Indonesië “ontdekt” bloedbad van 1965

20060521 remember suharto fall eight years ago
Facebooktwittergoogle_plusmail

De hersenspoeling is nog verre van uitgewerkt. Maar meer en meer Indonesiërs stellen vragen bij een van de grootste slachtpartijen van de 20ste eeuw, namelijk de massale moordpartijen uit 1965 en 1966 waarbij één tot drie miljoen mensen werden afgemaakt. Hun misdaad: ze waren lid of sympathisant van de PKI, de communistische partij van Indonesië. Tot voor kort kregen alle scholieren jaarlijks nog een propagandafilm te zien over…de misdaden van de communisten. Die slachtpartijen gebeurden met actieve medewerking van de Verenigde Staten.

In 1965 zaten de VS volop in hun oorlog in Vietnam en omstreken gewikkeld. China was een communistische boeman die steeds meer invloed kreeg in de club van neutrale en niet-gebonden landen. Een van de trouwste bondgenoten van China was het Indonesië van president Soekarno.

Die kreeg volop steun van de invloedrijke communistische PKI die op Java en Sumatra sterk was ingeplant onder arbeiders, boeren, jeugd. De partij had tussen twee en drie miljoen leden en nog vele miljoenen in haar massabewegingen – vakbonden, boerenbonden, vrouwenbewegingen enz.

Peking

De PKI had in het dispuut tussen Moskou en Peking resoluut de Chinese kant gekozen. Voor die leiding was de steun aan Peking en aan de pro-Chinese politiek van Soekarno belangrijker dan de klassenstrijd in Indonesië zelf. Dipa Aidit, de leider van de PKI, zag zich als een grote speler in de internationale machtsstrijd. Arbeiders en boeren mochten het regime van Soekarno niet teveel aanvallen om de diplomatieke belangen van Peking niet te schaden. Aidit noemde dat in de beste stalinistische traditie een alliantie met de progressieve burgerij. De leden van die burgerij waren vaak ook nog grootgrondbezitters, maar dat vond die PKI geen onoverkomelijk probleem.

De macht van de PKI was echter een doorn in het oog van die Indonesische burgerij en van een deel van het staatsapparaat, generaals voorop. Die PKI stuurde het land hoe dan ook in de richting van hervormingen die hun belangen konden schaden. Die macht was uiteraard een doorn in het oog van Washington dat in Vietnam oorlog voerde tegen de communisten en dat de communistische partijen in de regio als vijfde colonnes van Peking zag. Vandaar dat de VS-ambassade in Jakarta de militairen met alle mogelijke informatie bijstond in hun repressie.

De Indonesische burgerij oordeelde dat ze toch niet te lang mocht wachten om die groeiende communistische beweging de kop in te drukken. Ze koos voor de meeste brutale vorm van repressie waarvan ze de leiding toevertrouwde aan generaal Soeharto, tijdens zijn 35-jarig bewind een van de meest corrupte figuren ter wereld.

“Staatsgreep”

Soeharto zorgde voor een aanleiding. In de nacht van 30 september 1965 werden zes topgeneraals ontvoerd en vermoord door een kleine groep van lagere officieren. Soeharto beschouwde het als een “poging tot staatsgreep” geïnspireerd door de PKI. Na de afzetting van Soeharto in 1998 kwamen er aanwijzingen dat zijn omgeving dat scenario had bedacht. Toen de coupplegers werd gevraagd waarom ze Soeharto niet hadden ontvoerd en gedood, was het antwoord “Soeharto is een van ons”.

Die mislukte coup werd het signaal voor een van de grootste slachtpartijen uit de 20ste eeuw. Het leger maakte aan de hand van  lijsten ongenadig jacht op de kaderleden van de partij, terwijl islamitische milities werden ingeschakeld om in de wijken en dorpen al die “goddeloze misdadigers” uit te roeien, letterlijk dan. In het oosten van Java werd zo massaal tekeer gegaan dat de talrijke lijken voor problemen met het grondwater zorgden, rivieren raakten gestremd door het groot aantal lijken. Er zijn nog ontelbare massagraven die nooit blootgelegd zijn, want officieel bestonden ze niet.

