De Franse kruistocht in Mali

Malipaysdor
Facebooktwittergoogle_plusmail

Sinds 11 januari intervenieert een Franse troepenmacht in de West-Afrikaanse staat Mali. De politieke en militaire situatie in Mali is zeer complex, maar de Franse militaire interventie draait niet in de eerste plaats om humanitaire motieven zoals in onze grote media wordt voorgesteld, maar wel om economische belangen in een gewezen kolonie. Een verhaal over brandstichters en pompiers.

 

Dubbelmoraal

De oorlog in Mali is in de eerste plaats het rechtstreeks gevolg van de Franse en NAVO oorlog tegen Libië in 2011. In de nasleep van deze oorlog werd de Sahel regio overspoeld met wapens. Vele Toeareg strijders van het Libische leger zijn gevlucht naar Mali en vormden daar de ruggengraat van de gewapende opstand van de Toeareg (MNLA) in hun strijd voor een onafhankelijke staat in het noorden van Mali.

Verder zijn er in het noorden van Mali radicale islamitische groepen actief zoals ‘Al-Qaida van het Maghrebijns islamisme’ (AQMI). Deze zijn niet alleen ideologisch maar ook organisatorisch nauw verbonden met de ‘Libische islamitische opstandige groepen’ (LIFG) die een oorlog voeren in Libië en in feite de grondtroepen waren van het Westen.  Gelijkaardige zogenaamde opstandige jihad strijders worden nu ook al enige tijd in de confessionele oorlog in Syrië geïnfiltreerd en door het Westen financieel en logistiek gesteund.

De financiering van deze door onze media geprezen strijders, gebeurt hoofdzakelijk via de Golfstaten, zoals Qatar, Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten, goede wapenklanten van het Westen. Terwijl de afschuwelijke beelden van afgehakte handen in Mali aan de wereld getoond worden om voor de nodige oorlogsstemming te zorgen, twijfelen onze westerse politici niet de deuren plat te lopen van de handenafhakkende golfdictaturen om er te lobbyen voor lucratieve contracten voor hun wapenconcerns.

Drie dagen na het begin van de Franse militaire interventie in Mali, was de Franse president Hollande op bezoek in de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) om er het Franse gevechtsvliegtuig ‘rafale’ aan te prijzen. Ook Qatar en Koeweit toonden hun interesse voor dit Franse gevechtsvliegtuig. Het bezoek van François Hollande aan de vrienden van de Golf monarchieën was van tweeërlei betekenis: door de lopende operatie in Mali wordt de kwaliteit van het Franse wapentuig ‘bevestigd’; tevens geeft Parijs het signaal dat Frankrijk bereid is militair op te treden, en dat er dus rekening dient gehouden met haar belangen. Het toont het cynisme aan van de zogenoemde strijd tegen de islamitische extremisten als een verkoopshow voor hun wapentuig bij de heersende monarchen die de rebellen bewapenen en financieren. Een perpetuum mobile voor het militaire industriële complex van het Westen.

 

Geen VN mandaat

Franse leiders kunnen niet beweren dat deze militaire interventie steunt op een VN mandaat. De VN-veiligheidsraad van 20 december heeft eenstemmig de resolutie 2085 aangenomen, die in het opstellen van een Afrikaanse Blauwhelmen troepenmacht beoogde. Maar van een eenzijdig niet afgesproken militaire operatie van de ex-koloniale machten is er in de bovenvermelde resolutie geen sprake. Bovendien bevat de resolutie de bepaling dat voor het in werking treden van de militaire operatie de planning verder op punt moet gesteld worden. De VN-veiligheidsraad moet dan ook zijn instemming voor deze verdere planning geven. Frankrijk pakte iedereen in snelheid door te interveniëren, officieel op vraag van de lokale regering. Er is geen internationale, publiekelijke verwerping van deze Franse zet, maar het valt op dat de steun in grote mate verbaal is.

De bewering dat de militaire interventie hoogdringend en noodzakelijk was omdat anders de jihadisten ook de hoofdstad Bamako zouden bedreigd hebben, is ongeloofwaardig. Er waren immers sinds december contacten en onderhandelingen tussen de regering van Mali en een deel van de opstandelingen voor een wapenbestand. De Toeareg nationalisten waren bereid in ruil voor een politieke en culturele autonomie te verzaken aan een eigen staat. Bovendien was het Malinese leger een dag voor de inname van Konna door de islamitische strijders zelf tot de aanval overgegaan op de 100 km westelijk gelegen stad Douentza. Hierover wist de westerse pers niets te melden. Tegen de aangehaalde urgentie pleit ook nog het feit, dat de Franse president François Hollande tijdens zijn staatsbezoek aan Algerije op 19 december, reeds de toestemming voor het overvliegen van het Algerijnse luchtruim had gevraagd en gekregen. Dat is 21 dagen voor het begin van de Franse interventie.

