Wansmakelijk rugzaktoerisme in derdewereldlanden

Facebooktwittergoogle_plusmail

Wetenschappelijk onderzoek en beschouwingen rond ‘reizen’ zijn eerder schaars. Het is merkwaardig dat er zo weinig diepgaand wordt nagedacht over een fenomeen dat jaarlijks kortstondige, maar massale volksverhuizingen over de gehele wereld veroorzaakt. Het recente werk van de Franse antropologe Suzanne Lallemand is daarop een uitzondering. Zij maakte een diepgaande studie over het verschijnsel ‘rugzaktoerisme’ in Zuidoost Azië. Naar aanleiding van dat boek reflecteert Walter Lotens over het fenomeen van de backpacker, ook over de minder aangename aspecten van zijn/haar optreden in een derdewereldcontext

Reizen en toeristische activiteiten zijn op wereldniveau de belangrijkste economische activiteiten. Belangrijker zelfs dan de olie- en auto-industrie. Met een opbrengst van ongeveer 500 miljard dollar (exclusief internationaal transport) is de toeristische sector goed voor elf procent van de wereldeconomie. Het zorgt voor 35 procent van de uitvoer van diensten over de gehele wereld en voor acht procent van de uitvoer van goederen. Daaraan zitten ongeveer tweehonderd miljoen banen vast. Ofwel acht procent van de totale werkgelegenheid in de wereld. Op de Malediven staat toerisme voor 75 procent van het BNP; voor de Seychellen en Caribische vakantieparadijzen als St.-Lucia, de Bahama’s, Barbados en Jamaica schommelt dat percentage tussen de 25 en 45. In Kenia zorgt het toerisme voor maar liefst 40 procent van de deviezeninkomsten, in Egypte is dat ongeveer 30 procent. Voor de Minst Ontwikkelde Landen is toerisme uitgegroeid tot de tweede grootste bron van deviezen. In de jaren zeventig trok één op de dertien toeristen van een rijk land naar een ontwikkelingsland, nu is dat al één op vijf. Tegen 2020 verwacht men dat de sector per jaar tweeduizend miljard dollar zal genereren. Niet weinig dus.

Toch heb ik het onaangename gevoel dat men in verband met toerisme meer nadenkt over centen dan wel over concepten. Er bestaan wel macro-economische studies over die grote kapitaalbeweging, maar de sociale en culturele effecten van reizen krijgen duidelijk veel minder wetenschappelijke aandacht. Een interdisciplinaire benadering van het fenomeen reizen – dat is voer voor economen, sociologen, psychologen, vrijetijdsagogen en antropologen – zou nochtans zeer relevant kunnen zijn.

Backpacker als doelgroep

De Franse Suzanne Lallemand waagt zich in Routards en Asie aan een antropologische studie van backpackers in Zuidoost Azië. Lallemand is als onderzoeksdirecteur verbonden aan het CNRS (Centre national de la recherche scientifique) en werkt voornamelijk rond Afrika (Togo en Burkina Faso) en Azië (Indonesië). Vanaf 1990 trekt Suzanne Lallemand als backpacker geregeld naar Indonesië, voornamelijk dan naar de eilanden Sumatra, Java en Bali en kortere bezoeken aan Maleisië, Thailand en Singapore. Zij doet in dit boek al reizende met andere, doorgaans veel jongere rugzaktoeristen – Lallemand is intussen een vrouw van over de vijftig – , participatief onderzoek naar het fenomeen backpacker. Daarmee zoemt zij in op een klein, maar niet onbelangrijk reissegment, dat nog steeds groeiende is.

Cohens omgevingsluchtbelmodel

Reizen gebeurt op verschillende en zeer uiteenlopende manieren en hangt natuurlijk nauw samen met de beweegredenen om op reis te gaan. Backpackers maken daarvan slechts een klein segment uit. De Canadese socioloog Eric Cohen ontwierp een inspirerende typologie van reizigers opbasis van wat hij een environmental bubble noemt. Die term verwijst naar de luchtbelmet de geur van het vertrouwde waarin vele toeristen zich verplaatsen. Hoe sterker degeur van Belgische frieten, McDonald’s hamburgers of Nederlandse bitterballen inde omgeving aanwezig is, hoe veiliger dit soort reizigers zich voelt, want hoe mindergroot het risico van een cultuurshock wordt. Aan de hand van zijn luchtbelmodel maakte Cohen enkele robotfoto’s van de hedendaagse toerist.

Er is in de eerste plaats de verre-reizenformule voor de georganiseerde massatoerist.

De reiskriebels van deze groep worden bij gebrek aan tijd, durf of verbeelding ingevuld door een deskundige, meestal dure touroperator die een kant-en-klaar-enalles-inbegrepen-formule voorstelt. Om de gevreesde cultuurshock te omzeilen tonen de pakkettenmakers stukjes van de verre wereld vanuit een zeer veilige environmental bubble. Verplaatsingen gebeuren per gecharterde autocar of soms zelfs per geblindeerde Pullmantrein. De rijke westerling reist de wereld rond in een collectieve, veilige en steriele ‘pausmobiel’.

