‘Titanen’ misbruiken reuzen en rellen in Borgerhout

rellen borgerhout
Facebooktwittergoogle_plusmail

Vorige zaterdag trok ik met Surinaamse vrienden die even op bezoek waren naar de reuzenstoet in Borgerhout. Meer dan vijftig nieuwe exemplaren, in alle formaten en vormen, trokken voorbij. Mijn vrienden waren onder de indruk van de creatieve krachtsinspanningen die scholen, jeugdbewegingen, cafés, buurtverenigingen, plaatselijke middenstand en kringwinkel geleverd hadden. Aan de basis zijn dynamiek en enthousiasme aanwezig.

Dat was de duidelijke boodschap die de reuzen mijn Surinaamse vrienden meegaven. Als Borgerhoutenaar vertelde ik hun dat dit het resultaat was van jaren geduldig werken achter de schermen en dat er, zoals bij de vrijwilligers van De Roma, een nieuw wij- gevoel aan het groeien is in Borgerhout. Dat reuzenverhaal vertelde ik op de Turnhoutsebaan, maar aan de Drink ging het er anders aan toe. Uitgerekend op dat feestmoment protesteerden jonge moslims tegen de filmische beledigingen aan het adres van hun profeet. Reuzen en rellen (tjes). Ook dat is Borgerhout.

Dank zij gepast politieoptreden liep het aan de Drink niet uit de hand, maar de gebeurtenissen leidden in de media wel tot een eerste felle confrontatie tussen de twee ‘titanen’. Het discours van zowel Bart De Wever maar ook van Patrick Janssens rond  ‘Van wie is ’t stad?’ klinkt in mijn oren vals. Natuurlijk is ‘’t stad is niet van iedereen’ van De Wever een flirtende uitspraak om Vlaams Belang-kiezers over de brug te halen, maar ook de op zich correcte reactie van Janssens om verwijzend naar Sebastian Coe’s uitspraak ‘There is one thing that unites them all. It is the city of London’ de insluiting van alle stadsbewoners te benadrukken vraagt enige verduidelijking. Hoe werd in de afgelopen zes jaar door het uittredende stadsbestuur ‘’t Stad is van iedereen’ ingevuld? Gaat het over dat opgeklopte, kunstmatige A-gevoel dat alle Antwerpenaren zou moeten verbinden?

In de praktijk heeft deze slogan vooral de elitaire yuppietrend versterkt van de nieuwe Eilandjebewoners en hun gefortuneerde loftbezitters die comfortabel leven in een neoliberale luchtbel. Armoede, wat is dat? Wie echter ‘’t stad is van iedereen’ durft te zeggen, moet in de eerste plaats werk maken van een sociaal Antwerpen  met een uitgebreide sociale huisvesting en sportinfrastructuur, een goede begeleiding van jongeren en een kwalitatief sterk en goed uitgebouwd onderwijs (en dat is geen onderwijs voor de besten, maar wel onderwijs waar iedereen beter van wordt!) 

Ten tweede  moeten de voorwaarden gecreëerd worden om ‘’t stad is van iedereen’ waar te maken. In plaats van de ambtenaren op te sluiten in trendy Belltorens moeten zij veel meer aanwezig zijn in de districten en de wijken. Decentralisering van bevoegdheden is een voorwaarde om een participatieve democratie mogelijk te maken. Oud- en nieuwkomers in deze stad hebben  geen gemeenschappelijk verleden, maar ze hebben wel een gemeenschappelijke toekomst en die zal zich voor een niet onbelangrijk deel afspelen in de straat, de wijk, het district, de stad waar zij samen wonen. Het beter en leefbaarder maken van de eigen woonomgeving is een gezamenlijke opgave voor iedereen, van welke origine men ook is. Het wordt de grote uitdaging om een sociale samenhang en een sociale solidariteit te ontwikkelingen tussen oud- en nieuwkomers met respect voor de diversiteit in de stad.
Daarom moet de nadruk meer gelegd worden op een voluntaristisch  wij-denken, zoals dat bijvoorbeeld sterk aanwezig is bij de vrijwilligers van DE ROMA, maar ook van de bewonersgroep van het oude klooster in de Ploegstraat of van de leden van Ademloos en stRaten-generaal. De kracht van vrijwilligersorganisaties en actiegroepen is maatschappelijk van onschatbare waarde, maar wordt door de overheid onvoldoende gehonoreerd omdat er krachten zouden kunnen loskomen die haaks staan op of bedreigend kunnen zijn voor een overheid die liever werkt met volgzame ambtenaren. Op buurtvergaderingen bijvoorbeeld, geleid door inspraakambtenaren, is dat ‘wij’ vaak niet meer dan de optelsom van de vele ik-stemmen van  de aanwezigen. ‘In de woordspeling ‘De stad is van A’ spreekt de overheid in de eerste plaats de individuele burger aan. Inspraak richt zich te weinig op het stimuleren van het debat onder de burgers zelf. De dynamiek om de ‘basis’ aan het woord te laten gebeurt al te vaak top-down, van bovenuit.

Bottom-up en top-downinitiatieven moeten elkaar echter  niet bijten, maar kunnen elkaar in een goed functionerende democratie best aanvullen. Daarvoor is een stevige stedelijke duurzaamheidsdriehoek nodig waarin politici, alerte ambtenaren en wakkere burgers elkaar versterken en in evenwicht houden waardoor ‘boven’ en ‘onder’  op termijn inhoudloze begrippen worden. Daarvoor heb ik gepleit in ‘Groeten uit Borgerhout’ waarin ik als buurtbewoner van het Krugerpark een case van wijkontwikkeling neerzet.  Een dynamische basisdemocratie die een werkelijke participatie aan het maatschappelijke leven kan garanderen moet veel meer zijn dan een symbolische ontmoeting tijdens de traditionele stembusgang. Het gaat in deze verkiezingen meer dan ooit om de stem van onderuit en om het respect- en begripvol omspringen met de energie die daaruit voortvloeit. Als de politieke ‘titanen’  deze energie van onderuit, zoals aangetoond in hun reacties op de reuzenen rellen in Borgerhout, echter proberen te kapen om electorale doeleinden verdienen zij daarvoor afgestraft te worden.

Walter Lotens is auteur van ‘Groeten uit Borgerhout, dagboek van een buurtbewoner’

Bron Foto: De Wereld Morgen

Borgerhoutenaar Walter Lotens (°1942) noemt zich een glokale burger. Deze gepensioneerde leraar, mede-oprichter van de Actiegroep Kritisch Onderwijs (AKO), moraalwetenschapper, publicist en Latijns-Amerikawatcher schreef voor LA Chispa, een Nederlandstalig magazine over Latijns-Amerika en de Cariben, het Belgische De Reiskrant en voor de Surinaamse krant “De Ware Tijd” en nu voornamelijk voor de webzine voor internationale politiek uitpers.be, waarin hij niet alleen uitvoerig aandacht besteed aan Latijns-Amerika, maar ook aan het Antwerpse mobiliteitsdossier.