Responsibility to Protect (R2P), interpreteerbaar begrip

Facebooktwittergoogle_plusmail

De Algemene Vergadering van de VN heeft in augustus 2009 een interessant debat gevoerd over de toekomst van ‘humanitaire interventies’ en het nieuwe concept ‘Responsibility to Protect’ (R2P). Wie zich alleen verlaat op onze massamedia zal het niet geweten hebben.

In tegenstelling tot de VN-Veiligheidsraad is de VN-Algemene Vergadering niet gebonden aan de vetos van de vijf WWII-grootmachten (VS, Groot-Brittannië, Frankrijk, China en Rusland). In die Algemene Vergadering worden regelmatig heel progressieve standpunten verdedigd en resoluties aangenomen. Daar staat tegenover dat de statuten van de VN alle macht bij de Veiligehiesraad en niet bij de Algemene Vergadering leggen.

Thematic Dialogue

In augustus 2009 organiseerde de Algemene Vergadering een ‘Thematic Dialogue’ over het nieuwe concept Responsibility to Protect (R2P-Verantwoordelijkheid m te beschermen). Hiermee wordt in theorie een verplichting tot bescherming bedoeld van de staat tegenover de eigen bevolking, maar voorstanders van unilaterale interventies zonder VN-mandaat zien er een nieuw middel in om de buitenlandse interventies van de toekomst te rechtvaardigen.

De Algemene vergadering is met dit debat niet aan zijn proefstuk toe. In vorige verklaringen wees de Algemene Vergadering onder andere op de eenzijdige interpretatie van de mensenrechten in het hedendaagse westerse discours. Het VN-Charter heeft het immers niet alleen over politieke ‘liberale’ rechten zoals vrijheid van meningsuiting maar ook over sociale rechten zoals recht op onderwijs en gezondheidszorg.

In het Charter zijn die rechten evenwaardig. Wie de kranten leest zou echter gaan geloven dat die liberale rechten de énige mensenrechten zijn die moeten beschermd worden, terwijl de overige sociale rechten aan de ‘vrije markt’ moeten worden overgelaten. Dat heeft belangrijke consequenties.

Bijvoorbeeld, ook de grootste ‘liberale’ critici van Cuba geven toe dat de gezondheidszorg in Cuba zeer goede resultaten geeft. Toegepast op de rest van democratisch Latijns-Amerika zou je met het Cubaanse gezondheidssysteem honderdduizenden levens per jaar kunnen redden. Reden om tussenbeide te komen in Latijns-Amerika? Niets van dit alles in het nieuwe R2P-concept. Waar het in 1994 in Rwanda en in 1999 in Kosovo nog ging om een gewetenskwestie, zou humanitaire interventie vanaf augustus 2009 een quasi-verplichting moeten worden.

Veel/weinig belangstelling voor de Algemene Vergadering

Een jammerlijke constante in de berichtgeving over de activiteiten van de Algemene Vergadering is het totale gebrek aan belangstelling van de westerse media – dit in flagrante tegenspraak tot de media in het Zuiden die er steeds uitgebreid over berichten.

Dat ondermeer de westerse media zelf regelmatig kritisch worden gehekeld in de Algemene Vergadering voor hun eenzijdige (of géén) berichtgeving over het Zuiden in het algemeen en zwijgen over de visie van het Zuiden op ‘humanitaire interventies’ van het Westen, heeft er deels ook mee te maken. Deze mediakritiek raakt immers de kern van de zaak in het debat over R2P.

De Algemene vergadering van augustus 2009 nodigde voor dit debat een aantal sprekers uit die bekend staan voor hun uitgesproken standpunten. Noam Chomsky is voor het Zuiden een evidente keuze, hij wordt ook steevast gevraagd op de bijeenkomsten van het Wereld Sociaal Forum. Minder verwacht is Jean Bricmont, notabene een Belg, eveneens een belangrijke stem volgens de ontwikkelingslanden (en net als Chomsky géén sant in eigen land).

Als tegengewicht hebben een aantal westerse landen als reactie de Australische gewezen Minister van Buitenlandse Zaken en gewezen voorzitter van de International Crisis Group, Gareth Evans, uitgenodigd.

Toespraken over R2P

De vertaling van hun toespraken voor de AV vind je hier voor Noam Chomsky, hier voor Jean Bricmont en hier voor Gareth Evans. De commentaar van Chomsky is zoals altijd terzake en stevig onderbouwd met feitenmateriaal. Radicaal, extreem? Het hangt er maar van af wat je daar mee bedoelt. Als daarmee het streven naar waarheid en gerechtigheid wordt bedoeld dan is Chomsky dat zeker.

Jean Bricmont is fysicus, wetenschapsfilosoof en professor aan de Université Catholique de Louvain. In de niet-academische wereld is hij vooral bekend voor zijn werk samen met de controversiële Amerikaanse mathematicus Alan Sokal en de net vermelde Noam Chomsky.

In 2005 publiceerde hij het boek ‘Impérialisme humanitaire. Droits de l’homme, droit d’ingérence, droit du plus fort?’, in 2006 in het Engels vertaald als ‘Humanitarian Imperialism’. De titel van dit boek is duidelijk: deze man is een tegenstander van ‘humanitaire interventie’ – of tenminste wat daar voor doorgaat in de westerse media. In 2008 verscheen bij EPO de Nederlandse vertaling ‘Humanitaire interventies. Mensenrechten als excuus voor oorlog’. In dit boek spaart hij zijn kritiek op links niet, vooral diegenen die de oorlog in Irak steunen.

