Een dikke turf over crapule

Facebooktwittergoogle_plusmail

Er zijn er in de geschiedschrijving van alle soorten. Je hebt diegenen die slechts officiële versies herkauwen en daarbij wat fantaseren, er zijn er die alleen maar namen en data geven en aan de oppervlakte blijven toeren en je hebt de onderzoekers en analisten die pogen het waarom der feiten te doorgronden en daarbij soms zeer diep graven.

In die laatste serie zit ‘Crapule de luxe’ van Walter Baeyens welke dit jaar verscheen bij de Leuvense uitgever Van Halewyck. Het is een zeer dikke turf van 559 bladzijden geworden die een overzicht te geven van hoe het er achter de schermen sinds het einde van de tweede wereldoorlog hier werkelijk aan toe gaat.

Oorlogsbuit

Walter Baeyens is een in 1952 geboren luchtmachtpiloot die zich nadien omschoolde tot beursspecialist en kenner van wat intellectuele eigendom is. Maar blijkbaar heeft hij nog andere expertises op zak. Althans dat blijkt toch wel uit dit boek. Waarbij het hier gepresenteerde verhaal de titel ervan erg goed doet begrijpen.

Crapule de Luxe doet het verhaal van een machtige elite van enkele duizenden mensen die continu de wereld poogt naar hun hand te zetten, niet zelden ook met succes. Het begint op het einde van de tweede wereldoorlog toen zowel de bijna verslagen Duitsers als de Japanners hun oorlogsbuit in veiligheid poogden te brengen. En dan hebben we het hier niet over miljoenen maar over miljarden, dikwijls in de vorm van goud.
Het lijkt een geheel onwaarschijnlijk verhaal ontsproten aan het zieke brein van een fantast, maar dat is het zeker niet. Achteraan in het boek staan een aantal documenten afgedrukt die zijn stellingen ook staven.

75 ton platina

Zo is er document 14 dat een kopie van een UBS-certificaat (Union Banque Suisse) van 23 maart 1961 betreft en op naam staat van de gewezen Indonesische president Soekarno en dit voor maar eventjes 75.000 kilogram platina.

Het is een deel van de door de Japanners midden 1945 op deze archipel verborgen buit. Ook de Filipijnse dictator Fidel Marcos wist op zijn eilandengroep een deel van deze Japanse oorlogsbuit te bemachtigen.

En verder is zeker ook de afgedrukte bijlage 10 schokkend, zijnde een van 17 januari 1967 daterende UBS-certificaat op naam van de vroegere Saoedische wapenhandelaar Adnan Kashoggi. Goed voor een fikse 92,625 miljard US dollar. We spreken ook over 1967 en niet over 2012.
Voor hem is het duidelijk dat veel van wat de voorbije decennia op wereldschaal gebeurde draaide rond die oorlogsbuit. Onvoorstelbare tonnen goud die liefst ongemerkt en zonder de prijs te veel drukken op de markt dienden te worden gebracht. En zoals blijkt uit het boek was dat nu eenmaal gevaarlijk en zorgde het onderweg voor vele op de loer liggende roofridders.
Met ook hier weeral een aantal duistere figuren uit het Amerikaanse leger, zakenleven en politiek die steevast aan de touwtjes pogen te trekken. Het is een geheim gehouden geschiedenis waarvan zo te zien amper mensen enig besef van hebben. En het is dan ook de grote verdienste van Walter Baeyens dat hij deze geschiedenis in kaart bracht.
Hierbij stelt hij zich ook zeer grote vragen naar de realiteit achter de Amerikaanse Federal Reserve, de Amerikaanse centrale bank die zo te zien aan niemand verantwoording moet afleggen. Wat dan uiteraard weer twijfels oproept die men blijkbaar noch in de media, het zakenleven of de politiek op dit ogenblik al stelde. Wat als….?

Drughandel

Het boek zelf is zeker geen gemakkelijk leesvoer dat men op een rustige avond vlotjes doorneemt. Integendeel het boek vergt continu grote aandacht. De opeenvolging van namen en data en de verbindingen die hij brengt zijn erg boeiend maar niet simpel. Zo springt hij in zowat elk hoofdstuk vlot van de ene affaire naar het andere schandaal, en dan is het bijblijven een stevige karwei.

