President worden met minderheid stemmen? Welkom in de VS!

amerikaanse verkiezingen
Facebooktwittergoogle_plusmail

Republikein Romney nadert langzaam maar zeker op Democratisch president Obama. Obama zou wel eens kunnen verliezen met het totaal aantal stemmen en toch een tweede mandaat krijgen. George W. Bush deed het hem voor in 2000 en was niet eens de eerste. Een terugblik op 2000. Kan het opnieuw in 2012? Zeker weten.

Het Amerikaanse kiessysteem is allesbehalve wat je van een moderne democratie zou verwachten. Het arbitraire karakter van de procedures maakt dat manipulatie door de lokale machthebbers schering en inslag is, zowel in Democratisch als in Republikeins gedomineerde kiesdistricten.

Wie dacht dat het vandaag niet meer voorkomt dat in een democratie de kiesverrichtingen in handen zijn van de politieke partijen (en in het geval van de VS in de handen van de twee grote partijen) en niet door de overheid worden georganiseerd, vergist zich. Het onderzoek van de presidentsverkiezingen van 2000 in de staat Florida in dit artikel heeft niet zozeer belang wegens de cijfers of de specifieke details. Het schetst vooral een vernietigend beeld van de democratie in het machtigste land ter wereld. Kan dit in 2012 nog gebeuren? Wees maar zeker van yes!

Het zou zelfs nog erger kunnen want zowel Republikeinse als Democratische lokale potentaten hebben hun ervaringen van 2000 gebruikt om een en ander nog ondoorzichtiger en gemakkelijker manipuleerbaarder te maken.

Om de bizarre aspecten van het Amerikaanse verkiezingssysteem beter te begrijpen, volgt hier daarom een terugblik op die verkiezingen van 2000 die er voor zorgden dat Republikein George W. Bush president werd, hoewel hij minder stemmen had behaald dan zijn tegenstrever Democraat Al Gore.

George W. Bush was de eerste president sinds Benjamin Harrison in 1888 met minder stemmen dan zijn tegenstrever. Harrison werd immers net als Bush president dank zij een meederheid van de zetels in het presidentiële kiescollege (1).

 

Het presidentiële kiescollege?

In tegenstelling tot wat men meestal veronderstelt, wordt de president niet rechtstreeks verkozen. Sinds de oprichting van de VS in 1776 wordt de president er benoemd door een college van aangeduide kiezers. Elke staat van de federatie kan een aantal kiezers naar dit college afvaardigen (2).

De verkiezingen bepalen enkel welke partij in een bepaalde staat alle collegeleden mag aanduiden. Dit gebeurt volgens het systeem van het relatieve meerderheidsstelsel waarbij de partij die de meeste stemmen haalt in een bepaalde staat alle mandaten van het kiescollege voor die staat mag invullen (die ‘relatieve’ meerderheid hoeft zelfs geen absolute meerderheid 50 procent + 1 stem te zijn).

Democratisch kandidaat Al Gore behaalde in 2000 539.898 stemmen meer dan George W. Bush, geen groot verschil maar dat was niet uitzonderlijk. De overwinning van John Kennedy op Richard Nixon was krapper. Het was in 2000 ook niet ongewoon dat in een aantal staten de tellingen enkele dagen na de verkiezingsdag nog niet waren beëindigd.

Meestal zijn de gedeeltelijke resultaten echter duidelijk genoeg, zodat de kandidaten de overwinnaar al erkennen voor alle resultaten binnen zijn. Florida was in 2000 zeker niet de enige staat waar men nog aan het tellen was. Tennessee, Alabama, Illinois … overal waren de tellers nog druk in de weer.

Het verschil tussen Florida en die staten was dat daar de uiteindelijke uitslag al duidelijk was uit de gedeeltelijke resultaten. De totaalsom van beide kandidaten zonder de zitjes van Florida was 267 voor Gore en 246 voor Bush. Snelle rekenaars waren er al zeer vlug uit dat de 25 leden van het kiescollege in één staat, Florida, nog onzeker waren en het verschil zouden maken.

Plots wordt één staat belangrijk

Er ging plots heel wat media-aandacht naar Florida. De talloze hertellingen, maar vooral de fameuze stemformulieren waar je een gaatje moet in drukken en de vlinderstembrieven met twee naamlijsten met één stemkolom in het midden maakten er een visueel spektakel van.