Ook de militaire en politieke ambitie en capaciteit van de opstandelingen zijn in tegenspraak met de bewering voor het imminente gevaar van de bestorming van Bamako. Bamako is een stad met 2 miljoen inwoners, en ligt 590 kilometer van Konna verwijderd. De islamistische woestijnrebellen worden volgens de westerse geheime diensten op 2.000 man geschat. Ze moeten met deze rebellenmacht heel noord Mali bezetten en op hun weg naar de Malinese hoofdstad ook nog andere steden innemen en bezetten, om dan de miljoenenstad in te nemen? Het gaat hier nota bene niet om klassieke rebellen die naar de staatsmacht grijpen, maar jihadisten die in een niet klassieke oorlog de woestijn als machtsbasis hebben.

 

Wat dan wel?

Mali is een grondstofrijk land, en krijgt daarom de actieve aandacht van geïnteresseerde buitenstaanders. Mali is het land met de drie grootste goudvindplaatsen van onze wereld. Het land heeft ook fosfor, koper, bauxiet, ijzererts, mangaan, lood, zink, lithium, diamanten en andere edelstenen. Het rebellengebied in Noord-Mali grenst aan Niger. Dit Afrikaanse land is het hart van de Franse atoomindustrie. Hier ontgint sinds decennia het Franse atoomconcern AREVA een groot deel van het uranium. Sinds 2009 heeft AREVA de licentie voor het ontginnen van 9 uraniummijnen in de omgeving van Agadez. Het gaat hier om de grootste vindplaats van uranium in Afrika en de tweede grootste op onze planeet. Ook in het noorden van Mali zijn uranium-, olie- en gasvindplaatsen aangetroffen. Hierdoor is het land een begeerd exploratiegebied  geworden voor de grote energieconcerns, waaronder verschillende Europese.

In het huidige energielandschap is er een tendens naar het nucleaire. Een groter gebruik van kernenergie in deze eeuw brengt uiteraard een groeiende vraag naar uranium met zich. China en ook India, die een grote behoefte hebben aan deze grondstof, worden zo de grote concurrenten  voor de huidige grootverbruikers op de internationale grondstoffenmarkt.  In het Sahel gebied is de wedren met China en de westerse concerns voor de begeerde grondstoffen in volle gang. De concurrentie met China is voor het Westen een doorn in de ogen omdat hierdoor de Afrikaanse staten een grotere speelruimte krijgen voor het ontwikkelen van hun eigen economische en politieke belangen. China is zo een belangrijke handelspartner van Mali geworden, sinds 2011 is China ook in de uraniumontginning van Niger aanwezig. Zo wordt Afrika het continent waar verschillende wereldspelers mekaar beconcurreren. Voordien was het Westen de grote overwinnaar, maar wil het zijn positie handhaven, moet het bereid zijn om met militaire middelen toe te slaan wanneer het dit nodig acht.

Er is eigenlijk een dubbele concurrentie aan de gang om de toegang tot de Afrikaanse grondstoffen. De voormalige koloniale machten willen hun bevoorrechte relaties met de ex-kolonie trachten veilig te stellen enerzijds  tegenover een ‘oudere’ concurrent de VSA en anderzijds tegenover nieuwkomer China. Het is duidelijk dat deze interventie van Frankrijk door de anderen geduld wordt maar niet echt enthousiast en sterk ondersteund wordt. Dat het vooral enkel NAVO-partners zijn die logistieke steun verlenen heeft dan toch vooral de maken met de groeiende rivaliteit van de westerse grootmachten met China, dat nu al de grootste handelspartner in Afrika is geworden, vooral voor de aankoop van grondstoffen die op het continent rijkelijk voorhanden zijn. Zo kan men in het door de NAVO opgesteld document “Towards A Grand Strategy” nalezen, dat er een groeiende wereldconcurrentie is voor de grondstoffen, vooral voor fossiele energiebronnen.

Daarnaast blijft de intern-westelijke tegenstelling ook aanwezig. De VS zoekt op alle manieren een politiek-militaire aanwezigheid in Afrika verder uit te bouwen. Er was een Amerikaans opleidingsprogramma met het Malinese leger. Ook dat was geen goed nieuws voor de Franse belangen.

 

De machtsstrijd voor Bamako

Een bijkomende mogelijke derde reden voor de Franse militaire ontplooiing – met de steun van de EU vrienden – is het feit dat Mali sinds maart 2012 zich in een uiterst labiele politieke situatie bevindt. Progressieve krachten rond de beweging “ Solidarité pour Afrique Democratique et Indépendante “ ( SADI) en de rechtse gecorrumpeerde krachten voor de voortzetting van de neokoloniale onderwerping van Mali aan Frankrijk, waren en zijn in een strijd met elkaar verwikkeld.