Dat is zeker zo voor de leek die nog nooit hoorde van bijvoorbeeld de Iran-Contra-affaire, Westland New Post, Ecoovie (een zogenaamde sekte), de Joodse in Amerika verblijvende Belg Maurice Tempelsman, een diamantair, of de Amerikaanse staatsgrepenspecialist Frank Wisner. Maar een goed geheugen helpt veel.

Wie tot heden klakkeloos de officiële versies aannam van wat er allemaal sinds 1945 gebeurde zal dan ook regelmatig als het ware van zijn stoel vallen. Zo brengt hij hier in kaart hoe de CIA al decennia tot over haar oren in de drughandel zit. Kenners weten het, het grote publiek niet.
Ook over de zogenaamde Arabische lente doet hij schamper en verwijst daarbij naar de hoger genoemde Wisner, de in 1965 overleden baas van de OSS en nadien de CIA, die zich specialiseerde in het intern via opstanden destabiliseren van landen als Guatemala en Iran. Het is zijn werk dat nu in verfijnde vorm wordt verder gezet in o.m. Egypte en Syrië.

Het is wat anders dan de prietpraat die we hier o.a. bij de Revolutieroute op de VRT te zien krijgen. Hier geen Sinterklaasverhalen maar diepgravende analyses waarbij de auteur zich niet laat vangen aan de mooie woorden komende van allerlei als woordvoerders vermomde leugenaars.

Zelfmoord

Hij brengt ook het verhaal van de Amerikaanse journalisten Gary Webb, die met twee kogels in zijn hoofd officieel zelfmoord pleegde, en Danny Casolaro, nog een journalist die zogezegd zelfmoord pleegde.

Garry Web was diegene die ten tijd van de Iran-Contra-affaire schreef over hoe de CIA het dodelijke crackcocaïne in de VS introduceerde.1 Casolaro werkte aan wat hij noemde ‘The Octopus’, een duister conglomeraat dat o.a. rond die goudsmokkel werkte.

Heeft de westerse pers de mond vol over de vermoorde Russische Anna Politkovskaya – hun heldin – dan zijn beide Amerikaanse gezelfmoorde journalisten behoudens bij enkele kenners geheel onbekend. Geen verrassing natuurlijk.

Merkwaardig aan het boek is dat de hoofdstukken non-fictie afwisselen met delen fictie die wel duidelijk zo uit de Belgische realiteit werden geplukt. Het is het verhaal van een Belgische luchtmachtgeneraal die zonder het te beseffen in een dol avontuur rond de Brusselse wapenhandel en de Iran-Contra-affaire wordt meegezogen. Ook hij pleegt officieel een beetje à la Danny Casolaro in een hotelkamer zelfmoord.

Hier in deze verhalenlijn komen dan figuren voor als wapenfabrikant Leon Jonasz, baas van het bedrijf SACCO en een zekere joods-Belgische politicus Joseph Köller die in 1941 in het Britse Hammersmith zou geboren zijn. Een man met grote invloed in ons land en de man van Israël in onze politiek.

Het boek bevat massa’s door zeer weinigen gekende nieuwe gegevens over de georganiseerde politieke, zakelijke en militaire misdaad wereldwijd. Een aanrader.

Iemand met wat kennis van het Brussel van de jaren tachtig ziet hier direct Roger Boas van Asco verschijnen en natuurlijk de liberaal Jean Gol, alias Jean Goldstein. En dan duiken ook figuren op als een Paul ‘Saucisse’ Van den Boeynants, zijn CEPIC (de rechtervleugel van de vroegere PSC) en het kabaal van kleine en grote Brusselse criminelen waaronder natuurlijk een waslijst wapenhandelaars. De Brusselse rioolratten.
Ook de Belgische luchtvaartmaatschappij Euroaviation komt ter sprake, een verwijzing naar het barokke zakenleven van Georges Gutelman en zijn Trans European Airways (TEA). Gol en Gutelman waren kennissen van op de Luikse schoolbanken, jood en goede vrienden van Israël. En Gutelman had vliegtuigen. Wat zijn nut bewees.