Verdere hertellingen werden uiteindelijk stopgezet door het Hooggerechtshof. Officieel haalde George W. Bush in Florida 537 stemmen meer dan Al Gore. De 25 leden van Florida in het kiescollege brachten het aantal voor Bush op 271 (één meer dan nodig).

 

De winnaar verliest

De Democraten zaten in zak en as. Met een zetelend vice-president als kandidaat konden ze immers niet verliezen, dat deden ze ook niet en toch zat Gore niet in het Witte Huis. Eerder dan in eigen boezem te kijken en de oorzaak te zoeken in het feit dat Democraten en Republikeinen inhoudelijk volledig inwisselbaar zijn geworden, werd naar een zondebok gezocht, liefst een die niet de middelen heeft om zich te verdedigen.

Die was vlug gevonden. De kandidatuur van Ralph Nader voor de Green Party was reeds tijdens de campagne zwaar op de korrel genomen. Gematigde commentatoren vonden zijn kandidatuur politiek onverstandig, andere analisten (zonder twijfel democratisch in hart en nieren) gingen verder en trokken zonder meer het recht van Ralph Nader om te kandideren in twijfel. Ze waren wel zo verstandig niet in te gaan op het politieke programma van Nader, kwestie van hun publiek die nutteloze informatie te besparen, enkel het feit dat hij meedeed werd bekritiseerd( 4).

 

Zoek de verschillen

Opiniepeilingen gaven een zeer gering verschil tussen Gore en Bush. Dat hoeft niet te verbazen (5). Als je een munt 1 miljoen keer opgooit krijg je gegarandeerd 50 % kop, 50 % letter, net zo dus met de uitwisselbare kandidaten Gore en Bush. De Amerikaanse bevolking zag het verschil niet.

Een progressief kandidaat als Nader maakte het de Democraten natuurlijk iets moeilijker om een centrumrechtse koers te blijven varen. Maar dat gold even goed voor de Republikeinen die met meerdere kandidaten aan hun rechterzijde werden geconfronteerd, waarvan Pat Buchanan de meest notoire was.

Onderstaande commentaar is gebaseerd op onderzoek van documenten en feiten door Amerikaanse onafhankelijke onderzoeksjournalisten. Hulde hier aan die enkelingen die er in de moeilijke omstandigheden van het Amerikaanse medialandschap toch waren voor gegaan om de waarheid eer aan te doen. Het bronnenmateriaal van dit artikel verwijst naar een aantal auteurs, in deze boeken wordt nog verder verwezen naar directer bronnenmateriaal.

1. Het meest plausibele argument van de Democraten leek zeer aannemelijk. Als je de stemmen voor Nader in Florida optelde bij die van de Democraten haalde Gore het op zijn kousevoeten van Bush. Je moest dan wel uitgaan van de premisse dat alle kiezers voor Nader op Gore zouden stemmen als Nader niet meedeed. Dat stond niet onomstootbaar vast. Je moest er bovendien van uitgaan dat alle kiezers voor Nader ook zouden gaan stemmen als hij niet meedeed aan de verkiezingen. Dat was nog minder zeker. Slechts de helft van de Amerikaanse stemgerechtigden nam deel aan deze presidentsverkiezingen (6). Eigen onderzoek door de Green Party wees uit dat hun kiezers in grote getale zouden thuis blijven als er geen groen kandidaat was.

2. De deelname van Nader zou de Democraten er toe gedwongen hebben meer ‘groene’ standpunten in te nemen, waardoor kiezers van Democraten naar Republikeinen waren overgestapt, wegens het te ‘progressieve’ programma van de Democraten. Dat klopte van geen kanten. Al Gore had immers geen enkele inhoudelijke toegeving gedaan om de Green Party over te halen. De Democraten deden ook geen enkele poging om hierover een dialoog aan te gaan. Pogingen tot gesprek in de andere richting werden geweigerd, zelfs met ondergeschikte medewerkers van het campagneteam van Gore. De enige concrete tussenkomst van Gore bestond er in er voor te zorgen dat Nader niet mocht deelnemen aan de nationale tv-debatten (7). Toen Nader met een geldig toegangsticket in het publiek wou plaatsnemen voor de studio-opnames van het eerste van die debatten werd hij door de politie verwijderd wegens ‘ordeverstoring’. Niet bepaald de houding van een partij die open stond voor progressieve ideeën.

