De niet-conventionele oorlogsvoering van Washington.

UWSocialMedia
Facebooktwittergoogle_plusmail

Om het Amerikaanse buitenlands beleid van interventie in het Midden-Oosten beter te begrijpen is het handig om het militaire handboek ‘Unconventional Warfare’ te kennen, waarvan een voorlopige versie gepubliceerd werd in 2010. Kijken we even naar Syrië. Diverse bronnen melden inderdaad dat Washington wapens levert aan de anti-Assad rebellen. Dit maakt  dan deel uit van het Amerikaanse plan voor de destabilisering en balkanisering van sommige landen in het Midden-Oosten, om zo de westerse en Israëlische belangen veilig te stellen. Over deze niet-conventionele wijze van oorlogsvoering schreef Sharmine Narwani een artikel, dat aan de basis ligt van deze tekst.

 

De doelstelling van de Unconventional Warfare (UW), is het uitbuiten van de politieke, militaire, economische en psychologische kwetsbaarheid van de tegenstrevers door het ontwikkelen en steunen van mogelijke interne tegenstanders om zo de strategische doelstelling van de VS te kunnen doordrukken.

In Washington werkt men nu aan een nieuw handboek voor onconventionele oorlogsvoering, maar het wijzigt maar beperkt de richtlijnen vervat in de vorige versie. Het document geeft enkele geheimen prijs over de manier van Amerikaanse oorlogsvoering en interventies tegen landen die zich niet willen onderwerpen aan de dictaten van het Imperium.

instabiliteit

Deze geheime manier van VS oorlogsvoering is niet door een stemming van het Congres goedgekeurd, en bijgevolg illegaal. Ze werd al in praktijk gebracht door de opeenvolgende Amerikaanse, zowel Republikeinse als Democratische administraties en vormt een contradictie met de Amerikaanse grondwet. Het handboek ‘Unconventional Warfare’ indoctrineert leger en soldaten om zich het recht toe te eigenen om bepaalde landen te destabiliseren, te infiltreren, om mensen te doden zodat de VS haar mondiale hegemonie kan verstevigen. Hierbij wordt de soevereiniteit van de staten en volkeren met de voeten getreden in naam van de democratie .
Dit is het nieuwe type van oorlogsvoering van Washington en zijn NAVO bondgenoten: er wordt oorlog gevoerd met de hulp van uitgekozen derden tegen die regeringen die niet in het gareel van het westen lopen. Door infiltratie wil men de regeringsmacht van de vijand eroderen en de instabiliteit in deze landen opdrijven. Dus inzetten op instabiliteit om de tegenstander te verzwakken.

Deze doctrine werd uitgewerkt en in praktijk gebracht tijdens de ambtstermijn van G.W. Bush, maar ze werd verder ontwikkeld door de Nobel-vredesprijswinnaar Barack Obama, die ze handig verpakt in het principe van preventieve actie tegen een staat die mogelijk de Amerikaanse belangen kan bedreigen. Geen enkel rationeel criterium wordt vermeld om deze mogelijke bedreigingen te evalueren. Ook het handboek over de ‘Unconventional Warfare’ (UW) levert geen enkele uitleg of geldige reden om een land aan te vallen onder het voorwendsel dat ze een bedreiging zijn voor de economische, politieke en militaire Amerikaanse veiligheidsbelangen.

Het meest nefaste aspect van UW, is dat het niet alleen een schending is van het internationaal recht over de soevereiniteit en de territoriale integriteit van landen, dat het niet alleen verlies aan mensenlevens en infrastructuur veroorzaakt, maar het is vooral het streven om de bevolking psychologisch op te zetten tegen hun eigen regering. Het is een neokoloniale politiek die in tegenspraak is met de Amerikaanse grondwet, om zich de rijkdommen van de geviseerde landen toe te eigenen en ze te onderwerpen aan het machtsstreven van het imperium.

De Arabische lente vormde voor Washington een goede gelegenheid om van de regionale chaos en de interne problemen van bepaalde landen te profiteren om de doctrine van het UW in praktijk te brengen. Wat we konden zien in Libië en nu in Syrië en ook in Iran waar de VS in 2009 getracht heeft bij de verkiezingen het land te destabiliseren, weliswaar zonder succes.

