Van M23, Rwanda en Obama

GomaM23
Facebooktwittergoogle_plusmail

Het déjà-vu effect is groot in Kivu. Na de zegevierende opmars van Laurent Kabila en zijn AFDL vanuit Goma naar Kinshasa eind 1996, begin 1997, na de bezetting van Goma en delen van Oost-Congo door de RCD vanaf augustus 1998 en na de operaties van Laurent Nkunda’s CNDP ten noorden van Goma in 2008, op 20 november de verovering van datzelfde Goma door M23. Telkens weer gaat het om een initiatief van Kinyarwandasprekende militairen, telkens weer krijgen ze verregaande logistieke e.a. ondersteuning van Rwanda, telkens weer kiest het (on)geregelde leger het hazenpad, onverschillig of het nu als Zaïrees of Congolees door het leven gaat, telkens weer schieten de VN-blauwhelmen tekort, onverschillig of hun missie nu Monuc dan wel Monusco heet. Je zou je voor minder afvragen hoe je dat ooit op moet lossen in Oost-Congo. Dat is geen wespennest of krabbenmand maar een zelden geziene janboel van jewelste.

M23, een breuk met het recente verleden

Laten we proberen om orde te brengen in de chaos die de veelheid aan informatie veroorzaakt. Een belangrijke vaststelling is dat het optreden van M23 volgt op een periode van betrekkelijke rust. Niet dat de wapens altijd zwegen, niet dat er geen doden meer vielen, niet dat er geen vrouwen meer verkracht werden, niet dat er geen haveloze en dakloze mensen meer rondzwierven in het oosten van Congo, dat niet. Maar de dagen dat een gestructureerde rebellie het land op stelten zette en een bedreiging vormde voor Kinshasa leken voorbij. Er was dat fameuze akkoord van 23 maart 2009 – waarnaar de naam van de huidige rebellengroep, M23, verwijst -, waarbij Rwanda het ermee eens was om Nkunda huisarrest op te leggen, waarbij Congo zijn soldaten een plaats gaf in het Congolese leger en dat – vooral dàt – de grondslag vormde voor samenwerking tussen Congolese en Rwandese militairen in Kivu.

Vanaf die periode, drieënhalf jaar geleden, leeft het oosten van Congo onder een ander gesternte. Kun je stellen dat vanaf het uitbreken van de eerste oorlog, in september 1996, Rwanda in die streek de teugels in handen houdt, hetzij rechtstreeks door er militair aanwezig te zijn of par personne interposée doordat een schatplichtige rebellenbeweging er de plak zwaait, vanaf voorjaar 2009 verandert er wat. Het leger van Joseph Kabila is niet langer een tegen- maar een medestander. Het is overigens geïnfiltreerd door de in zijn rangen opgenomen CNDP-strijders, die in Kivu op sleutelposten zitten. Ze gedragen zich als een leger binnen het leger.

Als ik in november 2011 als verkiezingswaarnemer fungeer rond Beni, in het uiterste noorden van Kivu, stel ik met mijn eigen ogen vast hoe voormalige CNDP-rebellen binnen het leger het hoge woord voeren, krijg ik te horen hoe ze voor de gelegenheid op plaatsen ontplooid zijn waar ze dat tevoren niet waren (om de president gerust te stellen dat er niets fout zou gaan) en hoe een generaal als Kakolele de boer opgaat om de kiezers op het hart te drukken dat alleen een stem voor Kabila een goede stem is. Kabila kan zich geen betere bondgenoten bedenken.

Enkele maanden later schiet er van die nauwe vriendschap geen zier meer over. Gewezen CNDP-ers gooien hun Congolese uniform over de haag en richten de M23 op. Daarvoor hebben ze hun redenen. Kabila wil officieren op plaatsen buiten Kivu stationeren en dat staat haaks op de strategie van de tot gendarmes omgeturnde rebellen. De controle over Kivu is hun levensdoel. Een nieuwe opstand tegen Kinshasa, de zoveelste, ziet het licht.

 

Rwanda verandert het geweer van schouder

Uiteraard mogen we niet uit het oog verliezen dat M23 niet zou bestaan, zoals de CNDP indertijd evenmin, mocht Rwanda het sein niet op groen gezet hebben. Dat is zacht uitgedrukt. Als we het recente rapport van VN-experts erop naslaan, lezen we dat de Rwandese regering de rebellen van M23 militair ondersteunt, ze wapens en munitie levert en ze politiek advies en gevoelige inlichtingen bezorgt. Rwanda maakt het M23 makkelijk om rekruten in te lijven en moedigt militairen van het Congolese leger aan om te deserteren. Bovenaan de bevelsstructuur van de beweging staat generaal Kabarebe, minister van defensie in de regering van president Kagame. Duidelijker is de Rwandese betrokkenheid zelden aangetoond. Tijdens het offensief op Goma kreeg M23 op de koop toe versterking op het terrein van Rwandese soldaten. Of er nog zand moet zijn ? Een en ander houdt in dat we in de eerste plaats naar de beweegredenen van Rwanda moeten peilen, willen we de nieuwe opstoot van geweld juist kunnen beoordelen. M23 luistert immers maar his master’s voice.

