Overwinning van W. Bush is niet het einde van de wereld

Facebooktwittergoogle_plusmail

Progressieve Europeanen hebben met verbijstering naar de resultaten van de presidentsverkiezingen van 2004 in de VS gekeken. Na de eerste paniek volgde bij velen een periode van apathische gelatenheid. Ik ben het met dat pessimisme niet eens. Ja, het is erg dat W. Bush heeft gewonnen, maar neen, dit is niet het einde van de wereld. Bovendien, het is niet waar dat hij die overwinning aan fanatieke christelijke fundamentalisten te danken heeft.

Inleiding tot de statistiek: cijfers liegen nooit, of toch?

Weinigen hebben kaas gegeten van statistiek, een wetenschap die nochtans door een Belg (!) werd uitgevonden. Statistieken liegen nooit, dat beweren alvast de massamedia, die ons regelmatig met ‘onweerlegbare’ statistieken om de oren slaan. En toegegeven, wie in de Knack van 10 november 2004 de landkaart van de VS met de resultaten van de presidentsverkiezingen zag, kon alleen maar diep zuchten.

De rode kleur van de Republikeinen domineert de volledige VS, alleen de Westkust, New-England in het Noordoosten, 3 staten in de Midwest en Hawaii kleuren Democratisch blauw. Zo’n 80 procent van de van de VS kleurt vuurrood Republikeins. Overduidelijke conclusie: het Amerikaanse volk is naar rechts opgeschoven, de religieuze fanatici hebben het pleit gewonnen. Zo laten ons de ‘statistieken’ geloven. Zowat alle commentaren gaan uit van de onfeilbaarheid van deze analyse, immers, de cijfers bewijzen het, toch?

De waarheid is zoals steeds genuanceerder. Ook bij deze presidentsverkiezingen werden heel wat besluiten getrokken na ‘verwerking’ van statistische gegevens. De analyses waren dan ook niet aangenaam om horen voor een sociaal en progressief denkend mens. De gemiddelde Amerikaan is schijnbaar een reactionaire onwetende zak … Enkele maanden na de verkiezingen is enige reflectie nuttig om een en ander tot zijn juiste dimensies te herleiden.

Every cloud has a silver lining … (vrij vertaald: elk slecht nieuws heeft zijn goede kanten)

Eerst een gezonde antidosis positieve statistieken (hier en daar zal de lezer ‘ja OK … maar’ denken, uitleg volgt):