3. Gore zou verloren hebben omdat in een aantal kiesdistricten de stemformulieren verwarrend waren en stemmen voor Gore als stemmen voor Pat Buchanan werden geteld, op andere stembiljetten werden stemmen voor Gore ongeldig omdat bij het doordrukken op een volgende pagina onwillekeurig nog een kandidaat werd aangeduid. (8) Gezien het uiteindelijke geringe verschil, zou dit wiskundig kunnen kloppen. Probleem met dit argument is natuurlijk dat de verkiezingen in die districten altijd al zo verliepen, dat met andere woorden dat soort foutieve stemmen altijd bestaan had, niet dat de Democraten daar vroeger wakker hadden van gelegen. Het is een fenomeen dat zich in honderden kiesdistricten, ook buiten Florida, voordeed. Zeer zwak argument dus, het zou immers best kunnen dat een grondige analyse van de resultaten in alle kiesdistricten van de VS uitwees dat de Democraten op andere plaatsen net hun voordeel bij diezelfde mistoestanden deden.

4. Gore werd uiteindelijk geen president omdat het Hooggerechtshof besliste de hertellingen stop te zetten en de uitslag van de gekende cijfers op dat ogenblik als het officiële resultaat te erkennen. Het Hooggerechtshof baseerde zich daarvoor op het principe van de gelijke behandeling. Het kon niet dat in enkele kiesdistricten zou worden herteld en in andere niet, dan zou niet elke stem van elke kiezer op dezelfde manier worden behandeld. Dat de zeer uiteenlopende kiessystemen in die districten sowieso een verschillende aanpak van de stem van de kiezer met zich meebrengen, was blijkbaar geen bezwaar.

5. Uiteindelijk maakte het allemaal weinig uit want een consortium van een aantal grote mediabedrijven deed een eigen hertelling waaruit bleek dat Bush uiteindelijk toch meer stemmen haalde, zij het met nog een kleiner verschil dan de officiële 537 stemmen. Ten minste, zo leek het toch. Een grondige lectuur van het rapport, dat eerst maanden werd achtergehouden tot na de beëdiging van de president, wees uit dat het niet om een ‘hertelling’ ging. Het National Opinion Research Center van de University of Chicago kreeg immers de opdracht de getelde stembrieven te omschrijven, niet om een eigen telling te doen. Alle door de Republikeinse administratie van Florida afgekeurde stembiljetten bleven dus als ongeldig genoteerd, er werd slechts bijgevoegd waarom ze afgekeurd waren en er werd in geen geval bijgevoegd of die afkeuring al dan niet terecht was. Maar daar ging het toch juist om! Als steekproef om na te gaan hoe de kiezer dan wel had gestemd, was dit onderzoek dus waardeloos.

 

Vaststellingen in Florida

Ernstige journalistiek was reeds in 2000 niet langer de norm. Toch waren een aantal journalisten met het democratische hart op de juiste plaats, geïntrigeerd door een aantal vaststellingen die in de marge van de mediahype waren gedaan. De hertellingen in een aantal kiesdistricten van Florida had immers ook ander conclusies naar boven gebracht.

