‘Een Republiek op keizers voeten’ een leerrijk boek

Facebooktwittergoogle_plusmail

‘Amerikanen. Wat denken ze, wat willen ze, wat kunnen ze?’ van Greet De Keyser en Miel Dekeyser viel zwaar tegen. Gelukkig is er nu ‘Een Republiek op keizers voeten’ van Mark Heirman. Je hoeft het niet met alles eens te zijn om dit een leerrijk boek te vinden.

Titel en ondertitel ‘Amerikaanse geschiedenissen’ geven duidelijk weer waar hij het over wil hebben. In zijn inleiding bakent de auteur zijn terrein af: dit is een geschiedenis van de presidenten van de VS, van de grondwet en van het buitenlands beleid maar vooral van de evolutie van het politieke systeem van dit complexe land, dat de rest van de wereld tegelijk blijft fascineren én ergeren: ‘Het was altijd al het meest hoopgevende en het meest bedreigende, het meest realistische en het meest idealistische, het meest liberale en het meest conservatieve, het meest religieuze en het meest seculiere, het meest isolationistische en het meest interventionistische, het meest vreedzame en het meest gewelddadige, het meest spirituele en het meest materialistische land.’ (p.10).

Mythe en realiteit en het onderscheid tussen beide, die discussie loop als een rode draad door het boek en, het moet gezegd, Heirman doet dat goed. Hij verdeelt zijn geschiedenis in 12 hoofdstukken elk ingeleid door een pertinent citaat(2), met per hoofdstuk vier onderdelen. Elk onderdeel heeft ongeveer dezelfde lengte. Dit alles geschreven met een vlotte pen, zonder al te veel insiderjargon. Kortom, dit boek is aangename literatuur. Ik heb het in één ruk uitgelezen.

Wie de tumultueuze geschiedenis van de Belgische Grondwet kent, zal het verbazen dat aan de Amerikaanse Grondwet sinds haar ontstaan geen jota werd veranderd. Er werden wel 27 amendementen aan toegevoegd. De grondwettelijke conventie van 1787 heeft dan ook mythische proporties in de Amerikaanse geschiedschrijving. Nochtans zaten de minder fraaie contradicties van de politieke cultuur van de VS reeds ingebakken in de samenstelling van die conventie. De samenstellers van de grondwet zagen de tegenstelling tussen het ideaal van de individuele vrijheid en hun eigen slaven niet (alleen Jefferson wees slavernij af en hoopte dat ze ooit zou afgeschaft worden). De historische tegenstellingen tussen Noord en Zuid hadden minder invloed op die grondwet dan die tussen ‘republikeinen’ en ‘federalisten’. Eerder dan het resultaat van een eensgezinde werkende groep was het ontstaan van de VS én van zijn grondwet het resultaat van een bittere machtsstrijd. De Grondwet van 1787 was een nederlaag voor het Zuiden. Tot vandaag zijn er Zuidelijke politici die die Grondwet verwerpen.

Een andere mythe die er moet aan geloven is die van de eensgezinde strijd voor de onafhankelijkheid: ‘ …de onafhankelijkheidsoorlog tegen Engeland (was) ook een burgeroorlog onder de Amerikanen (p.21)’. Maar bovendien zou die onafhankelijkheid er nooit gekomen zijn zonder de ‘hulp’ van Frankrijk : ‘uitsluitend door Frankrijk en Engeland tegen elkaar uit te spelen konden de kolonisten hun slag slaan. Eerst versloegen ze met Engeland het Franse Amerika, later met Frankrijk het Engelse moederland (p.23).’

