Vredesbewegingen dienen klacht in tegen kernwapenoefening

b61s
Facebooktwittergoogle_plusmail

Piloten van de Belgische luchtmacht trainen volgende week, samen met NAVO-partners, op het inzetten van kernwapens. Belgische vredesbewegingen stapten daarom vandaag naar de politie en legden klacht neer. Het gebruik van kernwapens, en dus ook de actieve voorbereiding erop, is immers in strijd met het internationaal humanitair recht.

Van 15 tot 24 oktober nemen Belgische F-16’s van Kleine Brogel deel aan de NAVO-oefening ‘Steadfast Noon’ in het Duitse Büchel. Deze oefening traint op het inzetten van kernwapens. Alle NAVO-landen met Amerikaanse kernwapens op hun grondgebied nemen er aan deel (naast België ook Duitsland, Italië, Nederland en Turkije), met deelname van sommige andere landen in een ondersteuningsrol.

Het gebruik van kernwapens, en dus ook de actieve voorbereiding erop, is in strijd met het internationaal humanitair recht. Daarom stapten de Belgische vredesorganisaties Vredesactie, Pax Christi Vlaanderen, Vrede vzw, CNAPD, Action pour la Paix en MIR-IRG vandaag in Brussel naar de politie. Samen met Tom Sauer (professor Internationale Politiek, UA) legden ze klacht neer tegen de deelname aan ‘Steadfast Noon’. Deze oefening wordt aangeklaagd als de voorbereiding van oorlogsmisdaden.

“De Amerikaanse kernwapens op Kleine Brogel zijn niet louter relicten uit de Koude Oorlog”, zegt Roel Stynen van Vredesactie. “Deze NAVO-oefening maakt duidelijk dat de inzet ervan actief wordt voorbereid. Als deze kernwapens geen militair nut meer hebben, zoals wordt beweerd, welke scenario’s worden dan geoefend?”

Tom Sauer diende mee klacht in: “Een meerderheid van de bevolking wil die kernwapens weg. Ze zijn nutteloos en gevaarlijk. Het is onaanvaardbaar dat Belgische piloten oefenen op de inzet van massavernietigingswapens.”

 

NAVO bereidt oorlogsmisdaden voor

Het gebruik van kernwapens en de voorbereiding daarop is in strijd met het internationaal humanitair recht. Het Internationaal Gerechtshof heeft in zijn uitspraak van 8 juli 1996 de fundamentele regels van het oorlogsrecht aangeduid die van toepassing zijn op kernwapens. Ten eerste moet onderscheid gemaakt worden tussen oorlogsvoerenden en burgers. Bijgevolg mag nooit gebruik gemaakt worden van wapens die niet in staat zijn dat onderscheid te maken. Ten tweede is het verboden onnodig lijden toe te brengen aan oorlogsvoerenden. Wapens die dergelijk onnodig lijden toebrengen mogen dus niet gebruikt worden. De gevolgen van het inzetten van kernwapens kunnen niet beperkt worden in ruimte en tijd. De kernwapens op Kleine Brogel kunnen nooit ingezet worden zonder deze elementaire regels van het oorlogsrecht te schenden en oorlogsmisdaden te begaan.

De Belgische strafwet stelt ook voorbereidingsdaden strafbaar, zoals in art 136sexies van het Strafwetboek: “het onder zich houden van een voorwerp bestemd voor een dergelijk misdrijf of dat het plegen ervan vergemakkelijk”. De deelname aan deze oefening vormt een actieve voorbereiding op het gebruik van kernwapens en dus op oorlogsmisdaden. Het maakt ook duidelijk dat de opslag van kernwapens op Kleine Brogel deel uitmaakt van zo’n actieve voorbereiding.

De Belgische vredesbeweging eist dat de Belgische overheid zelf het internationaal humanitair recht strikt naleeft. Deze klacht is ook een appèl aan de gerechtelijke instanties om hun verantwoordelijkheid op te nemen en de naleving van het internationaal humanitair recht door de uitvoerende macht af te dwingen.