1. In de VS moet een burger zelf de stap zetten naar het gemeentehuis om zich te laten inschrijven op het kiesregister. Uit de strijd voor de burgerrechten van de jaren ’60 was gebleken dat de staten allerlei truuks gebruikten om vooral zwarten maar ook arme blanken er van te weerhouden zich te laten registreren, van leestests, inschrijvingstaks, onbeschikbare formulieren tot fysieke bedreigingen …. De Voter Registration Act van 1965 gaf zeven miljoen Amerikanen de kans om voor het eerst te gaan stemmen. Staten zoals Florida waren er snel bij om nieuwe belemmeringen in te bouwen. Eén op vier zwarte volwassenen mocht er in 2000 niet stemmen omdat ze ooit een veroordeling hebben opgelopen. Armoede en delinquentie, gecombineerd met een hardere aanpak van dezelfde misdrijven naargelang de kleur van de betrokkene maakte dat de zwarten in Florida met 15 % van de bevolking 54 % van de veroordeelden uitmaken. Zwarten (als ze kunnen) stemmen meer dan 90 % Democratisch (ook nu nog). Ongeveer 500.000 Amerikaanse staatsburgers, waarvan dus de helft zwarten, mochten in 2000 in Florida niet deelnemen aan verkiezingen. 13 staten hanteerden toen datzelfde systeem, wat het totaal aantal burgers dat in 2000 niet mocht stemmen op 4 miljoen brengt; in de andere 37 staten behield een veroordeelde wél zijn stemrecht (soms pas na het uitzitten van de straf). De regels voor deelname aan presidentsverkiezingen verschillen ook nog vandaag in 2012 van staat tot staat. Als deze burgers wel mochten kiezen in 2000 en zelfs als slechts de helft daarvan dat effectief hadden gedaan zouden de Democraten deze verkiezingen glansrijk hebben gewonnen. De 13 staten die deze racistische wetten toepasten werden echter evengoed door Democratische als Republikeinse gouverneurs geregeerd en zowel Democratische als Republikeinse parlementairen bleven zich verzetten tegen een hervorming en een uniformisering van het kiesstelsel (9) tot vandaag in 2012. Het gebruik van dit argument kon in 2000 niet omdat dit een diepgaand debat over de rassenongelijkheid zou veroorzaken. Prima voor de Republikeinen, voor de Democratische Partij dus ook.

2. In de maanden voor de verkiezingen gaf gouverneur Jeb Bush (broer van George W.) de opdracht 57.700 geregistreerde kiezers te schrappen, omdat zij naar zijn mening volgens de wetten van Florida geen stemrecht meer hadden. Het ging in overweldigend mate over zwarte en Latijnse kiezers. 90.2 % bleek achteraf echter onschuldig te zijn. De Amerikaanse zender CBS was maanden voor de verkiezing al op de hoogte maar besloot na eigen onderzoek dat er niets van aan was. Een journalist van CBS, die uiteraard anoniem wilde blijven, bevestigde aan onafhankelijk journalist Greg Palast dat CBS tot dat besluit kwam na het voeren van één telefoongesprek met het secretariaat van gouverneur Bush! De hele afhandeling van deze lijst werd uitbesteed aan een privé-bedrijf dat de praktijk later op een hoorzitting in het Congress toegaf en duidelijk stelde dat zij dit deed op basis van specifieke instructies van Katherine Harris, medewerker van gouverneur Jeb Bush. Een georchestreerde actie van een gouverneur, broer van de kandidaat-president, om zwarte Democratische kiezers te verhinderen te gaan stemmen, een uitzondering, een aberratie? Ook daar maakten de Democraten geen werk van. Wat in Florida gebeurde was immers al jaren schering en inslag in Republikeinse en Democratische staten. Een nieuw debat over het kiesstelsel en over de rassenverhoudingen in de VS konden ook de Democraten missen als kiespijn(10).
3. Niet alle militanten voor de Democratische Partij zijn cynische opportunisten zoals de top van hun partij. Integendeel, in het kiesdistrict Duval County (Jacksonville) hadden Democratische militanten in 2000 zwaar geïnvesteerd om arme zwarten over te halen tot registratie als kiezer, met succes. Duval is nog altijd het armste district van Florida, 47 % van de volwassenen word er beschouwd als functioneel ongeletterd, ze kunnen dus amper lezen of schrijven. De drempel voor deze overwegende zwarte burgers om zich te registreren is enorm hoog. Toch gingen duizenden inwoners voor het eerst in hun leven stemmen in 2000. Op de verkiezingsdag bleken de stembrieven niet helemaal overeen te komen met het model dat de Democraten hadden gebruikt bij de voorlichtingssessies (11). Vragen voor uitleg werden door de aanwezige bediendes unaniem verwezen naar de gedrukte instructies op de muren van de stemlokalen. Meer dan 27.000 nieuwe kiezers begrepen dus niet dat je het dubbel geplooide stembiljet moest openleggen omdat je anders bij het indrukken van een kandidaat op het eerste blad ook een gaatje drukt op het tweede blad, waardoor de stem ongeldig werd. 27.000 stembiljetten, bijna uitsluitend van zwarte kiezers, werden in Duval County ongeldig verklaard, voldoende om voor de Democraten het verschil te maken. Hier tegen protesteren hield voor de top van de Democraten het risico in een nationaal debat te openen over de redenen waarom zoveel burgers amper kunnen lezen of schrijven, waarom in districten zoals Duval de kindersterfte bij zwarten dubbel zo hoog is als bij blanken … geen woord dus hierover in de Amerikaanse massamedia, niet dat het niet geweten was, lokale Democraten verspreiden deze informatie immers op de avond van de verkiezingen zelf en bleven er de dagen erna op terugkomen. Florida was zeker niet de enige staat waar dit gebeurde, ook in andere staten zoals Arkansas (de staat van Bill Clinton) werden gelijkaardige vaststellingen gedaan.

