Het conflict in Oost-Congo, de terugkeer van de geschiedenis

soldaten van Farc in Congo
Facebooktwittergoogle_plusmail

Het is een cliché zo groot als een huis, “l’histoire se répète”, maar als de uitdrukking ergens van toepassing is, dan is het wel in Oost-Congo. Eind 1996 eigent Laurent Kabila zich de opstand van de Banyamulenge in de Kivu’s toe, die zonder de zegen van Rwanda (en Oeganda) nooit van start gegaan zou zijn.

In augustus 1998 krijgt Kabila sr. tegenwind van de rebellen van de RCD, een groep met een sterke Banyamulenge-inbreng, die nooit zo lang standgehouden zou hebben was er geen verregaande Rwandese ondersteuning geweest. In 2006 maken de verkiezingen in Congo duidelijk op hoe weinig aanhang de RCD kan rekenen. 2008 lijkt tot het jaar van de waarheid uit te groeien voor de rebellerende generaal Laurent Nkunda, een Banyarwanda, van wie internationale rapporten aangeven in welke mate hij met zijn CNDP een marionet van Rwanda is. Het einde van zijn avontuur, zijn aanhouding met huisarrest in Rwanda, maakt het zonneklaar wie er achter de schermen aan de touwtjes trekt. Op 23 maart 2009 sluiten Rwanda en Congo een overeenkomst die de CNDP in het Congolese leger integreert. Nkunda’s luitenant en opvolger, Bosco Ntaganda, is voortaan de sterkhouder van Joseph Kabila in Oost-Congo. Dat het Internationale Strafhof hem wil arresteren voor oorlogsmisdaden doet er niet toe.

In april 2012 – de geschiedenis draait rondjes – vormt Ntaganda een nieuwe rebellie, met tussen vier- en zevenhonderd manschappen. M23 doopt hij ze. De naam verwijst naar de datum van het akkoord van drie jaar daarvoor. Opnieuw, net als tijdens het intermezzo met Nkunda, wijzen VN-experts op Rwandese ruggensteun voor de opstand in Noord-Kivu. Het cliché, l’histoire se répète, toch maar gebruiken ?

De constantes in het verhaal

Telkens weer spelen Kinyarwandasprekende Congolese Tutsi uit Kivu een hoofdrol, of het nu om Banyarwanda uit het noorden of Banyamulenge uit het zuiden gaat. Maar hun legitieme bekommernis uit de jaren negentig, hun vrees voor discriminatie binnen het Zaïrese staatsbestel van Mobutu, hebben krijgsheren uit hun milieu al lang geaccapareerd en heeft plaats gemaakt voor een streven naar blijvende aanwezigheid in de hoogste regionen van de macht.

Telkens weer speelt op de achtergrond het regime van president Kagame een vuile rol. De aanlevering van manschappen en wapentuig, uitrusting en materiaal en de financiële bijstand vanuit Rwanda zijn manifest en bewezen maar blijven bedekt met de in Kigali gebruikelijke mantel der ontkenning. Maar de bemoeienis is van een dusdanige orde dat de druk op Rwanda om paal en perk te stellen eraan te stellen gestaag toeneemt.

Telkens weer stellen we vast dat, wat ook de officiële beweegredenen mogen zijn van de elkaar opvolgende rebellenbewegingen in Kivu of de motieven van Rwanda om de dans te springen – discriminatie van Congolese Tutsi, de aanwezigheid op Congolees grondgebied van Rwandese volkerenmoordenaars, de militaire dreiging die van die FDLR uitgaat met aanslagen in hun geboorteland -, de hoofdoorzaak in de Congolese bodem zit. De jacht op grondstoffen en de controle over mijnsites zijn nu al zestien jaar goed voor een op geregelde tijdstippen opflakkerend gewelddadig conflict dat de regio van de Grote Meren volledig destabiliseert.

De recente wending

In Béni en omgeving, in het uiterste noorden van Kivu, waar ik afgelopen november de verkiezingen op het terrein meegemaakt heb, waren het Ntaganda’s tot Congolese militairen omgeschoolde CNDP-rebellen die borg ervoor stonden dat niemand het in zijn hoofd zou halen om de overwinning van Kabila te betwisten. Hoe is het te verklaren dat hij van diens handlanger en trouwste bondgenoot, wat hij wàs ten tijde van die stembusslag, op minder dan een half jaar afdaalt tot de status van renegaat ?

