“Israël schuift steeds verder op naar rechts”

eitan bronstein
Facebooktwittergoogle_plusmail

Interview met de Israëlische activist Eitan Bronstein (Foto: Fabienne Haerinck)

Eitan Bronstein is geboren in Argentinië. Zijn familie immigreerde in 1965 naar Israël toen hij 5 jaar oud was. Hij groeide op in de Kiboets Bahan tussen Tel Aviv en Haifa, vlakbij de Groene Lijn (de bestandslijn van 1949 tussen de Palestijnse gebieden en Israël). Bronstein zat in totaal drie jaar in de gevangenis omdat hij zijn legerdienst weigerde te vervullen tijdens de oorlog in Libanon aan het begin van de jaren 1980 en in de Palestijnse Westelijke Jordaanoever tijdens de eerste Intifada (1987-1993). In 2002 was Bronstein een van de stichters van de Israëlische organisatie Zochrot (‘herinneren’). Zochrot richt zich in eerste instantie tot de Joods-Israëlische bevolking. Het wil hen informeren over de geschiedenis van de Naqba (Arabisch voor ‘catastrofe’) van 1948. 750.000 Palestijnen werden toen op de vlucht gedreven, waarna hun huizen werden vernietigd en het hen wettelijk onmogelijk werd gemaakt om terug te keren.

Wat willen jullie bereiken met Zochrot?

Eitan Bronstein: Volgens Zochrot zal er nooit sprake zijn van vrede en verzoening tussen Joden en Palestijnen in de regio, tenzij de Joodse Israëli’s de verantwoordelijkheid aanvaarden voor het ontstaan van de Palestijnse vluchtelingencrisis. Op een dag las ik via internet over de geschiedenis van het verdwenen Palestijnse dorp Qaqun. Dat bleek in de buurt te liggen van de Kiboets waar ik ben opgegroeid. Ik had me tot dan nooit gerealiseerd dat de ruïnes waarin ik als kind speelde afkomstig waren van een vernietigd Palestijns dorp. Ik stelde vast dat verschillende locaties van voormalige Palestijnse dorpen tot natuurparken zijn omgevormd, zonder dat er ook maar enige uitleg of verwijzing naar bestaat. Met Zochrot begonnen we een campagne te voeren waarbij we borden plaatsten met de originele Arabische namen van de dorpen en bijbehorende uitleg.

Wij willen niet alleen de geschiedenis brengen zoals ze was, maar promoten ook het Recht op Terugkeer voor Palestijnen, zoals voorzien in Resolutie 194 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in 1948. Je moet weten dat dit recht voor zelfs veel linkse Israëli’s een brug te ver is. Elk jaar op 15 mei vieren de Israëli’s de oprichting en onafhankelijkheid van Israël. Maar voor de Palestijnen was de oprichting van de staat Israël een echte catastrofe. Ze werden niet alleen op de vlucht gedreven maar verloren ook hun huizen en grond. In totaal werden meer dan 500 dorpen met de grond gelijk gemaakt. De oorspronkelijke bewoners kregen te maken met een verbod op terugkeer. De verdrijving ging ook gepaard met slachtpartijen. We hebben daarover een expositie gemaakt met veel videomateriaal. Daarin brengen we een dertigtal getuigenissen van voormalige Palmach-leden, een elite-eenheid van de belangrijkste zionistische militie Haganah, die later is opgegaan in het Israëlische leger. Veel Israëli’s zijn zich niet bewust van deze episode in de geschiedenis. De officiële Israëlische geschiedschrijving zegt zo goed als niets over de gewelddadige ontruiming van Palestijnen in plaatsen zoals bijvoorbeeld de stad Lod waarbij honderden doden vielen (al-Ludd is de oorspronkelijke Arabische naam van deze plaats op 15 km van Tel-Aviv).

 

Het gaat over een fase in de geschiedenis van het ontstaan van Israël, die blijkbaar nog altijd erg gevoelig ligt?