Verlamd

Er was nauwelijks weerstand, de communisten en hun sympathisanten waren verlamd tegen die enorme moordmachine. De CIA, die nochtans had meegewerkt aan de lijsten voor liquidatie, vond het een van de ergste massamoorden van de 20ste eeuw. De eerste vier maanden waren al minstens een half miljoen mensen afgemaakt. Maar daarmee hield het niet op, de moordorgie ging ook in 1966 verder. In totaal werden volgens researchers tussen één en drie miljoen mensen afgemaakt.

In de decennia daarop volgde een massale hersenspoeling. In de media en vooral in het onderwijs werd niet gerept over de massamoorden, maar wel over hoe slecht die communisten wel waren geweest. Elke 30 september kregen de kinderen op school een film over de “communistische coup” van 1965. Er werd hen verteld hoe gelukkig Indonesië was geweest dat alerte militairen het gevaar hadden bezworen. Kinderen werden opgevoed in haat tegen die goddeloze gewelddadige communisten. In de moskeeën werden preken gehouden om dat beeld te versterken.

Taboe doorbroken

Na de val van Soeharto bleef de verschrikking onaangeroerd. De tongen kwamen een beetje los in de privésfeer, maar het bleef een onderwerp waarover in het openbaar niet werd gesproken. Tot de commissie voor de mensenrechten (Komnas-HAM) vier jaar geleden op onderzoek ging. In juli 2012 kwam de commissie met een rapport waarin ze het had over massale schendingen van de mensenrechten. In dat rapport staan 349 getuigenissen die een hallucinant beeld over 1965-1966 ophangen.

Woordvoerder Nur Kholis zei dat de militairen naar willekeur mensen aanwezen als leden van de PKI, ook als ze dat niet waren (alsof het wel had gemogen als ze wel lid waren?). Zo werd de jacht uitgebreid tot etnische Chinezen. De commissie drong er bij de regering op aan formele verontschuldigingen aan te bieden aan de familieleden van de slachtoffers. Maar er moet ook eerherstel komen, samen met compensaties.

De commissie heeft daarmee het taboe doorbroken, in Indonesië rijzen nu meer en meer vragen naar wat er in 1965-1966 wel gebeurd is. Soeharto zelf werd in 1998 na een massale volksbeweging afgezet, maar hij werd nooit aan de tand gevoeld en stierf in 2008 in peis en vree. Intussen hadden de overlevende oud-leden van de PKI in 2004 het recht gekregen zich verkiesbaar te stellen, wat tot dan toe verboden was. En pas in 2006 verdween van hun identiteitsbewijzen de melding “oud-gevangene”.

Killing fields

Een documentaire film, “The Act of Killing”, brengt killers uit 1965 ten tonele. Zij vertellen hoe ze zichzelf altijd als helden hebben beschouwd omdat ze in opdracht van de militairen het land van communistisch gebroed zuiverden. De meeste van die doders waren jonge leden van radicale moslimgroepen.

Maar ondanks het rapport van de commissie mensenrechten en ondanks het loskomen van de tongen, verandert er weinig. Op school wordt de propagandafilm niet meer getoond, maar de Indonesische “killing fields” worden evenmin in de geschiedenisboeken vermeld. Alsof ze er nooit geweest zijn en er geen massagraven zijn. Over de rol van islamitische milities in die repressie wordt nog zediger gezwegen, ook al leverden zij de meeste killers.

Indonesië leeft nu niet meer onder de terreur. Maar volgens Komnas-HAM maken politie en vooral plantagehouders en mijnbedrijven zich op grote schaal schuldig aan het systematisch schenden van mensenrechten.

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.