Het belangrijkste wapen is het infiltreren van vijandige elementen tegen hun regimes  en het aan de macht brengen van stromannen, inclusief leden uit de Al-Qaeda groepen. Hiervoor worden inlandse en buitenlandse “rebellen” uitgebreid van wapens voorzien. Vooral in dit laatste punt spelen Saoedi-Arabië, Qatar en de Golf Emiraten een actieve rol. Door onze media worden ze allemaal ondergebracht in de categorie van opstandelingen in strijd tegen oppressie. Er wordt in alle toonaarden gezwegen over de financiële, logistieke en bewapeningssteun van de oliemonarchieën uit de regio.

Iran

Februari 2012 moest de datum zijn voor het opstarten van de destabilisering van Iran.  Internet en de sociale media werden op grote schaal gemanipuleerd in de context van de UW doctrine, om de nodige valse antiregeringsinformatie te verspreiden in de hoop de interne en externe publieke opinie te winnen. Tijdens deze UW operatie, verklaarde het Pentagon dat cyber-sfeer een operationeel domein voor de VS is geworden. Het ministerie van buitenlandse zaken onder leiding van Hillary Clinton legde al zijn energie in de campagne voor ‘regime change’ via de nodige financiering en infiltratie van bepaalde ngo’s als waterdragers voor het Amerikaanse imperium. Teheran had echter de nodige lessen getrokken uit  gebeurtenissen tijdens de verkiezingscampagne van 2009.

In juli van vorig jaar financierde de technische dienst van het Amerikaanse defensie departement (DARPA) een programma voor een bedrag van 42 miljoen dollar om deze niet-conventionele oorlogsvoering via de sociale media in de praktijk te brengen. Deze machtige propagandamachine van het Pentagon heeft tot doel om de invloed van de ‘officiële’ informatie van de vijand te ondermijnen en te verhinderen. Het is een nieuw middel om steun voor militaire operaties bij de eigen achterban te verwerven, en geeft doelgericht gestalte aan een scherp vijandbeeld.

In Iran concentreerde de campagne van UW – na het mislukken van de destabilisatie poging bij de verkiezingscampagne van 2009 – zich op de technologische sabotage van computergestuurde industriële bedrijven, het vermoorden van wetenschappers gespecialiseerd in de nucleaire technologie en de infiltratie van socialemedianetwerken.

strijders-onder-volmacht

De gebeurtenissen in Libië geven een duidelijk overzicht van de methodes hoe het Amerikaanse UW complementair te werk gaat met de militaire operaties van de NAVO waarin vooral Frankrijk en Groot-Brittannië een actieve rol speelden met de VS op de achtergrond. Ze tonen zeer duidelijk hoe belangrijk het voor ’t Pentagon is om te infiltreren op het grondgebied van de vijand, niet met eigen soldaten maar via strijders-onder-volmacht, waarvan de meerderheid banden hadden met Al-Qaida, opgeleid en gefinancierd door deze die het regime van buiten uit willen omverwerpen.
 
Het voordeel van deze manier van handelen is, dat geen eigen militairen gedood worden, dat geen lijkenzakken moet naar huis worden gebracht, dat ze geen eigen oorlogsinvaliden oplevert. Dit maakt de oppositie bij de eigen bevolking zeer miniem en men kan de steun aan “de opstandelingen “ gemakkelijker verkopen ook via de hulp van de gevestigde en gecontroleerde media.