Heel gevoelig. In maart 2011 stemde de Knesset (het Israëlische parlement) de Naqba-wet, die niet-zionistische of anti-zionistische organisaties zoals Zochrot duidelijk viseert. Deze wet geeft de minister van Financiën de bevoegdheid om subsidies te verminderen van door de staat gefinancierde instellingen als deze openlijk de notie van Israël als een ‘Joodse en democratische staat’ verwerpen of de Israëlische onafhankelijkheidsdag bestempelen als ‘een dag van rouw’. De wet is bedoeld om te dreigen. Als een school een activiteit plant rond de Naqba, dan kunnen er financiële sancties worden opgelegd. Je begrijpt dat dit zeer intimiderend werkt en dat scholen wel twee keer zullen nadenken vooraleer ze zo’n activiteit plannen. Hoewel het niet verboden is om de Naqba te herdenken, vragen de mensen zich meer en meer af of wat we bij Zochrot doen wel legaal is.

Maar de repressie groeit wel. Toen we in mei 2012 in ons kantoor samenkwamen voor een symbolische actie ter herinnering aan de Naqba, daagde de oproerpolitie op die ons wilde beletten om het kantoor te verlaten. Zoals elk jaar wilden we borden plaatsen met de namen van de Palestijnse vernietigde dorpen op het Rabin-plein, het epicentrum van de Israëlische onafhankelijkheidsactiviteiten. Een politieagent waarschuwde ons dat als we over de geplaatste hekken zouden klimmen, we gearresteerd zouden worden. Ze wilden naar eigen zeggen verhinderen dat we “de vrede zouden verstoren”. Toen enkele activisten de namen van de vernietigde Palestijnse dorpen luidop begonnen af te lezen, werden ze geslagen en drie mensen werden gearresteerd. Daardoor kreeg ons initiatief wel veel ruchtbaarheid in de media.

 

Kunnen kritische mensenrechtenorganisaties en linkse bewegingen nog wel werken in een dergelijk klimaat?

Het politieke klimaat in Israël is in de loop der jaren ver naar rechts opgeschoven. Op allerlei mogelijke manieren probeert men ons de mond te snoeren. In het parlement zijn vorig jaar twee wetsvoorstellen ingediend om buitenlandse donaties aan Israëlische ngo’s aan banden te leggen. In rechtse kringen wordt graag verwezen naar het Goldstone-rapport (dat kritisch was voor het optreden van het Israëlische leger in Gaza tijdens operatie ‘Gegoten Lood’ van eind 2008, begin 2009) dat zogezegd tot stand gekomen zou zijn met de hulp van Israëlische organisaties die gefinancierd worden vanuit het buitenland. Men wilde daarom een drastische inperking van de bedragen die buitenlandse regeringen of organisaties kunnen doneren. Er zou daarenboven een zware taks (45%) ingevoerd worden op het geschonken geld. Zochrot krijgt bijvoorbeeld heel wat middelen van Europese organisaties en zou door dergelijke maatregelen zwaar getroffen worden. In tegenstelling tot de linkse organisaties krijgen de rechtse hun geld doorgaans van rijke privé-personen. Deze manier om geld over te dragen valt ‘toevallig’ buiten het vizier van de gedane voorstellen. De poging om kritische organisaties financieel te fnuiken, stuitte op hevige kritiek in binnen- en buitenland, zelfs van de Britse en Amerikaanse ministers van Buitenlandse Zaken. Premier Netanyahu, die eerst achter dit parlementair initiatief stond, moest uiteindelijk zwichten voor de druk en stelde de behandeling ervan voor onbepaalde tijd uit. Maar ik sluit niet uit dat we na de verkiezingen van januari 2013 -die ongetwijfeld zullen uitmonden in een nog rechtsere regering- te maken zullen krijgen met een verbod op organisaties die tegen een ‘Joodse democratische staat’ zijn.

 

Krijgen jullie soms te maken met agressie of fysieke aanvallen?

We worden dikwijls aangevallen door zionisten, maar meestal beperkt het zich tot verbale agressie en beledigingen. Voor hen zijn we ‘zelfhatende Joden’ of soms zelfs ‘antisemieten’. We proberen ons niet te laten intimideren, maar dat is niet altijd evident. We werken hier met 6 mensen, van wie 2 Palestijnen, met daarnaast een aantal vrijwilligers en activisten. Niet iedereen durft er openlijk voor uit te komen dat hij of zij voor Zochrot werkt of ermee te maken heeft. Een voormalige medewerkster groeide op in een kolonie in de (Palestijnse) Westelijke Jordaanoever in een erg rechtse familie. Haar broer was van het type waarmee er onmogelijk zinnig te discussiëren viel over de Palestijnse kwestie. Zij kon er niet openlijk voor uitkomen dat ze voor Zochrot werkte. We zijn als het ware politieke dissidenten, op wie een enorme sociale druk rust.

