Geen vrolijke keuze voor Oekraïners

Facebooktwittergoogle_plusmail

De Georgische kiezers toonden onlangs weinig enthousiasme voor de “held” van hun “rozenrevolutie” uit 2003: de partij van president Michail Saakasjvili beet in het zand bij de parlementsverkiezingen. De Oekraïense “Oranje revolutie” (2004) is al langer geschiedenis. Interne ruzies tussen leiders met vuile handen leidden in 2007 (parlement) en 2010 (president) tot de nederlaag.  Zondag 28 oktober kiezen de Oekraïners die nog in het land zijn – rond 4 miljoen volwassenen zochten tijdelijk heil in het buitenland – een nieuwe Rada, kamer van volksvertegenwoordigers. De grote partijen verschillen vooral van elkaar omdat ze elk door concurrerende oligarchen worden gesteund. Achter nagenoeg elke partij staan steenrijke oligarchen.

Het is alvast voorspelbaar dat de “blauwen” van de Partij van de Regio’s, die van president Viktor Janoekovitsj, hoog zullen scoren in de oostelijke sterk gerussificeerde gebieden – zij is daarmee vooral de Partij van oostelijke Regio’s. Terwijl de “oranje” of verwante partijen zeer sterk staan in de westelijke gebieden.

Regio’s

De Partij van de Regio’s kwam in 2007 als de grootste uit de bus en kon voldoende andere leden van de Rada meekrijgen om Janoekovitsj een meegaande meerderheid te bezorgen. Die partij zou ook nu de grootste blijven, een lengte vóór het blok van Joelia Timosjenko, de vroegere premier die in de gevangenis zit wegens onder meer fraude bij contracten voor Russische gasleveringen. Zij is voor sommige westerse kringen een slachtoffer van een autoritair bewind, maar de vraag is wel in hoeverre Timosjenko, een rijke zakenvrouw die niet voor niets de bijnaam “gasprinses” kreeg, schuldig is.

Aan bijna elke partij zit een gaslucht of dan toch minstens de geur van geld. Zoals in Rusland vielen ook de nationale rijkdommen van Oekraïne, met een aanzienlijk industrieel potentieel, in de jaren 1990 ten prooi aan plunderaars, oligarchen die niet moeten onderdoen voor hun Russische collega’s. In feite zijn het groepen van oligarchen die sinds die tijd de Oekraïense politiek beheersen. Naargelang hun eigen zakenbelangen zijn ze voor nauwe relaties met Rusland of voor integratie in de Europese Unie, of beide.

Taalwet

Taal speelt deze keer in de keuzes een belangrijke rol na een felle controverse over een nieuwe taalwet. Ongeveer 40 % van de Oekraïense bevolking heeft Russisch als eerste taal. Dat is 60 % in het oosten, zelfs 80 % in het industriële Donbassbekken en 70% in het zuiden (met de Krim). Dat zijn de streken waar de Partij van de Regio’s veruit haar meeste stemmen haalt.

Het is om aan die achterban tegemoet te komen dat er dit jaar een taalwet kwam waardoor het Russisch een officieel statuut kreeg. Het leidde tot wat protesten van Oekraïense nationalisten die er een aanslag op de nationale identiteit in zagen, plus een versterkte band met Rusland. De regering argumenteerde dat het hier gaat om een kwestie van mensenrechten. Bovendien is er onder de talrijke Russischtaligen geen sterke stroming tot afscheiding, ook veruit de meeste Russischtaligen voelen zich voluit Oekraïense staatsburgers.

Er blijven wel oude ressentimenten. Sommige Russischtaligen hebben de neiging neer te kijken op het Oekraïens dat ze een boerenderivaat van het Russisch vinden. Westelijke Oekraïners werden soms ‘Hohli’ (boeren) genoemd, terwijl de Russischtaligen dan weer het etiket ‘Moskali’ kregen, volgelingen van Moskou. Bovendien staat de Orthodoxe kerk die onder het patriarchaat van Moskou valt, veel sterker in de oostelijke regio, terwijl een ander deel onder het concurrerende patriarchaat van Kiev valt. In het westen zijn er ook nog de Uniaten (oosters katholieke kerk die het gezag van de paus in Rome erkent).  Die kerken vinden elkaar wel, samen met een meerderheid van het parlement, om er een wet door te drukken die “propaganda voor homoseksualiteit” zwaar strafbaar stelt.

