Italië: Mamma mia, not again!

imagesCAA56K6R
Facebooktwittergoogle_plusmail

Mamma mia. Not again! Dat was de alarmkreet van het Britse conservatieve weekblad The Economist toen Silvio Berlusconi in 2008 de parlementsverkiezingen won. En daardoor voor de derde keer premier van Italië werd. Enkele weken geleden werd een terugkeer van de in november 2011 afgetreden premier nog onmogelijk geacht. Maar op enkele dagen van de verkiezingen – 24 en 25 februari – lijkt dat niet langer uitgesloten. Hoe kan nu zoiets?

Berlusconi doet in de campagne alsof hij de volgende minister van Economische Zaken wil worden, zijn bondgenoten van de Lega Nord zeggen dat ze niet willen dat hij opnieuw premier wordt. Maar in de campagne gedraagt hij zich alleszins als de grote en enige chef van de rechtse alliantie van zijn eigen PDL (Popolo della Libertà, Volk van de vrijheid) en de Lega Nord, aangevuld met enkele uiterst-rechtse partners. En sinds hij in campagne ging, stijgt die rechtse alliantie sterk in de peilingen.

Herhaling

Daar zijn enkele redenen voor. Berlusconi voert tenminste campagne tegen het beleid van de rechtse “technocratische” regering van Mario Monti die hem in november 2011, op aandringen van leiders uit de EU en van vele Italiaanse patroons, opvolgde. Berlusconi belooft Monti’s woontaks af te schaffen, een belasting die erg onpopulair is. Bovendien blijkt nu dat de opbrengst ervan gelijkstaat met het bedrag dat de staat pompt in de bank Monte dei Paschi di Siena. De bankiers van deze bank hebben miljardenverliezen door speculatie weggemoffeld, met medeplichtige slordigheid van de hoogste toezichtinstanties en politiek.

Tegen de verwachtingen in, alleszins de mijne, kan Berlusconi bijna dezelfde troeven uitspelen als in 1994. Toen slaagde hij er wonderwel in zich aan te dienen als ‘il nuovo’, de vernieuwing. Ook al was hij een typisch product van het ‘oude systeem’ waarin politici, zakenlieden, magistraten, ambtenaren – allemaal van bedenkelijk allooi – elkaar grote gunsten toespeelden. Het was dankzij zijn hoge vrienden bij de christendemocraten en socialisten dat hij tegen de grondwet en wetgeving in, een mediarijk kon uitbouwen. En ondanks het feit dat “oude systeem” restaureerde, kan hij nu toch weer enkele miljoenen Italianen ervan overtuigen dat hij vernieuwing brengt.

Opvallen

Zijn stijl is zo mogelijk nog smakelozer dan vroeger, beledigingen en grofheden rondstrooiend. Maar zo is hij de ganse tijd op het voorplan – al kwam Benedictus XVI even roet in het eten gooien met zijn ontslag. Op die manier bespeelt ‘il Cavaliere’ weer meesterlijk de media. Hij is nog steeds de eigenaar van een mediarijk – vooral tv en tijdschriften – dat de enige bron van “informatie” en vermaak is voor ongeveer de helft van de Italianen.

De opeenvolgende regeringen waarin centrumlinks de hoofdrol speelde, hebben niets gedaan om te beletten dat hij tien jaar lang als premier eigenaar was van al die media en als premier de baas was van de openbare zenders. Omdat daar niets aan gedaan is, heeft Berlusconi alweer de handen vrij om daar de media te stuiven.

Zwakke tegenpartij

Zoals in 1994 is de zwakte van zijn tegenstrevers een van zijn grootste troeven. Zijn partij, de PDL, en de Lega Nord raakten het voorbije jaar bijna bedolven onder de schandalen. En het houdt niet op. Bij het jongste schandaal, rond de levering van Agusta helikopters aan India, blijkt dat de aangehouden baas, Giuseppe Orsi, aan het hoofd van Finmeccanica (70.000 personeelsleden) benoemd werd op voordracht van de Lega Nord – de zogenaamde anti-corruptiepartij.

