Na Franse verkiezingen de herschikkingen

Facebooktwittergoogle_plusmail

De Franse PS domineert na de presidents- en parlementsverkiezingen dermate de linkerzijde, dat de rest alleen nog in haar schaduw naar adem kan snakken. Rechts is de UMP, de partij van ex-president Nicolas Sarkozy, dermate getraumatiseerd dat sommige leiders zelfs de implosie vrezen. Dat is precies waar het uiterst-rechtse Front National (FN) op aanstuurt zodat het zelf, onder nieuwe benaming, de spil kan worden van een uiterst-rechtse bundeling.

 

President François Hollande zal niet kunnen klagen over een parlement dat dwars ligt. Nadat links vorig jaar al de meerderheid van de Senaat in handen kreeg, heeft de PS op eigen kracht een volstrekte meerderheid in de Assemblée. Betekent dat ook een links beleid? Laten we even kijken naar Manuel Valls, de minister van Binnenlandse Zaken. Die was in de voorverkiezingen van de PS voor de aanduiding van een kandidaat de man van de meest rechtse vleugel van de PS die vindt dat men alle “archaïsche referenties” zonder enige schroom overboord moet gooien. Valls leidde de verkiezingscampagne van kandidaat Hollande. Hij was lang een bewonderaar van Tony Blair.

Minister van Economie en Financiën Pierre Moscovici zit in hetzelfde ideologische vaarwater, de rechterzijde van de toch al niet zo linkse PS – ook al was hij tot 1984 lid van de trotskistische LCR. Het lijkt wel alsof de PS bij gebrek aan eigen scholing jarenlang zijn kaders ging halen bij trotskistische formaties, zoals ex-premier Lionel Jospin van bij de “lambertistische” trotskisten.

Er zitten ook linkse PS-ers in de regering. Benoit Hamon en Arnaud Montebourg. Hamon mag onder toezicht van Moscovici de “sociale economie” besturen. Montebourg, die in de PS-voorverkiezingen voor de verrassing zorgde met 17% van de stemmen, mag zijn tanden stukbijten op de post van “Industrieel herstel”: het aantal sluitingen van industriebedrijven stijgt pijlsnel en de vooruitzichten zijn erg somber, maar de regering van Jean-Marc Ayrault heeft geen enkel concreet plan om dat tegen te houden. Hamon en Montebourg waren net als minister van Buitenlandse Zaken Laurent Fabius voorstanders van het “non” bij het Frans referendum van 2005 over de “EU-grondwet” die de Fransen in grote meerderheid verwierpen, maar toch het Verdrag van Lissabon door hun strot kregen geduwd. Benieuwd of deze ministers zich dat herinneren.

Getraumatiseerd rechts

De grote rechtse partij UMP (Union pour un Mouvement Populaire) van Nicolas Sarkozy bekomt maar niet van de schok van de twee opeenvolgende nederlagen, die van Sarkozy en die van de partij in de parlementsverkiezingen.

Zowel tijdens de campagne voor de presidentsverkiezingen als tijdens de parlementsverkiezingen hebben kopstukken van deze UMP het ‘cordon sanitaire’ rond het uiterst-rechtse FN op allerlei manieren, van zeer subtiel naar onverstoord, verbroken. De officiële lijn was ‘ni ni’, geen stem voor het FN noch voor links, met het argument dat de PS ook afspraken maakt met het Front de Gauche, de bundeling van onder meer de communistische PCF en de Parti de Gauche (PG) van Jean-Luc Mélenchon die bij de presidentsverkiezingen 11 % haalde.

Het ‘ni ni’ was een mank compromis tussen de “centrum” strekking rond onder andere ex-premier François Fillon en gewezen minister van Buitenlandse Zaken Alain Juppé enerzijds, en de rechtse tot uiterst-rechtse strekking met ‘la Droite Populaire’ als extreme vorm ervan. Alhoewel de grens niet altijd strak is te trekken. Ex-minister Nadine Morano deed het slecht in de eerste ronde en deed daarop naar de tweede ronde toe een beroep op de kiezers van het FN met de boodschap dat men tenslotte “dezelfde waarden deelt”. Fillon ging haar ter plekke ondersteunen (tevergeefs) en nuanceerde haar uitspraken door het verschil te maken tussen het FN en zijn kiezers…

Wat Morano zei, zegden vele andere UMP-kandidaten die uit waren op de stemmen van het FN. Met de redenering dat het toch zonde is dat in een land waar links een minderheid is (ca 46 % van de stemmen deze keer), het toch kan regeren omdat het rechtse kamp verdeeld is. Met andere woorden, aangezien de rechtse waarden rond natie, ‘identité nationale’, familie, veiligheid, strijd tegen profitariaat en “ongebreidelde migratie” gedeeld worden, moet er kunnen samengewerkt worden. Alleen zo kan links in de oppositie worden gehouden.

Copé – Fillon

Die strekking trekt zich natuurlijk op aan het gespierd rechtse discours van Sarkozy in de laatste weken van de campagne voor de presidentsverkiezingen. Onder de naaste medewerkers van Sarkozy zitten tenslotte enkele figuren met een zeer zwart verleden – en heden. Sarkozy sneed dezelfde thema’s als het FN aan om die kiezers naar zich toe te halen. Met succes, want tenslotte verloor hij na slechte peilingen het pleit slechts nipt.

