Vreedzame oppositie Syrië “Als gewapende krachten ingrijpen, word je hun gijzelaar”

conferentie geneve syrie
Facebooktwittergoogle_plusmail
Syrisch mensenrechtenactivist Haytham Manna is woordvoerder van het Nationale Coördinatie Comité voor Democratische Verandering (NCCDV), in juni 2011 opgericht om de krachten van de Syrische oppositie te bundelen voor politieke dialoog en vreedzaam protest tegen het regime. We hadden een gesprek met hem tijdens een conferentie van het NCCDV in Genève.

 

 

Als men het in de reguliere media heeft over de Syrische oppositie valt doorgaans de naam: Syrische Nationale Coalitie (SNC). Op welke manier verschilt de oppositionele coalitie die u vertegenwoordigt van de SNC?

“Door het voortdurend over de SNC te hebben, en vóór deze coalitie werd opgericht in november 2012, over de Syrische Nationale Raad, wekken de media de indruk dat de Syrische oppositie een homogeen blok is. De Syrische oppositie is in werkelijkheid zeer heterogeen en erg verdeeld.” 

“Het Nationale Coördinatie Comité voor Democratische Verandering (NCCDV) wil een democratische transitie opstarten onder een interim-regering. Het wil een nieuwe grondwet opstellen en democratische wetten invoeren binnen een proces van politieke verzoening. We ijveren ook voor een oplossing van de Koerdische kwestie.”

“Het NCCDV verenigt 15 voornamelijk linkse en nationalistische partijen en een aantal onafhankelijke politieke figuren. Grote tegenstander van het NCCDV is de later opgerichte Syrische Nationale Raad (SNR) dat gedomineerd wordt door de Moslimbroeders en in november 2012 opging in de ‘Nationale Coalitie van de Syrische Revolutionaire en Oppositionele Krachten’, kortweg de Syrische Nationale Coalitie (SNC).” 

“Net zoals de Syrische Nationale Raad voordien, kan de SNC rekenen op veel steun uit het Westen, Turkije en de Golfstaten. Het NCCDV staat echter zeer wantrouwig tegenover de rol van deze internationale actoren. Wij verzetten ons tegen buitenlandse militaire bemoeienissen, tegen de aanwezigheid van sektaire groepen binnen de oppositie en tegen de militarisering van het conflict. Binnen het NCCDV wijst men een dialoog of onderhandelingen met bepaalde elementen uit het huidige regime niet categoriek af, als het einddoel maar een pluralistische democratie is.” 

“Het document dat bij de oprichting van het NCCDV werd opgesteld, plaatst wel verschillende voorwaarden bij eventuele onderhandelingen met het regime: de vrijlating van alle politieke gevangenen, het vertrek van het leger uit de steden, de invoering van politieke vrijheid en het einde van het politieke monopolie van de Baath-partij (de partij van president Bashar al-Assad), de opheffing van de noodtoestand, vrije nieuwsgaring, enzovoort.”

 

U bent al een lange tijd actief in de Syrische oppositie. Kan u iets vertellen over uw achtergrond?

“Ik ben geboren in een politieke familie in een belangrijke periode, namelijk de jaren 1950. Het waren de jaren van de onafhankelijkheidsstrijd. We liepen rond met Algerijnse of Palestijnse vlaggen. We waren voortdurend in de weer om geld in te zamelen voor de revolutionairen. Van kindsbeen af deden we mee aan manifestaties. We begonnen heel vroeg met een reëel engagement.”

“Tijdens de oorlog van 1967 (tussen Israël enerzijds en Egypte, Jordanië en Syrië anderzijds), staakten we onze examens en zetten we tenten op voor Syrische vluchtelingen. Dat heeft me gebrandmerkt. Ik ben datzelfde jaar nog begonnen met een training tot Fedayin-strijder (kleine groepen Fedayin vielen Israël vanuit Syrië, Jordanië en de Gaza-strook aan) en ik was betrokken bij Zwarte September van 1970 (de gevechten tussen de Palestijnse PLO en het Jordaans leger).”

“Ik merkte echter al gauw dat ik niet gemaakt was om wapens te dragen, dus werkte ik maar in de keuken (lacht). Ik ben toen twee van mijn klasgenoten verloren. Terug aan de universiteit in Damascus werd het ernstiger. Ik had gemerkt dat het ogenblik rijp was om studiekringen te vormen.”