Er was ook het geval van een schooldirecteur die weigerde om militairen te laten spreken in zijn school. In Israëlische scholen is het doorgaans zeer gebruikelijk en vanzelfsprekend dat soldaten een babbeltje komen doen. Iemand uit het bestuur van de school had ontdekt dat de directeur ooit een petitie ondertekend had van ons, over een verdwenen dorp in wat nu Tel Aviv is. Ik moest een brief schrijven dat hij niets te maken had met Zochrot, zodat hij zijn job kon redden.

 

In het Westen wordt nog altijd vastgehouden aan een twee-staten-oplossing voor de Israëlisch-Palestijnse kwestie. Hoe kijken jullie daar tegenaan?

Voor ons is een twee-staten-oplossing niet meer mogelijk. De Westelijke Jordaanoever wordt momenteel volgebouwd met Joodse nederzettingen. Maar al zou een twee-staten-oplossing in de praktijk wel mogelijk zijn, dan betekent dit in concreto dat Israël een staat zou zijn waarin Joden de suprematie zouden behouden, met de Arabisch-Israëlische bewoners (Palestijnen) als tweederangsburgers. We zouden dus gedoemd zijn om altijd kolonisator te blijven.

Van buitenaf bekeken, lijkt het alsof Israëli’s arrogant en sterk zijn. Maar ik zie ze van binnenuit. De mensen zijn zwak en angstig. De bevolking leeft in een constante sfeer van angst. Velen durven de bus niet meer nemen sinds de aanslagen van het midden van de jaren 1990. Als je in de buurt van Gaza woont, leef je onder de constante dreiging van raketaanvallen. De regering buit die angst uit en zegt letterlijk: “dat gaat nog gebeuren”. De angst maakt haar sterk en zorgt er voor dat ze de steun krijgt van de publieke opinie voor haar oorlogspolitiek. Voor mij was de jongste oorlog in Gaza een duidelijke Israëlische agressie-oorlog, maar de meeste Israëli’s slikten het als een verdedigingsoorlog. Dat betekent niet dat ik het goed vind dat vanuit het Palestijnse kamp ook Israëlische burgers worden aangevallen. Behalve dat dit evenzeer misdadig is, is het vooral ook stom en contraproductief.

 

In januari 2013 zijn er verkiezingen in Israël. Wat verwacht u daarvan?

Ik heb geen al te beste verwachtingen. Jammer genoeg, van wat ik lees, hoor en zie, zal rechts nog sterker worden. Ik vermoed dat er twee belangrijke dingen gaan gebeuren. Ten eerste zal er uiteraard geen sprake zijn van wat men een vredesproces noemt, en zal de kolonisatie van Palestijns gebied gewoon verder gezet worden. Maar daardoor zal het voor de wereld duidelijk worden dat Israël niet geïnteresseerd is in vrede. Dit zou misschien eindelijk kunnen leiden tot meer druk op Israël. En campagnes zoals de BDS (Boycot, Desinvestering, Sancties) zouden hierdoor misschien meer wind in de zeilen kunnen krijgen. Ten tweede verwacht ik op het binnenlandse front meer aanvallen op onze democratische rechten, maar ook dat kan de ogen van de wereld openen.

 

Er bestaat hiervan een prominent voorbeeld in de persoon van de Palestijnse Haneen Zoabi van de (Israëlisch-Arabische) Balad-partij, die onder meer deelnam aan de ‘Freedom Flotilla’ naar Gaza in 2010. In de Knesset vroeg men de intrekking van haar parlementaire onschendbaarheid. Is dat een nieuw fenomeen in de Israëlische politiek of bestaan er nog dergelijke voorbeelden uit het verleden?

Ik denk niet dat er zich veel gelijkaardige gevallen hebben voorgedaan in het verleden, waarbij – in dit geval – een parlementslid uiteindelijk afstand moest doen van een aantal rechten omwille van een solidariteitsactie voor de Palestijnen. Het geval van Zoabi verraste me helemaal niet in dit zeer nationalistisch en antidemocratisch klimaat. Elke keer voor de verkiezingen zijn er mensen die de deelname van Balad aan de verkiezingen willen beletten.

