De wereldgeschiedenis sedert 1945

Facebooktwittergoogle_plusmail

Mensen of Barbaren? Het vraagteken is niet echt nodig, en dus ook het woord mensen niet, want Hugo Van de Voorde schrijft al op bladzijde 28 van zijn lijvig boek over de wereldgeschiedenis sedert 1945 niet onterecht: “Een eerste krachtlijn is terug te voeren op massamoord als inherent aan de Europese traditie”. Eigenlijk zijn mensen dus barbaren.

Een eigenzinnig perspectief op de wereldpolitiek is terecht, want zo’n boek kan, als het academisch grondig zou willen zijn, enkel geschreven worden door iemand die daar zijn hele leven professioneel mee bezig is geweest. Hugo Van de Voorde heeft in zijn leven al heel wat geschreven over buitenlandse politiek, boeken en artikelen, is historicus, maar heeft carrière gemaakt in het onderwijs als leraar en inspecteur. Dus hij heeft niet de tijd gehad om zich jaren lang voltijds bezig te houden met zijn onderwerp. Dat merk je meteen bij het lezen van het boek. Hij citeert overvloedig vele auteurs, maar in zijn voetnoten ontbreken wel boeken zoals bv. Eric Hobsbawn’s Age of Extremes. The Short Twentieth Century 1914-1991 en Howard Zinn’s A People’s History of the United States. Dat belet niet dat hij zeker recht van spreken heeft. Maar hij moet het dus hebben van een originele aanpak en een visie op de geschiedenis. Een eigenzinnig perspectief dus. En dat heeft hij. Dat maakt zijn werk verdienstelijk en lezenswaard.

Bij de opbouw van het boek heeft Hugo Van de Voorde zich laten leiden door de visie van de Franse historicus Fernand Braudel, die drie lagen ziet: de gebeurtenissen (microgeschiedenis), de conjuncturele geschiedenis (met breder perspectief) en de structurele geschiedenis (de lange termijn). Hij heeft het boek opgedeeld in acht hoofdstukken die elk beginnen met een bepaalde gebeurtenis (de atoombommen op Japan, de blokkade van Berlijn, Nasser en de nationalisering van het Suezkanaal…). Alles begint in 1945 of later, maar er wordt ook ver(der) in het verleden teruggegrepen om een verklaring te bieden en er wordt ook naar de toekomst gekeken. Een originele aanpak, die soms ook wel een keurslijf is want de geschiedenis van landen, groepen van landen en van continenten is zo door elkaar verstrengeld dat de auteur zichzelf soms moet herhalen of dat er zich in een hoofdstuk stukken bevinden die misschien beter in een ander hoofdstuk een plaats hadden kunnen vinden.

Een eigenzinnig perspectief betekent niet een alternatieve of kritische visie op de wereldgeschiedenis. Zo vraagt de auteur zich niet af of de Verenigde Staten wel echt een democratisch land is. Men kan zich de vraag stellen of het geen éénpartijstaat is met twee vleugels omdat om het even wie president wordt eigenlijk, op details na, hetzelfde beleid voert als zijn voorgangers. Zoals overduidelijk is aangetoond in de vele artikels die Amerika-kenner Lode Vanoost al in Uitpers publiceerde. Hij was één van de weinigen die niet meededen aan de Obama-mania toen Barack Obama voor het eerst naar het presidentschap dong. In tempore non suspecto schreef hij dat het beleid van de Democraat Obama, indien deze de verkiezingen zou winnen, niet wezenlijk zou verschillen van dat van zijn Republikeinse voorganger George Bush jr. De feiten hebben uitgewezen dat dit inderdaad zo is. Blijkens recente berichten in de pers beslist de Democratische president Obama nu persoonlijk over leven en dood van vele, duizenden onschuldigen door onbemande vliegtuigjes (drones) op hen af te sturen omdat er zich verdachte personen in hun omgeving zouden bevinden. Buitengerechtelijke executies. Wat van Obama – en ook van zijn voorgangers die geen haar beter waren – eigenlijk een moordenaar maakt, die dringend voor een internationaal strafhof zou moeten worden gebracht.

Ook wordt de vraag niet gesteld of Europa wel echt democratisch is zoals het zich voordoet. Laat ons er even aan herinneren dat landen die zich in een bindend referendum uitspreken tegen een project of voorstel van Europa de verkiezingen moeten overdoen! En met chantage wordt gepoogd de burgers een “goede” stem te doen uitbrengen. In geval van niet-bindend referendum wordt een negatief advies van de burgers straal genegeerd. De Denen, Ieren, Fransen en Nederlanders weten er alles van. Laten we er ook aan denken dat de “vaders” van Europa geen echt democratisch Europa voor ogen hadden. Zie bv. de boekbespreking in Uitpers (nr. 93, januari 2008) van Piet Lambrechts, Jean Monnet: vader van liberaal en ondemocratisch Europa. Of zijn recensie Sociaal Europa: vergeet het (nr. 125, november 2010), waarin wordt onderstreept dat “Europa” een Amerikaans project was, geen Europees, tegen het communisme. In die optiek is de EU eigenlijk de economische arm van de NAVO. Hoe het ook zij, de EU vertoont op zijn minst een groot democratisch deficit – en hoe meer Europa hoe ondemocratischer het allemaal wordt. Het handelt blijkbaar in de lijn van de Trilaterale Commissie, een in 1973 opgerichte private vereniging, bestaande uit de politieke, financiële en industriële elite van Noord-Amerika, West-Europa en Zuidoost-Azië, die zich in een rapport (The Crisis of Democracy) uitsprak tegen teveel democratie.

