De vloek van Osama

Facebooktwittergoogle_plusmail

Eerder verscheen in Uitpers nieuwe stijl al een bespreking van dit boek door Willy Van Damme onder de titel Oppervlakkige Reisverhalen. Met die negatieve benadering is Walter Lotens het niet eens. Zie hierbij zijn versie op dit boek (nvdr).

Nee, ik heb de vijfdelige Canvas-reeks ‘De vloek van Osama’ niet gezien, maar wel het boek dat Rudi Vranckx daarover schreef gelezen en dat is goed, zeer goed. Het is misschien zelfs een voordeel dat ik de televisieserie niet gezien heb, want in een boek kan de mens achter de journalist zich meer bloot geven. Dat deed Vranckx trouwens al eerder in zijn ‘Stemmen uit de oorlog’ (zie Uitpers nr.110) waarin de oorlog voor hem niet eindigt wanneer hij terug naar België vliegt. ‘De stemmen uit de oorlog’ dringen door tot in zijn woning en directe omgeving.  Nadat zijn tolk en vriend Jassim vermoord werd in Irak laat hij Ibrahim,  chauffeur én vriend, en zijn bedreigde familie overkomen naar Herent. Dat was in 2006 en intussen zijn Ibrahim en zijn familie ‘nieuwe Belgen’ geworden.

Tussen 2001 en 2011

In 2011 trekt Vranckx zijn huisdeur in het Leuvense achter zich dicht en gaat “op zoek naar de tien jaar die de wereld hebben verscheurd”.  Wat is er veranderd in de wereld tussen nine eleven in 2001 en 2 mei 2011, de dag waarop Osama Bin Laden door een aantal Amerikaanse Rambo’s koelbloedig werd neergeschoten? Blijft de vloek van Osama boven de wereld handen, dit wil zeggen de diepe kloof  tussen het Westen en de moslimwereld, of wordt de deze vloek binnenkort opgeheven door de Arabische revolutie die de kaarten opnieuw geschud heeft? Dat zijn de vragen die  de VRT-journalist zich stelt op zijn tocht naar de landen en plaatsen die hij zo vaak bezocht heeft. “Het Marriot in Islamabad, het Pearl Continental Hotel in Peshawar, een hotel in Amman, mijn stamkroeg in Tel Aviv, soms lijkt het dat een spoor van aanslagen me achtervolgt. Uiteraard is dat gewoon de wereld waarin  ik ronddwaal.” (p. 182) Het boek bestaat, zoals de TV-reeks, uit vijf delen. Zijn tocht begint in Afghanistan waar hij tien jaar eerder ook aanwezig was. Vervolgens trekt hij naar Irak. In een derde hoofdstuk neemt hij de metro naar Londen op zoek naar het extremisme van Luton tot Lahore in Pakistan. In het laatste hoofdstuk reist hij (voor het eerst) naar de Verenigde Staten en doet hij ook Tunesië en Jemen aan.

Graver achter het nieuws

Rudi Vranckx is de graver achter een stukje wereldnieuws en zo komt hij, ook door zijn terugkeer naar les points chauds van de voorbije tien jaar, zaken aan de weet die weinig bekend zijn. Zo verwijst hij naar de onenigheid die er bij de taliban in Kaboel en zelfs in rangen van Al Qaeda bestond over de terreuraanslag in New York. Osama wou de VS naar de Afghaanse bergen lokken om op eigen terrein de supermacht te verslaan zoals de moedjahedien tenslotte ook de Sovjet-Unie op de knieën hebben gekregen. Sommigen vonden de aanval dwaas en ondoordacht, een strategische blunder zoals de aanval van Japan op Pearl Harbor in 1941. Vranckx verwijst ook fijntjes naar Tora Bora, de plek die Osama had uitgekozen om de confrontatie met de VS aan te gaan, maar die als guerrillaschuiloord in de strijd tegen de Russen mee gefinancierd werd door de CIA. Hoe een geostrategisch dubbeltje rollen kan. Voor Rudi Vranckx wordt het hoog tijd dat de slag om Tora Bora beschreven wordt zoals hij werkelijk was: “Een fiasco, de grootste tactische militaire blunder uit de oorlog tegen de terreur.” (p. 50)

