Interview VS-ambassadeur Howard Gutman in Humo: geslaagde pr-oefening

Facebooktwittergoogle_plusmail

In het Humo-interview van VS-ambassadeur Howard Gutman kwijt het weekblad zich als geen ander van zijn taak om een pr-oefening van de VS te verkopen als kritische informatie. Geen kritische vragen, noch kritische replieken op de antwoorden die de ambassadeur als een volleerd propagandist uit. Een korte analyse.

De term ‘public relations’ is een uitvinding van de Amerikaanse psycholoog Edward Bernays tijdens WO I. Hij vond dat beter klinken dan ‘propaganda’. Beide termen bleven nog een tijdje naast elkaar bestaan tot de Duitsers met hun Ministerie voor Propaganda onder leiding van de infame Goebbels de term onaanvaardbaar maakten.

Edward Bernays was één van de leden van de Committee on Public Information (ook bekend onder de naam van zijn voorzitter, de Creel Committee), een orgaan opgericht door VS-president Wilson. Nadat hij zich had weten te verkiezen met een programma dat als voornaamste punt had dat met hem de VS niet zouden gaan deelnemen aan ‘de oorlog in Europa’, zat hij immers met een probleem. Het was voor hem immers altijd duidelijk geweest dat de VS dat wél zou doen maar de Amerikaanse publieke opinie zat volledig tegen. Dus stak hij een paar knappe koppen bijeen om een manier te vinden om Joe Sixpack op andere ideeën te brengen.

Bernays en zijn collega’s werkten een programma uit om de bevolking van gedachte te doen veranderen. Met succes. Uit die oefening leerde de Amerikaanse economische elite een belangrijke les: je moet de gewone burger zover weten te krijgen dat hij zich bedreigd voelt en dat er voor hem persoonlijk, voor zijn eigen vrijheid wordt gevochten. Hij noemde dat ‘engineering of consent’, moeilijk vertaalbaar maar het betekent zoiets als de dingen zo voorstellen dat de bevolking wel akkoord zal gaan. Alles hangt er van af hoe je de zaken voorstelt. Bernays begreep ook onmiddellijk de cruciale rol van de commerciële massamedia. Perceptie is belangrijker dan de realiteit. Perceptie en onwetendheid natuurlijk. Een geweldige combinatie … of een dodelijke als je aan de verkeerde kant van het geweer staat. Elke VS-president heeft sindsdien – bewust of onbewust, dat doet er niet toe – deze les ter harte genomen.

Alle grote imperiums schreeuwen hun goede bedoelingen uit. De VS is daar geen uitzondering op. Pro-Amerikaanse supporters hebben het graag over het ‘uitzonderlijke messianistische karakter van de VS’. Uitzonderlijk is dat dus niet, integendeel, l’histoire se répète. Die behoefte voor een supermacht om een welwillend imago te creëren vertaalt zich ook op individueel vlak. Niemand stelt zichzelf graag voor als een meedogenloze schurk die over lijken gaat om zijn doel te bereiken.

Met Obama koos de VS dus duidelijk voor een andere stijl, een andere retoriek, een andere perceptie. Obama beloonde één van zijn trouwe medewerkers met een ambassadeurspost in Brussel. Dat is niet uitzonderlijk in de VS waar naast carrièrediplomaten ook ‘politieke’ personaliteiten het tot ambassadeur kunnen schoppen.

Ambassadeur Gutman: andere aanpak, zelfde boodschap

Het moet gezegd: de aanpak van Gutman is een wereld van verschil met zijn voorgangers. Hij geeft interviews aan Belgische media, reist het land rond, leert zowaar beide landstalen aan en neemt deel aan debatten op TV. Nu ja, ‘debatten’. Zijn deelname aan een debat in ‘De Zevende Dag’ over WikiLeaks was een uitwisseling van gedachten tussen gelijkgestemde zielen waar de journalist van dienst de schijn van kritische vragen hoog hield.

Op de voorpagina van Humo van 24 december staat een foto van ambassadeur Gutman met de titel ‘Howard Gutman over WikiLeaks’. Het moet gezegd, de man, weet zijn antwoorden goed te kiezen. Er is duidelijk goed nagedacht over wat te zeggen en hoe de antwoorden moeten klinken. De leden van de Creel Commission liggen al lang onder de zoden, maar zijn opvolgers doen hun werk.

