Staatsgreep in Egypte

Facebooktwittergoogle_plusmail

Het Egyptische leger heeft een aantal maatregelen genomen die de politieke controle op de wetgevende en uitvoerende macht vergroten en zo het democratiseringsproces teruggedraaid. De generaals willen daarbij ook de economische machtspositie van het leger vrijwaren.

 

De Egyptische revolutie lijkt finaal uit te draaien op een ordinaire militaire staatsgreep. Na de val van president Hosni Moebarak op 11 februari 2011 kwam de macht in handen van de Opperste Raad van de Strijdkrachten (SCAF). De militairen beloofden dat het om een tijdelijke overgangsfase zou gaan die moest leiden naar een democratische bestel met een verkozen parlement, een verkozen president en een grondwet die de wil van het volk zou uitdrukken. Zestien maanden later is Egypte daar heel ver van verwijderd. Er zijn inmiddels zowel parlementaire en presidentiële verkiezingen gehouden, maar de macht van deze instellingen is door ontbinding of juridische maatregelen compleet uitgehold. De oppositie spreekt van manipulatie van het kiesproces en het inzetten van staats- en privémedia en staatsinstellingen – zoals het juridische apparaat – die nog dateren uit het Moebarak-tijdperk.

Ontbinding van het parlement

Het leger wachtte de presidentsverkiezingen niet af om een staatsgreep naar Turks model – de staatsgreep tegen de Turkse president Necmettin Erbakan in 1997 – op te zetten. Op 14 juni – enkele dagen voor de tweede ronde van de presidentsverkiezingen – stuurde de SCAF het leger naar het parlement en anticipeerde daarmee op een uitspraak van het Grondwettelijk Hof. Dat besliste dat de kieswet niet in overeenstemming is met de grondwet en dat het 6 maanden oud verkozen parlement bijgevolg ontbonden moest worden. Daarnaast vernietigde het Hof ook een beslissing van het parlement. Dat had bepaald dat getrouwen van ex-president Moebarak zich niet verkiesbaar mochten stellen. Een van de geviseerden was Ahmed Shafik, een oud luchtmachtgeneraal en de laatste premier onder president Moebarak, die van de Egyptische kiescommissie mocht deelnemen aan de eerste ronde van de presidentsverkiezingen in afwachting van een uitspraak van het Grondwettelijk Hof. De leden ervan zijn allen nog aangesteld door Moebarak, wat de beslissing een extra politiek tintje gaf. Het vonnis van het HOF kwam bovendien op minder dan 24 uur nadat de minister van Justitie een decreet uitvaardigde dat de militaire politie en militaire inlichtingendiensten de bevoegdheden geeft om burgers te arresteren. Zo krijgt de militaire politie de bevoegdheid om op te treden tegen “stakingen in instellingen van openbaar belang of bij aanvallen op het recht op werk”. Het gaat om een ministerieel decreet dat ongedaan zou kunnen gemaakt worden door een parlementaire wet. Maar dat parlement is nu ontbonden en zijn wetgevende bevoegdheden zijn overgenomen door de SCAF zelf. Lokale mensenrechtenorganisaties protesteerden heftig en verspreidden een verklaring waarin ze stellen dat de maatregel erger is dan de wet op de noodtoestand.

Militaire macht ‘grondwettelijk’ verankerd

Kort na het zich toe-eigenen van de wetgevende macht holde de SCAF ook de presidentiële bevoegdheden uit. De kiesbureaus voor de tweede ronde van de presidentsverkiezingen waren amper gesloten of de SCAF gaf een ‘grondwettelijke verklaring’ vrij die het leger een quasi totale autonomie geeft op vlak van militaire zaken en de mogelijkheid voor een defacto veto over het opstellen van de nieuwe grondwet. Met deze verklaring worden 8 amendementen ingevoerd op de eerdere versie van maart 2012 die per referendum werd goedgekeurd. In artikel 53 heet het: “de zittende SCAF-leden zijn bevoegd om over alle zaken te beslissen die verbonden zijn aan de strijdkrachten, met inbegrip van het aanduiden van de leiders en het verlengen van hun ambtstermijn. Het huidige hoofd van de SCAF handelt als opperbevelhebber van de strijdkrachten en als minister van Defensie tot een nieuwe grondwet is opgesteld”. Ook kan de president alleen maar de oorlog verklaren “na de goedkeuring van de SCAF”. De belofte van het leger om eind juni de macht te overhandigen aan de nieuwe president is daarmee een lege doos geworden. De democratisch verkozen president zal zich bij zijn aanstelling moeten schikken naar de wensen van het leger. Via een tweede toevoegingen aan artikel 60 krijgt het leger ook de volledige greep op het proces om een grondwet op te stellen. Als de grondwetgevende vergadering een obstakel ondervindt om haar werkzaamheden uit te voeren, dan kan de SCAF binnen de week een nieuwe grondwetgevende vergadering vormen. Een tweede toevoeging geeft de SCAF naast o.m. de premier en de president, het recht om een artikel te laten herzien door de grondwetgevende vergadering indien ze vindt dat het in strijd is met de revolutionaire doelen en met “elk principe van alle voorgaande grondwetten van Egypte”. De criteria waarop de SCAF zich baseert voor zo’n herziening zijn danig vaag en breed te interpreteren dat het bijna evident is dat ze de deur openen voor machtsmisbruik. Als de grondwetgevende vergadering weigert om het betrokken artikel te wijzigen dan moet het Grondwettelijk Hof beslissen waarop het verdict definitief is. Dat betekent dat het leger en het Grondwettelijk Hof – met daarin de door Moebarak aangestelde rechters en dat dus al het parlement heeft ontbonden – de macht hebben om te bepalen wat er in de grondwet mag komen.