De chaos en de fraude die de verkiezingen kenmerkten, waren van die aard dat in elk ander land ter wereld de uitslag naar de prullenmand verwezen zou zijn. Zelfs in Afrika is Congo een regelrechte uitzondering. Kabila is m.a.w. aan een fragiele tweede ambtstermijn begonnen. In zekere zin is hij een lame duck, vatbaar voor internationale suggesties om in ruil voor de stilzwijgende aanvaarding van het knoeiwerk met de stem- en telverrichtingen toegevingen te doen. Ook al is feitelijk de enige juiste houding om de verkiezingen ongeldig te verklaren en ze over te laten doen, iedereen, Kabila incluis, weet dat een dergelijke eis, gezien de financiële middelen en het schrijnende gebrek aan organisatie in het land, van geen realiteitszin getuigt. Maar de president influisteren dat hij Ntaganda moet laten vallen als een baksteen, zodat hij, eenmaal opgepakt, terecht kan staan in Den Haag, ja, dat is een mooie wisselmunt.

Jammer voor het welslagen van het scenario. Ntaganda heeft machtige vrienden heeft aan de andere oever van het Kivumeer, die opnieuw het spel spelen zoals ze dat nu al anderhalf decennium doen: als een sluwe vos de passie preken, anderen de kastanjes uit het vuur laten halen en ontkennen, straal ontkennen, dat je ook maar het minste ermee te maken hebt.  Internationale rapporten met overtuigende bewijzen? Laat me niet lachen.

Rwanda, de stokebrand

Toen het in het najaar van 2008 doordrong dat de opmars van Nkunda niet te stuiten was zonder een ingreep van Rwanda besloten enkele donoren druk uit te oefenen door een deel van hun ontwikkelingsgeld te bevriezen. Dat zette zoden aan de dijk. Kagame ging scheep met Kabila voor een gezamenlijke militaire actie in het oosten van Congo, schoof Nkunda aan kant en werkte mee aan een schema dat van Ntaganda een speerpunt maakte in het Congolese leger. Iedereen tevreden: Kabila, Kagame, de internationale gemeenschap, Ntaganda en zijn strijders. Alleen Nkunda niet waarschijnlijk.

De voorbije weken ontvouwt zich een soortgelijk scenario. Naast de Afrikaanse Ontwikkelingsbank bevriezen Groot-Brittannië, Zweden, Duitsland en Nederland hun hulpstromen. Samen gaat het over 152 miljoen $, ondanks de slappere koers nog altijd zo’n 120 miljoen Euro. In de kantoren van de Europese Unie en de Wereldbank zijn ze aan het cijferen. België laat zijn minister van Buitenlandse Zaken Reynders tussen de twee landen pendelen maar neemt geen sancties, het geeft dan ook geen budgethulp.

De Verenigde Staten ten slotte schrappen een toelage voor de militaire school van 200.000 $ uit hun bijstandsprogramma. Schràppen dus, niet zomaar bevriezen. Dat maakt het op het eerste gezicht onooglijke bedrag symbolisch belangrijk. Het is een gebaar aan Kagame’s adres dat hij er deze keer niet mee weg komt. De vraag is nu welke maatregelen de donoren, en in de eerste plaats de VS, van Rwanda verwachten voor ze de hulp ontdooien. En of dit een aanwijzing is dat de VS hun beleid t.a.v. Centraal-Afrika, dat steunt op een erg tegemoetkomende houding tegenover Kagame, aan willen passen.

Dodd-Frank

Interessant is ook wat er in de VS op wetgevend vlak aan het gebeuren is. De Dodd-Frank wet, al een jaar of twee van kracht, is eind augustus aangevuld met extra maatregelen. Amerikaanse ondernemingen die cassiteriet, coltan, goud of wolfraam verwerken, afkomstig uit Congo of een van de buurlanden, moeten voortaan hun aanvoerlijnen aan controle onderwerpen om na te gaan of het geld van hun aankopen in de zakken van rebellen terechtgekomen is.