Centrumpolitici vinden dat dit radicale discours rechts de das heeft omgedaan en dat de UMP naar zijn gematigde posities moet terugkeren, waarbij gedacht wordt aan de periode van Jacques Chirac. Maar ook in die periode zijn er talrijke fazen geweest waarin rechts samenspande met het FN, het doorbreken van het cordon sanitaire is absoluut niet nieuw, althans op lokaal en regionaal vlak.

La Droite Populaire zelf verloor meer dan de helft van zijn 43 gekozenen in de verkiezingen maar vindt dat de radicalisatie naar rechts daar niet verantwoordelijk voor is. Zij oordeelt dat het tegendeel waar is, dat de UMP teveel mossel noch vis is door niet duidelijk voor een rechtse bundeling te kiezen. Hun zwart schaap is ex-premier Fillon die leider van de UMP wil worden, tegen huidige leider Jean-François Copé die wel de steun heeft van de meerderheid in de achterban.

Marinering

Het Front National, nu onder leiding van Marine Le Pen, glundert. De strategie werkt. Het FN mikt op “dediabolisering” bij publiek en in de politieke wereld en dat is aan het lukken. Volgens enquêtes van vorig jaar stemt een groeiend aantal Fransen, gemiddeld boven 30 %, in met de stellingen van het FN inzake migratie en veiligheid. Het relatief hoge aantal stemmen van Sarkozy na een campagne rond die thema’s, bevestigt die trend.

Tegelijk vinden dus steeds meer rechtse politici dat er zaken te doen zijn met het FN, niet alleen die van la Droite Populaire. Het FN van Marine Le Pen rekent op een implosie van de UMP waarbij een deel daarvan scheep wil gaan met een herdoopt FN. Dat FN ging nu al de campagne in als “Bleu Marine”, een aanloop naar een naamsverandering die het makkelijker moet maken stukken van de UMP op te slorpen in een nieuwe formatie ontdaan van de kwalijke reputatie van vader Jean-Marie Le Pen. De kans dat die operatie verruiming slaagt, is groot. Indien Fillon in de nazomer partijleider zou worden, verhoogt dat het risico op een ernstige breuk in de UMP en ligt de weg voor een bredere uiterst-rechtse formatie open. Een formatie die binnen rechts dominant zou kunnen zijn. Met Copé, vertrouweling van Sarkozy, aan het hoofd, zou de schade kunnen beperkt worden.

Maar dan is de kans weer groot dat het “centrum”, rond Juppé en de kleine Radicale Partij van Jean-Louis Borloo, afscheid neemt voor een centrumrechtse bundeling. Borloo en co zijn trouwens al aan het werk aan een centrumbundeling nu de Modem van François Bayrou in de parlemenstverkiezingen afgegaan is als een gieter. Bayrou had in de presidentsverkiezingen 8 % gehaald, minder dan de helft van zijn score in 2007, en had voor de tweede ronde gezegd voor Hollande te zullen stemmen. Hijzelf raakte niet herkozen als parlementslid en zijn Modem, bovendien verdeeld, strandde op 2 zetels.

Getraumatiseerd links

Ter linkerzijde van de PS is er geen reden tot juichen. Mélenchon haalde wel 11 % als presidentskandidaat. Maar het Front de Gauche bleef steken op 7 % en amper nog tien parlementszetels, 9 voor de PCF en één voor de PG. Het is een absoluut historisch dieptepunt voor de PCF die talrijke lokale bolwerken, vooral rond Parijs, kwijtspeelt. De PCF dreigt bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2014 de nog resterende “bolwerken” aan de PS kwijt te spelen.

Op de euforie over de score van Mélenchon is dus een ijskoude douche gevolgd. Het bestaan van de PCF komt meer en meer in het gedrang. De partijleiding heeft al snel gekozen om aan de zijlijn te blijven en zeker niet om regeringsdeelname te vragen. De PCF mikt er stilletjes op dat de PS zich zal vastrijden in een neoliberaal beleid waarin alleen accenten worden verlegd, zodat het Front de Gauche, en vooral de PCF, oppositie kunnen voeren. Tot opluchting van Mélenchon die al lang waarschuwde tegen een scenario waarin radicaal links zou meeregeren met het risico hetzelfde lot te ondergaan als Rifondazione Comunista en compagnie die in Italië in 2008 ten onder gingen na deelname aan de regering Prodi. Ze vielen toen van 11 op 3 %, een schrikbeeld voor Mélenchon.

Links van het Front de Gauche is het nog meer huilen met de pet op. De kandidaten van de NPA (Nouveau Parti Anticapitaliste) en van Lutte Ouvrière komen zelden boven één percent en halen samen ca één percent van de kiezers.

Voegen we daaraan toe dat er zelden zo een lage opkomst was. Een partij als de PS die samen met haar bondgenoten ongeveer een derde van de stemmen heeft, haalt daarmee slechts een vijfde van de ingeschreven kiezers achter zich.

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.