Het helpt natuurlijk als je je laat interviewen door een journalist die ofwel van de onderwerpen niets afweet of die duidelijke instructies heeft gekregen om niet te kritisch te zijn. Een interview met een Amerikaans ambassadeur is al uitzonderlijk genoeg, je wil een kans op meer niet laten varen door de man teveel tegen de haren in te strijken. Er moet af en toe wel een ‘kritische’ vraag inzitten natuurlijk, dat helpt de geloofwaardigheid.

Dat blijkt al onmiddellijk uit de éérste vraag van Humo-journalist Tom Pardoen.

Ik citeer:

Cablegate baart u wellicht iets meer zorgen?

… “Tot zover is WikiLeaks géén probleem. Dat wordt het pas wanneer er gevoelige informatie wordt gelekt – lijsten van mogelijke terroristische doelwitten, bijvoorbeeld, waardoor mensen van Antwerpen tot Detroit gevaar lopen. Het is evenmin een goed idee wanneer een lek de klokkenluiders zelf in gevaar brengt: dissidenten die in eigen land niet kunnen praten met de pers omdat die in handen is van het regime, en die daarom met ons komen praten.”

Wat ondertussen iedereen weet die even zelf op onderzoek gaat en zich niet beperkt tot de berichtgeving in de massamedia:

  • Eén: WikiLeaks heeft tot op vandaag zero informatie gelekt over mogelijke doelwitten. Dat wordt door de Amerikaanse inlichtingendiensten zélf bevestigd. Bovendien, dat soort informatie staat NOOIT in diplomatieke correspondentie.
  • Twéé: zoals eveneens bevestigd door de Amerikaanse inlichtingendiensten: er is nog geen enkel individu in gevaar gebracht door de informatie van WikiLeaks.

Er blijft dus slechts één besluit mogelijk zoals de ambassadeur zelf zegt: Tot zover is WikiLeaks geen probleem. Wat doet Humo daarmee? Niets. Overgaan tot de volgende vraag op het (op voorhand aan de ambassadeur voorgelegde?) lijstje.

WikiLeaks had al lang op voorhand aangekondigd dat ze iets in de pijplijn hadden zitten wat de Amerikaanse diplomatie in verlegenheid zou brengen. Kneep u ‘m?

“Ik was er gerust in: ik run hier geen geheim rebellenleger, laat staan dat ik fondsen werf om zo’n leger te financieren. En ik ken mijn regering goed genoeg om te weten dat ze niets uitsteekt wat het daglicht niet kan verdragen.”

Gutman zegt hier letterlijk dat hij niet doet wat zijn collega’s deden in de jaren ’60 en ’70 in Latijns-Amerika, in de jaren ’80 in El Salvador en in Nicaragua, of wat zijn collega in Venezuela vandaag doet. En wat doet Humo hier mee? Weer niets. Passons naar de volgende vraag …

Gutman vindt dat WikiLeaks geen goede journalistiek is. Bob Woodward daarentegen, dat is een goed journalist …

Woodward was de man die samen met collega Carl Bernstein in de Washington Post de informatie publiceerde die hij van een ‘geheime bron’ kreeg over Nixon over de door hem bevolen afluisteroperaties in de kantoren van de Democratische Partij in de Watergate-building in Washington DC. Het Amerikaanse establishment stond in rep en roer. Dit kon niet.

Dat Nixon Laos en Cambodja naar de middeleeuwen had gebombardeerd, dat hij de democratisch verkozen president van Chili ten val bracht, dat hij operaties beval om leiders van de Black Panthers en van de American Indian Movement te vermoorden of met valse bewijzen gevangen te nemen, was niet belangrijk. Dat soort dingen deden immers alle presidenten voor (en na) hem (Obama incluis). Dat is géén nieuws. Maar dat hij zijn wetteloze praktijken zou gebruiken tegen de andere machtselite van het land, dat kon niet.

