstand” is meer dan een boek. Dat hoop ik althans. Het kan een actiemiddel voor de Antwerpenaar en een opstap worden voor verder onderzoek. Wanneer gaat die cel ‘leren uit Oosterweel’ waar Luc Huyse op aanstuurt aan het werk? Ik hoop dat hij en leden van de ‘Verenigde Emeritaten’ waaronder iemand als stadsgeograaf en filosoof Eric Corijn nu ook behoort – zie het boek “Kan de stad de wereld redden”? – daartoe zullen behoren.
“Stilstand” bestaat uit verschillende gelaagdheden die vragen om zorgvuldig verder geschild te worden. Uiteindelijk heeft Claeys in een goede 500 pagina’s samengebald wat er in de afgelopen acht jaar aan bloed, zweet en misschien ook wel tranen zijn gevloeid. Dat procesmatig menselijke aspect waarin ‘de eeuwige vrijwilliger’ een hoofdrol speelt, is om begrijpelijke redenen niet uit de verf gekomen en vraagt zeker om een verdere invulling.

Stilstand. Over machtspolitiek, betweterbestuur en achterkamerdemocratie
Manu Claeys
Van Halewyck
552
9789461311481
Borgerhoutenaar Walter Lotens (°1942) noemt zich een glokale burger. Deze gepensioneerde leraar, mede-oprichter van de Actiegroep Kritisch Onderwijs (AKO), moraalwetenschapper, publicist en Latijns-Amerikawatcher schreef voor LA Chispa, een Nederlandstalig magazine over Latijns-Amerika en de Cariben, het Belgische De Reiskrant en voor de Surinaamse krant “De Ware Tijd” en nu voornamelijk voor de webzine voor internationale politiek uitpers.be, waarin hij niet alleen uitvoerig aandacht besteed aan Latijns-Amerika, maar ook aan het Antwerpse mobiliteitsdossier.