4. De desastreuze toestand in Haïti (in grote mate een gevolg van het beleid van president Clinton) bracht een grote vluchtelingenstroom op gang. In 2000 hadden heel wat Haïtianen de hoop op terugkeer opgegeven en staatsburgerschap aangevraagd en bekomen. Gezien hun politiek zelfbewustzijn namen zij massaal deel aan hun eerste verkiezingen in de VS. Net als hun zwarte medeburgers stemmen zij massaal voor de Democraten. In Dade County (Miami) alleen werden meer dan 2000 kiezers geweigerd, soms op een zeer vicieuze manier. In een stemlokaal waar veel Haïtiaanse kiezers werden verwacht die in de horeca werkten, werden de deuren op 16.30 uur gesloten(12), op andere plaatsen weigerde men de stembrief te overhandigen omdat de kiezers de mondelinge Engelstalige instructies van het personeel niet ‘begrepen’(13). Andere kiezers die wilden helpen met vertaling in het Creools werd een spreekverbod opgelegd. Zelfs de 2000 Haïtiaanse kiezers van Dade County zouden voor de Democraten het verschil hebben gemaakt. Ook dit vonden de Democraten toen geen goede aangelegenheid om de uitslag aan te vechten.

5. Amerikaanse staatsburgers in het buitenland kunnen ook deelnemen aan de verkiezingen, ze moeten zich tijdig inschrijven, hun stembiljet moet door de post afgestempeld zijn ten laatste op de dag van de verkiezingen. Deze stemmen worden geteld in de staat die de kiezer zelf opgeeft. Gemiddeld stemt 4 op 5 kiezers in het buitenland voor de Republikeinen, dat zijn voor het overgrote deel militairen. Uit onderzoek door de New York Times in juli 2001 bleek dat 680 van de 2490 in Florida geregistreerde en aanvaarde buitenlandse stemmen feitelijk ongeldig waren(14), dat gaf ongeveer 544 stemmen voor Bush minder, dat bracht de officiële winst van 537 stemmen terug tot een achterstand van 7 stemmen. Bovendien, uit onafhankelijk onderzoek bleek dat in kiesdistricten waar Gore won, van alle geposte stembrieven met een onduidelijke poststempel gemiddeld 8 op 10 werden afgekeurd, in kiesdistricten waar Bush won bleek de gemiddelde afkeuring 4 op 10 te zijn. Ook dit gefoefel met de stemmen uit het buitenland bleek echter al jaren een endemisch probleem te zijn in alle staten, ook die met Democratische gouverneurs.

6. In een normale democratie gaat men er van uit dat het gemiddeld aantal afgekeurde stembiljetten overal min of meer gelijk is. In Florida werden in totaal 179.855 stembiljetten afgekeurd (15), een cijfer dat procentueel vergelijkbaar is met de meeste andere staten. Uit de cijfers van de kiesdistricten met minder dan 5 % zwarte kiezers en die met meer dan 25 % zwarte kiezers bleek echter dat in de eerste categorie het % afgekeurde stembiljetten tussen 1 à 3 % lag (een ‘normaal’ cijfer) en in de ‘zwarte kiesdistricten tussen 7 en 12 %. In al deze kiesdistricten deponeerde de kiezer zijn stembrief in een dezelfde Accuvote (16) machine. Deze machine leest ongeldige stemmen onmiddellijk. Wat blijkt: de Accuvotemachine  had een optie om ongeldige stemmen onmiddellijk in te slikken of om het stembiljet terug te geven met het verzoek aan de kiezer om opnieuw te stemmen. In de zwarte kiesdistricten Gadsden, Madison, Hamilton en Jackson stonden de knoppen op ‘onmiddellijk verwerpen’, in elk van de blanke kiesdistricten Citrus, Santa Rosa, Pasco en Sarasota gaf de machine steeds het ongeldige stembiljet terug. Haal dit verschil weg en de 537 stemmen van Bush verdwenen als sneeuw voor de zon.

