Bij het artikel van Samir Amin “interventie in Mali”

Facebooktwittergoogle_plusmail

Dit boeiende artikel toont een aantal verschillende gelaagdheden van het conflict in Mali. Een daarvan is de strijd tussen verschillende imperia: het Franse tegen het VS-GB-Golfstaten ‘kartel’. Hij refereert hierbij naar het grote belang van de grondstoffen in deze regio: uranium, olie, gas. Een andere gelaagdheid situeert zich bij de politieke islam en de salafistische fanatici die “een archaïsche theocratie willen installeren die haaks staat op een zelfs minimale democratie”.  De auteur verwijst ook naar de absolute ongerijmdheid in het beleid van Parijs dat op bepaalde plaatsen (Libië, Syrië) deze islamisten steunt, en vandaag in Mali tegen hen optreedt.  Toch hoopt  en wenst Samir Amin dat de Franse militaire interventie succesvol zal zijn om de islamisten uit te roeien.

Laat ons er even van uitgaan dat de wens van de auteur gerealiseerd wordt. Dan is er naar zijn eigen woorden nog “geen oplossing  voor de verslechterende politieke, sociale en economische problemen van Mali en van andere landen in de regio. Die situatie is het resultaat van het kapitalistisch beleid van de monopolies van de imperialistische triade (Verenigde Staten, Europa, Japan). Die is nog steeds aan het werk en ligt ook aan de basis van de aanwezigheid van de politieke islam in de regio.”

Eigenlijk is het fundamenteel perspectief van Amin de opbouw van een zelfstandig Mali. Om een zelfstandig Mali te kunnen waar maken moeten de salafisten bestreden worden, want economische en sociale vooruitgang is niet hun politiek. Dat komt Frankrijk nu doen: de islamisten in Mali bestrijden. Maar Frankrijk zelf is mede-oorzaak van de post-koloniale neergang van Mali want “de Franse vijandigheid ligt mede aan de oorsprong van het gefaalde project van Mobido en uiteindelijk van het succes van de hatelijke staatsgreep van Moussa Traoré (volledig gesteund door Parijs). Traoré’s dictatuur is verantwoordelijk voor de ontbinding van de samenleving in Mali, de verarming en de machteloosheid.”  

In het post-dicatoriaal Mali is er verdeling en chaos, politieke corruptie en verarming van de bevolking gegroeid door de neoliberale dictaten van de buitenwereld, inclusief Parijs, zegt Amin.

Even samenvatten. Het kader van de interventie is een inter-imperalistische concurrentie voor grondstoffen. De interventie is geen duurzame oplossing voor de strijd tegen de salafisten. De interventie wordt uitgevoerd door diegene die in het verleden mee heeft geholpen om – de enige oplossing – een zelfstandig Mali, te kelderen. En toch roept  Samir Amin op om deze interventie te steunen.

Het stoppen van deze reactionaire theocratische machinerie, hier en nu, is Amins hoofddoelstelling, los van zijn eigen bedenkingen bij wat er dan kan volgen.

In het positiefste der gevallen kan deze interventie een militaire overwinning boeken op de salafisten, waardoor er zich een periode zou kunnen aandienen waarin theoretisch gesteld Mali zichzelf zou kunnen uitbouwen tot een zelfstandige, democratische staat, vooraleer de omstandigheden nieuwe salafistische opstanden produceren. Amin spreekt zelf van een nodige maar onvoldoende voorwaarde. Het moet mogelijk zijn, aldus Amin, om het Malinese leger weer op de been te helpen. De heropbouw van Mali zal moeten gebeuren met een rechttoe rechtaan verwerping van elke liberale oplossing. Maar waar is er een sprankeltje perspectief dat er voorwaarden aanwezig zouden zijn die de externe, neoliberale dictaten voor Mali zouden terugdringen? Een succesrijke militaire interventie zou dus tijd winnen, maar de centrale actoren die de interventie uitvoeren willen geen fundamentele verandering en blijven bijdragen tot een blokkering van de oplossing. Het zou Amir – aangenaam – verbazen mocht Parijs het geweer van schouder veranderen. Wat bereikt een interventie dan behalve dat ze de neokoloniale belangen van de interventionisten vrijwaart of versterkt?

Een militaire interventie die geen geïntegreerd deel is van een realistische, politieke, democratische oplossing bereidt het volgende gewapende conflict nu al voor. Dit lijkt mij essentieel voor elke gedachtevoering rond deze problematiek.

Dit zal de Malinese burgers die onder het ondemocratisch en repressief juk van de salafisten moeten leven wel allemaal worst wezen, waarschijnlijk. Maar, welke bewoordingen we er ook aan geven, een militaire interventie is en blijft een oorlog. Samir Amin spreekt van een lange, moeilijke en dure oorlog. Sterven in een oorlog alleen de ‘slechten’ en worden de beschermelingen van de ‘goeden’ gespaard?  De vraag blijft trouwens ook overeind of een militaire interventie hen zal verlossen van repressie en gewelddadige chaos.
De recente voorbeelden van interventies in andere landen bieden hiervoor weinig hoop.

Als we in mijn bovenstaande bemerkingen het neokolonialisme van Frankrijk zouden kunnen weg denken, zou het besluit misschien wat genuanceerder kunnen zijn? Wie er intervenieert is inderdaad van groot belang. Mocht de VN een eigen, zelfstandige militaire component bezitten met goed opgeleide soldaten en democratisch ingestelde legerleiding – en niet de onderaannemingen die we de laatste tijd gekend hebben – zouden er waarschijnlijk een aantal bedenkingen rond neokolonialisme kunnen geschrapt worden. Maar zoals Samir Amin het ook stelt: Mali kan maar opgebouwd worden door de eigen bevolking. Blijft dus het probleem over dat een militaire oplossing zonder georganiseerde democratische lokale en nationale krachten nooit tot bevrijding zal kunnen leiden.