Wapenhandel: money en moraal

commercedesarmes
Facebooktwittergoogle_plusmail

Het Westen hanteert een nieuwe strategie om zijn streven naar meer hegemoniale macht te realiseren: enerzijds blijft het vooral rekenen op z’n luchtmacht als het zelf rechtstreeks betrokken is in een conflict, maar anderzijds zoekt men steeds meer de vijand aan te pakken via bevriende ‘derden’. Het Westen produceert en verkoopt zware en lichte wapens met de bedoeling zijn klanten zelf de oorlogen te laten voeren. Zo voorziet het nu al geruime tijd de Arabische despotische monarchieën rijkelijk van wapens en van gunstige kredieten om deze aan te kopen, terwijl de westerse leiders zelf tegelijkertijd de spanning met Iran opdrijven. Dat is een politiek zonder verantwoordelijkheid en zonder moraal, maar wel met veel winst.

 

Deze oorlog via derden ontslaat de leiders ook van de politieke verantwoording aan hun publieke opinie voor een militaire interventie, en vermijdt meteen ook de hoge kosten die eraan verbonden zijn.

2011 was voor de wereldwijde wapenhandel een gouden jaar: 85,3 miljard dollar omzet. In 2011 ging het om ‘slechts’ 44,5 miljard. De VS neemt het leeuwendeel voor zich: 66,3 miljard. Rusland komt in 2011 op de tweede plaats met 4,8 miljard dollar, wat behoorlijk wat minder is dan de 8,9 miljard van 2010.

Duitsland

Duitsland is in deze politiek een Europese koploper, ze produceert en verkoopt wapens en pantservoertuigen in alle varianten. De Duitse bondskanselier Merkel heeft zich ontpopt tot een toegewijde lobbyiste bij haar buitenlandse reizen om het Duitse wapentuig te verkopen. Wapenverkoop vormt voor haar het uithangbord voor de export, bijgevolg moet deze ijverig gepromoot en politiek gesteund.

Of de burgers hierover trots zijn blijft een open vraag. Wapenproductie en -handel vormen de noodzakelijke basis voor geweld, oorlog en doodslag. Maar bij de wapenverkoop spreken de politici en wapenhandelaars niet over doden. Men hanteert hier liever een pleidooi over de plicht van de groeilanden om meer verantwoordelijkheid te nemen. Dat is de nieuwe stelregel van de westerse en Europese wapenpolitiek, in Duitsland noemt men dat de Merkel doctrine. De Duitse bondskanselier noemt haar wapenverkoop een stabiliteitsfactor voor de betrokken regio’s.

Men bewapent de westersgezinde vazallen en geeft kredieten voor de aankoop van wapens, geproduceerd in het Westen, zelf wanneer deze ‘bevriende’ landen wreedaardige dictaturen zijn. Men hoeft geen eigen militairen in het conflict gebied meer in te zetten, bijgevolg ook geen lijkenzakken en verminkte soldaten naar huis te brengen. Dat maakt het makkelijker om deze politiek aan het thuisfront te verkopen met de hulp van de trouwe waterdragers die de gevestigde media zijn.

De Duitse wapenexport gaat voor 42 procent naar derdewereldlanden. Twee jaar geleden was dit goed voor 20 procent. Het geraakte bekend dat verleden jaar Duitsland toestemming had gegeven voor de verkoop van 270 Leopard -2 tanks aan Saoedi-Arabië. Volgens een onlangs in Der Spiegel verschenen bericht overweegt Ryad nu ook nog om enkele honderden gepantserde voertuigen van het type ”Boxer” in Duitsland te bestellen. Qatar heeft zich ondertussen ook aangemeld voor de aankoop van 200 tanks goed voor 2 miljard euro. Ook de andere Golfstaten zijn goede klanten van de westerse wapenindustrie.

Volgens SIPRI hebben de Duitse wapenconcerns in de periode van 2007 tot 2011 hun wapenexport met een kwart opgedreven. Een belangrijke afnemer van Duitse wapens was in die periode Griekenland, goed voor 13 procent van de totale wapenexport. Israël en Turkije bestelden bij de Kieler werf van Rheinmetall duikboten die uitgerust kunnen worden voor kernbewapening. In Saoedi-Arabië bouwt EADS dochter Cassidian een grensbeveiligingssysteem. In 2010 steeg de Duitse wapenverkoop aan ontwikkelingslanden tot een bedrag van 108 miljard euro. Pakistan kocht voor 65 miljoen en Irak 27,6 miljoen Duits wapentuig. De Duitse wapenexport was in 2010 goed voor een totaal van 2,7 miljard euro.