Zijn discours is korter dan dat van Chomsky. Hij benadrukt vooral het belang van de historische feiten om zijn diep wantrouwen te poneren tegenover zij die in het Westen vandaag de meest enthousiaste voorstanders zijn van R2P.

Gareth Evans vertelt een heel ander verhaal dan de twee vorige sprekers. Om goed te situeren waar de man voor staat is wat Australische geschiedenis nodig. Hij is voormalig minister in een aantal Australische Labourregeringen en gewezen voorzitter van International Crisis Group. Binnen Labour was hij een groot tegenstander van partijgenoot en eerste minister Gough Whitlam. Die was in 1974 voor ongeveer één jaar eerste Minister van Australië na een periode van 23 jaar oppositie voor Labour.

De sociaal zeer progressieve politiek van zijn regering was een doorn in het oog van de Australische zakenwereld, daarin gevolgd door de rechtervleugel van Labour zelf, waaronder deze Gareth Evans. Door handig gebruik van een aantal historische regels uit de negentiende eeuw die de bevoegdheid van de vertegenwoordiger van de Britse kroon in de Commonwealth-staat Australië bepaalden – maar nooit eerder waren gebruikt – werd Whitlam na drie jaar aan de dijk gezet in 1975.

In latere jaren kwam Labour terug aan de macht. De socialistische linkervleugel van Labour herstelde echter nooit van zijn nederlaag. Vandaag is de Australische Labour-partij een spiegel van de Britse: socialistisch in naam, liberaal in de praktijk. Gareth Evans is een typisch Blairite Labour-politicus.

In december 1989 ondertekende toenmalig minister van buitenlandse zaken Gareth Evans het Timor Gap Treaty met de regering van Indonesië. Dit verdrag liet Australië en Indonesië toe olie te stelen uit de territoriale wateren rond Oost-Timor. Met dit verdrag werd Australië het énige land dat de annexatie van Oost-Timor door Indonesië erkende.

Toen 2 jaar later de slachting op het kerkhof van Santa Cruz in de Oost-Timorese hoofdstad Dili onverwacht wereldnieuws werd, haastte hij zich om te verklaren dat dit géén invloed zou hebben op de uitvoering van dit verdrag. Zo bracht deze man de morele verplichting om wreedheden en genocide te bestrijden – die hij tijdens zijn toespraak tot de Algemene Vergadering verdedigt – in de praktijk: door de beulen te beschermen.

Deze neoliberaal is echter géén brave volger van de VS. Integendeel, hoewel de meeste Australische regeringen op éénzelfde ideologische lijn zitten met George Bush senior – Bill Clinton en George W. Bush en de Amerikaanse militaire aanwezigheid in Australië en de Stille Oceaan voluit steunen (de hiervoor vermelde eerste minister Gough Whitlam was de enige tot nog toe die daar iets probeerde aan te veranderen), toch ging en gaat de Australische regering regelmatig rechtstreeks in de clinch met Washington over economische aangelegenheden.

Australië hecht groot belang aan een goede economische verwevenheid met Indonesië, de Filippijnen en Japan. Onder andere de Timor Gap Treaty ging regelrecht in tegen de wensen van de VS (die een andere mening had over Oost-Timor, die evenmin een verband had met de vreselijke mensenrechtensituatie in Oost-Timor).

International Crisis Group, de organisatie waarvan Gareth Evans voorzitter is, is een onafhankelijke denktank met een progressief imago. Rapporten van ICG hebben niet het stigma van de rechtse neocon-denktanks in de VS. Het moet gezegd dat deze organisatie regelmatig degelijke analyses maakt. Het is echter in de conclusies, de interpretaties en de suggesties dat het échte ideologisch profiel van deze organisatie naar boven komt.

Gareth Evans en ICG zijn ideale excuus-progressieven die weerwerk moeten bieden tegen de Chomsky’s van deze wereld. Het discours van Evans tijdens de Algemene Vergadering is daar een goed voorbeeld van. Hij citeert selectief schendingen van mensenrechten uit het verleden die hem passen.

Evans gaat ook uit van de mensenrechtenschendingen in Kosovo die zogenaamd aanleiding waren voor de NATO-bombardementen in Kosovo, terwijl alle Westerse bronnen ondertussen aantonen dat die wreedheden gebeurden na het begin van die bombardementen en er met andere woorden een gevolg van waren, geen oorzaak, zoals trouwens door toenmalig NATO-opperbevelhebber Wesley Clark zelf was voorspeld.

Het is geen toeval dat een aantal westerse landen net hem hebben uitgenodigd op de Algemene Vergadering als tegengewicht voor de andere door een aantal zuidelijke landen uitgenodigde sprekers Noam Chomsky en Jean Bricmont. Hij is géén Brit of Amerikaan, heeft in het verleden regelmatig ‘anti-Amerikaanse’ standpunten ingenomen (zie hierboven) en heeft de oorlog in Irak als voorzitter van de ICG altijd veroordeeld. Zijn discours staat vol idealistische omschrijvingen, veroordelingen van kolonialisme en neokolonialisme enzovoort.

Toch is dit niet meer of niet minder dan een pleidooi voor neo-neokolonialisme. Bepaalde krachten in de Westerse wereld willen een situatie creëren waarin hun toekomstige interventies in de massamedia zullen worden verkocht als een ‘plicht’, niet iets waar een of andere regering – laat staan een publieke opinie – zich ‘mag’ tegen verzetten.

De échte sociaal bewuste progressieven van deze aarde doen er goed aan deze toespraak te lezen als voorbereiding op wat in de komende jaren komen gaat. Know thine enemy. En vooral lees wat hij te vertellen heeft en welke argumentaties hij gebruikt.