“Het is toen dat ik het Marxisme heb ontdekt, maar ik maakte ook kennis met de politieke islam. Het is uit die studentenkringen dat de Syrische politieke avant garde is ontstaan. Met vier andere vrienden hebben we in het begin van de jaren 1970 de Communistische Liga opgericht, die nadien de Partij van de Communistische Actie is geworden.”

 

Bent u nog altijd lid van een partij?

“Neen, ik ben al gestopt met de militante partijpolitiek in 1978, toen mijn project om de verschillende linkse partijtjes samen te brengen in een grote communistische eenheidspartij is mislukt. We kregen ook moeilijkheden met het Baath-regime van Hafez al-Assad, die in 1971 president was geworden. Velen van ons vlogen in de gevangenis, anderen werkten vanuit de clandestiniteit. We waren niet erg talrijk en bovendien verdeeld.”

“Ik heb me sindsdien uitsluitend gewijd aan de mensenrechten. Ondertussen ben ik al meer dan drie decennia een mensenrechtenactivist. Ik was in 1998 medeoprichter en nadien woordvoerder van de Arabische Commissie voor de Mensenrechten (een invloedrijke organisatie waarin onder meer ook de huidige Tunesische president Moncef Marzouki zetelde).”

“Toen er gedurende de beginfase van de opstand tegen het Syrische regime een initiatief kwam om een eenheidsplatform van de seculiere oppositie en gematigde islamisten te vormen, koos ik terug voor het politieke leven. Ik verliet mijn post bij de Arabische Commissie voor de Mensenrechten om gewoon lid te worden van die organisatie: het Nationale Coördinatie Comité voor Democratische Verandering (NCCDV). Ondertussen speel ik de rol van woordvoerder.”

 

Hoe komt het dat u in het buitenland verblijft?

“In 1976 kreeg ik problemen met het regime en werd ik gedurende twee jaar vervolgd. Ik moest onderduiken en ben uiteindelijk, zoals zovele politieke opposanten, naar het buitenland gevlucht. Ik was verplicht om een tijdje in Beiroet te wonen, maar dat werd te gevaarlijk. Syrië’s invloed was daar te groot. Nu woon ik in Parijs.”

 

Hoe evalueert u de situatie in Syrië vandaag?

“Je kan toch wel stellen dat de huidige situatie de moeilijkste is uit de hele moderne Syrische geschiedenis. Wat ons overkomt kan je vergelijken met de situatie in Libanon in 1858. Er was toen een revolte van boeren. Die revolte was gericht tegen het feodalisme en leidde tot de commune van boeren. Het was iets heel mooi.”

“Twee jaar later slaagden de contrarevolutionairen er in om het in een sektarisch conflict te laten escaleren tussen Druzen en Maronieten, in de plaats van een conflict tussen armen en rijken. Vandaag proberen invloedrijke krachten in de regio de sociale en burgerbeweging in Syrië te transformeren.”

“Ze willen van Syrië het toneel maken van een confessionele en regionale oorlog tussen Iran en de Golfstaten, tussen soennieten en sjiieten, tot iets smerigs. Ze maken er een conflict van dat tot niets anders leidt dan destructie. Wat wij doen is de schade proberen te beperken van een conflict dat ondertussen financieel, politiek en militair wordt ondersteund door het Westen, de Golfstaten en andere internationale spelers.”

 

In Syrië is de volksopstand heel vlug in geweld ontaard. Hoe komt dat en wie is daar verantwoordelijk voor?

“Vanaf de eerste dag van de volksopstand in maart 2011 reageerde het regime op gewelddadige wijze tegen de vreedzame demonstranten. Op 18 maart 2011 werden twee jongeren gedood in de stad Deraa, waar de Syrische opstand begonnen was. Het regime heeft er alles aan gedaan om de opstand een gewelddadig karakter te geven.”

“De mensen hebben zich daar toen niet toe laten verleiden en verschillende maanden bleef hun verzet vreedzaam. We hadden dit in Syrië nooit eerder gezien, niet in de oude, noch in de recente geschiedenis. De opstandige boeren grepen in het verleden altijd naar de wapens. Het was daarom ook een historische gebeurtenis dat zovele dorpelingen zich geweldloos opstelden.”