  • W. Bush werd verkozen met meer stemmen dan eender welke president in de geschiedenis van de VS maar tegelijk stemden eveneens nooit zoveel Amerikanen tégen een winnend president; John Kerry haalde méér stemmen dan Ronald Reagan I en II, George Bush senior, Clinton I en II en méér dan verliezend ‘winnaar‘ Al Gore in 2000!!!;
  • er gingen ongeveer 120 miljoen van de 200 miljoen stemgerechtigden (geregistreerd en niet-geregistreerd) effectief stemmen; op een totaal van ongeveer 300 miljoen Amerikaanse burgers (minderjarigen + niet-stemgerechtigde burgers + alle stemgerechtigden) won Bush met 3,5 miljoen stemmen: dat is een meerderheid van 1,15 % van de bevolking; dit is geen met andere woorden geen aardverschuiving maar een redelijk nipte overwinning;
  • 55 miljoen Amerikanen hebben voor Kerry gestemd, zo’n 80 miljoen zijn niet gaan stemmen, dat zijn samen 135 miljoen Amerikanen die NIET op Bush hebben gestemd;
  • W. Bush behaalde zijn tweede mandaat met het kleinste verschil ooit voor een zittend president tegenover zijn tegenstrever sinds de nipte herverkiezing van president Wilson in 1916;
  • als zetelend president haalde Bush 51 procent van de stemmen (tegen 48 % voor Kerry), hij haalde slechts twéé staten meer binnen dan in 2000 (Iowa en New Mexico) met een zeer nipte marge en verloor één staat (New Hamsphire); in Europa wordt 51 % nooit een sterk mandaat genoemd, waarom zou dat voor Bush in de VS anders zijn?
  • nooit voorheen gingen zoveel niet-blanke kiezers stemmen, zij waren goed voor 23 procent van alle stemmen, een stijging met 4 procent tegenover 2000; Bush haalde slechts 12 procent van zijn stemmen bij niet-blanken; alle demografen gaan er van uit dat het aantal niet-blanken zal blijven toenemen en binnen ongeveer 50 jaar de helft van de bevolking zullen uitmaken: er werden op 2 november 2004 ook 5 zwarte Congresleden méér verkozen;
  • de Democraten hebben nu de meerderheid in 47 van de staatsparlementen (tegenover 44 in 2000), de Republikeinen in 49 (53 in 2000); (er zijn 2 parlementen -Kamer en Senaat) per deelstaat)
  • de jonge kiezers onder 25 jaar gaven Kerry 54 procent, Bush 44 procent en de door de media zo verguisde en na de verkiezingen totaal vergeten Nader 2 procent;
  • slechts zeven Democratische senatoren stemden tegen de oorlog in Irak, schandalig weinig natuurlijk, ze werden allen uitgedaagd door een keiharde pro-oorlog Republikeinen en toch herkozen met ruimere marges dan hun Democratische collega’s die het met nipte overwinningen deden (of zelfs verloren zoals hun fractieleider Daschle):
  • Barbara Boxer (California) behaalde 58 procent tegenover 38 procent voor haar Republikeins opponent; dat is 3 procent meer dan presidentskandidaat Kerry die in Californië 55 procent haalde;
  • Daniel Inouye (Hawaii) 76 procent tegen 21; (Kerry haalde hier 54 procent);
  • Barbara Mikulski (Maryland) 65- 34; (Kerry 56);
  • Patty Murray (Washington1) 55 – 43; (Kerry 53);
  • Ron Wyden (Oregon) 63- 32; (Kerry 52);
  • Patrick Leahy (Vermont) 71-25; (Kerry 59);
  • Russ Feingold (Wisconsin) 55 – 44 (Kerry 50); hij had als enige senator ook tegen de Patriot Act gestemd en moest tot op de nationale media een anticampagne trotseren; hij deed dat als openlijk tegenstander van privé-financiering van verkiezingen bovendien zonder ‘big money’ of tv-reclame; MORAAL:waar de kiezers met een openlijk anti-oorlogskandidaat werden geconfronteerd scoorden de Democraten opvallend beter dan de Republikeinen en stemden zelfs Republikeinen die voor Bush als president kozen voor een anti-oorlogskandidaat als senator;
  • veel was in de media te doen over de overwinning van de fundamentalistische christenen en de referenda tegen het homohuwelijk in 20 staten die véél reactionaire kiezers naar de stembus hebben gelokt om terwijl ook voor Bush te stemmen (meer hierover verder), inderdaad maar … in 20 staten waren er ook referenda over het versoepelen van het verbod op de softdrug marihuana, 17 daarvan haalden het!
  • in de staat Montana haalde Bush 59 procent, het homohuwelijk werd verpletterend verslagen met 75 procent maar de versoepelde drugswet haalde 62 procent, tegen een keiharde Republikeinse campagne in; Montana is daarmee de tiende staat waar medisch gebruik van marihuana wettelijk kan;
  • het meest verregaande voorstel van de staat Alaska haalde het niet maar desalniettemin stemden 43 procent van de Amerikaanse kiezers in Alaska voor een voorstel dat marihuana dezelfde taxeerbare status zou gegeven hebben als tabak en alcohol!!!;
  • in Florida waar broer Jeb Bush gouverneur is haalde Bush 52 procent maar een referendum om het minimumloon te verhogen tot $ 6,15 (183,5 BEF), waar W. Bush tegen is haalde 71 procent; in Nevada (Bush haalde daar 51 procent) haalde een gelijkaardig voorstel 68 procent;
  • in de Bush-staten Arkansas, North Carolina en Nevada haalden voorstellen het voor hogere belastingen ten voordele van het openbaar onderwijs (wat tweemaal ingaat tegen het programma van Bush = lagere belastingen en minder geld voor openbaar onderwijs ten voordele van privé-scholen);
  • Colorado (Bush 53 procent) keurde met 52 procent een voorstel goed om energieproducenten tegen 2007 te verplichten minstens 3 procent van hun energie uit hernieuwbare bronnen (zon, wind, water) te halen. Colorado is nu de 17de staat die dergelijke wetten heeft goedgekeurd., ook hier radicaal tegen de agenda van W. Bush in;
  • 90 procent van alle Amerikanen gelooft in God, 40 procent noemen zich ‘herboren Christen’, alle 20 referenda tegen het homohuwelijk haalden overweldigende meerderheden, veel meer dan Bush in diezelfde 20 staten haalde;
  • tegelijk blijkt echter uit opiniepeilingen dat nog slechts 50 procent voorstander is van de doodstraf en als het alternatief van levenslange opsluiting zonder kans op vrijlating wordt geboden zakt het zelfs tot 46 procent, het laagste peil sinds de herinvoering van de doodstraf in 1976; bovendien neemt het aantal effectieve terdoodveroordelingen jaar na jaar af evenals het aantal uitgevoerde executies; meer en meer Amerikanen hebben twijfels over de correcte werking van hun justitieel apparaat, meer en meer jury’s kiezen voor levenslang in plaats van terdoodveroordeling; dat is ook de reden waarom Bush de doodstraf niet als thema heeft gebruikt, zijn adviseurs hebben hem dat afgeraden omdat dat te ‘streng’ overkwam, Kerry werd dus ook niet aangepakt voor zijn standpunt pro-afschaffing; de doodstraf blijft echter een moeilijk thema dat je trouwens niet links-rechts kan opdelen: zo is de meest sociale Democratische parlementair Howard Dean wél voor de doodstraf; de verguisde Billy O’Reilly die vier jaar lang zijn reactionair venijn spoot vanuit Fox TV is echter tégen;
  • 80 procent van alle Amerikanen zijn voorstander van een openbaar gezondheidssysteem (‘universal health care’) gefinancierd en georganiseerd door de staat; W. Bush wil de ziekteverzekering volledig privatiseren;
  • 86 procent vindt dat er maatregelen moeten komen om meer etnische minderheden op de universiteit te krijgen; de laatste 20 jaar is het aantal raciaal gemengde huwelijken verdubbeld tot 1.46 miljoen; Bush is tegen ‘affirmative action’ (= positieve discriminatie);
  • 75 procent zijn voor een versoepeling van de huidige abortuswetgeving; 57 procent vindt dat dit een zaak is tussen vrouw en dokter alleen waar anderen geen zaken mee hebben; Bush wil de abortuswetgeving verstrengen.

