‘Het Belgisch leger op drift’

BelgischLeger
Facebooktwittergoogle_plusmail

Een interne audit binnen het Belgisch leger leidt tot de conclusie dat zowel qua personeel als qua materieel het leger dringend nodig heeft aan vernieuwing. Tijd om grondig na te denken over rol, plaats en noodzaak van het leger.

Permanente-oorlogsdenken

Minister De Crem volgt zijn legerleiding niet in het desastreuze beeld dat ze ophangt van de toestand in het Belgisch leger. Hij verwijt de topofficieren nog teveel in het koude-oorlogsdenken te zitten. Hijzelf zit volop in het ‘permanente-oorlogsdenken’ waarbij de westerse machten menen overal ter wereld op te moeten treden om waarden en belangen te verdedigen, die ze steeds onder een dekmantel van humanitaire plicht aan de publieke opinie verkopen. De belangen betreffen in de eerste plaats een economisch systeem waarin de financiële wereld het reilen en zeilen bepaalt. Er is een tendens om de ultra-liberale politiek te militariseren met oorlogen, militaire expedities, spanningen en conflicten in regio’s met belangrijke grondstoffenvoorraden, olie en aardgas zoals Afrika en Azië. Hierbij wordt de NAVO ingezet als de militaire arm die het ultraliberalisme moet invoeren via een opgedrongen ‘nation building’ of een desintegratie van de staat, en tevens die landen moet destabiliseren waar de politiek nog economische sturing wil geven. De militaire samenwerking binnen de EU is er het kleinere broertje van.

Het is geweten dat belangrijke delen van de legerleiding het niet zo op hebben met dit nieuwe concept. De minister verwijt hen een oorlog van de vorige eeuw voor te bereiden. Hieromtrent draaide inderdaad het geschil tussen Pieter De Crem en de vorige stafchef Delcour, die uiteindelijk ontslag nam eind maart dit jaar. De rol van het Belgisch leger binnen een NAVO die wereldwijd opereert met een gesofisticeerd en gecentraliseerde slagkracht, daar ging het om. In deze nota komt wellicht nog dezelfde discussie aan bod. Pieter De Crem zei in interview in Le Soir begin dit jaar: “permanent 1000 soldaten kunnen ontplooien in een conflictzone, dat is waar het om draait(…) bovendien kunnen we gevraagd worden om bijkomende operaties genre Libië(…)”. De rest van het aantal grondtroepen kan worden verminderd, en het budget moet gefocust worden op de punten waar het Belgisch leger goed in is: “behandeling van brandwonden, ‘search and rescue’ operaties ter zee met de nieuwe NH90 helikopters, anti-piraterij en mijnenvegen in samenwerking met de Nederlandse marine, paracommando’s(…)”  Bij een bezoek aan zijn Nederlandse collega in februari van dit jaar meldde de minister dat hij samen met Nederland de vervanging van de F16 wil aanpakken.

Defensieve defensie

Het werd op vrede.be al herhaaldelijk geschreven: “Vrede vzw is niet per definitie tegen alle geweld. Wij kiezen steeds voor politieke oplossingen maar wij erkennen het recht van volkeren om zich te verdedigen tegen invasie en bezetting (dat doet ook het VN-charter). Een staat heeft recht op een leger maar voor ons enkel in het kader van een defensieve defensie op een zo laag mogelijk niveau, dit wil zeggen dat men zich niet voorbereidt op het uitsturen van troepen of op militaire interventies.” Er moet ook niet noodzakelijk een probleem zijn met de afschaffing van de nationale defensie en de overdracht ervan naar de Europese Unie. De vaststelling die daarbij direct in het oog springt is dat de Europese Unie weinig of geen vijanden heeft die haar militair willen aanvallen. Dat laagst mogelijke niveau van militaire defensie zal dus effectief heel laag zijn. Er kan dus bijzonder sterk bespaard worden op de defensiebudgetten.

Zich vastklampen aan (conventionele) militaire superioriteit van enkele westerse landen als basislijn van een strategisch concept waarbij elk probleem als een militaire bedreiging wordt beschouwd, is de slechtste evolutie die we ons kunnen voorstellen. Daar als land aan blijven meedoen is de absoluut verkeerde weg volgen. Helaas is dat de lijn die onze militaire en politieke wereld domineert. Het geklaag over verouderd materieel en te weinig operatieve soldaten vanwege de legerleiding kan onze politieke wereld dwingen na te denken over de zinloosheid van de huidige militaire strategie en de daaraan verbonden kosten. Eén kanttekening is hierbij wel nodig, de besparingen in het defensiebudget mogen uiteraard een sociale aanpak bij de afvloeiingen van het militair personeel niet belemmeren.

Naar verluidt zou deze interne nota oproepen voor een maatschappelijk debat rond de toekomst van het Belgisch leger. De vredesbeweging vraagt niet liever.

Alternatief

Een deel van een alternatief in de problematiek van leger en NAVO ligt dus bij een (Europese) defensieve defensie op het laagst mogelijke niveau. Vervolgens komt het er als land (groep landen) op aan om met de buren overeenkomsten te sluiten. Denk hierbij aan een politieke pan-Europese veiligheidsstructuur zoals met het Helsinkiproces als voorganger van de Organisatie van Veiligheid en Samenwerking in Europa. In dergelijke constructie moet worden opgenomen dat de partijen elkaar niet militair zullen aanvallen, dat ze elkaars grenzen zullen respecteren, dat hun geschillen voor internationale rechtbanken zullen worden behandeld, enzovoort. Als de Europese landen daarbij hun grondgebied kernwapenvrij verklaren is dat een geweldige vertrouwenwekkende maatregel naar de buitenwereld toe.

Een ander deel van het alternatief ligt het wegnemen van fundamentele oorzaken van conflict, geweld en oorlog. De vredesbeweging hanteert daarbij geregeld het UNDP-concept van ‘menselijke veiligheid’  waar zeven componenten elkaar beïnvloeden: economische veiligheid, gezondheids-, voedsel- en milieuveiligheid, politieke en persoonlijke veiligheid, veiligheid van de gemeenschap. Een synthese van dit concept kan ook teruggevonden worden in de slogan: ontwapenen om te ontwikkelen.

Besluit

De financiële crisis kan een stimulans zijn voor de civiele samenleving om de beleidsmensen te duwen om het veiligheidsbeleid ten gronde te herdenken. Grote besparingen op de militaire uitgaven zijn mogelijk in een strategie van defensieve defensie. Het huidige eenheidsdenken moet worden doorbroken: een andere veiligheid dan een militaire is mogelijk.

Of dit alles kan binnen een neoliberaal kader is meer dan hoogst twijfelachtig.