“Dat is toch geniaal! Dat ze in die geest voor de democratische zaak streden, voor sociale rechtvaardigheid, vrijheid en waardigheid, maakt me fier. Ondanks de kogels, de vernietiging van hun huizen, enzovoort bleven ze volharden in hun geweldloos verzet. In de zomer van 2011 vermoordde het regime mijn broer die een vakbondsleider was.”

“In mijn eigen familie verloren we 21 leden. Allemaal zijn ze gedood terwijl ze vreedzaam manifesteerden. Toch waren en bleven ze tegen het gewapend geweld.Wat wij toen hebben gedaan -het maandenlange geweldloze verzet van het volk- kon rekenen op veel internationale bewondering. In het begin van de protestmanifestaties hoorde ik overal waar ik kwam hoe trots men was over de geweldloze revolutie.”

“Maar nu, nu de hele zaak geëscaleerd is, wordt ik voortdurend aangesproken over ‘de arme Syriërs’. We zijn het voorwerp geworden van medelijden. Daarvoor waren we het voorwerp van fierheid. Dat is het verschil tussen het tijdperk van het burgerverzet en het huidige tijdperk van de gewapende strijd.”

 

Het Nationale Coördinatie Comité voor een Democratische Verandering (NCCDV) lijkt heel duidelijk voor een geweldloze revolutie te kiezen.

“Dr. Mohamed Ammar, medeoprichter en leider van het NCCDV verwoordde het enkele jaren terug treffend: “Wanneer de gewapende krachten aan de macht komen, zal het niet mogelijk zijn om te regeren zonder de militairen, en word je hun gijzelaar, gegijzeld door hun macht”.

“We hebben altijd gewaarschuwd voor de gevolgen van het geweld op de sociale cohesie, de burgerlijke vrede en de eenheid van Syrië. Het is toch duidelijk dat het project van politiek geweld geen uitdrukking is van democratische aspiraties, maar er voor zorgt dat een doordachte en bewuste sociale mobilisering afglijdt tot sektarisme, factionalisme en extremisme om vervolgens uit te monden in dood, moord en wraak.”

“We zien dat de contrarevolutie vooral in handen is van islamisten en neoliberalen, waarbij het niet langer gaat over democratische verandering, tenzij dan voor ‘public relations’-doeleinden in de media. Verrassend genoeg zijn de voorstanders van het gewapend geweld er in geslaagd om de revolutionaire waarde van de geweldloosheid te doen omslaan in een beschuldiging, waarbij de drie nee’s die het NCCDV heeft aangenomen (nee aan het geweld, nee aan sektarisme en nee aan buitenlandse interventie) worden gezien als een vorm van medeplichtigheid en zwakte ten aanzien van de dictatoriale macht.”

“Je kan moeilijk beweren dat de taal van de geweldloosheid en de vreedzame burgerlijke strijd stevig verankerd zat in het politieke discours in de regio. Moncef Marzouki (de president van Tunesië) en ikzelf, hebben sinds het einde van de jaren 1990 in onze boeken en artikels de idee verdedigd dat de civiele weerstand het belangrijkste wapen is om komaf te maken met de dictatuur in de Arabische wereld.”

“De fora van de ‘Lente van Damascus’ (een korte periode van enkele maanden, vlak na de dood van Hafez Al Assad in 2000, waarin er een opening kwam voor intense politieke en sociale debatten in Syrië) en het tijdschrift ‘Mokarabat’ (het tijdschrift dat Haytham Manna in 1998 mee heeft opgericht en waar hij tot 2006 directeur van was) waren ernstige pogingen om het concept van de vreedzame democratische strijd ingang te doen vinden.”

 

Wat heeft er voor gezorgd dat de revolutie is veranderd in gewapende strijd?

“Er zijn duizenden factoren. Assad had en heeft veel vijanden. Vanuit verschillende buurlanden steunde men de gewapende oppositie om zich te ontdoen van het regime. Het gaat niet om een goed voorbereid complot. Pas begin 2012 kwam de coördinatie tussen Turkije, Frankrijk, Qatar en anderen op gang. Dat was nieuw.”

“Maar je zou kunnen zeggen dat de maand van de Ramadan in augustus 2011 het moment was van de transitie van zelfmobilisatie naar een mobilisatie die beïnvloed werd door de media en buitenlandse (virtuele) wereld. De roep naar een buitenlandse militaire interventie en de militarisering van het conflict klonk alsmaar luider.”