In Syrië heeft dergelijke strategie het moeilijker omdat de zittende president nog van de steun van een groot deel van de bevolking geniet, en omdat het leger hem trouw blijft en onomkoopbaar ondanks de veelvuldige pogingen hiertoe van bepaalde soennitische leiders. De onrust moge dan begonnen zijn met zogenoemde vredelievende betogingen, voor vele burgers wordt het meer en meer duidelijk dat de gewapende opstandelingen voor een groot deel in dienst staan van het buitenland en van bij het begin geïnfiltreerd zijn en de vreedzame betogers gebruiken om het Assadregime van moord op de eigen bevolking te beschuldigen. Het UW handboek lijkt volop van toepassing.

theorie

Bij de meeste opstanden, zegt het UW-handboek, wordt men geconfronteerd met een zeer actieve minderheid die het regime steunt en een gelijkaardige kleine groep die de opstandelingen steunt. Het is van belang dat de zwijgende meerderheid van de (misnoegde) bevolking deze laatste als totaal legitiem aanvaarden. Een passieve bevolking kan nuttig zijn om een goed georkestreerde opstand succes te laten kennen.

Om dit te bereiken beveelt het UW aan een atmosfeer van misnoegdheid te creëren via de beïnvloeding door propaganda en verhoogde inspanningen op politiek en psychologisch vlak om de regering te discrediteren, tezamen met een daadkrachtige psychologische voorbereiding van de bevolking voor de rebellie.

De lokale en nationale agitatie moet opgevoerd worden door boycot, stakingen, betogingen en andere uitingen van misnoegdheid onder bevolking. Hierbij zijn de door het Westen opgelegde economische en financiële sancties een nuttig instrument. Ze zijn een handig verpakte oorlogsvoering tegen weerbarstige regimes. Vervolgens moeten de in het buitenland verblijvende agitatoren en raadgevers op het terrein kunnen infiltreren, en hen het nodige logistieke materiaal, geld, wapens en uitrusting ter beschikking worden gesteld.

In de daarop volgende fase van de UW-richtlijnen is het noodzakelijk om een front tot stand te brengen, dat als bevrijdingsfront kan worden verpakt opdat het door de bevolking aanvaard zou worden. In deze strategie wil men bepaalde individuen of groepen activeren om sabotage in de steden te plegen om zo de mogelijke misnoegdheid tegen de overheid te vergroten.

Als de overheid overgaat tot represailles voor de aanvallen, dan moeten de opstandelingen dit gebruiken om meer sympathie bij de bevolking te winnen door de nadruk te leggen op de burgerslachtoffers en op de gruwel waarmede de opstand in het belang van de bevolking geconfronteerd wordt. Als de represailles niet het beoogde resultaat opleveren of als er geen represailles zijn, dan kunnen de opstandelingen dit gebruiken als bewijs van de incapabiliteit of besluiteloosheid van de vijand om op te treden. Dit kan dan bijdragen tot het demoraliseren van de regimegetrouwe troepen en om het gerucht te verspreiden van een mogelijke eventuele nederlaag van de regering aan de macht.

besluit

Dat is het scenario dat in Syrië in de praktijk gebracht wordt, dat in Libië onder de leiding van NAVO en Washington is opgevoerd.

Maar het is steeds de burger die de hoogste tol betaalt in termen van mensen gedood door de oorlogsmachine die steunt op een diabolische doctrine.

De Obama administratie – het summum van de Amerikaanse politieke perversiteit – is er in geslaagd om een “Preventieraad tegen Wreedheid” in te stellen. Niet om de gruweldaden door eigen troepen gepleegd te verhinderen of te bestraffen, maar om te bepalen welke interventies in het kader van Responsilbility to Protect (R2P) kunnen opgestart worden in landen die de Amerikaanse economische en militaire belangen schaden. De geviseerde staten zijn vooral Arabische of moslimlanden, met uitzondering van deze die het Amerikaanse protectoraat aanvaarden ( de Golfmonarchieën, Jordanië ..) en deze die zich onlangs hebben “ bevrijd” maar al vrienden waren van de VS (Moebarak, Ben Ali en konsoorten).

De industrie van de dood en de theoretici van de niet-conventionele oorlogsvoering of andere moorddadige doctrines moeten bestreden worden door informatie en volksprotest waarbij klaar en duidelijk VS, NAVO en Israël aangeklaagd moeten worden als pyromaan en bron van een reeks gewelddaden waarmede de wereldburger geconfronteerd wordt.

 

Bron: www.planetenonviolence .org US état terroriste?