Ernstig onderzoek van de verkiezingen in Florida wees uit dat het verkiezingssysteem in de VS endemisch lijdt onder racistische manipulaties. Florida was helemaal geen uitzondering. Zowel Democraten als Republikeinen bezondigden zich aan dit soort praktijken. Wie zich afvraagt waarom de Democraten zich zo snel en zonder strijd bij de verkiezing van Bush neerlegden, weet nu waarom. De mediaberichtgeving ging volledig aan deze maatschappelijke dimensie voorbij.

 

Over naar 2012

Aan de wantoestanden van het kiessysteem van 2000 zijn nauwelijks iets veranderd. De peilingen voorspellen ook nu weer een nek-aan-nek-race. Een aantal peilingen geeft Romney zelfs een voorsprong. Obama ligt echter iets beter in de 10 swing states waar de uitslag niet voorspelbaar is omdat de voorspellingen zo dicht bij elkaar liggen. Het is dus niet onmogelijk dat Obama het haalt met de zetels van het kiescollege hoewel hij minder stemmen zal halen dan Romney.

Als dat gebeurt staat hij voor een haast onmogelijke vier jaar. George W. Bush deed het hem al voor maar wel in zijn eerste mandaat. Wij zijn het bijna vergeten maar dat eerste jaar deed Bush het zeer slecht in de peilingen. Wat later vlogen echter de vliegtuigen van 9/11 in de torens van New York. Bush haalde daarna wel een tweede mandaat.

Als Obama nu een tweede mandaat haalt zonder een meerderheid aan stemmen, zou hij wel eens de neiging voelen om zich alsnog te bewijzen. HIj zou dan met andere woorden wel eens een even slechte/gevaarlijke president kunnen zijn als Romney dreigt te worden. Hij zal sowieso nog steeds een Republikeinse meerderheid in het Congres moeten trotseren.

Dit is de realiteit van de democratie in het machtigste land ter wereld dat de Amerikaanse bevolking een keuze heeft tussen twee kandidaten van de één procent, de éne nog iets erger dan de andere …

Dit is een geactualiseerde versie van een artikel dat verscheen in Uitpers 25 van april 2004 (zie weblink hieronder)

Bronnenmateriaal :

Conaway, Laura & Ridgeway, James. Democracy in Chains. Village Voice, November 29, 2000 as reprinted in: Philips, Peter & Project Censored. Censored 2001. Seven Stories Press, New York, 2001.

Donner, Frank J. The Age of Surveillance. The Aims and Methods of America’s Political Intelligence System. Random House, New York, 1980.

Goldstein, Robert Justin. Political Repression in Modern America. 1870 to the Present. Schenkman, Cambridge, 1978.

Grofman, Bernard & Lijphart, Arend. Electoral Laws and their Political Consequences. Agathon Press, New York, 1986.

Palast, Greg. The Best Democracy Money Can Buy. Robinson, London, 2002.

Solomon, Norman. False Hope. The Politics of Illusion in the Clinton Era. Common Courage Press, Monroe, 1994.

Reynolds, David. Democracy Unbound. Progressive Challenges to the Two Party System. South End Press, Boston, 1997.

Zinn, Howard. A People’s History of the United States. 1492-Present. HarperCollins, New York, 1980.

Voetnoten

(1) Leuk om weten is dat president Harrison in 1892 daarna de verkiezingen verloor tegen rivaal Grover Cleveland die toen wél president werd. Harrison was toen al de derde president met minder stemmen dan zijn tegenstrever in de VS-geschiedenis.

(2) Dit aantal is gebaseerd op het aantal inwoners (niet-kiesgerechtigde burgers of buitenlandse inwoners inbegrepen, ook slaven telden dus mee voor het aantal leden in het kiescollege). Dit college komt slechts twéé maanden na de verkiezingen samen. Meestal is de uitslag echter al duidelijk de dag van de verkiezingen of de dag erna. Om verkozen te worden moet men 271 van de 538 collegeleden achter zich krijgen. Gore had reeds 267 ‘stemmen’, Bush 246 zonder Florida. Gore had dus slechts 3 van de 25 stemmen van Florida nodig ( = 12 % van de mandaten). Gore haalde iets minder dan de helft van de stemmen in Florida, met de helft van die mandaten (min één = 12) van het kiescollege voor Florida was hij dus met overschot president geworden.

