Spreekbuis van de Amerikaanse regering

cambodia killing fields
Facebooktwittergoogle_plusmail

Zelfs voor de buitenstaander wordt het stilaan duidelijker dat niet-gouvernementele organisaties als Amnesty International en Human Rights Watch gewoon spreekbuizen van de Amerikaanse regering zijn. Dat blijkt opnieuw uit het verhaal van de directeur van het bureau in Washington van Human Rights Watch.

Vrienden van Pol Pot

Het is een evolutie die al lang bezig is en zich onder andere manifesteerde toen Amnesty International het van 1979 tot 1989 vertikte om een kwaad woord te vertellen over de toen door de VS en ook België gesteunde Cambodjaanse Rode Khmer van Pol Pot. Een gruwelbende zoals je er maar zelden of nooit ziet.

Integendeel, de kritiek van Amnesty International was gericht tegen de Cambodjaanse regering van Pen Sovan en later Heng Samrin die in het zog van het bevrijdende Vietnamese leger aan de macht waren gekomen. Zij waren de enigen die verzet boden tegen Pol Pot. En dus vuurde AI symbolisch dan maar op hen.

Waarbij AI bijna letterlijk de propaganda van de Rode Khmer en de Amerikaanse regering overnam. Dat beiden een oorlog voerden tegen de bevolking van een land dat Pol Pot totaal vernielde baarde hen geen enkele zorg. Het interesseerde deze (sic) humanitaire organisatie blijkbaar niet eens.

Recent werd hier het verhaal gebracht ‘De maskers vallen af’ over de nieuwe begin dit jaar benoemde directeur van de Amerikaanse tak van Amnesty International, Suzanne Nossel. Die speelde onder president Bill Clinton een grote rol in het Amerikaanse buitenlandbeleid.

Suzanne Nossel was onder Bill Clinton een van de strategen achter het agressieve buitenlandse beleid van de VS zoals het embargo tegen Irak waarbij tienduizenden kinderen stierven. Een wat ‘aparte’ invulling van een mensenrechtenbeleid. Ze zit nu bij Amnesty International.

Iets waarop men bij de Amerikaanse tak van Amnesty International duidelijk zelfs fier over was. Getuige haar uitgebreide CV waarmee de organisatie op haar website uitpakte.

Man van Bill Clinton

Nu is er bij rivaal Human Rights Watch een dergelijk geval in de figuur van Tom Malinowski. Deze is directeur van het bureau in Washington van Human Rights Watch en heeft een wat gelijkaardige carrière achter de rug als Suzanne Nossel.

Zo was hij de tekstschrijver voor de Amerikaanse ministers van Buitenlandse Zaken Warren Christopher en zijn opvolgster Madeleine Albright. Nadien werd hij speciaal adviseur van president Bill Clinton en een directeur van zijn Nationale Veiligheidsraad.

Hij was met andere woorden nauw betrokken bij de organisatie van o.m. de verovering van Joegoslavië en de vele slachtpartijen die de Rwandese dictator Paul Kagame en zijn Oegandese collega Yoweri Museveni toen in de regio organiseerden. Een periode die gekend was door de grofst mogelijke schending der mensenrechten door de VS.
Council on Foreign Relations

Maar Tom Malinowski is niet de enige merkwaardige medewerker van Human Rights Watch. Opvallend is zeker ook de figuur van een zekere Sarah Leah Whitson, hoofdverantwoordelijke voor het Midden-Oosten en Noord-Afrika bij deze mensenrechtenorganisatie. Een echte sleutelpost dus bij deze Ngo. Zij werkte voorheen onder meer als zakenadvocaat bij de beruchte zakenbank Goldman Sachs en is lid van de Council on Foreign Relations, een denktank waarin de elite van de Amerikaanse multinationals in de beheerraad zitten naast dan allerlei topfiguren uit het ministerie van Buitenlandse zaken.

Directeur is een zekere Richard Nathan Haass die voorheen directeur van Policy Planning was op het ministerie van Buitenlandse Zaken en een adviseur van Colin Powell, de minister van Buitenlandse Zaken die in 2003 de wereld poogde wijs te maken dat Saddam Hoessein massavernietigingswapens had. Ook deze Colin Powell zit in de beheerraad, samen dan met vertegenwoordigers van topbedrijven als o.m. Boeing, Coca Cola, de Carlyle Group en de Blackstone Group.