Hoe zacht die aanpak ook mag lijken en hoe zeer we uit het Kimberleyproces in de diamantsector af kunnen leiden hoe moeilijk het is om conflictmineralen op te sporen en te bannen, de eerste resultaten van de Dodd-Frank wet zijn al zichtbaar. The Enough Project, een Amerikaanse lobbygroep die let op de toepassing ervan, heeft ze onlangs bekendgemaakt.  Gewapende groepen in Congo hebben de laatste twee jaar hun winst uit de exploitatie van grondstoffen met twee derde zien dalen. Toch halen ze nog altijd inkomsten uit de smokkel van tantalium, tin en wolfraam via Rwanda. En dat land, laat The Enough Project weten, zag in die periode zijn uitvoer van mineralen met 62% stijgen, hoewel de productie in zijn eigen mijnen maar met 22% gegroeid is.

Is het een te boude veronderstelling dat de bekendmaking van dat soort gegevens de Amerikaanse overheid mee ertoe aangezet heeft om eindelijk het Kagame-regime een helder signaal te geven dat het zo niet verder kan? De impact van lobbygroepen op het buitenlandbeleid van de VS is legendarisch en als de Amerikanen een stok willen zoeken om de hond te slaan, dan reikt The Enough Project hem gretig aan. En kennelijk zijn ze in Washington op zoek naar die stok. Eiste minister van Buitenlandse Zaken, Hillary Rodham Clinton, onlangs tijdens haar passage in Johannesburg niet dat alle steun aan M23 op moet houden? Een verklaring waarmee ze zich achter de uitspraken schaarde van enkele Amerikaanse volksvertegenwoordigers. Een evolutie om in het oog te houden! Zeker omdat met de grondstoffendiscussie we echt wel het hart van de oorlogsproblematiek in de regio van de Grote Meren aanraken. Komt de stokebrand na zestien jaar in de verdrukking?

Congo, het slachtoffer

Vanzelfsprekend zijn de Kivutiens de dupe van het oorlogsgeweld. In het oostelijke deel van Noord-Kivu, in en rond het Virungapark, tegen de grens met Rwanda aan, waar M23 de plak zwaait, zijn er de voorbije maanden 220.000 Congolezen uit hun dorp weggevlucht. Ruw geschat brengt dat het aantal verplaatste personen in de Kivu’s, mensen die niet meer onder hun eigen dak wonen en niet meer voor hun eigen eten in kunnen staan, op ruim twee miljoen.  Meer in het algemeen: meer dan zeventien miljoen Congolezen hebben geen voedselzekerheid, d.w.z. dat honger, ondervoeding en kindersterfte deel uitmaken van hun dagelijkse bestaan.

Maar er zijn ook Congolezen die garen spinnen bij het wapengekletter. Waar geweld is, gedijt chaos en ontbreken recht en orde. Macht komt er uit de loop van een geweer. Onder meer dat van Congolese militairen. Dat leger is minstens zo sterk in de illegale exploitatie en smokkel van bodemrijkdommen als plaatselijke Mai Mai e.a. milities, grotere rebellengroepen, de Rwandese génocidaires en wie er vanuit Kigali telegeleide operaties uitvoert. En het is de vraag hoe hoog binnen de Congolese legertop het zenuwcentrum voor dat soort activiteiten gesitueerd is. Bij de opperbevelhebber, de president? Bij Kabila, die naar verluidt na de dood in februari van de Richelieu uit zijn omgeving, zijn topadviseur Katumba Mwanke, zelf de financiële deals uitwerkt, waarmee hij zich verrijkt en zijn land verarmt ? Niet alle Congolezen zijn slachtoffer.

De president wrijft zich in zijn handen. Congolese gezagsdragers aarzelen niet om de nefaste rol van Rwanda in de M23-affaire flink in de verf te zetten en om sancties te vragen. Op die manier gebruiken ze de al jaren aanwezige, meer dan latente anti-Rwandese gevoelens om een vorm van Congolees nationalisme aan te scherpen, waarvan Kabila uiteraard de drijvende kracht is. Wie verwijt er hem dezer dagen nog dat de verkiezingen in zijn land een schijnvertoning waren? 

Wie er, zoals Reynders, pleit voor een hervorming van het Congolese leger (de zoveelste !) als zaligmakende oplossing voor de cyclische reeks van muiterijen, rebellieën en opstanden, moet in het achterhoofd houden dat de onkunde, inefficiëntie en corruptie die het optreden van het meer dan 100.000 man sterke Congolese leger tekenen (dat was tussen haakjes in de Mobutu-jaren niet anders) een scherm vormen waarachter zich economische transacties afspelen. Wie dat vergeet, zit fout met de oplossingen die hij suggereert. 