 

Het Israëlische politieke landschap is altijd al zeer zionistisch en nationalistisch geweest, maar gaat u akkoord met de analyse dat de algemene trend al jaren een voortdurend opschuiven naar rechts omvat?

Zeer zeker. In de eerste decennia na het ontstaan van Israël werd de politiek gedomineerd door Mapei (de Israëlische Arbeiderspartij van Ben Goerion). In 1977 slaagde Menachem Begin van de conservatieve Likoed-partij de verkiezingen te winnen en de macht van Mapei te breken. Vanaf dan werd de Israëlische politiek gekenmerkt door een soort van competitie tussen zionistisch-links en zionistisch-rechts. Sinds enkele jaren is het echter heel duidelijk geworden dat rechts altijd maar sterker wordt. Wat je nu krijgt is dat echt linkse mensen geen enkel vertrouwen meer hebben in de politieke instellingen omdat ze er nog weinig goeds van verwachten. Ze vertonen daarom de neiging om niet langer aan de verkiezingen deel te nemen. De rechterzijde daarentegen toont zich erg overtuigd en  betrokken in dit politieke landschap en is erg gemotiveerd om te gaan stemmen. Ikzelf ga waarschijnlijk niet stemmen, dus ik pas in dit schema.

 

Is dat omdat u geen politieke partij vindt die correspondeert met uw politieke opvattingen?

Het is meer dan dat, het is principieel. Ik heb het gevoel dat dit parlement een zionistisch parlement is, met een zeer nationalistische agenda die veraf staat van waarden die ik hoog in het vaandel voer, zoals vrede, democratie en mensenrechten. Ik vind dat we niet aan dit spel -dat democratie wordt genoemd- kunnen deelnemen. Het is problematisch. Een massale boycot van de verkiezingen zou de aanzet kunnen zijn voor een nieuwe beweging die de situatie zou kunnen veranderen op een veel radicalere wijze. Ik heb alvast begrepen dat men verwacht dat de opkomst onder het Arabische deel van de Israëlische bevolking zeer laag zal zijn. Voor hen is stemmen nutteloos geworden. Ze hebben begrepen dat hun vertegenwoordigers helemaal niets kunnen veranderen en zelfs niet de minste invloed kunnen uitoefenen. Ik zou er heel blij mee zijn moesten bepaalde partijen beslissen om de kiesverrichtingen te boycotten omdat ze weigeren om nog langer deel te nemen aan dit zionistische systeem. Dat mensen zeggen: “laten we ons er buiten houden, want het is toch maar een parlement enkel voor Joden, een instrument voor de discriminatie van de Arabische bevolking in dit land”. Ja, ik plan de eenmansactie om niet te gaan stemmen en de verkiezingen te boycotten. Dat zal mijn vorm van verzet zijn, en ik wil er ruchtbaarheid aan geven via bijvoorbeeld Facebook en andere publieke kanalen. Dat is natuurlijk geen ophefmakende actie, maar ik voel de behoefte om mij hierover te uiten.

 

Wat is er gebeurd met links in uw land? Vorige zomer was er nog een massale protestbeweging tegen het neoliberale beleid van de regering Netanyahu. Veel mensen toonden zich ontevreden, maar blijkbaar vertaalt zich dat niet in een sterke linkse politieke beweging.

