Griekse democratie met trekker op de slaap

samaras
Facebooktwittergoogle_plusmail

Nea Demokratia (ND) regeert in Griekenland na een eigenaardige “verkiezingszege”. Deze conservatieve zusterpartij van CD&V ‘won’ vooral omdat ‘Europa’ met getrokken pistool diets maakte dat het Nea Demokratia of de chaos zou worden.

De zogenaamde chaos, zijnde een zege van Syriza, de linkse coalitie die het aandurft de Europese liberale onlogica in twijfel te trekken. Maar zelfs ND, een van de hoofdverantwoordelijken voor de chaos, kan niet leven met die onlogica die een – voorspelbare – neerwaartse spiraal op gang bracht waarvan het einde niet in zicht is. Nea Demokratia (29%) haalt twee procent meer dan de links-radicale coalitie Syriza en is daardoor overwinnaar van de tweede verkiezingsronde, nadat de eerste in een impasse eindigde. De grootste partij krijgt namelijk een bonus van 50 zetels (van de 300) en is daardoor niet te omzeilen voor een regering. Zowel ND als Syriza wonnen tien procent in enkele weken, gewoon omdat het zo belangrijk is de eerste plaats te winnen voor die bonus. Dat werkt een polarisatie in de hand ten koste van de vele anderen lijsten. ND heeft een trouwe kern van geen belastingen betalende gegoede Grieken en kreeg daar nu veel ‘angststemmen’ bij. Het volstaat om aan enkele stranden bij Athene de exclusieve clubs aan te doen, om te merken dat de crisis niet iedereen treft. Zeker die van de communistische KKE die nochtans sterk kan mobiliseren en in de bedrijven erg actief is. De KKE viel van bijna 9 op 4,5 %, vooral omdat veel van haar kiezers ‘nuttig’, dus op Syriza, stemden. De KKE wordt daarmee tegelijk afgestraft voor haar sectaire houding tegenover de rest van links. De KKE is de rechtstreekse voortzetting van de partij die na de Tweede Wereldoorlog, waarin ze een grote rol speelde in het verzet tegen de nazi’s, de burgeroorlog verloor tegen een coalitie van Griekse en Amerikaanse militairen. Een vertegenwoordiger van de fascistische ‘Gouden Dageraad’, weer goed voor 7 %, sloeg een KKE-leidster in een rechtstreekse tv-uitzending in het gezicht tijdens een discussie over die burgeroorlog. Syriza Syriza, een coalitie van radicaal-linkse groepen waarvan een kern gegroeid is uit het ‘eurocommunisme’ van de jaren 1970 (een breuk met de erg stalinistische KKE), verkiest wijselijk de oppositie. Deze coalitie haalde zeer veel stemmen onder arbeiders, jongeren en in de volksbuurten en kan vanuit die positie het verzet voeren tegen de dictaten uit het hoofdkwartier van de EU. Syriza dankt zijn sprong met tien percent vooral aan veel kiezers die ‘nuttig’ wilden stemmen en Syriza op de eerste plaats wilden hijsen. Andere kiezers, zelfs sommige die vroeger links stemden, lieten zich toch overdonderen door de angstcampagne in binnen- en buitenland dat Syriza Griekenland in de afgrond zou storten. De EU stond als het ware met de trekker aan de slaap van de Grieken om hen te dwingen ‘goed’ te kiezen. De Ieren en de Denen kunnen over die handelswijze meespreken. Dat heeft vooral gewerkt bij ambtenaren en gepensioneerden die vreesden gewoon zonder inkomsten te vallen, “want met Syriza zou er geen geld meer zijn”. Yannis Dragasakis, ooit minister in een coalitie van links met ND en de ‘realist’ van Syriza, had nochtans dagelijks beklemtoond dat een regering met Syriza geen eenzijdige acties zou ondernemen en alleen zou reageren op provocaties en het niet nakomen van akkoorden vanwege ‘Brussel’, maar in de stroom van alarmerende waarschuwingen kwam die boodschap moeilijk over. Spiraal Intussen geeft zelfs ND-premier Samaras toe dat de neerwaartse spiraal waartoe de dictaten van ‘Brussel’ hebben geleid, moet afgeremd worden. De rechtse remedie is er een van respijt, al kunnen ND noch Pasok (Panhelleense Socialistische Beweging ) uiteraard