Wie er, zoals begin augustus de staatshoofden en regeringsleiders van de regio op hun top in de Oegandese hoofdstad Kampala, pleit voor een neutrale internationale interventiemacht om gewapende groepen in het grensgebied tussen Congo en Rwanda op te sporen, zonder in te gaan op de kostprijs en de samenstelling ervan, verliest één ding uit het oog. Je zou het ze luidkeels toe willen roepen: “En de Monusco dan, mannen, de twintigduizend blauwhelmen, vergeten dat die er al zijn?”

Epulu en Kikuku

Er is in het oosten van Congo meer aan de hand dan wat je als een grondstoffenoorlog kunt bestempelen. Neem het idyllische Epulu in de Oostprovincie aan de gelijknamige rivier, vlak bij de ingang van het okapipark. Hardwerkende Twa proberen er zich uit hun schamele pygmeeënbestaan los te wroeten. De opzichters zijn trots dat ze hun internetverbinding met me kunnen delen. Een Zwitserse doet er wetenschappelijk onderzoek. Een vrouw uit het dorp komt in het gastenverblijf voor me koken. Zo ging het verleden jaar eraan toe, toen ik er een weekend doorbracht. Wat voor potentieel, die combinatie van natuur en toerisme.

Op 24 juni vallen gewapende mannen het hoofdkwartier aan. Ze vermoorden zeven mensen, verkrachten vrouwen, steken gebouwen in brand vernietigen uitrusting en maken dertien okapi’s van het teeltprogramma af. De raid is het werk van ene Paul Sadala, die bekend staat als Morgan en aan het hoofd staat van een wazig hoopje rebellen. De Mai Mai Simba, met ene Jean-Luc als aanvoerder, nemen hen gevangen. Tegen een vergoeding van 10.000 $ willen ze hem best overdragen aan het 808e regiment van het Congolese leger, waarmee ze een alliantie gesloten hebben. Een zekere kolonel Jean deelt daar de lakens uit. Morgan ontsnapt. De militaire overheid in Butembo, enkele onberijdbare wegen zuidelijker, weet nergens van. Dat is het binnenland van Congo dezer dagen. Volgt u nog? Graag een ander voorbeeld?

In het dorp Kikuku, een dagreis ten noorden van Goma, de hoofdstad van Noord-Kivu, vind je verscheidene Mai Mai milities. Die van kolonel Janvier is de best georganiseerde. Daarnaast zijn er drie formaties van Hutu-strijders bedrijvig die uit het FDLR ontsproten zijn. Eén, de Union des patriotes congolais pour la paix, staat onder leiding van ene Bapfakururimi, ooit tot kolonel in het Congolese leger gepromoveerd, nadat zijn vorige Hutu-militie daarin geïntegreerd was, maar nu op non-actief gesteld. Een aantal van die Hutu leven ondergedoken in de omgeving, anderen zijn in Congolese groepen opgenomen, die hun militaire capaciteiten appreciëren. Wat al de milities bindt, is dat ze M23 vijandig gezind zijn. ’s Nachts barricaderen de inwoners van Kikuku zich in hun met bananenbladeren vervaardigde hutten.  Het binnenland van Congo dezer dagen. Volgt u nog?

Land zonder staat

Wanneer een reporter van Le Monde de voorbije weken door het binnenland van Kivu trekt, noteert hij uit de mond van een oudgediende Mai Mai: “Ce qui arrive est aussi le fruit d’une certaine légèreté au niveau de l’Etat.”  In “De ondraaglijke lichtheid van het bestaan” beschreef Milan Kundera in de tijd op een subtiele, virtuoze manier de ondergang van een bestel in Oost-Europa. Ook Congolezen hebben die poëtische zeggingskracht in huis om de afgang van hun land en het niet meer legitieme regime dat er de teugels in handen heeft in één vlijmscherpe zinsnede onder woorden te brengen. Er is meer nodig dan pressie op Kagame en militaire steun voor Kabila om M23 te counteren en op de keper beschouwd de ondergang van heel Congo tegen te gaan.

Guy Poppe (°1946) is gewezen radiojournalist bij de openbare omroep VRT. Bij het brede publiek is hij vooral bekend als Afrikaspecialist.