Hoe meer dooi in het poolgebied, hoe meer belangstelling

noordelkzeeroute
Facebooktwittergoogle_plusmail

We weten het intussen wel, het poolijs smelt deze zomer als nooit tevoren. Dat maakt de doorgang  ten noorden van Rusland vanuit de Atlantische Oceaan naar Azië voor enkele maanden per jaar vrij. Het ziet er naar uit dat in 2012 het record zal worden gebroken wat de tonnenmaat betreft van het transport tussen Europa en Azië via deze route.

Het blijft nog bescheiden uiteraard: tot op 10 september 2012 hadden 22 schepen de doorvaart gemaakt: 13 van west naar oost en 9 in de andere richting. Tot die dag werd er bijna 750.000 ton vervoerd, wat aardig in de buurt komt van het record in 2011 toen een totaal 821.000 ton werd gehaald. Waarschijnlijk duurt het vaarseizoen voor de Noordelijke Zeeroute dit jaar nog tot half november. Het is dus zo goed als zeker dat het record zal worden gebroken. In 2011 bereikte het laatste schip de Stille Oceaan op 18 november, waarmee het langste vaarseizoen op de deze route werd genoteerd.  

Naar verluidt is de ijssituatie in de Oost-Siberische Zee moeilijker dan vorig jaar, maar het algemeen beeld deze zomer is er een van de kleinst resterende ijsoppervlakte: op 27 augustus heeft men 4,1 miljoen vierkante kilometer poolijs gemeten, waarmee het vorige absolute minimum van 4,17 miljoen uit 2007 werd gebroken. Volgens de laatste berichten zou het poolijs op 10 september 2012 minder dan 4 miljoen vierkante kilometer bedragen.

De bevaarbaarheid van deze noordelijke verbinding tussen de 2 grote oceanen, is samen met de vergemakkelijkte toegang tot de ontginning van de ondergrond in het poolgebied een belangrijk economisch gevolg van de klimaatopwarming. Dat dit niet alleen de direct betrokken Noordpoollanden bezig houdt  maar ook andere landen moet ons niet verwonderen. China toont heel sterke interesse, maar ook de EU en bijvoorbeeld Zuid-Korea.

De Chinese ijsbreker ‘Sneeuwdraak’ is in augustus 2012 de Noordelijke Zeeroute doorgevaren tot in de Barentszee en ging verder huiswaarts ten noorden van Svallbard en Groenland. De Noorse kustwacht heeft naar verluidt een tijdje in het zog gevaren van de Sneeuwdraak; kwestie van te tonen om wiens soevereiniteit het in deze regio gaat? China zou voornamelijk in de transportroute geïnteresseerd zijn en ook in wetenschappelijk onderzoek in het poolgebied. Bejing probeert al een hele tijd een statuut van permanent waarnemer te verkrijgen in de Artic Council waar de 8 Noordpoollanden in zetelen – Rusland, Noorwegen, Denemarken-Groenland, Canada en de VS, Finland, Zweden en IJsland. China heeft een tweede ijsbreker besteld bij het Finse Aker Arctic en opende een nieuw universitair centrum voor Poolonderzoek in Shanghai.

Zuid-Korea is een belangrijke scheepsbouwer. Noorwegen huisvest een aantal grote scheepvaartondernemingen. Nieuwe scheepsroutes behoren dan ook tot de kern van de Koreaanse en Noorse interesse. Het is gekend: de vaartverbinding van Zuid-Korea naar Europa bedraagt dertig dagen in de huidige omstandigheden, via de Noordelijke Zeeroute wordt die minstens gehalveerd. Economisch een belangrijke verandering voor de wereldhandel. President Lee Myung-bak is op 12 september 2012 te gast bij de Noorse leiders om mogelijke samenwerkingen en wederzijdse voordelen bij de nieuwe vaarroutes te bespreken.

De Europese Unie is volgens persberichten goed op weg om de status van waarnemer te verkrijgen bij de Arctic Council. Normaal zal dit officieel gebeuren tijdens de volgende bijeenkomst van deze Council in het Zweedse Kiruna in 2013. Noorwegen meent dat de EU gewettigde belangen heeft in het Poolgebied. De EU is al actief in de Barents Cooperation. Het EU Arctic Information Center zal in Noord-Finland worden geïnstalleerd.

De vijf landen die aan de Noordpool grenzen hebben intussen allen hun militaire aanwezigheid en hun militaire capaciteit in het hoge noorden vergroot: materieel dat specifiek voor de arctische omstandigheden is geschikt, verbetering van de militaire infrastructuur, verhoging van het aantal soldaten. Deze militaire opbouw zou in de eerste plaats gericht zijn op de verdediging en minder op troepenprojectie buiten de grenzen, maar militaire vertrouwenwekkende maatregelen zouden best welkom zijn, meen het Zweedse Vredesinstituut Sipri.