De hervormde arbeidsmarkt: iedereen een flexibele en kneedbare interim-arbeider

Facebooktwittergoogle_plusmail

De bewering dat het kapitalisme ons opnieuw naar het slavendom leidt, zal in brede kringen ongetwijfeld op hoongelach worden onthaald. Wie echter de situatie van de loontrekkenden anno 2012 van naderbij bestudeert, zal vaststellen dat de termen slaaf en slavendom helemaal niet overdreven zijn. Dat bewijzen Jan Blommaert, hoogleraar Taal Cultuur en Globalisering, Paul Mutsaers, antropoloog,  en Hans Siebers, antropoloog en historicus, alle drie verbonden aan de universiteit van Tilburg, in hun verhelderend boek ‘De 360° werknemer’.

Wie de wat eigenaardige uitdrukking ‘de 360° werknemer’ hoort, zal wellicht aan de toenemende flexibiliteit denken waaraan de hedendaagse werknemer wordt onderworpen. Hij moet inderdaad 24 uur op de 24 en 7 dagen op 7 beschikbaar zijn, niet alleen regelmatig van bedrijf maar ook van beroep veranderen en zich vanzelfsprekend voortdurend bijscholen. Maar ‘de 360° werknemer’ betekent ook dat de bedrijven niet langer genoegen nemen met een werknemer die goed zijn job doet. Neen, de werknemer moet niet alleen goed werken, hij moet een onderdeel van het bedrijf worden. Zijn prestaties worden haast minder belangrijk bevonden dan wie hij is, hoe hij denkt, hoe hij communiceert, of hij zowel assertief als meegaand genoeg is.

Voortdurende evaluaties van werknemers

Om dat na te gaan wordt gebruik gemaakt van allerlei technieken van de ‘Human Resources Departements’, letterlijk: de afdelingen voor menselijke grondstoffen, vroeger personeelsdiensten genoemd. Die naamsverandering zegt veel over de manier waarop bedrijven op hun personeelsleden neerkijken. Een van de meest gebruikte technieken zijn de voortdurende evaluaties van de werknemers. Die evaluaties dienen niet zozeer om na te gaan of het personeelslid wel bekwaam genoeg is, maar wel om vast te stellen of hij of zij wel meegaand genoeg is. Het normale arbeidscontract wordt op die manier vervangen door een ‘psychologisch contract’, waardoor de werknemer het slachtoffer wordt van de subjectieve willekeur van zijn baas.

Bedrijven hebben immers geen onafhankelijke en kritische personeelsleden nodig, hoe bekwaam ze ook zijn. Ze hebben volgzame, enthousiaste, buigzame en kneedbare slaafjes nodig. Het hoger onderwijs levert daartoe een belangrijke bijdrage. Universiteiten en hogescholen staan zowel via hun onderricht als hun onderzoek in dienst van de bedrijven. Ze leiden niet langer jongeren op tot intellectuelen, maar tot inzetbare en soepele arbeidskrachten. Economen als Johan Van Gompel van KBC eisen zelfs dat studenten die niet voor een richting kiezen waarvoor een vraag op de arbeidsmarkt bestaat moeten worden gestraft (De Standaard, 29 september 2012).

Afbraak welvaartsstaat

De auteurs wijzen erop hoe het recht op arbeid, erkend in tal van grondwetten en internationale teksten, vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw meer en meer wordt uitgehold. Volledige tewerkstelling is geen doel meer. Integendeel, economen achten een ‘natuurlijk werkloosheidsvolume’ noodzakelijk om de bedrijven toe te laten zich aan de conjunctuur aan te passen. Toch worden werklozen met de vinger gewezen. Zij worden verantwoordelijk geacht voor hun werkloosheid. Die zou een gevolg zijn van een gebrek aan inzetbaarheid. Niet volledige tewerkstelling, maar maximalisering van de winst ten voordele van de aandeelhouders is nu het doel. Vandaar voortdurende afdankingen, delokaliseringen en steeds grotere flexibilisering van de arbeid.
Die flexibilisering, die door de Europese Unie wordt opgelegd, betekent dat de werknemer zich voortdurend aan een onzekere tewerkstelling moet aanpassen, dat hij met slechtere arbeidsomstandigheden en loonsverlagingen vrede moet nemen, dat hij naast de sociale bijdragen die hij betaalt zich nog eens privé moet verzekeren voor zijn gezondheidszorg, pensioen enz. Die aanhoudende ontmanteling van wat eens de welvaartstaat werd genoemd, dient om de loonkosten van de bedrijven zo laag mogelijk te houden.

Dat alles gebeurt onder de noemer van de ‘modernisering van de arbeidsmarkt’ die nodig zou zijn om de concurrentiepositie van de bedrijven te handhaven en om de economische groei te vrijwaren. Het resultaat is evenwel dat na decennia van besparingen, saneringen en inleveringen op dit ogenblik van enige economische groei geen sprake meer is. Waar economische groei tot voor kort noodzakelijk werd geacht om de welvaartstaat uit te bouwen,  wordt nu de afbraak van de welvaartstaat bepleit om economische groei mogelijk te maken. Daarenboven maakt de onzekerheid die op de hervormde of ‘gemoderniseerde’ arbeidsmarkt heerst van iedereen een interim-arbeider en wordt de hele arbeidsmarkt een groot uitzendbureau. De Belgische staatssecretaris voor Ambtenarenzaken, Hendrik Bogaert, wil ook in de ambtenarij de interim-arbeid invoeren.