Die ‘geheime bron’ bleek uiteindelijk de vice-directeur van de CIA te zijn. Bob Woodward deed zijn legerdienst bij de Naval Intelligence. De toenmalige eigenaar van de Washington Post Katherine Graham was kind aan huis bij de Kennedy’s. Na het fiasco van de Varkensbaai (een poging om Cuba binnen te vallen met een zogenaamde rebellie tegen Castro) spande zij zich in om haar collega’s in de media te overtuigen geen link te leggen tussen die mislukking en hoge ambtenaren in de Kennedy-regering. In 1988 zei zij het volgende in een speech voor het personeel van de CIA: “We leven in een smerige en gevaarlijke wereld. Er zijn dingen die het publiek niet moet en niet zou moeten weten. Ik denk dat democratie bloeit wanneer de regering wettelijke stappen kan nemen om haar geheimen te bewaren en wanneer de pers kan beslissen wat te publiceren en wat niet.” (zie deze link)

Tot vandaag wordt het Watergate-schandaal in de massamedia geprezen als een voorbeeld van wat een kritische pers kan betekenen. De val van een president is inderdaad niet niks. Maar met onderzoeksjournalistiek had dit niets te maken. Woodward en Bernstein hadden ruime steun van het politieke establishment, heel wat Republikeinen en Katherine Graham zelf inbegrepen, die vonden immers dat dit niet door de beugel kon.

Woodward teert sindsdien op die reputatie om met de regelmaat van een klok lijvige boeken te schrijven waarin hij dingen ‘aan het licht brengt over wat mensen moeten weten’. Recent schreef hij een boek waarin hij uitlegt hoe onder Bush en onder Obama wordt geruzied over de tactische aanpak van de oorlogen in Irak en Afghanistan. Woodward is dus het ideale kritische excuus voor een pers die zich niet langer bezighoudt met het ontrafelen van de waarheid. Moeten er meer troepen naar Irak, moeten er minder, moeten ze meer dit doen in plaats van dat? Dat die oorlogen illegaal, koloniaal en principieel niet te rechtvaardigen, dat ga je van Woodward niet leren. Woodward stelt immers géén principiële vragen. Niet te verwonderen dat Gutman dus Woodward aanhaalt als ‘goed’ voorbeeld.

Geen reactie ook van Humo als Gutman kort antwoordt dat ‘niet één Amerikaanse diplomaat spioneert’, hoewel dat nu net één van de dingen is die WikiLeaks wél bewijst.

Maar goed: Irak was een vergissing. Noteer, Irak was geen fundamentele fout, de VS hebben het recht om eender waar in de wereld binnen te vallen, maar er zijn goede en slechte manieren om dat te doen: daar moet het debat zich volgens Gutman toe beperken. Obama heeft dat inderdaad gezegd: Irak was een vergissing. Hij zei dat echter nadat de oorlog al een paar jaar bezig was en duidelijk de ‘verkeerde’ kant uitging. Met andere woorden: Obama heeft als senator altijd voor de oorlog gestemd. Hij heeft enkel een ander tactisch inzicht in de operaties dan zijn voorganger. (zie zowat alle vorige artikels in Uitpers hierover)

Tijdens de Russische bezetting van Afghanistan werd er in de Russische media ook openlijk geruzied tussen generaals, ministers en commentatoren over de aanpak daar. Dat werd hier terecht weggewuifd als onbeduidend: de Sovjet-Unie was de agressor en diende het land te verlaten. End of discussion.

We weten nu van Gutman dat er onder de Taliban niet één meisje naar de school ging in Afghanistan. Misschien niet onbelangrijk voor een geïnformeerd journalist om er dan op te wijzen dat in die periode de Taliban bondgenoten waren van de VS (tot september 2001). Dat was dus onder Bush én onder Democraat Clinton. Weer géén kritische reactie van Humo.

De Afghaanse regering is corrupt. Ja, dat is erg, maar daarvoor gaan we geen verkozen regering omverwerpen, aldus nog Gutman. Ik laat terzijde dat verkiezingen in een door een vreemde macht bezet land sowieso een complete contradictie zijn laat staan dat de verkiezingen in Afghanistan correct verliepen. Maar mij lijkt dit een logische vraag op te roepen: Wanneer is het omverwerpen van een verkozen regering dan wél gerechtvaardigd? Honduras 2009? Chili 1973? Venezuela 2002?

We weten dank zij dit interview ook dat de kernbommen van Kleine Brogel daar al veertig jaar liggen om de dreiging van … Iran en Noord-Korea te counteren. Dat is inderdaad de officiële redenen waarmee de VS een nieuw rakettenschild in Polen verdedigen, maar Kleine Brogel tegen Iran? Dat is nieuw. Humo?

