Naar politieke chaos in Rome

italy verkiezingen
Facebooktwittergoogle_plusmail

De verkiezingen voor de gewestraad op Sicilië van 28 oktober hebben de Italiaanse rechterzijde in shock gebracht. Het is nu tot een open breuk gekomen tussen ex-premier Silvio Berlusconi en zijn eigen partij, de PDL (Popolo della Libertà – Volk van de vrijheid). Maar ook bij centrumlinks en links is er geen hoerastemming. De enige die triomferen zijn de aanhangers van de 5 Stelle (M5S) van “komiek” Beppe Grillo. Ze halen op Sicilië een  zevende van de uitgebrachte stemmen, maar meer dan de helft van de kiezers gaf verstek.

Monti-bis

In Rome is snel berekend dat indien de Siciliaanse trend zich doorzet, Italië bij de parlementsverkiezingen van begin volgend jaar (februari of april) een onbestuurbaar parlement krijgt. Het is een bijkomend argument voor de fans van premier Mario Monti om voor een Monti-bis te pleiten.

Op Sicilië is de kandidaat van centrumlinks, Rosario Crocetta, met 30,70 % van de uitgebrachte stemmen, dat is 15 % van de potentiële kiezers, tot gouverneur gekozen. Hij had de steun van de centrumlinkse PD (Partito Democratico) en van de centrumrechtse UDC. Twee rechtse kandidaten, Nello Musemeci gesteund door de PDL, en autonomist Gianfranco Miccichè, haalden respectievelijk 25,7 en 15,4 %. Giancarlo Cancelleri van M5S kwam op 18%. De PD strandde bij de stemmen voor de partijen op 13,5, de 5 sterren van Grillo werden de sterkste partij met 14,7% Maar iedere keer te delen door twee voor het percentage van de kiesgerechtigden.

Diep geschokt

Het is “maar” een regionale verkiezing, maar ze bracht in Rome wel een schok teweeg. Vooral bij de PDL die volop in crisis verkeert. Berlusconi had enkele dagen eerder gedreigd dat zijn partij haar steun aan Monti zou intrekken. Die kon beter opkrassen om snel verkiezingen te organiseren waarbij Berlusconi weer kandidaat-premier zou zijn. Edoch, “zijn” partij volgde hem niet. Dauphin Angelino Alfano, aan wie Berlusconi de PDL had toevertrouwd, viel hem af. Uit zelfbehoud, want Berlusconi is in de ogen van zijn vroegere medestanders een blok aan het been.

Berlusconi speelde al een tijd met het dreigement een nieuwe partij op te richten, of liever zijn Forza Italia te herstichten – PDL was een fusie van Forza Italia en de postfascistische Nationale Alliantie. “Zoals in 1994 zal ik een beroep doen op mijn reclamefirma Publitalia om snel weer de harten en geesten van de Italianen te veroveren”, aldus “il Cavaliere” die na zijn veroordeling wegens fraude een nieuwe oorlog tegen de magistraten aankondigt. Maar veruit de meeste parlementsleden volgen Alfano. Die is kandidaat voor de voorverkiezingen van de PDL voor de post van kandidaat-premier. In de partijkas zit blijkbaar niet de nodige 3 miljoen euro om dat te bekostigen en Berlusconi liet weten dat ze op hem niet moeten rekenen om dat te betalen.

Implosie

De paniekreactie bij de PDL heeft te maken met de groeiende vrees van de nationale en lokale gekozenen voor een implosie. Die komt elke dag dichterbij, de revolte tegen de leider is daar een teken van. De PDL is immers opgericht in functie van die leider; dit is geen echte partij, de één miljoen aangeslotenen worden niet beschouwd als leden, maar als supporters van de vader-stichter Berlusconi. Als die leider nutteloos wordt, zitten de gekozenen van die partij op drijfzand, want van een intern partijleven is geen sprake. Het cement dat ze aan elkaar hield, de baas met zijn mediarijk en zijn fortuin, valt dan weg.

Er liggen lijkenpikkers op de loer. Van patronale kant wordt gerekend op een Monti-bis, deze gehaaide bankier verdedigt immers goed de belangen van het patronaat en hij weet daar bovenop eventuele linkse oppositie te neutraliseren. Er is groot verzet vanuit de vakbonden en vanuit talrijke basisgroepen, maar dat krijgt geen politieke verlengstukken, de “linkse” PD is als de dood voor frontale kritiek op het beleid van Monti. Er is ook nog altijd Luca Cordero di Montezemolo, de vroegere voorzitter van de patronale organisatie Confindustria, die de leiding wil nemen van een nieuwe centrumrechtse formatie. Kandidaten genoeg om rechts te willen leiden. Alfano en Berlusconi behoren voor hen tot het verleden.

Desillusies

De PD is vooral met interne keuken bezig, de voorverkiezingen voor de post van kandidaat-premier. Luigi Bersani, partijleider van de PD, is de favoriet, met als uitdagers Nicola Vendola van de SEL (Socialisme, Ecologie, Libertà-Vrijheid) en Matteo Renzi, de burgemeester van Firenze die inzake standpunten eerder bij rechts hoort. Bersani wil voor de parlementsverkiezingen een brede alliantie met onder meer de UCD, maar tegelijk SEL en UCD samenbrengen ligt dan toch erg moeilijk. Bersani ziet in de Siciliaanse verkiezingen het bewijs dat samenwerking met UDC kan werken, ook al is dat “succes” alleen een gevolg van de verdeeldheid van rechts en haalde de PD een historisch laag aantal stemmen.

Er is alleen zo weinig anders naast die brave PD. Links ervan, zoals Rifondazione Comunista, blijft nu al jaren zijn wonden likken van de zware nederlaag in 2008. Pogingen om links van de PD tot een bundeling te komen, leveren weinig op. Er zijn nochtans linkse massamobilisaties, maar het wantrouwen in partijen die er in de regering van Romano Prodi (die van 2006 tot 2008) zo weinig van terecht brachten is erg groot.

Diep wantrouwen

Het wantrouwen in elke vorm van gevestigde politiek is groot. Vandaar de enorm lage opkomst. Trouwens, als men toch te maken krijgt met een regering van niet-gekozenen en een onmondig parlement, waarom de moeite nemen om zich te verplaatsen?

Dat wantrouwen verklaart ook deels het succes van M5S van Grillo, eerst in de lokale verkiezingen van de lente, nu op Sicilië. Een beweging als SEL van Vendola wekte eerder even hoop, maar die SEL schoof zo snel naar het centrum op dat ze als alternatief nog weinig geloofwaardig is. Het Italia dei valori, Italië van de waarden, van ex-magistraat Antonio Di Pietro kon tot voor kort op veel krediet rekenen omdat di Pietro zowat de enige consequente ‘anti-Berlusconi’ was. Maar de voorbije weken kwam Di Pietro zwaar onder vuur in zijn eigen partij waar men hem ondemocratisch leiderschap verwijt.

De Italianen gaan hoe dan ook over enkele maanden naar de stembus. Zoals de kaarten nu liggen, zal dat uitdraaien op een parlement met moeilijk te vormen meerderheid. Maar de kaarten kunnen nog aardig doorheen geschud worden. Vooral rechts doktert naarstig aan een herschikking die de Italianen naar Grieks voorbeeld kan chanteren rond het oude “wij of de chaos” – terwijl zij het zijn die voor chaos zorgen.

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.