“Anticrisis” nekt Fordpersoneel

ford genk
Facebooktwittergoogle_plusmail

De duizenden personeelsleden van Ford en toeleveringsbedrijven zijn niet getroffen door een natuurramp, maar slachtoffer van een kille beslissing genomen in functie van één criterium: winst. De verkozen overheden jammeren en ondergaan de beslissing van een instantie die buiten de democratische instellingen valt. Toch hebben die overheden mee schuld aan deze tragedie. Zij voeren een zogenaamd anticrisis beleid dat de koopkracht terugdringt en al wie leeft of geleefd heeft van werk, de daver op het lijf jaagt. Want Ford wijst op de dalende verkoop. En die is een gevolg van de zogenaamde anticrisis maatregelen die de crisis verergeren.

Het regent de voorbije tijd wel waarschuwingen, zelfs van het IMF, dat er moet opgelet worden met al te drastische bezuinigingen in overheidsuitgaven om dat beruchte begrotingsdeficit terug te dringen. Ze wijzen erop dat die politiek het economisch herstel moeilijker maakt. Maar onder meer vanuit Berlijn en Brussel, de EU, blijft de druk groot om de vooropgestelde EU-norm te halen, ten koste van alles.

Spiraal

Nochtans merken we dat de Duitse overheid gas terugneemt en met loonsverhogingen een verhoging van de binnenlandse koopkracht toelaat. In Duitsland stond die koopkracht al een decennium onder zware druk, de loonkosten moesten naar beneden om de uitvoer te stimuleren. Maar als die koopkracht daalt in de landen waarnaar wordt uitgevoerd, moet er ineens meer ruimte in eigen land komen om de economie op peil te houden.

Maar de Europese Unie houdt vast aan de logica van de neerwaartse spiraal. In elk land moet de “concurrentiekracht” tegenover de anderen worden versterkt, wat concreet meestal neerkomt op “lagere loonkosten”, dus op minder koopkracht en minder consumptie – die van de andere landen moeten maar meer kopen. Maar dat is lastig als in die andere landen een zelfde beleid wordt gevoerd en dus de koopkracht algemeen vermindert. Armere partners kopen nu eenmaal minder. Een Europees stelsel van indexatie van lonen en uitkeringen aan de levensduurte, zou een stapje in de goede richting zijn om die spiraal om te buigen. Maar de patronale organisaties van België zouden liever de andere richting inslaan.

De Griekse tragedie is voor veel Europeanen als een spiegel: we dreigen allemaal armer te worden, de vooruitzichten zijn somber dus moet de buikriem worden aangehaald. Dus worden onder meer minder wagens gekocht en vallen er massale ontslagen. Hoe zo een neerwaartse spiraal werkt, zien we overduidelijk in Griekenland en Spanje met massale werkloosheid en armoede tot gevolg.

Onmacht

De overheden geven nog maar eens hun onmacht toe. Ik herinner me hoe Karel Van Miert bij het drama Renault jammerde hoe erg het was, maar hoe weinig de nationale regering en vooral “Europa” konden doen. Of bij een vorige ontslaggolf bij Ford toen Steve Stevaert zei hoe spijtig het was, maar hoe machteloos de overheid was.

Die overheid is niet per definitie machteloos. Ze verklaart zich machteloos, ze kiest er bewust voor om de belangrijkste economische beslissingen in handen te laten van machten die niet alleen ondemocratisch maar antidemocratisch zijn, zoals de directie van Ford. Zoals de diverse bankiers die uit pure hebzucht zeer riskant speculeerden en zo een financiële crisis uitlokten waarvoor ze in de regel niet ter verantwoording worden geroepen. Integendeel, ze kunnen weer hun gang gaan ondanks alle hoge woorden die instanties als de G20 uitspraken.

De gekozen overheden blijven het als hun taak zien een gunstig kader voor die andere machten te scheppen, via diverse (dure) tegemoetkomingen. Dat de patronale organisatie Voka vindt dat die beruchte loonkost naar beneden moet, hoeft niet te verwonderen. Dat er ook talrijke politici zijn die dat vinden, bewijst alleen maar hun slaafsheid. Er is een andere wereld mogelijk waarin belangrijke beslissingen, zoals over werk en koopkracht, niet afhankelijk zijn van machten buiten elke democratische controle.

Ford Genk toont ook hoe illusoir het is te denken dat sociaal overleg de sociaal-economische verhoudingen kan regelen. Sociaal overleg tussen ‘Arbeid’ en ‘Kapitaal’ gebeurt niet tussen gelijken, die laatste heeft het laatste woord, akkoorden en beloften zijn waardeloos. Want wie kan een directie straffen die haar woord niet houdt?

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.