De bubble wordt iets minder knellend wanneer men als individuele massatoerist kiest voor een modulair opgebouwde reis: de reiziger krijgt een blokkendoos voorgeschoteld waaruit hij of zij naar believen combinaties kan samenstellen. Een derde categorie waar de laatste jaren stevig naar gehengeld wordt door touroperators is de georganiseerde trekker. Vooral kleinschalige reisorganisaties in de marge van de gevestigde reisindustrie zijn in dit type geïnteresseerd. Ze bieden avontuurlijke en/of exotische, natuurgerichte of alternatieve groepsreizen aan. Hun aanbod bestaat uit exploratiereizen, trekkings, safari’s, overland expeditions, truckreizen of bergtochten. Meestal gaat het in deze groep over mensen van een zekere leeftijd, met een stevige beurs en een relatief hoge opleiding.

Hoog opgeleide reizigers tref je ook aan in de categorie van de individuele trekkers.

Volgens Cohen is dat het type van de doe-het-zelvers. De meesten hebben een flinke portie talenkennis in petto en ze zijn daarenboven allocentrisch ingesteld: ze hebben een relatief groot zelfvertrouwen, het gevoel de dingen in de hand te hebben.

Ze zien de onbekende wereld eerder als een uitnodiging dan als een bedreiging. Het zijn meestal mensen die hun tocht grondig voorbereiden en doorgaans ook lange tijd weg zijn. Dat is de categorie van de bij uitstek ongeorganiseerde toeristen, die zich minder op begane paden begeven dan het conventionele toerisme, maar toch nog steeds terechtkomen op de plekken waar de reisbijbels en survival kits hen naartoe gidsen.

Routards en Asie

Dat is ook het terrein waarop Suzanne Lallemand zich begeven heeft. Haar onderzoek spitst zich toe op het beeld dat men heeft van de manier van reizen van de backpacker of de routard. Of anders en beter gezegd: het beeld dat de backpacker van zichzelf gevormd heeft. Is de routard inderdaad die eenzame reiziger die zich niet door de toeristische industrie laat beïnvloeden? Houdt de backpacker zich buiten de commerciële consumptiecircuits en is hij/zij op zoek naar de ‘echte’ realiteit, wil hij/zij werkelijk het dagelijks leven leren kennen van de mensen in de landen waar hij/zij doortrekt? Wil hij/zij leven zoals de lokale bevolking en met hen communiceren? Het is dat beeld van de backpacker dat Lallemand wil toetsen in haar longitudinaal onderzoek dat bijna twintig jaar overspant.

Haar boek bestaat uit niet minder dan zeventien hoofdstukken waarvan de eerste tien een brede beschrijving geven van de routards die haar pad kruisten. Volgende vragen komen in die hoofdstukken aan bod. Hoe aan financiële middelen geraken voor zo’n langdurige trektocht (die voor sommigen jaren kan duren)? Waar komen die trekkers vandaan? Wat is hun (gemiddelde) leeftijd? Waar willen ze naartoe? Over welk budget beschikken ze? Wat dragen ze mee in hun rugzak? Onderhouden zij familiebanden met het thuisfront en hebben zij geen nostalgie? Vertoeft de routard ook wel eens op ‘heilige’ plaatsen? Waar verblijven zij? Hoe alleen reizen zij? Hoe verhouden ze zich ten opzichte van de lokale bevolking? Wat is de verhouding tussen routards onderling?

Het is zeker de grote verdienste van Lallemand dat zij, in tegenstelling tot veel van haar professiegenoten, niet gefocust heeft op het contact tussen bezoekers en bezochten, maar dat zij haar onderzoek afgestemd heeft op het gedrag van de meestal jonge en westerse rugzaktoerist. Daardoor is haar werk een stukje sociale antropologie van de routard geworden.

Uit heel haar onderzoek blijkt dat de routard of backpacker een vreemde en vaak mis begrepen vreemde vogel is in de wereld van het toerisme. Zowel in haar inleiding als in haar besluit benadrukt de auteur dat de rugzaktoerist een paradoxaal wezen is. De routard meent dat hij/zij uniek is in zijn/haar trektocht, maar uit de feiten blijkt dat deze zogenaamde lonely riders zeer graag het gezelschap opzoeken van anderen die denken even uniek te zijn. In die zin beantwoorden zij maar zeer ten dele aan de omschrijving die Cohen geeft van wat hij de doe-het-zelvers noemt. Schijnbaar is hun environmental bubble ruimer, maar in de praktijk draaien zij in even goed als de doorsnee toerist van wie zij zich zeer ostentatief wensen te onderscheiden, in gesloten circuits rond. Een niet onbelangrijke rol wordt daarin gespeeld door een aantal populaire reisgidsen.

Routards en Asie : Ethnologie d'un tourisme voyageur
Suzanne Lallemand
Editions L'Harmattan
2010
295
978-2296127852
Borgerhoutenaar Walter Lotens (°1942) noemt zich een glokale burger. Deze gepensioneerde leraar, mede-oprichter van de Actiegroep Kritisch Onderwijs (AKO), moraalwetenschapper, publicist en Latijns-Amerikawatcher schreef voor LA Chispa, een Nederlandstalig magazine over Latijns-Amerika en de Cariben, het Belgische De Reiskrant en voor de Surinaamse krant “De Ware Tijd” en nu voornamelijk voor de webzine voor internationale politiek uitpers.be, waarin hij niet alleen uitvoerig aandacht besteed aan Latijns-Amerika, maar ook aan het Antwerpse mobiliteitsdossier.