De wapenexport van de gehele Europese Unie naar de ontwikkelingslanden is verontrustend gestegen tot meer dan 15 miljard euro, dat is ongeveer de helft van alle exportvergunningen. De wapenexportvergunningen naar autoritaire regimes in het Midden-Oosten en Noord-Afrika waren goed voor 8,3 miljard euro.

Voor sommige groepen en politieke partijen in de EU is het streven naar een sterke Europese wapenindustrie een onderdeel van het streven naar een Europees machtsblok. De roergangers naar dergelijke grotere politieke en economische macht zijn vooral Duitsland en Frankrijk. Voor hen is de wapenverkoop een manier om grotere politieke invloed te verwerven, en levert bovendien economisch en strategisch voordeel op.

België heeft in 2011 voor 879,7 miljoen euro wapens geëxporteerd. Het Midden-Oosten was de belangrijkste bestemming, Saoedi-Arabië is hierbij goed voor 1/3 van onze wapenexport. In totaal ging 36% van de wapenexport naar het Midden-Oosten, 32% naar Europa en Noord-Amerika 17%. Wallonië verkocht voor 664 miljoen euro, Vlaanderen 200,9 miljoen euro, de rest komt uit het Brussels Gewest of werd rechtstreeks door het leger zelf verkocht.

VS wapenhandel

In de Verenigde Staten kunnen de wapenproducenten zeer tevreden zijn. In 2011 hebben ze ruim voor 66,3 miljard dollar aan wapencontracten afgesloten. Dat is een verdrievoudiging van de omzet van 2010, die vooral te danken is aan de spanningen in het Midden-Oosten, en de enorme aankopen van Saoedi Arabië. Bijna 64% van de export in 2011 ging naar derdewereldlanden. Dat blijkt uit een rapport dat door de US Congressional Research Service gepresenteerd werd.

De grote afnemers voor Amerikaanse wapens vindt men dus zoals hierboven gezegd in het Midden-Oosten: Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en Oman. De spanningen rond het vermeende kernwapenprogramma van Iran liggen hier aan de basis van. Geen van deze land grenst aan Iran maar ze zijn wel aan de overkant van de Perzische Golf gelegen. Daarom kopen deze landen voornamelijk gevechtsvliegtuigen en luchtverdedigingswapens. Saoedi-Arabië kocht 84 nieuwe F15 gevechtsvliegtuigen en liet ook zijn bestaande vloot moderniseren.

Verder verkocht Washington onder meer een tiental militaire transportvliegtuigen aan India en voor 2 miljard dollar Patriotraketsystemen aan Taiwan.

De cijfers van de VS wapenexporten van 2011 zijn een verdubbeling van het vorige record uit 2008; toen verkocht de Verenigde Staten voor een bedrag van 31 miljard dollar aan wapentuig. Voor 2010 was de omzet van de wapenverkoop 21,4 miljard dollar.

De wapenproducenten hebben er dus alle baat bij dat er conflictgebieden zijn en dat spanningen niet worden verminderd. Vijandbeelden moeten worden hernieuwd en vergroot. Met de hulp van de politieke elite wordt desnoods het nodige ondernomen om oplossingen te vermijden of nieuwe spanningen te creëren. Zo kan hun lucratieve onderneming draaiende worden gehouden, tot grote vreugde van hun aandeelhouders.

De immorele wapenexport

Dergelijke bedragen voor bewapening en wapenhandel zijn moreel niet te verantwoorden. De wapens zullen uiteindelijk ingezet worden om de oppositie van de burgers te onderdrukken, om internationale relaties te bepalen met militaire macht in functie van de eigen belangen.

Deze wapenexporten zijn onverstandig, omdat de vrienden van vandaag wel ’s de vijanden van morgen kunnen zijn. Wie garandeert de toekomst van de leiders in Saoedi-Arabië, Koeweit en de Golfstaten? De F14 Tomcats die eens aan de sjah van Iran geleverd werden, zijn nu bemand met piloten van het huidige ayatollah regime in Teheran.

We wachten nog altijd op een zinvolle verklaring van de Westerse regeringen waarom ze zo ijverig wapens verkopen aan landen die de democratische rechten van hun burgers negeren, iedere opstand tegen hun dictatoriaal beleid bloedig onderdrukken, aan landen waar vrouwenrechten onbestaande zijn. Ze praten hun wapenhandel goed als een stabiliteitsfactor voor de regio. Dit argument zullen ze blijven aanvoeren zolang de dictatoriale oliemonarchieën hen de broodnodige aanvoer van olie en gas garanderen.