Mooi, mooi, Bush heeft toch maar gewonnen!

Inderdaad, alle hiervoor geciteerde statistieken wegen niet op tegen het uiteindelijke resultaat, George W. Bush is wel degelijk herkozen door een meerderheid van Amerikaanse kiezers. Bovendien, de kritische lezer zal al doorhebben dat de hierboven aangehaalde cijfers selectief gekozen zijn en dat besluiten die men hieruit zou kunnen trekken, toch wel zeer subjectief zijn.

Juist, maar mijn bedoeling is niet met deze statistieken de waarheid van W. Bush II te ontkennen maar te wijzen op een ander probleem: het selectief gebruik van bepaalde cijfers om een vooropgesteld doel te bereiken is nu net het probleem met de massamedia en met de analyses die ons voortdurend om de oren worden geslingerd.

De hierboven aangehaalde statistieken zijn gebaseerd op opiniepeilingen onder de gehele bevolking, daar zitten dus de meer dan 40 procent stemgerechtigden bij die niet gaan kiezen. Bovendien, dat kiezers op specifieke punten afwijken (soms heel radicaal) van hun president is niet ongewoon.

Het is eerst en vooral eigen aan een presidentieel systeem (waarbij je voor slechts één persoon kan kiezen) dat bij die keuze geen plaats is voor diversiteit, nuance en specifieke meningsverschillen. Dat is zeker zo in een land waar slechts twee politieke partijen toegang hebben tot het parlementair systeem en waar, daarbovenop, geen massamedia voorhanden zijn die de bevolking over keuzemogelijkheden inlichten.