(3) De twee dominante partijen in de VS hebben, hoe hard zij elkaar soms ook bekampten, steeds de krachten gebundeld om derde partijen de weg af te snijden. Meestal gebeurde dat door een mengsel van politieke repressie en door beide partijen gesteunde wijzigingen aan het kiesstelsel. Het huidige kiesstelsel is van de VS is vooral het product van een politieke strijd tegen progressieve bewegingen, zoals de socialistische vakbondsman Eugene Debs die in 1894 presidentskandidaat was.

(4) Een veel gebruikte omschrijving was ‘spoiler’ (letterlijk: bederver), Nader bedierf het spel voor de ernstige kandidaat. De term ‘spoiler’ als omschrijving voor vervelende kandidaten gaat zeer ver terug in de Amerikaanse geschiedenis. Wie deze commentaren las, had dus geen flauw idee van de inhoudelijke verschillen tussen Nader en Gore. Kranten hebben in de VS geen traditie voor het vergelijken van politieke programma’s, de meeste media laten trouwens steeds een duidelijke voorkeur voelen. In staten met een grote en reeds lang bestaande meerderheid zijn de lokale traditionele media eenzijdig pro de sterkste partij. Enkel in zogenaamde ‘swing states’ met nipte meerderheden is er een (naar Amerikaanse normen) redelijke vergelijking van kandidaten gebruikelijk. Dit wil niet zeggen dat een kritische pers niet zou bestaan. Ze zijn altijd kleinschalig en op abonnees gericht, in de krantenkiosk vind je ze niet.

(5) Ook in de massamedia hier blijft men de zogenaamde verschillen tussen Republikeinse en Democratische presidenten cultiveren. Het verschil in retoriek tussen beide partijen blijft inderdaad zeer groot. Inhoudelijk is echter een ander paar mouwen. De laatste Democratische president die nog nieuwe sociale programma’s invoerde was Lyndon Johnson. Republikein Richard Nixon breidde die programma’s nog uit. Niet Ronald Reagan maar Jimmy Carter was de eerste om daar terug zwaar in te besparen. Het defensiebeleid van Reagan was een kopie van zijn Democratische voorganger Carter. Het concept van de Rapid Deployment Force voor een snel inzetbaar bezettingsleger in het Midden-Oosten werd door de medewerkers van Carter uitgedacht. Reagan hoefde het alleen maar verder uit te voeren. Bush II werkt nog steeds volgens deze doctrine (met als enig verschil dat Carter toen in plaats van Irak aan de bezetting van buurland Syrië dacht). En dat Clinton meer en harder heeft gesnoeid in sociale programma’s dan Reagan en Bush samen en nooit werk heeft gemaakt van zijn enige sociale belofte, de hervorming van het sociale zekerheidsstelsel, komt zelfs vier jaar na het vertrek van Clinton nooit aan bod in commentaren.

(6) In de VS is 50 % deelname een relatief hoog cijfer, deelname aan verkiezingen op gemeentelijk niveau voor burgemeesters, sheriffs, rechters en voor de districtsraden en staatsparlementen is nog veel lager.

(7) In de VS bepalen de tv-stations niet zelf wie aan de debatten mag deelnemen. Dat wordt overgelaten aan een Commissie die bestaat uit vertegenwoordigers van Democraten en Republikeinen.

(8) Het is natuurlijk principieel al zeer problematisch dat elke staat in de VS vrij de modaliteiten voor de federale presidentsverkiezingen bepaalt, zelfs binnen één staat zijn de kiesdistricten vrij om wijzigingen aan te brengen. Tijdens de debatten over de invoering van het elektronisch stemmen in het Belgisch parlement werd door sommige voorstanders van elektronisch stemmen verwezen naar het Amerikaanse systeem. Dat klopt dus niet met de feiten. De meeste kiesdistricten in de VS stemmen nog zoals in de jaren ’30.