De president van Ivoorkust, de IMF man Quattara, die zelf door Franse troepen aan de macht is gebracht en diep in het krijt staat bij Parijs, is een vurige promotor van het inzetten van ECOWAS troepen, die in de huidige omstandigheden moeten dienen als rugdekking van de Franse militairen. Ouattara maakt zich zorgen dat de crisis in zijn buurland – waar de “overgangspresident “ Dioncounda Traoré de Franse troepen om interventie gevraagd heeft – zal leiden tot een anti westerse stemming in Afrika.

Het is duidelijk dat Parijs met de hulp van de West-Afrikaanse regeringen de militaire interventie gebruikt om de machtsstrijd in Bamako in goede banen te leiden in het voordeel van de oude francofone elite, die zelfs de bezetting van het land door de vroegere koloniale meester erbij nemen. Het Westen heeft ondanks zijn bezorgdheid over de oprukkende islamitische terroristen groepen sinds maart 2012 de hulpgelden bevroren; maar na de Franse militaire interventie zijn deze hervat.

 

armoede

De neokoloniale afhankelijkheid heeft, ondanks de rijkdom aan grondstoffen, ervoor gezorgd dat Mali tot de armste landen van onze planeet behoort. Door zijn buitenlandse schuld en de IMF-bepalingen kan het land niet investeren in de voedselproductie voor de behoefte van de eigen bevolking, maar moet het  katoen en andere landbouwproducten voor de export verbouwen. Dat heeft tot gevolg dat Mali 70 procent van zijn voedsel moet importeren, dat 62 procent van de Malinese bevolking volgens het internationaal voedingsagentschap zwaar en langdurig ondervoed is. Onder deze omstandigheid is het voor het arme, achtergestelde noorden van het land bijzonder moeilijk om ontwikkeling tot stand te brengen: economisch en sociaal. In het noorden van Mali zijn er geen straten, ziekenhuizen, scholen en bronnen, geen infrastructuur voor een degelijk dagelijks leven. Kras uitgedrukt: er is niets. Jongeren kunnen in dergelijke omgeving geen toekomst uittekenen : een familie stichten en van een normaal mensenleven genieten. Een dergelijk klimaat van hopeloosheid is gunstig voor het goed gedijen van maffiose en extremistische stemmen en structuren die de oorlogspartijen steeds nieuwe strijders leveren. Volgens schattingen kost de militaire interventie al meer dan 500 miljoen euro. Mocht dat bedrag voor de ontwikkeling van het noorden besteed zijn dan zou dit in deze crisis een substantiële, werkzame bijdrage  voor oorlogspreventie kunnen betekend hebben.

 

pyromanen-pompiers

Deze  interventie in Mali is de voortzetting van de reeks westerse militaire interventies die de laatste jaren met volle ijver worden doorgevoerd. De brandstichters – verantwoordelijk voor grondstoffenplundering tijdens kolonisatie, neokolonialisme, neoliberale dictaten, de oorlog in Libië –  proclameren zich tot de pompiers en komen met benzine het vuur doven. Het optreden van het Westen in Afghanistan toont ons duidelijk dat een dergelijke militaire interventie alleen het vuur maar aanwakkert.

Frankrijk heeft de leiding voor het militaire avontuur in het West-Afrikaanse land op zich genomen, maar het gaat inderdaad niet om een uitsluitend Franse oorlog. De VS, Duitsland, Canada, Groot-Brittannië, België, Italië en Denemarken hebben Parijs hun militaire steun toegezegd. Die is niet indrukwekkend, maar iedereen doet toch maar lekker mee. Ook de Europese Unie wil voor dit avontuur de geldkraan opendraaien. De EU raad van 12.01.2013 stemde in om de militaire interventie te financieren met geld van, het “Europese Ontwikkelingsfonds”, om zo een Afrikaans militair contingent op de been te brengen. Wat concreet betekent dat men kan spreken van “ uitbesteding van de militaire EU opdrachten”, om de belangen van het westen in het continent stevig in handen te houden tegen de mogelijke, opkomende concurrenten.

 

Antoine Uytterhaeghe

 

Bronnen:
Analyse der Solidar-Werkstatt/ Linz-Ostereich –www.werkstatt.or
Mali: Une guerre peut en cacher une autre – ThierrynMeyssam
Kriegsopfer Warheit – Michael Schulze
La France envoie des troupes pour sécuriser les mines d’uranium au Niger – Bill Van Auken
L’impérialisme prévoit des décennies de guerre en Afrique – Bill Van Auken
La reconquête de l’Afrique – Manilo Dinucci