Dat is een heel interessant fenomeen. Ik denk dat we de strijd rond de verschillende thema’s in dit land niet door elkaar mogen gooien. Er is een groeiende beweging van anti-zionisten en niet-zionisten. Zij beschouwen zichzelf niet als een onderdeel van ‘Israëlisch links’ dat wel zionistisch is, zoals bepaalde delen van het vredeskamp of de zionistische sociaaldemocraten van de partij Meretz en bepaalde strekkingen binnen de Arbeiderspartij. Dit onderscheid heeft ook kleinere consequenties op het parlementaire niveau. Er zijn linkse Joodse Israëli’s die op Arabische partijen stemmen omdat ze anders alleen maar voor zionistische partijen kunnen kiezen. Daarnaast is er een andere belangrijke trend. Het is waar dat er veel sociaal protest was anderhalf jaar geleden, maar dit heeft zich tot nu toe nog niet vertaald in een beweging die een echte verandering kan brengen. Het is moeilijk om te verklaren waarom dit niet het geval is. Sommige mensen die zich aansloten bij het sociaal protest zijn ook actief binnen een aantal partijen of zitten zelfs in het parlement. Het discours tegen het neoliberalisme is dus aanwezig in de publieke opinie. Ik kan echter niet zeggen dat dit al geleid heeft tot fundamentele veranderingen. Misschien komt dat nog. Het is wel zo dat grote politieke partijen er in geslaagd zijn om het discours van de protestbeweging te absorberen onder meer door expliciet te zeggen dat ze begaan zijn met de zwakkere mensen in deze maatschappij. In werkelijkheid hebben ze zich gewoon de taal toegeëigend, zonder echt iets aan de sociaal-economische problemen te doen.

 

Hoe ziet u de Israëlische politiek op langere termijn evolueren? Komt er volgens u ooit een einde aan deze voortdurende verschuiving naar rechts en aan de antidemocratische maatregelen?

Het is natuurlijk altijd moeilijk om de toekomst te voorspellen, maar ik denk dat de enige kans om tot echte verandering te komen, bij grote druk van buitenaf ligt. Van binnenuit zie ik geen voldoende stevige tegenbeweging ontstaan die een einde kan maken aan de sterke zionistische macht in Israël. En ook de Palestijnse zijde is te verdeeld en te zwak om de Israëlische politiek te beïnvloeden. De enige hoop op verandering is sterke druk van buiten de Israëlische grenzen.

 

Tijdens een toespraak aan de universiteit van Bar-Ilan in 2009 sprak premier Netanyahu voor het eerst over een Palestijnse staat. Wat zijn eigenlijk zijn plannen met betrekking tot de Palestijnse kwestie? Aanvaardt hij werkelijk een Palestijnse staat of streeft hij de sluipende annexatie van het hele Palestijnse gebied na?

Volgens mij wil hij het een noch het ander. Wat hij wil is het behoud van de situatie zoals die vandaag bestaat. Terwijl hij de taal van de twee-staten-oplossing hanteert, werkt hij verder aan de uitbreiding van de nederzettingen. Hij is daar succesvol in. Hij slaagt er perfect in om de buitenwereld te doen geloven dat hij voor een Palestijnse staat is, maar in de praktijk doet hij helemaal niets om die te bevorderen.

 

Maar hij kan toch niet tot in de eeuwigheid de zaak laten aanslepen en de Palestijnen opsluiten in reservaten zonder een finaal masterplan? Dat leidt toch alleen maar tot een eindeloze reeks aan conflicten en nog meer geweld?

Het lijkt erop dat als je sterk genoeg bent, je kan doen wat je wilt. En Netanyahu is nog altijd heel sterk. Hij geniet nog steeds de steun van de Verenigde Staten en Europa. De vraag is alleen, hoe lang dit nog zal duren. Recent zagen we wat meer druk vanuit Europa nadat Netayahu (op 30 november 2012) aankondigde om 3000 nieuwe woningen te bouwen in het bezette Oost-Jeruzalem. Ik hoop dat die Europese druk groeit en sterker wordt. Als Europa zou zeggen: ‘ok, elke keer als je nieuwe woningen in de nederzettingen bijbouwt, dan zetten we de schaar in onze onderlinge relaties, dan…’ Europa heeft veel macht. Tussen Israël en de Europese Unie bestaat er een Associatie-akkoord, dat Israël veel handelsvoordelen geeft. Maar als Israël geen enkele prijs dient te betalen, dan zal er ook geen einde komen aan de bouw van nieuwe nederzettingen. Zo simpel is dat.

Ludo De Brabander studeerde pers- en communicatie aan de Universiteit Gent. Sinds 1995 werkt hij voor Vrede vzw, een linkse vredesorganisatie met kantoor in Gent. Tegenwoordig is hij er de woordvoerder. Hij is auteur van o.m. 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009 - samen met Georges Spriet) en 'Oorlog zonder grenzen' (EPO, 2016). Hij is van bij de start (1999) redactielid van Uitpers