De institutionele militaire coup zorgt voor onrust en protest bij de oppositie. Veel revolutionairen toonden zich al ontgoocheld omdat ze in de tweede ronde van de presidentsverkiezingen verplicht waren te kiezen tussen Mohamed Morsi, de kandidaat van de conservatieve moslimbroeders en Ahmed Shafik, Moebarak’s laatste premier die de kandidaat van het leger is. Het leger wilde duidelijk het zekere voor het onzekere nemen en de macht van een Moslimbroeder als mogelijke president kortwieken. De Egyptische internetkrant Ahram Online citeert een militaire bron die zegt dat de militaire leiding “niet zal toestaan dat de Moslimbroeders de macht grijpen”. De ‘diepe staat’ schuwt geen middelen om het leven van de Moslimbroeders zuur te maken. Zo behandelt de Hoge Administratieve Rechtbank in Caïro een zaak die kan leiden tot het verbod van de partij wegens een mogelijke overtreding van de wet die partijen op religieuze basis verbiedt.

Militaire controle over de economie

Het leger aast niet alleen op de politieke controle over het land, maar heeft ook heel wat economische belangen te verdedigen.

Het leger telt 468.000 manschappen. Rond het juiste budget dat aan defensie wordt besteed hangt een waas van geheimzinnigheid. Het Zweeds vredesonderzoeksinstituut SIPRI raamt het op 4,1 miljard dollar of 2 procent van het BBP. De VS geven Egypte bovendien jaarlijks 1,3 miljard dollar aan militaire hulp, dat het leger gebruikt om zijn wapenarsenaal te moderniseren met Amerikaans militair materieel.

De machthebber van de SCAF, Veldmaarschalk Mohamed Tantawi is zowel minister van Defensie (zoals onder Moebarak) als minister van Militaire Productie. Daarmee is hij als het ware de CEO van een hele reeks militaire bedrijven die terug te vinden zijn in elke uithoek van de Egyptische economie. Sinds de machtsgreep van Gamal Abdel Nasser in 1952 heeft het leger een economisch en financieel imperium uitgebouwd gaande van industriële activiteiten over toerisme (hotels), winkelketens, voedselindustrie en immobiliën. De schattingen over hoe groot dat imperium is lopen sterk uiteen maar algemeen wordt aangenomen dat 8 procent van het Bruto Binnenlands Product geen overdreven schatting is. Andere bronnen gewagen zelfs van 30 procent of meer wat 60 miljard zou vertegenwoordigen van de 180 miljard dollar die de Egyptische economie jaarlijks omzet. Het leger bezit ook enorme arealen landbouwland en geniet verder van tal van andere voordelen. De militairen betalen geen belastingen en vallen niet onder de bureaucratische verplichtingen waaraan de privé is onderworpen.

De winsten die de militairen in de economie genereren behoren tot het geheim gehouden deel van het budget. Wie probeert die economische activiteiten van het leger in kaart te brengen kan daarvoor vervolgd worden omdat dit de ‘nationale veiligheid’ in gevaar zou brengen vanwege landen als Israël.

Sinds het uitbreken van de revolutie hebben verschillende politieke bewegingen laten verstaan dat de politiek meer transparantie en controle moet krijgen over het militaire budget en de militaire economische sector. Ook de Moslimbroeders, die in het parlement de grootste fractie vormden – en zelf beschikken over een breed economische netwerk – beloofden daar werk van te maken. Maar tijdens een conferentie over economische hervormingen liet de onderminister van Defensie en Financiële Zaken, Majoor-Generaal Mahmoud Nasr duidelijk verstaan dat “we niemand zullen toestaan, wie dan ook, om zich te moeien met de projecten van de strijdkrachten”. Nasr verdedigde de economische positie van het leger omdat het leger naar eigen zeggen maar over 4,2 procent van het nationale budget beschikt terwijl het in werkelijkheid 15 procent nodig heeft, wat dan via de militaire economische activiteiten wordt bijgepast.

De democratisering van Egypte kan niet anders dan ertoe leiden dat deze economische machtspositie van het leger in gevaar wordt gebracht. Dat is meteen een belangrijke reden waarom het niet van plan is om de politieke greep op het land los te laten.

Ludo De Brabander studeerde pers- en communicatie aan de Universiteit Gent. Sinds 1995 werkt hij voor Vrede vzw, een linkse vredesorganisatie met kantoor in Gent. Tegenwoordig is hij er de woordvoerder. Hij is auteur van o.m. 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009 - samen met Georges Spriet) en 'Oorlog zonder grenzen' (EPO, 2016). Hij is van bij de start (1999) redactielid van Uitpers