“Het NCCDV begreep daar gauw de ernst van. We stapten heel vroeg naar de Arabische Liga (een regionale organisatie van 22 Arabische landen) om een dialoog tussen de verschillende oppositiegroepen te faciliteren. Na 38 dagen onderhandelen met de Syrische Nationale Raad behaalden we een grote overwinning.”

“Het bereikte akkoord was niet perfect, maar de initiële principes van de revolutie – dat burgerlijk verzet de beste manier is om te komen tot vreedzame democratische verandering- werd weerhouden. Maar amper 12 uur later bleek hoe groot de invloed van de buitenlandse krachten werkelijk was.”

“Het akkoord hield niet lang stand. Vanaf dan werd het duidelijk dat de touwtjes van delen van de Syrische oppositie in het buitenland worden vastgehouden. Buitenlandse politieke krachten bewapenden delen van de oppositie en internationaliseerden het conflict. Dit alles leidde tot de marginalisering van de revolutie en zo ook van de meerderheid van de groepen die de revolutie opgestart hadden.”

“Vandaag heerst in Syrië de cultuur van geweld. Het woord Jihad (letterlijk ‘streven’) wordt door iedereen gerespecteerd, zelfs als men weet dat er een Hadith is (neergeschreven overleveringen over het doen en laten en de uitspraken van de profeet Mohammed) die zegt dat er een ‘grote’ Jihad bestaat, namelijk de strijd met het innerlijke zelf, en een ‘kleine’ Jihad.”

“In Syrië voert men momenteel deze kleingeestige Jihad uit: doden om te doden dus -vaak op sektarische basis. We hebben al fatwa’s uit Egypte en oproepen van salafisten uit de Golfstaten gekregen, om de alawieten, de sjiieten in Syrië, te doden. Via bepaalde TV-kanalen werden gelijkaardige boodschappen verspreid. Dit soort van invloeden spelen mee.”

 

Hoe komt het dat de gewapende groepen zo sterk zijn geworden?

“Er is het geld van de Golfstaten. Er zijn de grenzen die opengesteld zijn. Toen de Turken hun grenzen open gooiden richting Syrië, speelden ze met vuur. Ze hebben mensen van 17 nationaliteiten toegelaten om in Syrië te gaan meevechten in de burgeroorlog. Zo was er ook het geval van een Belg die 8 jaar in de gevangenis heeft gezeten voor oplichterij.”

“Er zijn heel wat dergelijke gevallen. Libische misdadigers die hun land mochten verlaten, tegen wie men zei: “Gooi je scheermes weg, ga naar Syrië en wordt terug een goede moslim”. Turkije voert een politiek die de regionale macht van het land moet uitbreiden, maar het is een gevaarlijk spel. Ankara dreigt daarvoor een dure prijs te betalen.”

 

Hoe zie je de rol van Rusland?

“De Russische houding -vooral in de eerste maanden- was ingegeven door het Libische syndroom. Elke keer als we met het NCCDV met de Russen spraken, verwezen ze meteen naar Libië, waar het Westen hen heeft bedrogen. “We waren akkoord om te stemmen voor een no fly-zone, maar niet om er een oorlog van te maken”, zo klinkt het vanuit Moskou. Ze wilden geen herhaling van die geschiedenis”

“Rusland heeft in de loop van het Syrische verhaal ook ontdekt dat de VS niet meer de macht van enkele jaren geleden is. Het is voor de Russen een gelegenheid om een einde te maken aan de dominantie van één macht in de wereld. Jammer genoeg hebben mijn medestanders en ik altijd een strijd gevoerd om een einde te maken aan de dominantie van een enkel land, en nu dat niet meer het geval is, zijn we er het slachtoffer van. Rusland is akkoord met het NCCDV dat het onmogelijk is om tot een politieke oplossing te komen via deze oorlog.”

 

Syrië is ondergedompeld in geweld. Denkt u dat het land daar nog uit geraakt?

“We gaan er in ieder geval alles voor doen, want we hebben geen andere keuze. Anders gaan we naar het einde van het moderne Syrië, gefragmenteerd in kleine sektarische entiteiten. We zullen er alles aan doen om te vermijden dat we in een soennitische entiteit moeten leven met een Taliban-karakter. Het is om dit te vermijden dat we contacten onderhouden met de belangrijkste buitenlandse machten.”