Dat een meerderheid van de Amerikaanse kiezers die de moeite nemen om te gaan stemmen voor W. Bush kiezen en tegelijk voor specifieke punten radicaal tegen hem ingaan is dus niets nieuws. Opiniepeilingen over Reagan, Bush senior en Clinton laten een zelfde beeld zien. Meer nog dan in Europa voelt de kiezer, zeker op het niveau van de presidentsverkiezingen, niet dat zijn stem enige invloed heeft op haar/zijn persoonlijke leven. De keuze voor de president wordt dus vooral bepaald op basis van de persoonlijke ‘kwaliteiten’ van de kandidaat. Hoe komt hij over, spreekt hij onze taal, is hij een ‘gewone gast’…

De oorzaken voor de overwinning van W. Bush zijn heel wat complexer dan men ons wil doen geloven. Zijn overwinning herleiden tot christelijke fundamentalisten en antihomohuwelijksreferenda is foutief en misleidend. Hoe heeft W. Bush, ondanks de slabakkende economie en een enorme werkloosheidstoename, ondanks de crisis in de gezondheidssector, ondanks de oorlog in Irak het dan wél kunnen halen?

Mobilisatiekracht: de Democraten hebben nooit zoveel kiezers naar de stembus weten te lokken als nu maar de Republikeinen mobiliseerden nog beter en deden dat vanaf de eerste dag van de verkiezing van Bush in 2000, de Democraten pas vanaf begin 2004; bovendien concentreerde de Democratische mobilisatie zich op (ver)stedelijk(t)e gebieden, in hun euforie hadden ze dus geen benul van de sterkere mobilisatie van de Republikeinen in de rurale gebieden en de kleine afgelegen dorpen; de Democraten wisten meer niet-blanken dan ooit te mobiliseren maar daar staat tegenover dat nog meer blanken naar de Republikeinen vertrokken.

Anti-Bushism zonder Pro-Kerry-ism: hoezeer Kerry ook kritiek gaf op Bush, hij kon de kiezer niet overtuigen dat hij het zoveel beter zou doen; opiniepeilingen gaven aan dat slechts 49 procent van de Amerikanen geloofden dat de economie onder Bush verbeterde, dat is een van de laagste precentages ooit voor een zetelend president; het vertrouwen in Kerry was echter nog lager: 45 procent. Voor veel kiezers was het dus ‘Bush bad, Kerry worse’. Dat wantrouwen was er ook voor de oorlog in Irak, vele kiezers zijn inderdaad niet bepaald voor de oorlog in Irak gewonnen, maar veel belangrijker voor hen is de veilige terugkeer van hun familieleden en daarvoor hadden ze minder vertrouwen in de weifelende Kerry. Wie voor Bush stemde om welke reden dan ook deed dat uit overtuiging, een groot deel van Kerry-kiezers kozen vooral omdat ze Bush niet wilden.

Taal, cultuur, onderwijs, informatie: De Democraten gebruiken een discours dat voor de blanke arbeider bourgeois klinkt. Dat W. Bush net als Kerry een telg is van de financiële elite doet niet terzake. Hij wordt niet zo gepercipieerd en dat is het enige dat telt. De blanke arbeiders geloofden nog minder in Kerry dan in Bush. Godsdienst, gezinswaarden, wapendracht en de oorlog tegen de terreur zijn voor deze groep kiezers bovendien meer een zaak van cultuur en patriottisme dan van inhoud. 75 procent van de Bush kiezers ‘geloven’ dat Saddam Hoessein 11 september organiseerde en dat er wél massavernietigingswapens werden gevonden in Irak. Het rationele discours van Kerry over deze onderwerpen overtuigde hen niet. Dit verlies aan kiezers compenseerde zich voor de Democraten niet bij de hogergeschoolden, die stemden 50 procent Bush, meer dan ooit tevoren voor een Republikein.

Lokale radio: dat TV het dominante medium is geworden waarop de gemiddelde Amerikaan zich baseert voor zijn gebrekkige kennis van zaken is een cliché dat niet helemaal klopt. Bijna even groot is de invloed van populaire dj’s die tussen de country-songs hun uiterst rechtse propaganda spuien. Dat medium is de laatste jaren bijna volledig ingepalmd door Republikeinen. Vier jaar lang hebben die de landelijke bevolking bestookt met eenzijdige berichtgeving. Meer nog dan TV zijn zij er voor verantwoordelijk dat een meerderheid van de Amerikanen echt geloven dat Saddam Hoessein die vliegtuigen in de WTC-torens gejaagd heeft en dat hij wel degelijk atoombommen had die hij ging gebruiken. ‘Geloven’ moet daarbij in religieuze zin worden begrepen.