Oligarchen

Ook de oligarchen zijn regionaal opgedeeld. Amper vijftig oligarchen controleren naar schatting 85 % van het bnp. In de jaren 1990 kregen ze via nep-privatiseringen het grootste deel van industrie en handel in handen. Elk van die oligarchen heeft zeer grote politieke invloed, waarbij ze nogal vaak van gunstelingen wisselen.

De oligarchen worden grosso modo opgedeeld in de groep van Donetsk, die van Dnjepropetrovsk en die van Kiev.

Bij Donetsk vinden we nummer één inzake macht en rijkdom: Rinat Achmetov, een etnische Tataar, bekend ook als de eigenaar van FC Donetsk én van een immens metaalimperium. Hij werd in 2007 parlementslid voor de Partij van de Regio’s, zijn voorkeur is dus zeer duidelijk. Verscheidene publicaties vermelden al van in de jaren 1990 nauwe banden met een maffiagroep die hem onder meer via afpersing en geweld aan bedrijven hielpen. In officiële rapporten werd hij genoemd als de chef van een bende gespecialiseerd in witwassen van misdaadgeld en grootscheepse fraude. Naast metaal is zijn System Capital Management ook actief in de banksector, verzekeringen, energie, telecommunicatie, media en vastgoed.

Nog veel actiever in de media is Viktor Pintsjoek die vier tv-zenders heeft. Hij is afkomstig van Dnjepropetrovsk en evenals verscheidene andere oligarchen joods. Hij werd vooral rijk onder het bewind van Leonid Koetsjma, zijn schoonvader, president van 1994 tot 2005. In 2004 verwierf Pintsjoek samen met Achmetov een staalbedrijf voor 600 miljoen euro. Als premier maakte Timosjenko, ook uit Dnjepropetrovsk afkomstig, die verkoop ongedaan. Er kwam een openbare verkoop, die zes keer meer opleverde. Dat laat natuurlijk rancunes na.

In de minder rijke groep van Kiev vinden we onder andere Viktor Medvedtsjoek die drie jaar stafchef van president Koetsjma was en dus zeer goed geplaatst om fortuin te vergaren, al lijkt het bescheiden in vergelijking met de meeste collega’s. Onder hen de derde rijkste, Igor Kolomojskji van de Privat Groep, baas van FC Dnjepropetrovsk. Hij wordt meestal gecatalogeerd als een bondgenoot van Timosjenko, al nam die het hem kwalijk dat hij in 2007 geld gaf aan toenmalig president Viktor Joesjtsjenko die samen met Timosjenko de “Oranje revolutie” had geleid maar nadien met haar in de clinch ging.

Hoe sommige oligarchen hun eieren in meer dan één korf leggen, illustreert Dmitro Firtasj, oligarch en filantroop die veel te danken heeft aan zijn banden met Simeon Mogilevitsj met wie hij ondernemingen in fiscale paradijzen opzette. Dit is een naam als een klok in de maffiawereld, ook goed bekend door activiteiten (zoals witwas) in België. Firtasj controleert sinds 2004 de winstgevende titaniumsector, is daarnaast actief in de gassector, banken, chemische industrie. In 2010 betaalde hij volgens Timosjenko zowel het hoofdkwartier van kandidaat Joesjtsjenko als van Janoekovitsj. 

Boksen

De Partij van de Regio’s kan in het oosten op een redelijk vaste achterban rekenen, de Vaderland Alliantie rond Timosjenko heeft haar basis in het westen. Maar er zijn tientallen andere partijen die aantreden voor een van de 450 zetels – de helft wordt evenredig verdeeld met een kiesdrempel van 4 %, de andere helft per district.  Onder de nieuwkomers de partij Oedar (‘Slag’) van de beroemde bokser Vitali Klitsjko, wereldkampioen zwaargewichten. Oedar heeft nauwe banden met de Duitse CDU van Angela Merkel. De Partij van de Regio’s verklaarde vooraf met Oedar te willen samenwerken, iets wat Klitsjko afwees – maar dat betekent op zichzelf weinig. Er is ook nog de Communistische Partij die deze keer op 10 % hoopt en die heir end aar ook banden heeft met oligarchen.

De kiezers hebben dus in feite een keuze tussen veel van hetzelfde.

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.