Bij het vorige Agusta-schandaal (bij ons) ging het om de overheidsholding Enimont, in die tijd onder beheer van de socialistische PSI. Met Berlusconi kwam de Lega Nord aan bod, wat aantoont dat het systeem van ‘lottizzazione’, politieke verkaveling van benoemingen (en vaak smeergelden) in overheidsbedrijven er weer staat. Wat doet Berlusconi? Hij zet de aanval in op de magistraten die dit en andere schandalen onderzoeken.

Monte Paschi

Terwijl rechts onder de schandalen zit bedolven, kwam de Democratische Partij (PD, centrumlinks?) ook zwaar in de problemen. De PD en haar kandidaat-premier Luigi Bersani vielen tot dan toe nauwelijks op. Alleen wat onduidelijkheid over hun houding tegenover premier Mario Monti. Tenslotte hadden ze Monti’s regering een jaar lang de hand boven het hoofd gehouden en hadden ze ingestemd met allerlei asociale maatregelen. Nu Monti tot misnoegen van de PD zijn naam leende aan een centrumrechtse bundeling, moet de PD zich tegen deze rivaal afzetten.

Toch vertrok Bersani in de campagne als de grote favoriet. Maar de vaagheid van het programma, de onduidelijkheid tegenover Monti en het schandaal van de bank Monte dei Paschi heeft zwaar aan het krediet van de PD en haar bondgenoten (vooral de linkse SEL, Socialismo, Ecologia, Libertà) gevreten.

Die bank heeft jarenlang gespeculeerd met “derivaten”, “toxische producten”, en daar zware verliezen mee geleden. Dat werd met pakken leugens toegedekt en blijkbaar zagen ook de toezichters van de Banca d’Italia of de regeerders niet wat er aan de hand was. Vandaar dat Mario Draghi, nu voorzitter van de Europese Centrale Bank, en Monti mede verantwoordelijk worden geacht. Die bank was zowat de sponsor van Toscane, een bolwerk van de PD die nauw betrokken was/is bij het reilen en zeilen van die bank.

Gemiste kans

Eer de campagne start ging, leek er een wedergeboorte van links te komen. Er was heel wat enthousiasme op de bijeenkomsten van de “arancione”, de nieuwe oranjebeweging, met als leuze “Cambiare si puo” – Verandering kan. Linkse militanten, syndicalisten, milieuactivisten en anderen uit basisbewegingen hoopten op een duidelijk links alternatief. Een populaire magistraat van de maffiabestrijding, Antonio Ingroia, leek de aangewezen kopman van deze bundeling.

Kopman, want voor vrouwen was bij de lijstvorming nauwelijks plaats. Het leek veel op een anti-maffialijst, zoals in de jaren 1990 met de “Rete”. Alsof alleen de maffia verantwoordelijk is voor alle tegenspoed. De benaming van de lijst “Rivoluzione civile” weerspiegelt die opvatting. Die lijst is onduidelijk over haar houding tegenover de PD. Dat er op die lijsten drie gewezen ministers staan die in de regering Prodi mee verantwoordelijk waren voor een neoliberaal beleid, zegt ook iets over die “burgerrevolutie”.

Vijfsterren

Voor veel kritische Italianen is het daarmee lastig om hun afkeer van het crimineel-kapitalisme te uiten. Veel zullen niet stemmen, anderen zullen voor de ‘Movimento 5 Stelle’, Vijfsterren beweging, van Beppe Grillo – ooit een komiek – stemmen.

Die beweging heeft het bijna uitsluitend tegen de corrupte politieke kaste en laat daarmee al te veel de misdadige bankiers en andere zakenlui buiten schot. Bovendien leidt Grillo zijn beweging met ijzeren hand, wie kritiek, heeft gooit hij er zelf uit. Maar hij is duidelijk anti-Monti en dat alleen al zal stemmen opleveren.

Want Monti, het wezen nogmaals gezegd, is zeer populair bij de EU in Brussel en bij Merkel in Belijn, in eigen land is hij dat allerminst.

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.