De ‘overwinning’ van christelijke fundamentalisten

De stelling dat de referenda tegen het homohuwelijk de fundamentalistische christenen massaal naar de stembus en naar Bush hebben getrokken blijkt na nader onderzoek op magere bewijzen te berusten: volgens de National Exit Poll (NEP) noemen 23 procent van de kiezers zich ‘born again’ of ‘evangelical’. Van hen stemde 78 procent op Bush: dat is inderdaad een indrukwekkend cijfer. H

Het probleem is dat de vraag die naar dit resultaat leidde niet werd gesteld in 2000 of bij vorige verkiezingen. Men heeft dus géén idee in hoeverre die cijfers verschillen van het jaar 2000. Er werden in 2000 immers andere vragen gesteld waaruit men afleidde dat 14 procent zich ‘religieus rechts’ noemde (zie vragen in voetnoot).

Om daaruit dus te besluiten dat blanke christelijke integristen met 9 procent zijn toegenomen is niet correct. OK, maar een andere vaststelling was toch dat voor 22 procent van de kiezers ‘morele waarden’ het hoogst stonden als motivatie voor het stemgedrag. 80 procent van die kiezers kozen voor Bush. Maar ook dat kan niet worden vergeleken met 2000 wegens andere vraagstelling toen.

De exit polls vroegen ook naar deelname aan kerkvieringen. Die vragen kunnen wél vergeleken worden met 2000 omdat ze identiek zijn. En wat blijkt: het aantal kiezers dat meer dan eens per week naar een religieuze dienst gaat is gestegen van 14 naar 16 procent. Zij die éénmaal per week gaan zijn echter verminderd van 28 naar 26 procent. Zij die af en toe gaan en zij die hun religie nooit in de praktijk toepassen zijn hetzelfde gebleven.

Met andere woorden: het aantal devote christenen die minstens éénmaal per week naar de kerk gaat is 42 procent gebleven. Dit wijst er dus op dat Bush onder alle religieuze bevolkingsgroepen, van fanatiek tot passief, meer kiezers heeft gehaald, dus niet alleen bij fundamentalisten. Bij zwarte kiezers blijkt zelfs het omgekeerde, hoe religieuzer, hoe Democratischer.

Waarom roept de Republikeinse partijleiding dan zo hard dat religieus extreemrechts de strijd heeft bepaald, daarin braaf gevolgd door de Amerikaanse massamedia? Meer dan ooit hebben de Republikeinen begrepen dat perceptie in combinatie met een grote onwetendheid (en met massamedia die dat zo houden) belangrijker zijn om een president verkozen te krijgen dan een inhoudelijk debat. Dat beseffen ze heel goed.

Het keihard claimen van de overwinning op deze gronden is dus vooral een strijd om die perceptie. Het past in de voortdurende strijd die de Republikeinen voeren om de kiezer voor zich te winnen en de tegenstrever te ontmoedigen.

De ‘gemiddelde’ Amerikaanse kiezer bestaat niet. Zeker, heel wat Amerikanen zijn rechtser, onwetender, religieus fanatieker dan we zouden willen, maar niet alle Bush-kiezers zijn zo.

Trouwens, niet alle Kerry-kiezers zijn progressief te noemen. Wanneer de Amerikaanse kiezer over zeer specifieke thema’s mag kiezen blijkt die keuze meestal veel progressiever te zijn dan uit de presidentsverkiezingen zou kunnen worden afgeleid. Voor veel Amerikanen zijn homohuwelijken een stap te ver, maar tegelijk zijn ze tegen discriminatie van homo’s op het werk …

1 De deelstaat Washington ligt aan de noordelijke westkust tegen Canada, niet te verwarren met de gelijknamige hoofdstad Washington DC, aan de overzijde van het land aan de oostkust.

Politieke analyse vanuit het standpunt van de slachtoffers, geen 'objectieve-neutrale' desinformatie maar duidelijke keuzes. Ontmaskering van de mythe dat politiek ingewikkeld zou zijn, enkel uitlegbaar door zelfverklaarde 'experten'. Doorprikken bevooroordeelde berichtgeving om de wereld beter te begrijpen.