Holle passages over defensie, ontwikkeling en buitenlands beleid

Facebooktwittergoogle_plusmail

De vorming van een nieuwe Belgische regering heeft 541 dagen geduurd. Het communautaire en vervolgens de Eurocrisis beheersten het debat tijdens de regeringsvorming. Het was dus uitkijken naar wat er over minder bediscussieerde thema’s zoals het buitenland en defensie in het nieuwe regeerakkoord zou verschijnen. Op een aantal concrete aspecten – zoals de modernisering en de afslanking van ons leger – na, vallen vooral de vaagheid en de weinig concreet gemaakte verbintenissen op (zeker in tegenstelling tot de gedetailleerde communautaire hoofdstukken). Er vallen zelfs regelrechte contradicties in het akkoord terug te vinden.

In het akkoord staat dat de nieuwe regering op een “besliste manier zal ijveren voor een verbod op wapensystemen met een willekeurig bereik en/of wapensystemen die disproportioneel veel burgerslachtoffers maken” (massavernietigingswapens). Dat lijkt een erg verregaand standpunt dat onvermijdelijk ook tot een verbod op nucleaire wapens zou moeten leiden. In het lijvige regeerakkoord is het echter vruchteloos zoeken naar enig concreet engagement hieromtrent: de verwijdering van de Amerikaanse kernwapens uit Kleine Brogel en de rest van Europa werden (andermaal) niet expliciet vermeld. De verwijdering van deze wapens van het soevereine Belgische grondgebied binnen een duidelijke tijdslimiet, zou nochtans perfect vallen onder ‘het beslist ijveren naar een verbod op massavernietigingswapens’. Wetgevende initiatieven die een verbod op stockage of op het opstellen van massavernietigingswapens in het vooruitzicht te stellen, zijn evenmin terug te vinden in het regeerakkoord. Er valt enkel te lezen dat onze regering pleit voor het “revitaliseren en het eerbiedigen van het non-proliferatieverdrag” en dat ze ook zal “ijveren voor internationale initiatieven met het oog op een verdere ontwapening.” Hoe dit te rijmen valt met de NAVO-strategie waar we ons volop in inschrijven, wordt nergens uitgelegd. Deze organisatie vindt immers dat haar lidstaten meer moeten uitgeven aan militarisering. Welke betekenis moeten we overigens verlenen aan het beslist ijveren voor een verbod op massavernietigingswapens als onze regering geen vraagtekens plaatst bij het Nieuw Strategisch Concept van de NAVO (2010). Dit Concept stelt dat “afschrikking gebaseerd op een passende mix van nucleaire en conventionele wapens” een “centraal element van onze algehele strategie zal blijven”.

Betekent het engagement voor het eerbiedigen van het Non-proliferatieverdrag en voor een verbod op massavernietigingswapens, dat onze regering zich ook zal inzetten voor een massavernietigingswapen-vrije zone in het Midden-Oosten? In het regeerakkoord is het tevergeefs zoeken naar een verwijzing naar zo’n kernwapenvrije zone. Welk geloof moeten we hechten aan een pleidooi voor ontwapening als België zijn steun al verleent aan het raketschild? Ons land draagt 3,5 miljoen euro bij aan dit raketschild, dat gelijk staat aan de gevaarlijke (nucleaire) polarisering van de internationale relaties. Maar ook het raketschild krijgt geen vermelding in het nieuwe regeerakkoord.

Een ander heikel punt zijn de buitenlandse operaties waar België aan deelneemt. Het hele Belgische leger wordt al een tijdje grondig hervormd met het oog op de deelname aan militaire operaties. “De beslissingen inzake deelname aan buitenlandse operaties zijn van groot politiek en maatschappelijk belang en het is bijgevolg noodzakelijk deze een grotere democratische legitimiteit te geven.” De vredesbeweging eist al jaren een grotere inbreng wat beslissingen rond militaire buitenlandse operaties betreft, dus dit klinkt positief. We denken meteen aan een parlementair debat waarna onze volksvertegenwoordigers al dan niet hun goedkeuring geven aan buitenlandse operaties, zoals dat in verschillende andere Europese lidstaten het geval is. Maar wat blijkt? Een “grotere democratische legitimiteit” vertaalt de nieuwe regering in haar akkoord als een verbintenis om het “parlement onmiddellijk te informeren en het te betrekken bij de follow-up”. M.a.w. er verandert niets, want zo was het tot nu altijd al. En dat terwijl het Belgisch leger en de verder geplande hervormingen zich steeds meer inschrijven in het keurslijf van de “globale ambitie van ons leger voor operaties in het buitenland.” Juist die grotere aanwezigheid op het internationale militaire toneel maakt het noodzakelijk dat er echte democratische inspraak komt op een terrein dat grote politieke repercussies kan hebben. Buitenlandse missies slokken tot slot ook een pak geld van het Belgisch Defensiebudget op. Voor 2011 worden de kosten ervan op 155 miljoen euro geraamd.

Wat de internationale politieke context betreft wijdt de nieuwe regering amper één zin aan de revoluties in de Arabische wereld: we moeten er “bijzondere aandacht” voor hebben. Over de Palestijnse kwestie herhaalt het regeerakkoord het Europees standpunt dat er geen wijzigingen zullen erkend worden aan de grenzen van 1967 als die niet gebaseerd zijn op een akkoord. Dat is op zich positief. Maar wat moet dan het Belgisch antwoord zijn op de Israëlische politiek van voldongen feiten? Het akkoord blijft het antwoord schuldig. Onze regering had gerust concrete standpunten en doelstellingen kunnen opnemen, zoals bijvoorbeeld de beëindiging van de blokkade tegen Gaza,…

Ontwikkelingssamenwerking ontsnapt in het regeerakkoord evenmin aan lege verbintenissen of contradicties: “België zal alles in het werk stellen om de millenniumdoelstellingen inzake ontwikkeling met betrekking tot het uitroeien van de armoede te helpen uitvoeren”, maar dan blijkt dat ‘alles in het werk stellen’ genuanceerd moet worden, gezien het budget voor ontwikkelingssamenwerking de komende 2 jaar bevroren wordt. Deze ingreep in het budget verzekert dat het streefdoel om 0,7% van het BNI te spenderen aan ontwikkeling, niet gehaald zal worden. Dit streefdoel gaat trouwens al meer dan 40 jaar zonder succes mee.

Het regeerakkoord is een lijvig document geworden van 160 pagina’s, maar defensie en buitenland moeten het doen met een paar bladzijden. Voor onze buitenlandse politiek kiest België verder voor het gemeenschappelijk Europese beleid, zonder dat we daar veel potten zullen willen breken. Het democratische deficit dat daarvan het gevolg is, laten we voor wat het is. Voor defensie kiest ons land eveneens voor de Europese lijn, maar dan in al zijn dubbelzinnigheid als pijler van de NAVO. Dit, samen met de holle formuleringen en vaagheid maken dat we op deze terreinen weinig spectaculaire dingen moeten verwachten.