Omtrent participatie en wakkere burgers

wakkere burger
Facebooktwittergoogle_plusmail

In het kader van de middagen van de democratie nodigden Ademloos en stRaten-generaal op 9 oktober Wim Van Roy van De Wakkere Burger uit in het Antwerpse café des arts waar zij voorlopig hun tenten hebben opgeslagen. Kritische beschouwingen van actievoerders Manu Claeys en Wim Van Hees vanuit hun eigen praktijk op het fenomeen participatie én van een zeer aandachtige zaal bewezen dat Antwerpen, voor  wie het nog niet mocht weten, over behoorlijk wat wakkere burgers beschikt. Ook steller dezes liet zich verleiden tot enkele beschouwingen.

De actiegroepen willen met deze middagen de commotie rond het Antwerpse mobiliteits-, gezondheids- en stadsuitbreidingsdossier in het breder kader plaatsen van het functioneren van onze democratie en daarom nodigen zij in de aanloop naar de verkiezingen van 14 oktober dagelijks een of enkele sprekers uit. Op 9 oktober was het de beurt aan Wim Van Roy van De Wakkere Burger die in zijn inleiding het sterke inhoudelijke en communicatieve werk van de twee actiegroepen prees. De ontwikkelingen in het Oosterweeldossier geeft De Wakkere Burger heel wat argumenten om in de toekomst beter met participatie om te gaan.

Vanuit het publiek kwam de reactie dat het discours van De Wakkere Burger al te zeer toegespitst is op de individuele burger. Er is nood aan een nieuw georganiseerd en van onderuit gegroeid middenveld, werd er opgemerkt in de zaal. De commentaren van de twee woordvoerders van de actiegroepen gingen ook in die richting. Claeys merkte op dat De Wakkere Burger als organisatie te weinig aanwezig is in de grote steden. Wim Van Hees drukte uit dat de niet geringe inspanningen van de actiegroepen onvoldoende daadwerkelijk ondersteund worden door de grote organisaties uit het maatschappelijke middenveld, zoals vakbonden, Greenpeace en BBL, die niet veel verder gaan dan een eerder vrijblijvend morele steun. Van Hees hekelde ook de wat lauwe houding van sommige professoren die zich verschuilen achter een zekere vorm van neutraliteit. In een dossier als deze moet men kleur  durven bekennen, zei een gedreven Van Hees. Ook van de pers die geneigd is om te focussen op landelijke gebeurtenissen en op de grote politieke figuren verwacht hij meer aandacht. Manu Claeys pleitte voor het tot stand komen van een ‘syndicaat’ van over het hele land verspreide actiegroepen die gezamenlijk en van onderuit een sterkere alarmbelfunctie zouden kunnen vervullen.

Professionalisering

Vanuit de zaal werd de vraag opgeworpen in hoeverre nu de toegenomen professionalisering bij inspraakprocedures – in een stad als Antwerpen opereren heuse participatie-ambtenaren – een goede zaak kan worden genoemd. Het Antwerpen onder  burgemeester Janssens wordt gerund als een bedrijf  met een CEO, een management en bedrijfseenheden waarin ook participatieambtenaren optreden. 

 

Borgerhout als voorbeeld

In mijn boek ‘Groeten uit Borgerhout, dagboek van een buurtbewoner schrijf ik dat er zich tussen de jaren negentig en tweeduizend een trendbreuk heeft voorgedaan. Er wordt ontegensprekelijk meer aandacht besteed aan inspraak van de burger. De tijd dat een politicus voor een volle zaal zijn litanie kwam afdreunen, lijkt definitief voorbij. In de plaats daarvan verschijnen nu inspraakambtenaren, die als taak hebben om contact te zoeken met de buurtbewoners bij de herinrichting van bijvoorbeeld het Borgerhoutse Krugerpark. Via internetbevragingen, deskundige powerpointpresentaties en publieke bijeenkomsten, waarin vooral de bewoners aan het woord kunnen komen, proberen ze de communicatiekloof tussen overheid en burger te dichten. De vergaderingen van het wijkoverleg verlopen meestal goed gestructureerd, maar de initiatiefnemers gaan liever elke discussie uit de weg. Het wij-denken is voorlopig niet meer dan een optelsom van de vele ik-stemmen van de buurtbewoners. Die benadering sluit ook aan bij het populaire ‘de stad is van A’. Door deze woordspeling met het Antwerpse dialect spreekt de overheid in de eerste plaats de individuele burger aan. Dit kan leiden tot een hyperliberale benadering, waarbij allerlei meninkjes naast elkaar worden geplaatst, maar waarin de democratische discussie die tot een wij-gevoel kan leiden onder tafel wordt geveegd.

‘Inspraakvormen richten zich te weinig op het stimuleren van debat onder de burgers zelf. Hoorzittingen zijn vaak klachtenavonden. Een laatste kritiek is dat de hele inspraak op verbale kwaliteiten steunt: men wordt maar burger, zo lijkt het, door te babbelen.’ 

Dat is de mening van een aantal wetenschappers, dat in opdracht van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap een studie maakte over ‘De eeuw van de stad, stadsrepublieken en rastersteden’. De dynamiek om de ‘basis’ aan het woord te laten gebeurt al te vaak top-down, van bovenuit.

Bij de millenniumwissel ontstond er een trendbreuk in Antwerpen. De wonderjaren voor de wijkontwikkeling, zoals socioloog Stefan Nieuwinckel de jaren negentig noemde, waren voorbij. De dynamiek die in de wijken ontstond – vaak geïnspireerd en gestimuleerd door enthousiaste vrijwilligersgroepen – en waarover het toenmalige stadsbestuur geen visie had ontwikkeld, werd overgenomen door een daadkrachtiger nieuw bestuur dat wel eigen accenten wist aan te brengen. De stad als centrale eenheid heeft het voorbije decennium meer bevoegdheden naar zich toegetrokken, maar …is dat allemaal wel zo gunstig?

Het publiek in de zaal evalueerde de professionaliseringstendens van de inspraak (onder leiding van een ambtenaar) eerder als ongunstig. Het woord ‘kanaliseren’werd vaak gebruikt. Door ambtenaren geleide inspraakvergaderingen vertrekken van een vaststaande agenda en verlopen volgens strenge formats waarvan men niet wil afwijken. Wim Van Hees gaf hiervan tal van voorbeelden. Ademloos zelf is als actiegroep ontstaan omdat hij en andere burgers op die inspraakvergaderingen geen antwoorden kreeg op een aantal vragen rond het mobiliteitsdossier. Hij stuitte op de format en als reactie daarop ontstond Ademloos.

Borgerhoutenaar Walter Lotens (°1942) noemt zich een glokale burger. Deze gepensioneerde leraar, mede-oprichter van de Actiegroep Kritisch Onderwijs (AKO), moraalwetenschapper, publicist en Latijns-Amerikawatcher schreef voor LA Chispa, een Nederlandstalig magazine over Latijns-Amerika en de Cariben, het Belgische De Reiskrant en voor de Surinaamse krant “De Ware Tijd” en nu voornamelijk voor de webzine voor internationale politiek uitpers.be, waarin hij niet alleen uitvoerig aandacht besteed aan Latijns-Amerika, maar ook aan het Antwerpse mobiliteitsdossier.