Weg met TINA en de chantage tegen de Europese kiezers

Facebooktwittergoogle_plusmail

TINA, ‘There is no alternative’ ‘– ‘Er is geen alternatief’, het was een geliefkoosde uitspraak van Margaret Thatcher. Er is geen alternatief voor het neoliberale beleid om kapitaal meer te belonen ten koste van arbeid.

Alles wat zich als alternatief aanbiedt leidt tot chaos, aldus de liberale ideologen en politici, nagepraat door de sociaaldemocraten. Zo wordt elke kritiek op voorhand de mond gesnoerd. De heersende ideologie is de ideologie van de heersende klasse, stelde Karl Marx vast. Er zijn korte periodes dat het anders lijkt of dat er uitzicht is op een breuk. We leven al decennia, ook al van vóór de implosie van het Sovjetsysteem, in een fase waarin deregulatie en vrijheid van overnemen in de politieke discours en de media boven elke kritiek verheven zijn (een anekdote: in de jaren 1990 zei een collega journalist op een vergadering van De Standaard: “zelfs De Pauw aanvaardt de vrije markt”). Maar feiten zijn soms sterker. Bij gebrek aan alternatief leidt de vaststelling van die feiten en de, soms geveinsde, onmacht van de politieke wereld tot een “crisis van de democratie”. Niet alleen peilingen, vooral de lage opkomstcijfers bij verkiezingen overal in Europa, weerspiegelen het gebrek aan vertrouwen van een groot deel van de bevolking in de democratische processen en instellingen. Boven onze stand Het heersend discours predikt dat “wij boven onze stand leven”. Met ‘wij’ worden alle tegenstellingen weggemoffeld, en krijgt iedereen een schuldgevoel opgezadeld, behalve degenen die boven elke stand leven. “We zitten allemaal in hetzelfde bootje” is een van die handige maar o zo valse uitdrukkingen. Daarmee krijgen we allemaal de schuld voor die zo hoge schuldenberg, soms evenveel als of hoger dan het bruto nationaal product van een jaar. Om die stelling te kunnen staven, worden feiten niet vermeld of ergens weggemoffeld. Het feit dat de overheidsuitgaven in talrijke landen de voorbije twintig jaar relatief gedaald zijn in vergelijking met dat nationaal product, dus een lager percentage voorstellen. Of dat de overheidsinkomsten in talrijke gevallen eveneens relatief gedaald zijn ten opzichte van dat nationaal product. Dat heeft te maken met de veelvuldige fiscale cadeaus aan bedrijven en hoogste inkomsten waardoor de diverse nationale overheden enorme inkomsten derven. En waarom leent de Europese Centrale Bank enorme bedragen aan privébanken tegen één percent waarna die banken datzelfde geld aan de staten lenen tegen soms 6 of meer percent waardoor de overheidsschulden reusachtig toenemen – tot groot profijt van de banken, tot grote schade van de meeste burgers. Diezelfde banken die aan de basis liggen van de grote schulden van de overheden die immers aanzienlijke bedragen moesten uittrekken om die banken te redden. Dat zijn thema’s die normaal centraal zouden moeten staan in verkiezingscampagnes. In Griekenland kwamen ze aan bod, maar TINA creëerde een angstpsychose om elk alternatief in de kiem te smoren. En dan klagen over het ‘democratisch deficit’ in een Europese Unie die in 2005 de neen-stem van Fransen en Nederlanders uiteindelijk negeerde en die Ieren en Denen naar de stembus deed gaan tot wanneer ze stemden zoals het hoorde.