Patriotic journalism

Vranckx heeft een broertje dood aan wat patriotic journalism wordt genoemd en waar hij als onafhankelijke, niet-embedded journalist zeer ver van af staat. Deze lui zijn volgens hem in de eerste plaats Amerikaan en pas daarna journalist. Een van hen vraagt zich of hij Bin Laden zou neerschieten dan wel interviewen. Vranckx schrijft dat de meeste Angelsaksische media verslag uitbrengen over de oorlog alsof het een sportgebeurtenis is waar zij de exclusieve rechten van gekocht hebben. Hij is niet mals in zijn oordeel: “De zoektocht naar massavernietigingswapens, de banden met Al Qaeda, allemaal leugens en propaganda waar ze gewillig aan meewerken. Sommigen zullen pas jaren later toegeven dat ze journalistiek gefaald hebben, anderen koesteren tot op de dag van vandaag geen enkele vorm van zelfkritiek.” (p. 63)

Inleefvermogen

Vranckx probeert zich als buitenstaander toch zoveel mogelijk in te leven in de denkwereld van de andere. Zo spreekt hij in Afghanistan met Merajudin, de man die de Arabieren van Al Qaeda geholpen heeft in Tora Bora. De man zegt: “Toen de grote torens instortten in Amerika, waren de Arabieren blij en de Amerikanen zaten in de put. Maar wij gewone mensen praatten daar niet over. Wij in het dorp zaten gewoon thuis en hebben niets gezien”. En dan volgt het commentaar van Vranckx: “De Afghanen die de rekening van 9/11 zouden betalen, wisten van niets. Ze hebben geen televisie en meestal ook geen elektriciteit. Zij leven en vechten zoals vanouds. Osama en zijn moedjahedien waren al tientallen jaren bondgenoten. Het waren geëerde gasten en goede gelovigen. Zo zit de wereld in elkaar.” (p. 47) Even verder vraagt hij zich af hoe het komt dat we ons nooit in het wereldbeeld van de anderen kunnen inleven. “Ook wij journalisten falen daarin. Maar nog veel erger, zouden onze bewindvoerders er ooit bij stilstaan dat hun beslissingen geen deel van de oplossing vormen, maar wel een deel van het probleem?” (p. 49) En dan is er natuurlijk de onmachtige woede van de man die te veel weet en ziet, zoals bij zijn bezoek aan dat dorp in de buurt van Lahore waar de meeste inwoners een litteken hebben op de onderrug. De verse nieren worden onmiddellijk overgevlogen naar een ziekenhuis waar de nierpatiënten wachten. De operatie gebeurt vaak in Israël, op enkele uren vliegen van Lahore, en zijn de nierpatiënten rijke Amerikanen. En dan het bittere commentaar van Vranckx: “Wie het in het Westen heeft over de botsing der beschavingen, bedoelt allicht dit niet. Doodarme moslims die hun nier verkopen aan rijke Joden en christenen.” (p. 173)

Gevaar

Een rode draad doorheen het boek is het gevaar dat voortdurend op de loer ligt voor een oorlogsjournalist en hoe Vranckx daar probeert mee om te gaan. De beelden van de kidnapping en gruwelijke moord op de Amerikaanse journalist Daniel Pearl in 2002 achtervolgt hem. Hij heeft de video waarop de onthoofding tot in de gruwelijkste details te zien was vele keren gezien. Een van de redenen daarvoor was dat hij een paar maanden voor de moord ook een ontmoeting met dezelfde terroristen werd voorgespiegeld. Een ander schokkende gebeurtenis – en bij het schrijven van dit boek wist de auteur uiteraard nog niet dat hij in Syrië ei zo na het slachtoffer werd van een andere valstrik voor journalisten  – was zijn tocht van Jalalabad naar Kaboel als niet-embedded journalist. Hij geraakt er en twee dagen later vallen vier andere journalisten, waaronder de Italiaanse Maria Grazia Cutuli, in een hinderlaag en worden vermoord. Vranckx’ commentaar: “Het is een einde waar ik misschien te weinig bij stilsta. Misschien maar beter ook, anders hou je dit niet vol.” (p. 28)

Sombere epiloog

In zijn epiloog vermeldt Vranckx volgens de berekeningen van een Amerikaanse universiteit dat tien jaar oorlog tegen terreur het land al 4000 miljard dollar heeft gekost. Officieel worden de oorlogen langzaam beëindigd, maar de kosten voor drone-aanvallen in Pakistan en Jemen blijven oplopen. “Niet alleen is de oorlog de langste uit de Amerikaanse geschiedenis, maar ook de duurste. Omgerekend naar de huidige tijd heeft die al evenveel of meer gekost dan de Tweede wereldoorlog. Waar moet dat geld vandaan komen? Van de rest van de wereld, want het is geleend geld. De Verenigde Staten leven zwaar boven hun stand. De huidige economische crisis zal er niet vreemd aan zijn.’ (p. 291) en even verder op dezelfde pagina: ‘Intussen staan de asielzoekers bij ons op de stoep en willen we er niet van weten.”

