Internationale rechtspraak is politiek theater

Facebooktwittergoogle_plusmail

Kaing Guek Eeav, bekend als “Douch”, is op 26 juli 2010 tot 35 jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens “misdaden tegen de mensheid”. Hij leidde tijdens het bewind van de Rode Khmers (1975 tot begin 1979) het kamp Tuol Sleng waar rond 12.000 mensen werden gefolterd en vermoord. “Een uitspraak die wereldwijd werd bestempeld als een “vonnis tegen de vergetelheid”, om Cambodja en de wereld te herinneren aan de gruwel van die periode. Maar is dat zo?

Het tribunaal dat de uitspraak deed – gemengd onder Cambodjaanse en VN-auspiciën – mag het onder meer niet hebben over de internationale dimensie, te weten de actieve steun die China en het Westen dertien jaar lang aan dat bewind verleenden. Op dat punt is vergetelheid troef.

Bij de instelling van dit Tribunaal, meer dan 20 jaar na het einde van het Rode Khmerbewind, werden grenzen vastgelegd, ook geografische. De nog levende leiders van de Rode Khmers (gewezen president Khieu Samphan, minister van Buitenlandse Zaken Ieng Sary en zijn vrouw Ieng Thirith, “broeder nr 2” Nuon Chea) zouden worden berecht binnen de Cambodjaanse dimensie. Zo wou men onder meer vermijden dat de advocaten van de beschuldigden vervelend zouden doen met het oproepen van getuigen als Amerikaanse en Britse leiders die er tot dertien jaar na het einde van het bewind voor zorgden dat “Democratisch Kampuchea” (Rode Khmer bewind) de Cambodjaanse zetel in de Verenigde Naties bleef bezetten.

Onder hen oorlogsmisdadiger Henry Kissinger – jarenlang de grote architect van de Amerikaanse diplomatie die de hand had in de misdadige massabombardementen van het begin van de jaren 1970 op… Cambodja. Dat als onderdeel van de oorlog tegen de Vietnamese communisten die begin 1979 de Rode Khmers uit Phnom Penh en de rest van het land verdreven. Het was uit haat tegen die communisten dat Kissinger, Margaret Thatcher en compagnie de Rode Khmers steunden.

Zo kon het dat de Rode Khmers in hun kampen bevoorraad werden onder auspiciën van de VN. Zij waren immers het legaal internationaal erkend bewind. Ze kregen niet alleen voedsel en geneesmiddelen en dergelijke, maar ook wapens. In 1985 vertelde de Belgische ambassadeur in Bangkok me gemoedelijk dat hij kortgeleden een lading wapens uit China naar de Rode Khmerkampen in Thailand had begeleid. De Britse geheime dienst leverde militaire instructeurs aan de Rode Khmers. De leiders die nu zouden moeten terechtstaan, met voorop gewezen president Khieu Samphan, waren dus jarenlang goede bondgenoten van niet alleen Peking, maar ook Washington, Londen, Parijs, Brussel – waar LeoTindemans een van hun grote verdedigers was.

Een proces waar Kissinger en Jimmy Carter (twee winnaars Nobelprijs Vrede) als getuigen zouden worden opgeroepen, dat kan dus niet – hier heerst vergetelheid. Onder auspiciën van de VN.

Maten en gewichten

Het Cambodja-Tribunaal valt in de reeks speciale rechtspraak met een internationaal karakter. Het maakt deel uit van de inspanningen, vooral na de Tweede Wereldoorlog, om tot een internationale justitie te komen die oorlogsmisdaden zou berechten – in het verlengde van de processen van Neurenberg en Tokyo. Voor er van een Internationaal Strafhof sprake was, werden onder meer internationale rechtbanken ingericht voor Joegoslavië, Rwanda, Sierra Leone en Libanon. Het Joegoslavië Tribunaal werd een theater van vooringenomenheid. Dat Tribunaal besliste onder meer dat oorlogsmisdaden zoals de Navo-bombardementen op Belgrado en andere Servische plaatsen onder de categorie “neveneffecten” (collateral damage) vielen.

En het zogenaamde Libanon Tribunaal dat de moord van 14 februari 2005 op de Libanese premier Rafiq Hariri moet onderzoeken, is een toonbeeld van manipulatie. Dat “tribunaal” onderzocht uitsluitend de “Syrische piste” maar moest tot eigen schande uiteindelijk vier Libanese officieren vrijlaten die het als verdachten had doen opsluiten. Daarop ging het “tribunaal” hardnekkig de Hezbollah piste uitpluizen, terwijl suggesties om ook eens de Israëlische piste na te speuren, hardnekkig opzij werden geschoven.

Raison d’état

Het versterkt de mening dat internationale rechtspraak een verlenging van diplomatieke belangen is, ook het in 2002 van start gegane Internationaal Strafhof. Dat Strafhof heeft veel limieten. Het kan alleen individuen vervolgen die verdacht worden van daden van genocide, oorlogsmisdaden, misdaden tegen de mensheid en agressiedaden – voor dat laatste is er nog geen definitie.

Een zaak kan alleen behandeld worden op klacht van een staat die lid is van het Strafhof (de VS zijn dan nog niet, China, Rusland, Israël… evenmin), door de procureur en door de Veiligheidsraad van de VN. Een speciale kamer onderzoekt vooraf of de klacht wel kan worden behandeld om “fantaisistische” aanklachten te weren…. Het Hof is ook enkel bevoegd als de verdachte burger is van een lidstaat, als de misdaad is begaan op het grondgebied van een lidstaat of als de Veiligheidsraad een zaak aanspant. De feiten moeten ook gepleegd zijn nadat het Hof in werking trad. Het Hof hangt in alle opzichten af van de goodwill van staten. Ook om verdachten op te pakken.

En zo komt het dat zware misdaden en misdadigers buiten schot blijven. Van Kissinger over Bush, Blair, Poetin tot Netanyahu. De gruweldaden in Tsjetsjenië, de slachtingen in Sri Lanka, de moorddadige Israëlische invallen in Libanon en Gaza, de vele oorlogsmisdaden in Irak en Afghanistan… dat blijft allemaal buiten de bevoegdheid van de internationale rechtspraak.

Toch gaat dat voor sommige staten nog te ver. Frankrijk, waarvan de regeerders hun land beschouwen als hét land van mensenrechten, heeft zijn wetgeving aangepast aan het bestaan van het Internationaal Strafhof. Maar met nog enkele extra beperkingen. Volgens het wetsontwerp kan Frankrijk alleen personen oppakken met een permanente verblijfplaats in het land, het verbiedt personen of verenigingen klacht in te dienen… alleen wie permanent in het land verblijft en er zware misdaden tegen de mensheid pleegde, kan worden vervolgd.

Kortom, de bestaande internationale justitie is een theater van illusionisten.

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds ‘Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws over trens in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.