De moord op Rwagasore, na het boek de film

Facebooktwittergoogle_plusmail

Precies 51 jaar geleden, op 13 oktober 1961, schoot in Usumbura, zoals de huidige Burundese hoofdstad Bujumbura toen nog heette, de Griek Jean Kageorgis eerste minister Louis Rwagasore dood.  Bij de verkiezingen in september had zijn partij een verpletterende overwinning behaald.  Burundi stevende af op onafhankelijkheid maar de aanslag legde een hypotheek op dat proces.  Net in deze periode heeft het Afrika Filmfestival het publiek in België de gelegenheid geboden om de documentaire “RWAGASORE : VIE, COMBAT, ESPOIRS” 1 te bekijken.  Burundezen uit de diaspora, inclusief de koninklijke familie – Rwagasore was een prins, de zoon van de mwami – en Belgen waren talrijk opgenomen.  Guy POPPE 2 zat voor Uitpers in de zaal.

“RWAGASORE : VIE, COMBAT, ESPOIRS” is een boeiend werkstuk.  Om verscheidene redenen.  De makers, een groep Burundezen en Belgen die in Burundi onder de vleugels van de humanitaire organisatie La Benevolencija aan de slag zijn, hebben prachtig archiefmateriaal op de kop getikt.  Je ziet mwami Mwambutsa rondlopen in zijn salon, Burundezen massaal naar het stemhokje trekken en de Belgische resident-generaal Harroy een glunderende Rwagasore ontvangen de dag na diens kletterende zege, een uitslag die overigens helemaal indruiste tegen wat de Belgische voogdijoverheid op het oog had.  Je hoort getuigenissen uit de eerste hand van Charles Baranyanka, aanhanger van Rwagasore maar tezelfdertijd broer van twee van de samenzweerders die voor hun aandeel in de moord opgehangen zijn – om maar te zeggen wat voor een krabbenmaand de Burundese elite van toen was -, van een enthousiaste Pie Masumboka, Burundi’s eerste dokter, die als jongetje nog met de kleine Louis gespeeld heeft en later op het proces tegen de moordenaars als tolk optreedt, maar ook van een eenvoudige boer, in de tijd buurman van de mwami.

Knap is ook hoe de historische foto’s en filmpjes overvloeien in recent geschoten beelden.  De jonge journalist Roland Rugéro – tegelijkertijd een veelbelovend schrijver -, die de rode draad in het verhaal is, neemt Rosa Paula, Rwagasore’s zus, mee naar het ouderlijke, nu vervallen paleis.  We zien met eigen ogen dat er niets meer overblijft van de splendeur van Harroy’s residentie en hoe verkommerd de huizen erbij staan waar Rwagasore zijn politieke activiteiten ontplooide.  Het geeft aan hoe zeer dat gewelddadige voorval – ook al is het van enorm belang geweest voor de manier waarop Burundi zijn weg naar ontvoogding gezocht heeft – geschiedenis is.  Het korte, intensieve Rwagasore-tijdvak heeft geen invloed meer op de gang van zaken in het Burundi van vandaag.  Hij is meer een mythe dan een baken, zijn woorden zijn verstild en gestold op een stenen sokkel onder een houten buste.

Maar het zijn niet alleen de beelden die betoveren, ook de structuur.  Met zijn notitieboekje in de hand gaat Rugéro op zoek naar wat hij te weten kan komen over de figuur van Rwagasore, zijn politieke ideeën en de omstandigheden van de moord.  Zo zien we geleidelijk aan het beeld groeien van een jonge prins die mee door zijn verblijf in België de handschoen opneemt tegen het Belgische gezag en initiatieven neemt met het oog op politieke en economische onafhankelijkheid.

De tweede rode draad vormen de beeldhouwers die dit voorjaar, ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van zijn onafhankelijkheid die Burundi op 1 juli gevierd heeft, uit een blok hout een buste van de eerste minister kapten dat nu het centrale plein van Bujumbura siert.  (Een ontzaglijk lelijk ding als je ’t mij vraagt maar dat terzijde)  Samen met het ontstaan van dat beeld ontdekken we naarmate de film vordert het Burundi van toen in de aanloop naar de onafhankelijkheid en krijgen we zicht op de rol die Rwagasore in die periode gespeeld heeft.

“RWAGASORE : VIE, COMBAT, ESPOIRS” werpt geen nieuw licht op de verantwoordelijkheid van België in de moordaanslag.  De interviews met Jacques Bourguignon, die als openbaar ministerie fungeerde op het proces in eerste aanleg, en ere-ambassadeur Louis de Clerck, magistraat ter plaatse voor en na de onafhankelijkheid, laten uitschijnen dat er mogelijk wat aan de hand was maar evenmin als ik in mijn boek aan de hand van de archieven van het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken heb kunnen doen, komt de film tot een conclusie.  Hou zou het ook ?  Het napluizen van het beschikbare materiaal liet me hooguit toe om van een lacune in het gerechtelijke onderzoek te spreken, een onontgonnen spoor.  De documentaire wijst opnieuw, zoals mijn boek, op de noodzaak van een grondige enquête, in de lijn van het werk dat de parlementaire onderzoekscommissie in de zaak-Lumumba een decennium terug gedaan heeft.

Jammer is het dat er, net in de interviews met de Belgische kroongetuigen, enkele foutjes geslopen zijn.  Het gaat om feitelijke vergissingen in hun uitleg, die door de lange tijdskloof te verklaren zijn maar waarop het team van La Benevolencija had kunnen ingrijpen tijdens het interview of de montage achteraf.  Het Rwagasore-verhaal heeft behoefte aan opheldering, niet aan te vermijden verwarring.

Af en toe bekroop me ook wel het gevoel dat de makers een tikkeltje meer kritische zin aan de dag hadden kunnen leggen.  In een bepaald fragment vergelijkt er iemand Rwagasore met Jezus of de heilige Paulus.  Dat klopt niet met de werkelijkheid.  Zijn zakelijke aanpak was ondermaats en ook in zijn privé-leven was zijn omgang met geld niet altijd zoals het hoort.  Er is geen reden om dat onder de mat te vegen.
Die bedenkingen doen geen afbreuk aan de kwaliteit van “RWAGASORE : VIE, COMBAT, ESPOIRS”.  Hopelijk vindt de film zijn weg op festivals en in andere circuits en blijft het niet bij die ene voorstelling in Etterbeek.  Hij houdt immers de aandacht voor die vreemde moordaanslag van 51 jaar geleden levendig en gezien de onopgehelderde Belgische connectie moét dat gewoon.

De moord op Rwagasore
Guy Poppe
EPO
2011
272

Voetnoten   [ + ]

1. Meer op www.rwagasore.com
2. Auteur van “De moord op Rwagasore, de Burundese Lumumba”.  Het boek is sinds kort ook verschenen in het Frans als “L’assassinat de Rwagasore, le Lumumba burundais”.  Voorlopig is die versie in België alleen beschikbaar bij de auteur, guypoppe@skynet.be
Guy Poppe (°1946) is gewezen radiojournalist bij de openbare omroep VRT. Bij het brede publiek is hij vooral bekend als Afrikaspecialist.