“Ik ben naar Teheran getrokken, maar ook naar de Verenigde Staten en Brussel om de ministers van Buitenlandse Zaken te ontmoeten. We moeten echter voortdurend horen dat de vreedzame beweging geen resultaten boekte en dat ze daardoor verplicht was om te militariseren. Maar na zestien maanden van gewapende confrontaties is het onze plicht om stil te staan bij de humanitaire en materiële kost ervan.”

“Meer dan 50.000 doden, meer dan 250.000 gewonden, 35.000 vermisten, de vernietiging van een derde van de gezondheidszorg-infrastructuur, de totale destructie van 93 dorpen of regio’s, meer dan 2,5 miljoen mensen die op de vlucht zijn en een economisch verlies van 160 miljard dollar! Aan de vooravond van de tweede verjaardag van de opstand, die op 18 maart 2011 begon, kunnen we besluiten dat het regime gefaald heeft met zijn militaire aanpak van de opstand.”

“Het heeft evenmin noodzakelijke hervormingen doorgevoerd en is niet in staat om de algemene veiligheid te garanderen of een fatsoenlijke levensstandaard te voorzien voor een kwart van de bevolking. De oppositie is er op haar beurt niet in geslaagd om de militaire groepen onder politieke controle te brengen, de verschillende fracties te bevrijden van sektarische en buitenlandse groepen, en om met een duidelijke gemeenschappelijke visie en actie naar buiten te treden.”

“Volgens het NCCDV is de eerste noodzakelijk voorwaarde om uit de huidige miserie te geraken, dat alle partijen het er over eens zijn dat het gewapend geweld moet verminderen, want het is een bijkomende bron van vernietiging van de humanitaire, economische, ecologische en sociale capaciteiten van het land. Het hindert een politieke oplossing.”

“Daarnaast is het jammer genoeg zo dat het conflict niet langer een lokale Syrische aangelegenheid is. Er zijn tal van regionale en internationale actoren bij betrokken. Het is dan ook noodzakelijk dat de permanente leden van de VN-Veiligheidsraad (VS, Frankrijk, Groot-Brittannië, Rusland en China) tot een gezamenlijk historisch akkoord komen en het initiatief nemen om een internationale conferentie te organiseren rond Syrië om te werken aan een programma voor de transitie tot een democratische staat.”

“Wij Syriërs hebben grote bijeenkomsten nodig met iedereen die uit deze vuile oorlog wil geraken. We moeten allianties smeden tussen de democratische krachten om ons bedreigde land en het burgerschap te redden, en te komen tot veiligheid voor alle Syriërs.”

 

Wat denkt u van het ‘vredesplan’ dat Assad op 6 januari 2013 voorstelde. Daarin had hij het over een nieuwe regering van nationale eenheid en schoof hij u naar voor als mogelijke premier?

“Het ging om een verschrikkelijk voorstel. Hij lijkt zijn eigen positie totaal niet in vraag te stellen, wat voor de meeste oppositiepartijen een breekpunt is. Het voorstel zou een echte stap achteruit betekenen in alle opzichten. Dit was trouwens een met niemand onderhandeld plan. Ik hoop dat de Syrische televisie en de Syrische opposanten dit voorstel onmiddellijk vergeten. Want het is een obstakel voor andere, goede voorstellen die zijn gedaan, een hinderpaal voor de plannen die in de maak zijn.”

“Vergeet zijn discours in het belang van het Syrische volk. Ik heb er niets mee te maken! (Manna’s felle reactie heeft wellicht vooral te maken met het feit dat hij in het plan ongewild genoemd wordt als mogelijke interim-premier. Hierdoor werd hij ondanks zijn uitgebreid verleden als opposant van het Syrische bewind, een gemakkelijk doelwit voor zijn tegenstanders, die hem nu als een ‘valse’ opposant afschilderen of zelfs als een collaborateur van het regime, nvdr).”

 

Genève, 29 januari 2013

Dit interview is verschenen in ‘Vrede. Tijdschrift voor Internationale politiek’, nr 420, maart-april 2013

 

Ludo De Brabander studeerde pers- en communicatie aan de Universiteit Gent. Sinds 1995 werkt hij voor Vrede vzw, een linkse vredesorganisatie met kantoor in Gent. Tegenwoordig is hij er de woordvoerder. Hij is auteur van o.m. 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009 - samen met Georges Spriet) en 'Oorlog zonder grenzen' (EPO, 2016). Hij is van bij de start (1999) redactielid van Uitpers