(9) Vanuit Europa lijkt het bizar waarom Democratische gouverneurs en congresleden dat zwart kiezerspotentieel laten liggen. De verklaring is nochtans zeer eenvoudig. Het overgrote deel van de gouverneursverkiezingen en verkiezingen van het congres gebeurt met grote meerderheden die zeer stabiel blijven en weinig veranderen in de tijd. Het overgrote deel van de Amerikanen leeft in de praktijk in een éénpartijstaat. Een Democratisch gouverneur die 80 % van de blanke stemmen haalt heeft er geen enkel belang bij 15 % meer stemmen te halen bij de zwarte bevolking van zijn staat als hij daardoor de helft van zijn blanke stemmen zou verliezen.

(10) Het boek van Greg Palast is Kafkaiaanse literatuur, enkele voorbeelden: ene Thomas Cooper werd geschrapt voor een misdrijf gepleegd op 30 januari 2007 (dit onderzoek werd in 2001 gedaan!) … net als 324 andere personen op de lijst, allemaal toevallig zwarte burgers. Toen een ijverige klerk op die duidelijke fouten wees, zette de Republikeinse administratie dit recht door het verwijderen van de bewuste data. En andere zwarte burgers? John Jackson Jr. werd geschrapt omdat zijn naam dezelfde is als misdadiger John Fitzgerald Jackson; Willy D. Whiting en Willy J. Whiting, zelfde verhaal, Thomas Clarence en Clarence Thomas idem dito, Wallace Mc Donald was zelfs nooit zijn stemrecht kwijtgeraakt tot in 2000, hij werd geschrapt omwille van een ‘misdrijf’ gepleegd in 1959, hij had toen namelijk op een bank gezeten die toen ‘alleen voor blanken’ bestemd was en was daar toen inderdaad voor beboet, stemrecht had hij al sinds 1965 … dit soort duidelijke ‘fouten’ werd soms verwijderd uit de lijst, echter alleen als de betrokkene zelf het initiatief nam om een klacht in te dienen, dat is voor een zwarte niet evident in Florida. Bovendien moest de betrokkene op de hoogte zijn. Meer van de helft van de brieven die hen daarvan verwittigden kwamen echter terug wegens verkeerd adres. De gebrekkige adressenlijst bleek immers al 20 jaar oud. Toeval? Onoplettendheid? … 66 geregistreerde kiezers met de naam David Butler in Florida, ene zwarte David Butler werd geschrapt wegens veroordelingen, hoewel die veroordelingen in een andere staat waren gepleegd, waar hij zijn burgerrechten niet verloor, een andere zwarte David Butler idem hoewel hij niets had misdaan, geen enkele blanke David Butler werd echter geschrapt. Florida is een van de weinige staten die op de kiezerslijsten ras (!) en partij (!) vermeldt, je moet die trouwens opgeven om als kiezer geregistreerd tekunnen worden, deze lijsten worden dan gebruikt in de kiesbureaus ! Zo moesten geschrapte personen op deze lijst die hun stemrecht nooit hadden verloren een formulier invullen om hun burgerrechten ‘terug’ te krijgen waarop ze moesten invullen waarom ze hun stemrecht hadden verloren en dit staven met documenten uit de andere staat. Die documenten bestaan echter niet in die andere staten vermits het afnemen van het stemrecht er niet bestaat … eerder dan bizarre administratieve gewoontes duidt dit op een bewust racistische keuze van de beleidsvoerders.

(11) Dit model werd hen door de Republikeinse administratie gegeven.

(12) Op dat ogenblik gaan bars, en restaurants weer dicht tot ’s avonds, een overblijfsel van de Britse puriteinse gewoontes.

(13) De Amerikaanse wetgeving verbiedt het gebruik van de Engelse taal als criterium voor toelating tot de stemming. Men mag een tolk gebruiken.

(14) 344 zonder postdatum, 183 met poststempel in de VS, 96 zonder getuige, 5 stempel na 17 november en 19 personen die 2 formulieren indienden.

(15) De hierboven afzonderlijk besproken afgekeurde stemmen in Duval en Dade County inbegrepen.

(16) Afkorting van Accurate Vote.

Politieke analyse vanuit het standpunt van de slachtoffers, geen 'objectieve-neutrale' desinformatie maar duidelijke keuzes. Ontmaskering van de mythe dat politiek ingewikkeld zou zijn, enkel uitlegbaar door zelfverklaarde 'experten'. Doorprikken bevooroordeelde berichtgeving om de wereld beter te begrijpen.