Hongarije glijdt verder af

viktor orban
Facebooktwittergoogle_plusmail

De Hongaarse premier Viktor Orban heeft zich een beetje uit de actualiteit gewerkt. Na enkele kleinere toegevingen aan de Europese Unie inzake justitie en media, kan hij in neigen land ver van de schijnwerpers zijn gang gaan. Het komt erop neer dat Hongarije steeds verder afglijdt – naar een nog rechtser nog autoritairder bewind.

De jongste zet van de regering is een grondwetswijziging die de kieswet wijzigt. Totnogtoe kon elke Hongaarse burger met een identiteitskaart en een bewijs van inschrijving in een gemeente, zijn/haarstem uitbrengen. De regering voert nu een register in waarop de burgers zich als kiezer moeten inschrijven. Zoals in de meeste landen, aldus de regering. Maar het vergt een bijkomende stap in vergelijking met nu.

Volgens onderzoek zal een vierde de moeite niet nemen, en dat een vierde zijn vooral burgers uit zwakkere sociale categorieën die minder tot het kiespubliek van Orbans conservatieve Fidesz behoren. Daarnaast rekruteert Fidesz potentiële kiezers onder etnische Hongaren in de buurlanden met het oog op de verkiezingen van 2014. Volgens onderzoeken is 55 % van de burgers in Hongarije zelf hoe dan ook niet van plan naar de stembus te gaan, zowel Fidesz als oppositie – van de centrumlinkse sociaaldemocraten tot de fascistische Jobbik – hebben een zwakke geloofwaardigheid.

In die context probeert uiterst-rechts, dat zowel bij Jobbik als bij Fidesz zit, de chauvinistische snaren te betokkelen. Ze gaan daarin bijzonder ver, niet tegengewerkt en soms gesteund door de regering.

Een van de opvallendste zaken is de aan gang zijnde rehabilitatie van Miklos Horty. Horty was van 1921 tot 1944 “regent” van Hongarije, aan het hoofd van een uiterst-rechtse dictatuur. Hij was een trouwe bondgenoot van Hitler, stuurde soldaten naar het oostfront en joden naar de kampen. Van de meer dan een half miljoen joden uit Hongarije hebben er slechts enkele duizenden de terreur overleefd.

Toch worden nu her en der standbeelden opgericht, worden pleinen en straten naar Horty genoemd. De “Orde van de Dapperen”, opgericht door Horty, is weer bijzonder actief. Ze hield onlangs ene groot bal in Boedapest om fondsen in te zamelen voor een ruiterstandbeeld van de admiraal. Opvallend is hoe zowel een deel van de katholieke als de protestantse hiërarchie bedrijvig is in die rehabilitatie.

Zoals te verwachten wordt ook het onderwijs aangepakt. Schrijvers bekend om hun antisemitische werken, komen op het leerprogramma. Onder hen de vooraanstaande nazi Jozsef Nyirö die in Roemenië begraven ligt. De regering wou zijn as laten overbrengen naar Hongarije, maar de Roemeense regering heeft daar een stokje voorgestoken.

Uiterst-rechts trekt niet alleen op tegen “het kosmopolitisme” (de joden) maar natuurlijk ook tegen de Rom. In 2008en 2009 organiseerden fascistische milities pogroms in zigeunerdorpen waar bewoners met de dood werden bedreigd – er vielen trouwens zes doden en 55 gewonden. Jobbik steunde die “acties van zelfverdediging” maar ook delen van Fidesz juichten dat toe. Uiterst-rechtse groepen stellen voor een aparte zigeunerzone in te stellen waarbuiten de Rom niet meer zouden mogen wonen. Getto’s dus. De regering treedt niet op.

Homofobie maakt ook deel uit van het ideologisch arsenaal. In augustus hield de nazimilitie “Hongaarse garde” een ceremonie op het Plein van de Helden, ook al had het grondwettelijk Hof haar in 2009 illegaal verklaard. “Als de pédés op straat mogen komen, zij dan zeker” schreef de regeringsgezinde krant Magyar Nemzet.

Fidesz blijft nog altijd deel uitmaken van de Europese Volkspartij (EVP) voorgezeten door Wilfried Martens.

Hunnen

In hun fixatie om de eigen Hongaarse identiteit nog sterker te definiëren (eerder was er al een wet op Hongaarse raszuivere honden), graven de Hongaarse chauvinisten in de geschiedenis. Deze zomer was er in Bugac, ten zuiden van Boedapest, een massaal bijgewoond festival (80.000) mensen voor ‘Kurultaj, het festival van de Hunnen. Er waren “stamverwanten” uit Centraal-Azië, Siberië en de Kaukasus (Oezbeken, Jakoeten, Azeri’s, Oeigoeren…) om de gemeenschappelijke voorvaderen te vieren. Het festival had de steun van Fidesz.

Deze Pan-Turkse manifestatie – ‘toeranisme genaamd – is een dada van uiterst-rechts. Ze zien in het oprakelen van die wortels een bevestiging van de Hongaarse eigenheid tegenover het “Europeanisme” van de elites. Er werd in maart zelfs een beroep gedaan op een Siberische sjamaan om onder de koepel van het parlementsgebouw met rituele gezangen de grootheid van Hongarije op te krikken.

Dat “toeranisme” floreert niet alleen in Hongarije. Het eerste ‘Kurultaj’ had in 2010 plaats in Kazachstan. Het doet me denken aan de festivals van de Lega Nord die met “historische werken en DNA-onderzoeken al jaren tracht aan te tonen dat zij de afstammelingen zijn van de Kelten en niets te maken hebben met die meridionale Italianen. Waar blijven de verwijzingen naar de Menapiërs en de Eburonen?

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.