Alles over het koninkrijk Marokko

Facebooktwittergoogle_plusmail

Marokko is een prachtig land. Met zijn bergen (Rifgebergte, Midden-, Hoge- en Anti-Atlas)- en (woestijn)landschappen. En zijn fraaie oude steden Fez, Meknes en Marrakech, maar ook Asilah, Chouen, Taroudant, Ouarzazate en zovele andere. Het heeft heel wat te bieden aan de vele toeristen die het bezoeken. Doorgaans echter is de kennis over de geschiedenis van de bezoekers van dit land, over wat er achter het decor schuilgaat, echter aan de summiere kant. Daarom is dit boek een aanrader.

Het is niet alleen een geschiedenis van Marokko, maar het geeft ook informatie over zijn bewoners, Berbers, onder wie de Toeareg, en Arabieren, over de islam en het jodendom dat er vroeger een belangrijke rol speelde, over de cultuur en de economie. Bovendien is het boek goed geïllustreerd en van kaarten voorzien. Het is dus ook een streling voor het oog.

Marokko zag er in het verre verleden niet uit zoals nu. Tot zowat 4.000 jaar geleden was het veel groener en trof men er dieren en planten aan, die nu alleen nog in de gebieden ten zuiden van de Sahara te vinden zijn. Er is nu veel sprake van klimaatverandering ten gevolge van de toenemende uitstoot van CO² en andere broeikasgassen. Maar al 6.000 jaar geleden begon in Marokko, en Afrika in het algemeen, een vergaande klimaatverandering, die tot woestijnvorming leidde. Pas in de 10de eeuw van onze tijdrekening werd de Sahara een barrière tussen Noord-Afrika en subsaharaans Afrika.

Feniciërs, Romeinen en Arabieren

De oudste menselijke overblijfselen die in Marokko werden gevonden zijn meer dan 200.000 jaar oud. Maar het gebied treedt echt pas de geschiedenis binnen door de komst van buitenlanders: de Feniciërs, de Romeinen en vooral de Arabieren vanaf de 7de eeuw. Die laatsten drukken hun stempel nog altijd op het land: ze brachten de islam mee en hun taal, het Arabisch, alhoewel een groot deel van de Marokkanen nog altijd een Berber-taal spreken. De naam Marokko zelf is Arabisch: Al-Maghrib, het Westen. Van waaruit begin de 8ste eeuw Spanje werd veroverd.
Het land zelf krijgt begin de 9de eeuw een eigen identiteit onder de dynastie van de Idrissieden (786-920). Een grote vlucht krijgt het onder de Almoravieden en de Almohaden, die ook hun macht over een groot deel van Spanje vestigden. Er volgt nog de dynastie van de Marinieden, die het moeilijk krijgt en vanaf 1400 is er een periode van verval en inmenging van de Europese landen. Vanaf rond 1660 komt er een nieuwe dynastie, die van de Alawieten die nog altijd aan de macht is. De Marokkaanse Alawieten hebben niets te maken met de alawieten in Syrië en de alevieten in Turkije, maar hebben hun naam te danken aan Ali, neef en schoonzoon van de profeet Mohammed, vierde kalief en vader van het sjiisme, van wie ze zouden afstammen.

De Alawieten weten hun onafhankelijkheid te handhaven tot het in 1912 onder Spaans en Frans bestuur komt. Pas in 1956 herwint Marokko zijn onafhankelijkheid onder sultan Mohammed V, die eigenlijk dankzij de Fransen en Spanjaarden een absolute vorst is geworden. Alhoewel er een Marokkaanse identiteit bestond, was het vorstelijk gezag beperkt. Grote delen van het land – afhankelijk van de machtsverhoudingen – ontsnapten aan de controle van de sultans. In dit verband spreekt men van de “bled al-maghzen”- ons woord magazijn is afgeleid van het Arabische “maghzen”, wat de plaats betekent waar de opbrengst in natura van de belastingen werd opgeslagen; bled betekend gewoon land – het gaat dus om het deel van het land waar de sultan belastingen kon innen. De rest werd aangeduid met “bled as-siba”, waarover de vorst alleen nominaal heerste.
De Spanjaarden en de Fransen drukten elk lokaal verzet en streven naar autonomie de kop in. Denken we maar aan de Rif-oorlog, van 1921-1926, in de Spaanse zone in het noorden onder leiding van Abdelkrim, die de Spanjaarden, met de hulp van de Fransen, slechts met de grootste moeite konden winnen. Daardoor werd de positie van de sultan versterkt, tot die van een absoluut vorst eens het tijdperk van het kolonialisme verstreek. Merkwaardig genoeg hebben de Europese democratieën maar zelden gezorgd dat de democratie werd ingevoerd in de landen die ze bestuurden.

Mohammed V mocht dan wel een progressief imago hebben in de buitenwereld als een van de leiders van de “Casablancagroep” in Afrika, die destijds de progressieve landen verenigde, maar intern was hij conservatief en autoritair. Mohammed V, die zich tot koning had uitgeroepen, bleef maar kort aan de macht. Hij overleed tijdens een onschuldige chirurgische ingreep in 1961. En toen kwamen de Marokkanen van de regen in de drop onder zijn zoon, Hassan II, wiens regeringsjaren als “de jaren van lood”, van 1961 tot 1999, worden bestempeld. Zijn regime werd gekenmerkt door een genadeloze repressie, die de monarchie in gevaar bracht.

