Reactie op artikel over Indonesië

Suharto-dan-Sarwo-Edhi
Facebooktwittergoogle_plusmail

Met belangstelling las ik het artikel “Indonesië ontdekt het bloedbad van 1965”. Deze massamoorden behoren inderdaad tot de grootste misdaden van de twintigste eeuw en het is hoog tijd dat er meer aandacht voor komt, de laatste overlevenden beginnen immers te overlijden.

 

Ik zou graag enkele opmerkingen willen maken bij het artikel in een poging te begrijpen wat voor proces ‘1965’ was. Mijn eerste kanttekening betreft het aantal slachtoffers. Het artikel spreekt van 1 tot 3 miljoen doden. Alhoewel het exacte aantal doden wel nooit bekend zal worden, gaan de meeste historici die zich met het onderwerp bezighouden uit van een aantal doden tussen 500.000 en een miljoen.

Een discussie over het aantal doden klinkt uitermate cynisch maar is belangrijk om ‘1965’ te begrijpen. De moorden vonden plaats gedurende de laatste 3 maanden van 1965 en de eerste 3, 4 maanden van 1966. Veel slachtoffers zaten voor hun dood enige tijd vast in haastig opgezette kampen en in verschillende regio’s braken de moorden pas uit na het arriveren van het leger. In die tijd had Indonesië zo’n 100 miljoen inwoners. Een dodental van 2 of 3 miljoen mensen in zo’n korte tijd, zonder dat het leger van tevoren een infrastructuur voor massamoord had aan kunnen leggen, zou betekenen dat er grote steun voor het uitmoorden van Indonesisch links geweest moet zijn. Indonesië-specialist Benedict Anderson schat dat het aantal moordenaars bij een totaal aantal slachtoffers van 500.000 tot 1 miljoen al ettelijke tienduizenden moet zijn geweest.

Publieke steun voor de moorden was er zeker, maar paradoxaal pleit een aantal van 2 tot 3 miljoen het leger juist enigszins vrij. Het impliceert namelijk dat mensen op werkelijk massale schaal actief deelnamen aan het vermoorden van linkse activisten en sympathisanten en, in een latere fase, etnisch Chinese Indonesiërs. Het getal van 3 miljoen komt niet voor niets uit de koker van het leger; Sarwo Edhie, de bevelhebber van de beruchte eenheid RKPAD, heeft het kort voor zijn dood de wereld in geholpen. Naast de officiële propaganda van het Soeharto regime was er een onderstroom van dit soort mondelinge verklaringen en geruchten die dienden om iedereen te intimideren die het in het hoofd haalde zich te verzetten.

Daarnaast is er een interpretatie van ‘1965’ als een ‘horizontaal conflict’ waarin wedijverende sociale groeperingen met elkaar botsten. Zo’n conflict zou miljoenen slachtoffers hebben kunnen eisen maar in werkelijkheid was het geweld praktisch geheel eenzijdig. Het idee van een ‘horizontaal conflict’ wordt vaak aangehangen door apologeten van het Soeharto regime omdat het de initiërende en leidende rol van het leger en het politieke karakter van deze contrarevolutie uitwist.

Ten slotte over de rol van Soeharto in de gebeurtenissen van 30 september en 1 oktober toen een aantal rechtse officieren ontvoerd en gedood werd. In zijn boek “Pretext for Mass Murder” (2006) toont John Roosa overtuigend aan dat deze ontvoeringen het werk waren van enkele progressieve, lagere officieren, in samenwerking met individuele leiders van de PKI, waaronder de voorzitter Aidit. Zij hadden de rest van partij, of zelfs maar het partijbestuur, niet ingelicht over deze plannen. Roosa beargumenteert dat de operatie niet bedoeld was als een coup maar dat de ’30 September Beweging’ toen ze zich realiseerden dat ze niet op de steun van Soekarno konden rekenen in een vlucht naar voren zijn kabinet probeerden af te zetten. Soeharto is in dit scenario geen machiavellistisch meesterbrein maar een opportunist die zich succesvol voorgedaan had als een trouwe aanhanger van Soekarno en nadat de ’30 September Beweging’ mislukte, snel zijn kans greep.

De werkelijke geschiedenis van ‘1965’ is nog steeds taboe in Indonesië, maar er is wel iets aan het verschuiven. De Indonesische medewerkers van de documentaire “The Act of Killing” moeten nog steeds anoniem blijven en de film wordt tot nu toe in besloten kring vertoond, maar zelfs mainstream media erkennen dat de impact ervan nu al historisch is.

 

Alex De Jong