Ook Kissinger Associates van de beruchte Henry Kissinger en gewezen minister voor Buitenlandse Zaken Madeleine Albright zetelen in de beheerraad. Wie lid wil worden moet bij die beheerraad een aanvraag indienen en uiteraard over ‘goede’ geloofsbrieven beschikken. Als verantwoordelijke voor het Midden-Oosten bij HRW speelt zij natuurlijk een cruciale rol in het bespelen van de publieke opinie via allerlei rapporten over de ‘gruwel’ begaan door eerst Kaddafi en nu Assad in Syrië. Het is mogelijks een verklaring voor de soms erg eenzijdige en valse informatie over die landen komende van HRW.

George Soros

Voorheen werd hier al opgemerkt dat de grootste financier – en wiens brood men eet, diens woord men spreekt – van HRW een zekere George Soros is. Die van afkomst joods-Hongaarse zakenman kreeg in Frankrijk in beroep een correctionele veroordeling aan zijn broek voor aandelenhandel met voorkennis rond de Franse bank Société Générale.

Tom Malinowski, nu directeur bij Human Rights Watch, gaf mee vorm aan een beleid waarbij de grofst mogelijke schendingen der mensrechten plaats hadden. Wat vragen oproept over de geloofwaardigheid van hem en zijn organisatie.

Ook is hij bekend als ‘s werelds grootste speculant die landen als Thailand, Indonesië, Zuid-Korea en Groot-Brittannië op de knieën kreeg en er volgens de media minstens 2 miljard dollar aan verdiende. Wat tot massale armoede leidde voor veel inwoners van die landen.

Verder is de man via zijn Open Society betrokken geweest bij zowat elke door de CIA georganiseerde staatsgreep van de voorbije twintig jaar, de zogenaamde kleurenrevoluties. Via o.m. Avaaz, een andere van zijn serie Ngo’s, poogt hij op dit ogenblik een sleutelrol te spelen in de door de VS georganiseerde burgeroorlog in Syrië.

Maar dat is allemaal geen zorg voor Human Rights Watch, of ook voor Amnesty International. Eerst hielpen deze directeurs Paul Kagame in Rwanda via een spoor van bloed en plunder aan de macht.

En nu, nadat ook de VS kritiek op Kagame hebben, spuiten beide organisaties kritiek op diezelfde Kagame. Met als vraag natuurlijk waar de geloofwaardigheid nog is van beide organisaties.

De linkerflank

Maar AI en HRW zijn voor Washington van zeer groot belang voor het uitstippelen van haar imperialistisch beleid. Door hun rapporten zo te manipuleren in de richting die de VS uit wil, helpen zij de linkerflank van de publieke opinie aan boord houden voor wat feitelijk een gigantische slachtpartij is.

Toen er bij het dagblad De Standaard kritiek kwam over hun eenzijdige berichtgeving over de vele doden in het Syrische stadje Houle, was het voor ombudsman Tom Naegels een heel simpele zaak om dat uit te spitten.
Hij nam contact op met hun correspondent Jorn De Cock en die belde met HRW over die zaak. Waar men dan stelde dat die massaslachting het werk was van de regering. Iedere andere versie was, zegde men in New York, fout, regeringspropaganda.

En dus was de affaire voor Tom Naegels gesloten. De regering van president Al Assad had het gedaan en elke andere visie op de feiten ging zo richting vuilbak. Het is een voorval dat goed toont hoe cruciaal de controle over HRW en AI voor de VS wel is.

Elke mogelijke gevaarlijke kritiek wordt zo praktisch onmogelijk gemaakt. Echte critici zitten dan geïsoleerd in allerlei bij het publiek amper of niet gekende Ngo’s die bovendien ook over weinig fondsen beschikken. Monddood dus.

Maar uiteraard zullen rijke verenigingen als HRW, AI en al die andere door de regering indirect gecontroleerde ‘mensenrechtenorganisaties’ regelmatig kritiek blijven spuien op de VS en haar bondgenoten. Dat zal echter beperkt blijven.

Maar ze moeten het wel blijven doen willen zij het vertrouwen bij de linkerflank van de publieke opinie behouden. Doen ze het niet meer dan daalt hun geloofwaardigheid en hun nut voor het Witte Huis. En dus moeten deze organisaties die feitelijk bijna regeringsdepartementen zijn, wel kritiek op diezelfde regering blijven spuien. Maar met mate.