DE BELANGRIJKSTE WAPENVERKOPERS EN AFNEMERS VAN GROTE WAPENS 2007-2011

UITVOERDERS

%

AFNEMERS

%

1 – VS

30

1- INDIA

20

2- RUSLAND

24

2- ZUID-KOREA

6

3- DUITSLAND

9

3- PAKISTAN

5

4- FRANKRIJK

8

4- CHINA

5

5- GB

4

5- SINGAPORE

4

6- CHINA

4

6- AUSTRALIË

4

7- SPANJE

3

7- ALGERIJE

4

8- NEDERLAND

3

8- VS

3

9- ITALIË

3

9- VAE

3

10- ISRAËL

2

10- GRIEKENLAND

3

TOP -12 van de WAPENPRODUCENTEN 2010

2010

 

 

Wapenverkoop 2010 (milj $)

Wapen% in totale omzet 2010

Tot. Winst

(milj $)

Totale tewerkstelling

1

Lockheed Martin

VSA

35.730

78

2.923

132.000

2

BAE-Systems

GB

32.880

95

1.671

98.200

3

Boeing

VSA

31.360

49

3..307

160.000

4

Northrop Grumman

VSA

28.150

81

2.053

117.100

 

5

General Dynamics

VS1

23.940

74

2.624

90.000

 

6

Raytheon

VSA

22.980

91

1.879

72.400

7

BAE-Systems Inc

VSA

17.900

100

1.966

46.900

8

EADS

Eu

16.360

27

732

121.690

9

Finmecanica

It

14.410

58

738

72.200

10

L-3 Communic

VSA

13.070

83

955

63.000

11

United Technolog

VSA

11.410

21

4.711

208.220

12

Thales

Fr

9/950

57

60

63.730

Bron: The SIPRI top 10 arms-producing and military services compagnies – 2010

Totale defensie-uitgaven

 

Kijken we na de wapenhandel even naar de totale militaire uitgaven in de wereld. Volgens het SIPRI rapport waren de wereldwijde uitgaven voor 2011 goed voor 1.738 miljard dollar een toename van 138 miljard. Hiervan nam de VS 41% voor haar rekening. Door de wereldwijde crisis werd er op vele plaatsen flink gesnoeid in de budgetten voor onderwijs, gezondheidszorg, woningbouw en vitale sociale diensten, echter veel minder in de militaire budgetten.

 

In de VS is het defensie budget niet drastisch verminderd, in nominale cijfers is het zelfs toegenomen met 13 miljard dollar, d.i. + 1,2 procent. In index-gecorrigeerde cijfers is er een 1,2% daling, de eerste sedert 1998. Veel in dit verband heeft van doen met de eindeloze budgetdiscussies in het Congres zodat heel wat aankopen moesten worden uitgesteld.

De defensie budgetten van Rusland en China stegen ook in 2011 (zowel in nominale als index-gecorrigeerde cijfers), maar hun militaire macht is echter nauwelijks te vergelijken met die van de VS. Washington gaf in 2011 vijfmaal zoveel uit voor haar strijdkrachten als China en tienmaal zoveel als Rusland. Bovendien kent Washington een aantal nauwe bondgenootschappen: als men Groot –Brittannië, Frankrijk, Duitsland en Japan meerekent is de kloof tussen het ‘westers kamp’ en de anderen nog veel groter.

 

Deze enorme verspilling van nationale middelen leidt echter tot een inkrimping van budgetten die nodig zijn om de sociale noden en dienstverlening te verzekeren. De VS is tegenwoordig nog altijd de militaire reus, de wereldleider die betrokken is in oorlogen tegen Irak, Afghanistan en misschien morgen tegen Syrië en die op het punt staat een oorlog te ontketenen tegen Iran. Washington besteedt ongeveer 58 procent van het beschikbare belastinggeld aan oorlog en oorlogsvoorbereiding. Maar de werkelijkheid toont duidelijk aan dat het onderhouden en ontwikkelen van een enorme oorlogsmachine geen oorlog voorkomt maar eerder bevordert.

 

De huidige mondiale trend van steeds stijgende defensie uitgaven is voor de gewone wereldburger geen reden om zich te verheugen. Deze enorme verspilling van geld kan dan wel voor bepaalde overheidsfunctionarissen, denktanks en politici enerzijds en wapenproducenten anderzijds goed nieuws zijn, maar zowel intern in de landen als extern op de internationale scène zijn er veel verliezers. Het is een merkwaardige manier hoe zij de wereld willen leiden: door ongelijkheid in stand te houden en door de macht van de wapens te laten spreken.