Men kan ook zijn twijfels hebben over de uitspraak van de auteur dat “Buiten China is de democratie een haast universeel ideaal geworden”. Die democratie heeft wel, zoals gezegd, zijn beperkingen en ligt ook niet in de lijn van de westerse steun aan talrijke ondemocratische regimes (bv. in de Arabische wereld, in Azië…). Volgens Hugo Van de Voorde zal China zich zal moeten conformeren. Hij ziet geen signalen “die erop wijzen dat de rest van de wereld zich aangetrokken voelt tot het Chinese autoritaire, onliberale model”. Maar in de VS kan men sedert de jongste wetswijzigingen zonder enige vorm van proces zijn leven lang achter de tralies gezet worden, zoals dat voordien al feitelijk het geval was op Guantanamo – bewust gekozen wegens zijn ligging in Cuba en dus buiten het bereik van de Amerikaanse rechtbanken. Ook is de westerse burger nooit zo veel bespioneerd en gecontroleerd geworden – praktijken die vroeger als “communistisch” en als eigen aan autoritaire regimes werden toegeschreven – als de dag van vandaag. Samen met het verzet tegen “teveel” aan democratie en de ondemocratische, zoniet antidemocratische praktijken in Europa (in België bv. is er een consensus onder de partijen dat in het parlement niet mag worden gedebatteerd over de EU, ook al is die door zijn dogmatische neoliberale politiek op zijn minst medeverantwoordelijk voor de bankencrisis van 2008, met al zijn financiële gevolgen), lijkt het er eerder op dat het Chinese en het westerse systeem wel naar elkaar toegroeien – maar dan wel met een niet onbelangrijke Chinese inbreng.

Het voorgaande zijn persoonlijke bedenkingen, die op zich niets afdoen aan de verdiensten van Hugo Van de Voorde, maar misschien had de auteur toch kunnen anticiperen op dat soort vragen. Alles is niet zo mooi als het er uitziet. De waarden en nobele princiepen zijn er al te dikwijls om geschonden te worden.

Meer storend zijn wel enkele foutjes in het boek, die makkelijk te voorkomen waren geweest. Zo wordt gezegd (op blz. 109) dat de Iraanse nationalistische eerste minister Mohammed Mossadegh, die het in 1951 aandurfde de petroleum onder Iraanse regeringscontrole te brengen, na zijn afzetting in een door de Amerikaanse en Britse geheime diensten georganiseerde staatsgreep, ter dood werd veroordeeld en terechtgesteld. Het eerste is waar, maar de inmiddels teruggekeerde sjah zette die doodstraf om in drie jaar gevangenisstraf. Hij kwam vrij in 1956, maar bleef wel onder huisarrest tot zijn dood op de gezegende leeftijd van 85 jaar in 1967.

Ook volgende bewering in het hoofdstuk over de dekolonisatie (blz. 138) is eerder boud te noemen: “Het bedachtzame Britse koloniale beleid daarentegen is nergens oorzaak geweest van gewelddadige revoltes of nationale bevrijdingsoorlogen”. Nou, nou, denken we maar het geweld in Palestina, van joodse en Palestijnse kant voor de onafhankelijkheid van Israël in 1948, ook tegen de Britse troepen. Of aan de Mau Mau-opstand in Kenia van 1952 tot 1960, aan de communistische opstand in Maleisië na de bevrijding van de Japanse bezetting aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, aan het geweld in het voormalige Zuid-Jemen dat in 1967 tot de onafhankelijkheid leidde, aan de vele opstanden in India sedert het begin van de 19de eeuw… En dat de Britse koloniale politiek niet altijd zo bedachtzaam is geweest als beweerd blijkt ook wel uit de vele puinhopen die de Britten achterlieten: op het Indiase schiereiland, in Palestina, in zuidelijk Afrika…

Mensen of Barbaren? Een eigenzinnig perspectief op de wereldpolitiek na 1945
Hugo Van de Voorde
Pelckmans
2011
560
9789028964938
Historicus en actief gepensioneerd journalist. Werkte bijna 30 jaar in de dagbladpers. Schreef talloze krantenartikels en achtergrondbijdragen voor tijdschriften en verzamelwerken. Daarnaast ook een aantal boeken, zoals over de opkomst van het islamitisch fundamentalisme (1995) en de Koerdische kwestie. Werd medeoprichter van Uitpers uit onvrede met de berichtgeving in de mainstreampers, die zich meer laat meeslepen door desinformatie en propaganda.