Dit is de hamvraag : wat bezielt Kagame om de samenwerking met Kabila op te zeggen en zelf zoals bij voorgaande gelegenheden via zijn antenne op het terrein de zaken naar zijn hand te zetten ? Een essentieel onderdeel van het antwoord ligt hem bij Bosco Ntaganda, vanaf 2009 als opvolger van Nkunda aan het hoofd van de CNDP, later als generaal opgenomen in het Congolese leger maar ook al jaren in het vizier van het Internationale Strafhof vanwege de inlijving van kindsoldaten. Na de nepverkiezingen van november 2011 is de boodschap van de internationale gemeenschap aan Kabila’s adres duidelijk : in ruil voor een nieuwe ambtstermijn van vijf jaar die we u willens nillens bij gebrek aan alternatief toestaan, moet u Bosco uitleveren.

De impact die een dergelijk initiatief kon hebben op de houding van de Rwandese leiders is schromelijk onderschat. Bosco was hun man in Oost-Congo. Als ze het zonder hem moeten doen, dan pakken ze het op een andere, hen vertrouwde manier aan, met name met behulp van een door hen gecontroleerde rebellenbeweging. Daar staan we nu : Bosco is nergens meer te bespeuren, zeker niet in Den Haag, en de CNDP is, zij het onder een andere naam, als een feniks uit zijn as herrezen.

 

De zwanenzang van Kabila?

Kabila dans tout çà ? Zou het zo ver kunnen komen dat hij nu hij niet meer bruikbaar is, evengoed mag verdwijnen? Het staat vast dat M23 werk gemaakt heeft van alliantiegesprekken. Er is contact gelegd met Maji Maji groepen in Noord- en Zuid-Kivu. Generaal Kakolele (jawel, die van hierboven) levert militaire inlichtingen en advies aan. Een oude krijger als Mbusa Nyamwisi, die al vele watertjes doorzwommen heeft en na de verkiezingen in 2006 een tijdlang minister van Kabila geweest is, heeft zakenlui in Beni en Butembo gemobiliseerd. In Bunagana, op de grens met Oeganda, had M23-kopstuk, Jean-Marie Runiga, een ontmoeting met vertegenwoordigers van de UDPS, de partij van Kabila’s rivaal in de presidentsverkiezingen, eeuwig opposant, Etienne Tshisekedi. Uit die stappen blijkt dat M23 zijn horizon verruimt tot ver over de grenzen van Kivu. Het komt allemaal uit de pen van VN-deskundigen, het staat zwart op wit. Kabila doet er goed aan het document aandachtig door te nemen.

 

De Verenigde Staten, de steunpilaar

Komt Rwanda weg met zijn agressieve strategie in Congo ? Tot dusver wel, ook al zijn er aanwijzingen dat het op moet letten. Een grote geldschieter als Groot-Brittannië bevriest in de zomer een deel van zijn hulp, maar heft in september de maatregel op. Twee dagen na de val van Goma belt – een volgens diplomatieke bronnen “strenge” – eerste minister Cameron Kagame op met het verzoek druk uit te oefenen op M23 om zich terug te trekken.

Ook de Verenigde Staten hebben een waarschuwing gestuurd door een weliswaar geringe militaire toelage te schrappen. De Amerikanen hebben de sleutel in handen. Met name Susan Rice, ambassadeur bij de VN, staat bekend als een fervent aanhanger van Kagame. Zij is het die de publicatie van het deskundigenrapport een tijd tegenhield. Zij is het die zorg ervoor droeg dat de resolutie van de Veiligheidsraad die M23 veroordeelt geen uitdrukkelijke melding maakt van Rwanda. Zolang het in die raad, waarvan het vanaf nieuwjaar lid is, stemt zoals de VS dat verlangen, is er geen vuiltje aan de lucht. (Tussen haakjes, wat met de vernieuwing van het mandaat van de experts dat eind dit jaar afloopt ? Een mooie toetssteen) Stel dat Obama Rice aanstelt als secretary of state in plaats van Hillary Rodham Clinton, dan kun je je voorstellen dat Kagame die avond de Primus heft op een lange, voorspoedige toekomst. Conclusie : zo lang de klad niet komt in de verhouding tussen Washington en Kigali, mag Kagame op twee oren slapen en moeten de Kivutiens op nog veel slapeloze nachten rekenen.