hun vroeger cliëntelistische politiek verder zetten, daar is nu eenmaal geen ruimte voor. Maar daarmee wordt de spiraal niet doorbroken. Tussen de twee verkiezingen in, leende de Griekse staat 4,2 miljard euro bij het Europees ‘Reddingsfonds’ en stortte dit bedrag onmiddellijk door aan de Europese Centrale Bank (ECB) om Griekse staatsobligaties terug te betalen die de ECB had aangekocht. De ECB won 840 miljoen euro bij die operatie, de Griekse schatkist werd er uiteraard berooider van. Maar tegelijk blijven de ECB en de EU-Commissie eisen dat er verder in de uitgaven wordt besnoeid, wat met mathematische zekerheid leidt tot een verdere inkrimping van het nationaal inkomen waarmee nochtans de afbetaling van de schulden moet gebeuren. Zelfs de ND zegt dat dit zo niet verder kan, de snel toenemende leegstand in de winkelcentra zijn daar duidelijke symptomen van. Vanwaar die EU-hardnekkigheid? Auteur Vasilis Vasilikos, die op de lijst stond van Democratisch Links dat de regering nu steunt, zei voor de verkiezingen dat Griekenland al sinds 1945 in het vizier van de grote westerse mogendheden ligt. “Griekenland is de zwakke schakel in het systeem van de Europese Unie. Vandaar dat ze besloten hun maatregelen hier op te dringen, maar het draait uit op een mislukking”. Hij is niet de enige Griekse autoriteit die denkt dat Griekenland een testgeval is om een beleid van drastische sociale afbouw uit te testen. Alleen loopt het niet goed af, zoals erg voorspelbaar was. Ja, vindt Christine Lagarde, chef van het IMF, Grieken moeten maar belastingen betalen, ik kan er geen medelijden mee hebben – uit de mond van iemand die geen belastingen betaalt, klinkt dat wel wrang. Ongelijk heeft ze daarom niet, maar het gaat niet om ‘de Grieken’, wel om een aantal Grieken die de grootste inkomsten hebben. Tenzij Lagarde vindt dat mensen met 400 tot 800 euro inkomen per maand, eindelijk moeten gaan betalen. De regering Samaras bevindt zich hoe dan ook in een erg benarde positie, met een linkse oppositie die sterk kan mobiliseren om de plannen van Brussel te verijdelen. Plannen verijdelen zal niet volstaan. Griekenland heeft inderdaad dringend nood aan een normaal belastingsstelsel. Maar het is niet ‘EU-president’ Herman Van Rompuy die de les moet lezen daar hij toch medeverantwoordelijk is voor een Belgische belastingsdienst die verre van optimaal werkt. En zoals zoveel andere Europese landen heeft Griekenland ook nood aan een herindustrialisatie. In Frankrijk is er nu zelfs een minister, Arnaud Montebourg, die daarmee belast is. Het inzicht dat de afbouw van de industrie veel landen economisch zwaar heeft verzwakt, is wel laat doorgedrongen. In Griekenland staat industrie nog in voor elf percent van de nationale productie. Brussel noch Athene verroerden een vin toen de Griekse textielbaronnen hun fabrieken volledig naar Centraal-Azië overbrachten. Alles moest dienstensector zijn, de EU zorgde voor overvloedige kredieten om die draai te maken. Maar nu herinneren Griekse economisten eraan dat diensten de industrie begeleiden en ze niet vervangen. Voor velen een (te) late bekering. Niet alleen de industrie, ook de landbouw is afgebouwd. De toetreding tot de EU had tot gevolg dat Griekenland zijn grenzen moest openstellen, iets waar de weinig gemoderniseerde landbouw niet tegen bestand was. Stadsbewoners trekken nu uit noodzaak naar het platteland waar de landbouw grotendeels aan zijn lot is overgelaten, zodat Griekenland zelfs tomaten uit Egypte moet invoeren om een Griekse salade samen te stellen. En het zijn de verantwoordelijken voor die gang van zaken, zowel in Athene als Brussel, die nu de ‘nodige hervormingen’ moeten doorvoeren om het tij te doen keren zonder te breken met de liberale onlogica?

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.