En toch hoop

En toch ziet Vranckx in de duisternis een straaltje hoop en die komt volgens hem van de jongeren in de Arabische wereld die met behulp van de nieuwe media een andere wereld proberen op te bouwen. Er is hoop in Tunis, Caïro en al  die andere plaatsen waar de Arabische lente bloeit. En zo eindigt dit weinig vrolijk boek toch nog op een positieve noot, getuige volgende slotzinnen: “De jongeren en de burgersamenleving van 1400 jaar geleden. Ze willen geen emir of kalief, maar hun eigen despoten weg. Elke verandering komt van onderuit, niet met oorlog en niet met terreur. Zij hebben hun angst overwonnen. Nu nog de angst in ons eigen hoofd. Dan is de vloek echt ten einde.” (p. 295)

Krassen op de ziel

Ik zei het al: hier is niet alleen een journalist aan het woord die politieke analyses maakt van een stukje wereldgeschiedenis, maar ook een kwetsbaar en onmachtig mens die na de zoveelste confrontatie met de gevolgen van oorlogsmisère niet weet wat hij moet doen zoals met de familie van Abdel die een genetische afwijking heeft, waarschijnlijk een gevolg van Amerikaanse bombardementen. Bij zijn vertrek geeft hij vijftig dollar aan de vader van Abdel. “Een half maandloon. Dat is om benzine voor de generator te kopen,’ murmel ik. Ik voel me laf.  Wat haalt het allemaal uit? En waarom niet meer, denk onmiddellijk daarna. Ik kan het toch missen.” (p. 108)

Ik heb dit zeer beklijvende boek gelezen op de trein van Antwerpen naar Ieper en terug. Mijn bezoek aan Flander’s Fields, dat eveneens beklijvende museum over de Eerste Wereldoorlog sloor naadloos aan bij mijn lectuur. Ook Rudi Vranckx verwijst ernaar wanneer hij op een kerkhof in Fallujah staat. Het doet hem denken aan de soldatenkerkhoven uit de Eerste Wereldoorlog. En toch is er een belangrijk verschil volgens hem: “De kerkhoven van de Somme zijn een monument uit het verleden. Er komen staatshoofden uit de hele wereld eer betuigen. In Fallujah komt niemand groeten. De schreeuw van de doden wordt niet gehoord buiten de eigen gemeenschap.” (p. 105)
Misschien ligt in die enkele eenvoudige zinnetjes wel de essentie én de waarde van dit boek: het gaat in ‘De vloek van Osama’ om een vorm van ongenadig weten gekoppeld aan de machteloze woede van een journalist die niet embedded verslaggeving blijft leveren. Onder de rustige zegging van de journalist gaan  diepe krassen op zijn ziel schuil.

De vloek van Osama, Tien jaar die de wereld hebben verscheurd
Rudi Vranckx
Canvas en De Bezige Bij
2012
304
9789085423072

Zie ook

Oppervlakkig reisverhalen Voor velen is VRT-journalist Rudi Vranckx een icoon wiens verhalen over het Midden-Oosten erin gaan als zoete broodjes. Ze worden gesmaakt. Men ziet hem als de dappere ridder die zijn leven in de weegschaal gooit en DE expert is op het vlak van h...
Borgerhoutenaar Walter Lotens (°1942) noemt zich een glokale burger. Deze gepensioneerde leraar, mede-oprichter van de Actiegroep Kritisch Onderwijs (AKO), moraalwetenschapper, publicist en Latijns-Amerikawatcher schreef voor LA Chispa, een Nederlandstalig magazine over Latijns-Amerika en de Cariben, het Belgische De Reiskrant en voor de Surinaamse krant “De Ware Tijd” en nu voornamelijk voor de webzine voor internationale politiek uitpers.be, waarin hij niet alleen uitvoerig aandacht besteed aan Latijns-Amerika, maar ook aan het Antwerpse mobiliteitsdossier.