Om steeds meer winst te maken staat alles in dienst van de concurrentiekracht van de bedrijven. Maar niet alleen bedrijven moeten met elkaar kunnen concurreren, iedere werknemer moet zich als een concurrent van de andere beschouwen. Collega’s worden concurrenten, tot meerdere eer en glorie van de bedrijfswinst. De voormalige Vlaamse minister van Onderwijs, Marleen Vanderpoorten, stelde zelfs voor de wedden van de leraars te berekenen op grond van hun prestaties. De ene leraar zou de concurrent van de andere worden. Hoe ver die concurrentiewaanzin kan gaan bewijst het ontstaan van de ‘executive coach’. De Nederlandse journalist Joris Luyendijk ontmoette in de Londense City zo’n ‘executive coach’. Die moet bankiers van midden de dertig bijstaan die het moeten afleggen tegen listigere en medogenlozere collega’s. Een coach om te kunnen opboksen tegen de collega’s-concurrenten: dat is de toekomst.

Arbeid maakt niet vrij

Een van de belangrijkste instrumenten tot ‘modernisering’ van de arbeidsmarkt is de deregulering. Bedrijfsleiders wijzen sowieso regels af, maar zeker in de arbeidsrelaties. Collectieve arbeidsovereenkomsten (CAO’s) die totstandkomen na overleg tussen werkgevers en werknemers worden uit den boze geacht. Het Belgische patronaat kant zich al jaren tegen nationale CAO’s. Die zouden op het vlak van de sectoren moeten worden gesloten. In feite dromen de patroons van individuele contracten die tussen de patroon en de werknemer worden gesloten.

Een andere patronale truc is de verzelfstandiging van de arbeid. Bij zelfstandige werkers hoeft de patroon zich niets meer van het arbeidsrecht aan te trekken. Een en ander leidt trouwens tot fraude op grote schaal. Iedereen kent het fenomeen van de valse zelfstandigen: mensen die onder het statuut van zelfstandige wel degelijk als werknemer van een bedrijf werken. Veel goedkoper en gemakkelijker voor de baas. Tot dezelfde categorie ‘moderniseringsmaatregelen’ behoort het thuiswerk. Dat wordt als een vorm van bevrijding van de werknemer voorgesteld. Wie thuis kan werken zou zich vrijer voelen. In werkelijkheid betekent thuiswerk dat er geen vrije tijd meer is. Waar arbeid vroeger tot doel had de werknemer buiten zijn arbeid vrijheid te gunnen om zich te ontplooien, is er nu geen leven meer buiten de arbeid. De 360° werkkracht wordt een 24/7 werknemer.

Geen wonder dat op die hervormde arbeidsmarkt depressie een steeds vaker voorkomend fenomeen wordt. De auteurs wijzen erop dat de oorzaak van die kwaal niet in de individuele psyche van de mensen moet worden gezocht, maar wel in de structurele druk die de arbeidsorganisatie op het hele leven van de mens uitoefent: arbeidsonzekerheid, concurrentiestrijd tegen de collega’s, druk en humeurigheid vanwege bazen, eisen tot steeds hogere productiviteit. Kortom, mensen zijn niet depressief, ze leiden een deprimerend bestaan.

Tot slot doorprikken de auteurs de mythe als zou er geen democratie zonder kapitalisme  mogelijk zijn. De geschiedenis bewijst het tegendeel. Het kapitalisme floreert nergens beter dan onder dictaturen. De maatregelen van de Europese Unie om zogezegd de crisis te bestrijden leveren een bijkomend bewijs. Om  ‘het vertrouwen van de markten te herwinnen’, zoals dat heet, worden nationale regeringen en parlementen monddood gemaakt en volgt de ene antisociale maatregel de andere op (loonsverminderingen, hogere belastingen, privatiseringen, afdankingen, pensioenverlagingen, afbraak van sociale rechten, verhoging van inschrijvingsgelden aan de universiteiten enz.) Burgers die daar massaal tegen protesteren worden gewelddadig aangepakt. Democratie en kapitalisme (verdoezelend vrijemarkteconomie genoemd) kunnen inderdaad niet samen door een deur.

De 360° werknemer - De nieuwe arbeidscultuur en de eindeloze concurrentie
Jan Blommaert, Paul Mutsaers en Hans Siebers
EPO
133

Zie ook

De 360° werknemer Arbeid is een mensenrecht. Met deze vaststelling beginnen de auteurs van de ‘360° werknemer’.  Alhoewel het er meer op lijkt dat het om een dood recht gaat. In het laatste kwartaal van de vorige eeuw werd het ideaal opgegeven, en sinds het begin ...