Noord-Korea en Iran zijn niet bepaald voorbeelden van een florerende democratie. Maar dat ze krankzinning genoeg zouden zijn om met een kernaanval de facto zelfmoord te plegen tegenover de overweldigende overmacht van de VS moet nog bewezen worden. Bovendien is de dreiging van Iran nog altijd zuiver hypothetisch. Humo?

Gutman is blijkbaar toch niet goed op de hoogte van de publieke opinie in België en Europa, die wil die dingen gewoon weg en beschouwt hun aanwezigheid als een bedreiging, het omgekeerde van wat hij beweert. Nu ja, waarschijnlijk weet Gutman dat wél, maar gelukkig kan hij rekenen op de medewerking van Humo om daar niet op in te gaan.

De VS zijn ook één verdeeld land, aldus nog Gutman. Een deel kijkt naar het rechtse Fox, een deel naar het linkse MSNBC … links? MSNBC? Lees ik dat goed?

Slotsom: Howard Gutman is een geslaagde kopie van zijn president: een totaal andere aanpak van de public relations om dezelfde inhoud te verkopen. Zo bekeken is de opdracht van de man goed geslaagd. Je houdt aan dit interview de indruk over van een joviale breeddenkend man die open staat voor debat.

Ik ben het met één vaststelling van Gutman eens: wat in België voor Chinees eten doorgaat is helemaal niet Chinees (dat komt omdat de ‘Chinese’ restaurants hier oorspronkelijk zijn gestart door etnische Chinezen uit Indonesië). Dat klopt. Het is best lekker wat daar wordt geserveerd, maar Chinees eten is het niet. Leuk om weten toch? Toch wel echt gedurfd van die man om zo kritisch te zijn over België.

Deze ambassadeur doet wat van hem (en van eender welk ambassadeur van eender welk land) wordt verwacht. Je kan hem zijn antwoorden dus niet kwalijk nemen en als hij daarbij nauwelijks of geen weerstand krijgt van de interviewer is dat zijn schuld niet.

De vraag is maar: waarom leent een weekblad als Humo zich daar toe? Humo teert nog altijd op een links alternatief kritisch imago. Van dat laatste blijft inhoudelijk al lang niets meer over. Ooit publiceerde Humo interviews en uittreksels uit boeken die ondermeer de ondermijning van de democratie in Guatamala aanklaagden (zoals de artikelenreeks ‘The Fish is Red’). Humo is een commercieel bedrijf. Een interview met de Amerikaanse ambassadeur kan lezers aantrekken. Mijn aanvoelen is dat de vragen voor dit interview in grote lijnen op voorhand werden afgesproken met de persdienst van de ambassade. Dat doen trouwens alle ambassades – ook de Belgische ambassades in het buitenland doen dat. Alleen, door dit niet expliciet te melden of te ontkennen, geeft Humo de indruk dat dat niet zo is.

Bovendien weet men bij Humo ook wel dat een al te kritische aanpak de kansen op latere interviews of op ‘inside’ informatie verspeelt. De titel op de voorpagina ‘Howard Gutman over WikiLeaks’ is géén leugen. Hij heeft het inderdaad beperkt over WikiLeaks, maar zegt daar in feite bitter weinig over. Maar goed, met die leugenachtige titel wijkt Humo niet af van de gewoonteregel in de Vlaamse massamedia. De lezer wordt verondersteld dat te begrijpen.

De Europese massamedia doen graag meewarig over hun Amerikaanse collega’s. Maar is dat wel terecht? Dit interview in Humo zou in eender welke Amerikaanse krant, op eender welke Amerikaanse zender zonder problemen gepubliceerd kunnen worden.

Wie zich wil wapenen tegen dit soort desinformatie kan ik nog altijd het boek ‘Manufacturing Consent’ van Edward Herman en Noam Chomsky aanraden. De titel is geïnspireerd op het werk van de hierboven vermelde Edward Bernays. Ook al gaat het boek over het buitenlands beleid onder Ronald Reagan, het verduidelijkt goed de mechanismes die achter het soort pseudo-interviews zitten zoals dat wat hierboven werd besproken.

Politieke analyse vanuit het standpunt van de slachtoffers, geen 'objectieve-neutrale' desinformatie maar duidelijke keuzes. Ontmaskering van de mythe dat politiek ingewikkeld zou zijn, enkel uitlegbaar door zelfverklaarde 'experten'. Doorprikken bevooroordeelde berichtgeving om de wereld beter te begrijpen.