 

Nog meer puin te ruimen

Laten we duidelijk zijn. Door lang uit te weiden over de essentie, de Rwandese betrokkenheid bij de gebeurtenissen in Kivu en in het bijzonder het offensief van M23, hebben we andere aspecten van het conflict in Oost-Congo onderbelicht. In de eerste plaats zeker de grondstoffenroof. Er zou geen Afrikaanse wereldoorlog gewoed hebben in het gebied van de Grote Meren, met een tot vandaag en ongetwijfeld tot morgen en overmorgen aanslepende nasleep, mochten er geen cassiteriet, coltan, diamanten, goud en wolfraam in de bodem zitten.

De exploitatie van die mineralen en ertsen gebeurt op een ongecontroleerde Far West manier. Dat is mee de verantwoordelijkheid van de Congolese regering. Eens te meer geeft de inname van Goma aan dat Congo een land zonder staat is.° Hoe kun je in een land zonder aandacht voor het openbare domein en zonder administratie, justitie en infrastructuur, van onbetaalde, zwak uitgeruste en bewapende, en slecht gelogeerde en gevoede militairen verwachten dat ze efficiënt optreden ? Het zou de landen, ook België, die geregeld initiatieven nemen om een bataljon op te leiden te denken moeten geven over de helaasheid van hun inspanningen, zo lang ze met een kliek samenwerken die niet willen horen van goed bestuur.

Nog meer te denken geeft de houding van de Monusco. Heeft de grootste blauwhelmenmissie ter wereld het expliciete mandaat om de bevolking te beschermen en mag ze daarbij volgens de voorwaarden van Chapter VII geweld gebruiken ? Ja dus. Wel, dan moet er toch eens iemand uitleggen waarom Goma zonder noemenswaardige tegenstand gevallen is en alweer honderdduizenden Congolezen met hun matras op hun hoofd de hort op moesten?

Wat zeker te denken geeft, is de dat de internationale gemeenschap ondanks het geknoei bij de verkiezingen verleden jaar geaccepteerd heeft dat Kabila door mag gaan als president. De enige juiste reactie was geweest om de verkiezingen nietig te verklaren en ze over te laten doen. Toegegeven dat gezien de kostprijs ervan niemand staat te springen om die oefening in de praktijk om te zetten. Maar een jaar later zien we met zijn allen wat het Congo kost als je dergelijke grootschalige fraude blauw blauw laat en weigert over andere, valabele mogelijkheden door te denken. Dat in veler hoofden de irrelevante gedachte meegespeeld heeft dat Tshisekedi in elk geval geen wisseloplossing biedt, maakt de nasmaak des te bitterder. Was Kabila dan zo’n garantie?

Kabila, de onzichtbare, die zich afschermt en verschanst, de maquisard zonder netwerk, vervreemdt van zijn trouwste kompanen, de president die na de dood van zijn raadgever Katumba zelf zijn financiële zaakjes regelt. Maar zelfs een som van 20.000 $ kon Kabila’s aanhangers onlangs in het parlement van de Oostprovincie niet overtuigen om bij de gouverneursverkiezingen voor zijn kandidaat te stemmen. Zo ver is het gekomen. Als de na een aanslag op zijn leven naar België gevluchte Denis Mukwege, vorig jaar gelauwerd met de Koning Boudewijnprijs, Kabila bij een bezoek aan Bukavu tot twee keer toe voorstelt om een bemoedigend woordje te richten tot de verkrachte vrouwen die de dokter verzorgt, is het antwoord : non. De kloof tussen de president en zijn bevolking groeit elke dag.

 

Conclusie

Om maar te zeggen dat het stinkt in Centraal-Afrika. En dat op de keper beschouwd de bal in handen ligt van Obama. Als geoefend basketballer moet hij eindelijk scoren in Afrika. Dan zullen niet alleen de Luo in Oeganda en Kenia, het volk van zijn vaderen, blij zijn met zijn herverkiezing.

 

°Zie “Land zonder staat, Congo 50 jaar onafhankelijk”, van de auteur, Gent, Borgerhoff & Lamberigts, 2010.

Guy Poppe (°1946) is gewezen radiojournalist bij de openbare omroep VRT. Bij het brede publiek is hij vooral bekend als Afrikaspecialist.