Rechts Italië: addio Silvio, bis voor Mario

berlusMonti
Facebooktwittergoogle_plusmail

Zeer tegen zijn zin heeft Silvio Berlusconi meegedeeld dat hij bij de verkiezingen van volgend jaar geen kandidaat-premier zal zijn. Daarmee kan de Italiaanse rechterzijde zich herschikken rond ‘technocraat’ Mario Monti. Zo voltrekt zich het scenario uitgewerkt door de rechterzijde van de EU, van Angela Merkel tot Herman Van Rompuy, om van Monti de leider van “gematigd rechts” en de volgende premier van Italië te maken.

Monti hield tot voor kort de boot af. Hij verklaarde altijd niet geïnteresseerd te zijn in een nieuw mandaat als premier, de opvolger moest uit de algemene verkiezingen komen. Maar onder druk van de rechtse EVP (waartoe de CD&V behoort) en van de bankierswereld waaruit Monti, jarenlang kopstuk van Goldman Sachs, voortkomt, gaat Monti overstag: waarom geen nieuwe ambtstermijn als dat door het volk wordt gedragen. Merkwaardig uit de mond van iemand die enkele weken daarvoor zelfs Merkel shockeerde met zijn uitspraak dat regeringen beter niet te afhankelijk zijn van parlementen.

‘Gematigden’

Volgens peilingen wordt zijn beleid echter door een beduidende meerderheid van die bevolking afgewezen. Het zijn niet de schuldigen aan de crisis die onder zijn ‘bezuinigingsbeleid’ lijden, namelijk de banken en hun medeplichtige politici, wel al wie van arbeid moet leven. Vandaar het militante verzet van de grote linkse vakbond CGIL tegen de politiek van deze ‘technocratische’, dus niet gekozen, regering.

Monti dan als aanvoerder van de ‘gematigden’, newsspeak voor rechts, bij de verkiezingen volgend jaar. Het is een poging vanuit de EU om een beleid te bestendigen dat gunstig is voor de wereld van het kapitaal. Het probleem is echter dat rechts in Italië zwaar gehavend uit de jarenlange dominantie van Silvio Berlusconi en diens zakenimperium Fininvest komt.

Het was trouwens onder druk van rechts in de EU en in de EU-Commissie dat Berlusconi op  november vorig jaar als premier aftrad. Hij liet in alle opzichten een puinhoop achter. Monti werd erbij geroepen voor de opruiming. Berlusconi bleef hopen op een comeback, hij zou zijn Popolo della Libertà (Volk van de Vrijheid) naar een nieuwe zege leiden en weer premier worden.

Oude gewoonten

Maar zelfs zijn eigen peilingen geven hem geen kans meer. De PDL zou hooguit nog 18% halen, terwijl de vroegere bondgenoten van de Lega Nord ook een zware klap zouden krijgen. Beide partijen zijn zwaar in ongenade gevallen nadat een reeks grove schandalen van misbruik van openbare gelden en corruptie aan het licht kwamen. In Latium, de regio met Rome, komen er nieuwe verkiezingen voor de gewestraad na een reeks onthullingen over misbruik van overheidsgeld. In Lombardije is Domenico Zambetti, een PDL-lid van het gewestbestuur, aangehouden. Hij had ca 4000 stemmen gekocht van een tak van de ‘Ndrangheta’, de maffia uit Calabrië die zeer sterk is ingeplant in Milaan. Hij betaalde daar 50 € per stem voor. Tegelijk ontbond de minister van Binnenlandse Zaken de gemeenteraad van Reggio di Calabria wegens nauwe banden met diezelfde ‘Ndrangheta’.

Het wordt dus met de dag duidelijker dat onder Berlusconi het zogenaamde ‘oude systeem’ van corruptie, belangenvermenging en banden met de maffia in al zijn glorie is herrezen. Vandaar de druk vanuit de Italiaanse en Europese bourgeoisie om de rechterzijde herop te bouwen. Er zijn diverse kandidaten om de leiding van een zogenaamd ‘gematigd blok’ te nemen, onder wie Montezemolo, oud-voorzitter van de patronale organisatie. Maar Monti biedt voor de EU en de Italiaanse ondernemers de beste garanties.

Monti zou dan de resten van de PDL onder één dak moeten brengen met de rechtse christendemocraten van Casini, de restanten van de postfascistische Nationale Alliantie, rechtse afsplitsingen van centrumlinks en nog wat belangengroepen zoals Confindustria en co.

Verzet

Nu nog de Italianen overtuigen dat er buiten Monti geen heil is. Hetzelfde chantage scenario als in Griekenland. Dat ligt moeilijk, want de arbeidssituatie wordt dramatisch. De begin deze eeuw ingezette ‘flexibiliteit’ betekent voor de meeste jongeren bijzonder lage lonen, enkele honderden euro per maand, en arbeidscontracten van beperkte duur. Het dagelijks leven neemt voor velen al ‘Griekse proporties’ aan. Onder meer gezondheid als onderwijs hebben zwaar te lijden onder de bezuinigingen. Met Monti bis wordt dat meer van hetzelfde.

Het verzet organiseert zich vooral vanuit de vakbondswereld. De linkse CGIL, de grootste van de nationale vakbonden, organiseert op zaterdag 20 oktober een nationale manifestatie in Rome om een ander beleid te eisen. Een van de problemen is echter de sloomheid van de linkse politieke wereld, of wat voor links moet doorgaan. Vooral de Democratische Partij (PD) hult zich in dubbelzinnigheid tegenover Monti’s beleid. Zij kan deze regering doen vallen, maar verkiest af te wachten. Ze is momenteel vooral bezig met de interne verkiezingen die moeten uitmaken wie haar kandidaat-premier wordt.

De andere partijen van links en centrumlinks blijven in de schaduw van die PD. Zij hopen alleen maar dat de PD bij de verkiezingen geen alliantie sluit met een deel van het zogenaamde ‘centrum’ waardoor links zou uitgesloten worden van een ruime alliantie. Vorige keer haalde de linkse bundeling rond Rifondazione Comunista zelfs de kiesdrempel niet – al was dat vooral een afstraffing omdat ze had deelgenomen aan de regering Prodi die oorlog voerde in Afghanistan en die onder meer de arbeidsflexibiliteit opdreef, terwijl ze beloften inzake ethische kwesties niet naleefde.

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.