Spaanse Sahara

Maar de koning wist in 1974 het hele land weer achter zich te krijgen door de kwestie van de Spaanse Sahara, een Spaanse kolonie die ooit in het laatste kwart van de 16de eeuw, toen de Marokkanen tot in Tobouctou (Mali) waren doorgedrongen, onder Marokkaans bestuur stond. Op grond van dit feit eiste Marokko het gebied op. Een bijkomend argument is dat de bewoners van het gebied het religieuze gezag hadden erkend van de Marokkaanse sultan wegens diens afstamming van de profeet Mohammed. Wat er op neerkomt dat de paus van Rome ook rechten zou kunnen laten gelden op het wereldlijk gezag in alle rooms-katholieke landen. Wat het overigens in de middeleeuwen ooit heeft geprobeerd via de zgn. Donatio Constantini, waarbij de Romeinse keizer Constantinus, die in de 4de eeuw het christendom toeliet in het Romeinse rijk, op het einde van zijn leven zijn macht zou hebben overdragen aan de paus. De “Donatio” (gift) werd echter al snel als een vervalsing ontmaskerd.

Koning Hassan II organiseerde een “groene mars” naar de Spaanse Sahara. Hij gaf wel opdracht aan de deelnemers de grens met het gebied niet te overschrijden, maar Spanje dat toen pas zelf in een democratiseringsproces zat na de dood van dictator Francisco Franco, wilde geen conflict en sloot een overeenkomst met Marokko en Mauritanië, waaronder die twee landen de Spaanse Sahara onder elkaar verdeelden. Het Saharaanse bevrijdingsfront, het Polisariofront, dwong Mauritanië gewapenderhand zijn deel op te geven, dat prompt door Hassan II werd geannexeerd. De kwestie van de Spaanse Sahara is inmiddels nog altijd niet opgelost.

“Koning der armen”

Na de dood van Hassan II werd zijn zoon Mohammed op zijn beurt koning onder de naam Mohammed VI. Er kwam een periode tijdens dewelke stoom kon worden afgelaten in Marokko. Mohammed VI stuurde de gehate minister van Binnenlandse Zaken, Driss Basri, die de repressie uitvoerde voor Hassan II, de deur uit. Hij liet zich door zijn public relations-managers bestempelen als  “de koning van de armen”, voor wie zijn vader nooit enig aandacht had geacht.
Helaas duurde die periode maar kort. Mohammed V blijkt inmiddels nog inhaliger te zijn dan zijn vader – en de aandacht voor de armen al snel vergeten. Een groot deel van Marokko – in land en industrie plus toerisme – is in zijn handen geraakt, waardoor hij één van de rijkste vorsten ter wereld is geworden.(1) Er worden nog altijd verkiezingen gehouden, zoals vorig jaar, waarbij de islamisten flink wonnen, maar van enige democratie is er nog altijd geen sprake. De koning bedisselt nog altijd alles met een handvol getrouwen. Wel heeft hij een islamist tot eerste minister benoemd, maar die heeft even weinig in de pap te brokken als zijn nationalistische en socialistische voorgangers. Hij is een “democratisch” uithangbord en daar blijft het bij. De koning beslist alles en is boven elke kritiek verheven.

Dat heeft onder meer de pers ondervonden die bij het aantreden van Mohammed VI enige vrijheid kreeg. Elke journalist die het waagt iets negatiefs over de koning, zijn corrupte omgeving en zijn zakelijke belangen te schrijven, loopt het risico voor maanden, zelfs jaren in de gevangenis te belanden en torenhoge boetes te moeten betalen. Ook Marokko heeft vorig jaar een begin van een Arabische lente gehad, maar zonder resultaat. Bemoedigend is wel dat er meer en meer Marokkanen, ondanks de vervolgingen, zich niet zo gemakkelijk meer laten intimideren.

Het boek bevat heel wat meer dan de politieke geschiedenis, die in deze recensie de meeste aandacht heeft gekregen. De cultuur, de Berbers en hun strijd, de godsdienst en de stijgende invloed van het onverdraagzame door Saoedi-Arabië gesponsorde wahhabisme enz. verdienen zeker aandacht, maar het hele boek navertellen is onmogelijk. Een goede raad: lees het zelf. Het is meer dan de moeite waard.

(1) Eerder dit jaar verscheen een vernietigend boek over “roofkoning” Mohammed VI: Catherine Graciet en Eric Laurent, Le Roi prédateur; éditions du Seuil, Parijs, 2012, 220 blz.

Geschiedenis van Marokko
Herman Obdeijn en Paolo De Mas
co-editie van Bulaaq en EPO
2011
280
9789491297373
Historicus en actief gepensioneerd journalist. Werkte bijna 30 jaar in de dagbladpers. Schreef talloze krantenartikels en achtergrondbijdragen voor tijdschriften en verzamelwerken. Daarnaast ook een aantal boeken, zoals over de opkomst van het islamitisch fundamentalisme (1995) en de Koerdische kwestie. Werd medeoprichter van Uitpers uit onvrede met de berichtgeving in de mainstreampers, die zich meer laat meeslepen door desinformatie en propaganda.