‘t Kan verkeren … Of hoe de crisis toch macht geeft aan wie er geen had

top in cadiz
Facebooktwittergoogle_plusmail

In Cádiz kwam vorige week de Ibero-Amerikaanse top bijeen, de vergadering van staatshoofden en regeringsleiders van Spanje en Portugal, enerzijds, en de Latijnsamerikaanse landen, anderzijds. 

Niemand kan zich van de indruk ontdoen dat de Latijnsamerikaanse leiders, van Dilma Roussef van Brazilië tot Daniel Ortega van Nicaragua, er met enig leedvermaak aan deelnamen.

 

 

Want de Europese landen, en zeker Spanje en Portugal, kunnen hen niet langer de les spellen. Vandaag zijn zij het die hulp en steun moeten vragen, die strenge besparingen moeten doorvoeren, terwijl Latijns-Amerika blaakt van zelfvertrouwen en mooie groeicijfers kan voorleggen.

Het Braziliaanse staatshoofd had dan ook een harde les voor Spanje en Portugal: stop met de soberheid, ze kan enkel leiden tot nog meer recessie. In Latijns Amerika, zo zei ze, gaat het nu goed, omdat we prioriteit geven aan groei en sociale rechtvaardigheid. Er moet geïnvesteerd worden, zo zei ze, lonen moeten minder belast worden en met meer sociale steun kan het interne verbruik worden aangezwengeld.

Brazilië is lid van de G20 en hoort bij de rijkste landen ter wereld. Het heeft net als de andere landen een zeer lange weg afgelegd van schuldherschikking naar schuldherschikking. Het IMF kon met de regering besparings-, privatiserings- en dereguleringsplannen opleggen. Vandaag zijn het de Portugezen die uitwijken naar Brazilië omdat er meer toekomst ligt in dat land dan in het vergrijzende en sparende Europa. De Portugezen wijken ook uit naar Angola, want ook daar is er meer werk te vinden dan in Portugal.

De Spanjaarden trekken naar Duitsland en andere Europese landen, maar ook naar Argentinië of Chili. En tienduizenden Latijnsamerikaanse migranten in Spanje keren terug naar hun land.

De Europese landen smeken om investeringen, niet enkel bij China, maar ook bij Brazilië. Dat land heeft nog grote en sterke overheidsbedrijven.

Of hoe de oude koloniale machten nu afhankelijk zijn geworden van landen die ook zij als hun achtertuin beschouwden. Dat Afrikaanse landen als Angola en Mozambique aantrekkelijker worden dan de Europese landen, is een erg bittere vaststelling voor het ‘rijke’ Europa.
De familiefoto van de top, met vooraan in het midden de oude Spaanse koning die elke geloofwaardigheid heeft verloren door zijn safari- en liefdesavonturen en door de corruptie van zijn schoonzoon, had dan ook een hoog pathetisch gehalte. Vergane glorie.

Zelfs op het vlak van democratie en mensenrechten doen veel Latijnsamerikaanse landen het vaak beter dan in Europa, waar de democratie met voeten wordt getreden en sociale bewegingen gecriminaliseerd worden. Er zijn beslist nog erg veel problemen aan de andere kant van de Atlantische Oceaan, maar er is ook zelfvertrouwen en hoop, iets waar Europa momenteel een groot tekort aan heeft.

Latijns Amerika deed er twintig jaar over om de crisis achter zich te laten. In veel landen gaat de ongelijkheid achteruit. De Europese landen kunnen inderdaad wel iets leren van hun oude kolonies. We moeten enkel hopen dat ze niet de harde lessen van gewapende strijd en dictaturen moeten meemaken.

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice (www.globalsocialjustice.eu) en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ (www.socialcommons.eu ) voor een transformatieve en universele sociale bescherming.