Lady Ashton en de private beveiligingsfirma’s

Facebooktwittergoogle_plusmail

Private beveiliging is big business. De Europese Dienst voor Buitenlandse Actie (EEAS) onder leiding van Lady Catherine Ashton behoort tot de goede klanten van de privé-firma’s uit deze sector. Maar kennelijk worden hierbij de eigen regels geïnterpreteerd naargelang de omstandigheden. De activiteiten van de ‘private military companies’ zijn dikwijls bijzonder onduidelijk, op de rand van de wettelijkheid of er ver over.

 

We hebben al langer weet van de ‘specifieke’ rol die dergelijke bedrijven spelen bij de stabiliseringsopdrachten bij of na westerse interventies in bepaalde landen. Zo waren er verschillende schandalen toen privé-veiligheidsdiensten van de firma Blackwater hun boekje zwaar te buiten gingen in Irak. De firma veranderde intussen haar naam al voor een tweede keer: van ‘Blackwater’ in ‘Xe Services’ en nu in ‘Academi’. De problemen in Afghanistan waren van die aard dat Karzai met zijn presidentieel decreet 62 van augustus 2010 een geleidelijke verwijdering van deze firma’s uit Afghanistan beoogde. Na enkele maanden begonnen buitenlandse ondernemingen die aan heropbouwprojecten in Afghanistan werkten het land te verlaten omdat ze voor hun veiligheid niet durfden te vertrouwen op het Nationaal Afghaanse leger. In december 2010 dan verzachte president Karzai zijn standpunt.

De Europese Unie doet ook volop beroep op de diensten van een aantal beveiligingsfirma’s voor de bescherming van diplomatiek personeel en/of van gebouwen overal ter wereld. Dit jaar alleen al zijn er verschillende miljoenencontracten uitgeschreven door Hoog Vertegenwoordiger van de EU Catherine Ashton. Er gaat dit jaar zo’n 15 miljoen euro naar de ‘volledig geïntegreerde beveiliging’ van allerlei buitenposten onder meer van Beirut, Jeruzalem, Riayd, Islamabad, Port-au-Prince. 35 miljoen euro naar 136 andere EU delegaties die niet allen het ‘fully integrated security’-niveau nodig hebben. De EEAS, de Europese dienst voor buitenlandse actie, voorziet nu een contract ter waarde van 50 miljoen euro over vier jaar voor de beveiliging van haar missie in Afghanistan. Dit betreft zowel het personeel, hun familie, bezoekers, alsook de gebouwen en goederen van de EU delegatie. Vijf firma’s komen ervoor in aanmerking: Argus, met basis in Hongarije, Gardaworld uit Canada, G4S en Page Group uit Engeland en de Franse onderneming Geos. Ze moeten over een accreditatie van president Karzai beschikken.

Dergelijke accreditatie van de nationale overheid is steeds een basisvoorwaarde. Laat nu precies een firma – G4S – die voor Libië daar niet over beschikt toch officieel geselecteerd zijn om de beveiliging van de EEAS in dit Noord-Afrikaanse land te realiseren. Het gaat om een contract van 10 miljoen voor bewaking van personen en gebouwen voor de EU-delegaties in Benghazi en Tripoli voor de volgende 4 jaar, met aanvang op 1 juni van dit jaar. G4S kreeg van de EEAS ook een eindgebruikersakkoord voor de import van geweren en pistolen in Libië om zijn opdracht uit te kunnen voeren. Nochtans heeft G4S geen toestemming van de Nationale Transitie Raad (NTC) – de internationaal erkende post-oorlog autoriteit in Libië – om in dat land te opereren. Volgens de EEAS is dat niet nodig omdat er geen desbetreffende wetgeving is in Libië tot een nieuwe regering is aangesteld na de komende verkiezingen die voorzien zijn in juni dit jaar. Deze stelling botst volledig met wat de NTC-ambassadeur bij de EU hieromtrent meent: de EEAS nam haar beslissing zonder te wachten op een antwoord van de autoriteiten in Tripoli.

Zouden we dit durven klasseren bij de voorbeelden van neokoloniaal gedrag van de Europese Unie?

Nochtans vermeld de EU-aanbesteding letterlijk dat diegene die het contract wil krijgen geregistreerd moet zijn en een licentie hebben om als beveiligingsfirma in Libië te werken. De concurrenten Gardaworld en Argus of hun plaatselijke partners hebben dergelijke accreditatie wel. Gardaworld werkt al in Libië voor de Britse autoriteiten, alsook voor de petroleumondernemingen Repsol en Total, en ook voor Siemens. Argus is de huidige veiligheidscontractant van de EU-delegaties in Libië. Bovendien werd de oorspronkelijke datum van 1 april verschoven naar 1 juni omdat G4S nog ‘niet klaar’ is. Volgens de officiële woordvoerder van de EEAS is er absoluut geen sprake van enige bevoordeling van G4S want de specifieke procedures en reglementen werden nauwgezet gevolgd. G4S produceerde gewoon de beste offerte, aldus nog de woordvoerder.

Pittig detail bij dit alles vormt het feit dat G4S ook instaat voor de veiligheid in de Israëlische Ofer gevangenis waar een maandenlange hongerstaking heeft plaats gegrepen vanwege de Palestijnse gevangenen die er zonder veroordeling worden vastgehouden. Met hun protestactie verkregen ze dat de praktijk zal worden beëindigd om zonder aanleiding hun detentie te verlengen. Dit en andere Israëlische contracten zou van G4S een mogelijk doelwit kunnen maken voor ‘Arabische vijandschap’ in de regio, heet het in Europese wandelgangen. Een nog altijd bestaande Libische wet van 1957 verbiedt immers buitenlandse firma’s die in Israël actief zijn om zaken te doen in Libië.

De EEAS lijkt zich duidelijk niet geroepen te voelen om de nationale wetgeving van bepaalde landen te respecteren.