Zilverspeculatie

Wel zijn er in het boek enkele storende foutjes of tekortkomingen. Zo heeft hij het over de in 1978 door de Amerikaanse gebroeders Hunt samen met enkele oliesjeiks georganiseerde zilverspeculatie. De bedoeling was al het vrij voorradige zilver op te kopen en zo als monopolisten wereldwijd de prijs te bepalen. Ook de Kredietbank, toen nog geleid door ex-voetballer Eddy Wauters, zat er tot over haar nek in. Wat niet wordt geschreven. Het was een overambitieus project dat echter faliekant afliep.

Zo linkt hij verder PLO-leider Yasser Arafat aan de vroegere Groot Moefti van Egypte die in Joegoslavië gemene zaakjes deed met Nazi-Duitsland. Die relatie met Arafat lijkt onwaarschijnlijk. Arafat en zijn politieke volgelingen en de figuren rond de Groot Moefti staan immers al decennia letterlijk met getrokken messen tegenover elkaar.

De ene was de vertegenwoordiger van de behoudsgezinde politieke islam, de andere een van de topfiguren uit de radicaal burgerlijke strekking binnen de Arabische wereld. Mensen die het westen willen nabootsen en de maatschappij moderniseren via het secularisme.

De huidige burgeroorlog in Syrië en het oproer in Tunesië en vooral Egypte zijn hier hedendaagse voorbeelden van. Ook heeft hij het over de rekeningen onder een valse naam van de vorige Franse president Nicolas Sarkozy bij de Luxemburgse bank Clearstream. Gebleken was toch dat dit valse of minstens onbewezen aantijgingen waren?

Nugan Hand Bank

Bij het analyseren van de serie door de VS georganiseerde ‘kleurenrevoluties’ zoals die in Oekraïne en Iran spreekt hij verder van de Tulpenrevolutie in Koerdistan (pagina 495). Wat fout is en zich situeerde in Kirgizië, een deel van de vroegere Sovjetunie in Centraal-Azië.

Ook heeft hij het op pagina 370 over de Australische Nugan Hand Bank die in 1980 met een heel luide knal failliet ging. Hij maakt hierbij melding van Michael Nugan als een van de stichters, maar dat moet Francis Nugan zijn. Het was een door de CIA in 1973 opgerichte bank die o.m. de drugopbrengsten uit Zuidoost-Azië moest witwassen. Vanuit Laos verspreidde de CIA immers over gans de wereld toen honderden tonnen heroïne en opium.

De bank was ook betrokken bij de feitelijke staatsgreep van 1975 tegen de sociaaldemocratische premier Gough Whitlam – mogelijks de beste Australische premier ooit – en had goede contacten met lokale maffiosi.

Ook dit schokkend verhaal is bij het grote publiek niet gekend. Het verhaal is nochtans zeer belangrijk, want het gaat hier over de werking van de democratie en de internationale drugshandel..

Maar enkele fouten maken tussen de tonnen soms geheel nieuwe informatie is meer dan begrijpelijk. Voor wie meer wil weten over bijvoorbeeld een schimmig figuur als Felix Przedborski, de BCCI – die andere zeer duistere bank – of het schokkende Atlasrapport van de vroegere Luikse BOB is dit een aanrader.

Iedereen die meer wil weten over wat er de voorbije decennia allemaal rond ons gebeurde is Crapule de luxe van Walter Baeyens bijna verplichte lectuur.
Spijtig is wel dat er achteraan geen namenregister is. Het boek, dat in wezen ook een naslagwerk is, zou met zo’n register beter tot zijn rechten zijn gekomen. Het bevat wel een zeer mooie lijst met aangeraden literatuur. Met daarbij vele meesterwerken.

Crapule de luxe
Walter Baeyens
Van Halewyck
2012
559

Voetnoten   [ + ]

1. ‘Dark alliance’ van Gary Webb, Seven Stories Press, New York, 1998.