Vervolgens gaat de auteur dieper in op de Amerikaanse pioniersmentaliteit, op hun vernuft en hun doorzettingsvermogen. Hij geeft een leerrijke verklaring voor de redenen van de huidige rijkdom van de VS in tegenstelling tot Latijns-Amerika en vat dat samen in deze zin: ‘… in California vonden Amerikaanse kolonisten in geen tijd –vrijwel bij aankomst in 1849 – het goud dat Spanjaarden er driehonderd jaar nooit vonden, omdat (ze) zich niet te beroerd voelden om het zelf op te graven (p. 30). Het Zuiden ontwikkelde zijn landbouwpotentieel, dat potentieel had het Noorden niet, maar niet geklaagd : ‘Het bleef niet bij kabeljauw en walvissen. In geen tijd kocht en verkocht Nieuw-Engeland alles wat er … te verhandelen was, zelfs de Afrikaanse slaven waar vooral het Zuiden om vroeg (p.32). Met de opbrengst van die handel werd vervolgens het Noorden geïndustrialiseerd. De VS, dat is het liberale Noorden, het conservatieve Zuiden, het isolationistische Midwesten en het libertijnse Westen. Heirman ligt deze vier Amerika’s toe, bevestigt hun karakteristieken maar ontkracht evengoed hun mythes.

Het onderscheid tussen mythe en waarheid blijft voor de gemiddelde Amerikaan zeer moeilijk als het gaat over de autochtone bevolking van hun land en over de slavernij en zijn gevolgen. Ook hun democratisch bestel lijdt onder die verscheurdheid. Zo werden slaven wél meegeteld om het aantal zetels per staat in het Congres te bepalen maar telde de mening van die slaven uiteraard nooit mee. Wie de verkiezingen van 2000 in Florida gevolgd heeft weet dat die strijd nog steeds niet volledig gestreden is(3).

Mythe en realiteit

Er is echter één mythe waarvan Heirman niet lijkt te beseffen dat hij er zelf in gelooft (of waarvan hij niet beseft dat ze bestaat). Zo lees ik: ‘Hoeveel Indianen er in 1492 op het grondgebied van de latere VS woonden, is niet bij benadering vast te stellen. Hun aantal wordt op 1 tot 10 miljoen geraamd. Twee tot drie miljoen lijkt een realistische schatting. Dat cijfer benadert het aantal Amerikaanse indianen van nu (p.46). ‘ Hier gaat de auteur volgens mij in de fout.

Ernstig onderzoek in de VS zélf sinds de jaren ’60 (niet toevallig de periode dat men voor het eerst een andere kijk begon te krijgen op dat verleden) plaatst de oorspronkelijke bevolking van de huidige VS tussen 8 en 12 miljoen. Recente analyses spreken zelfs van 18 miljoen. Wie dat cijfer overdreven vindt mag niet vergeten dat zelfs 18 miljoen inwoners op zo een grote oppervlakte nog altijd een zeer dunne bevolkingsdichtheid gaf. Dat mythisch cijfer van 1 miljoen oorspronkelijke inwoners is dus zogezegd min of meer het aantal van vandaag wat impliciet inhoudt dat het allemaal nog meeviel. Niets is minder waar(4).

Bovendien, door het samenvoegen van die overlevers onder één noemer ‘Indianen’ gaat men voorbij aan het feit dat honderden aparte volkeren en culturen wel degelijk volledig werden uitgeroeid. Wel zéér juist is uiteraard dat: De fatale zwakheid van de indianen was dat ze in Noord-Amerika, ten noorden van de Rio Grande, nooit een machtige eenheid vormden (p.47) maar om dan zomaar te gaan stellen: ‘Nochtans speelden de Engelse kolonisten in Noord-Amerika het minder brutaal dan de Spanjaarden in Midden- en Zuid-Amerika(p.47). De auteur herhaalt die stelling nog eens op het einde van zijn boek: ‘Amerika heeft zijn Indianen nooit massaal afgeslacht. Het contrast met de Spaanse veroveraar van Latijns-Amerika blijft groot’ (p.189)’. Dit is geen kwestie van een andere mening te hebben dan de auteur, Heirman zit hier gewoon fout.

African-Americans

Over de Afrikaans-Amerikanen is Heirman wel zeer goed ingelicht. Terecht gaat hij in op de verdiensten van Lyndon B. Johnson, de éérste zuidelijke president in tientallen jaren, die met de Civil Rights Act en de War Against Poverty Act van 1964 voor het eerst de sociale en politieke dimensie van de rassendiscriminatie erkende én er probeerde iets aan te doen. De praktijk was uiteraard minder mooi. Zoals hierboven reeds vermeld kunnen de verkiezingen van Florida in 2000 dat voldoende illustreren (zie voetnoot 3).

Hoofdstukken 4 en 5 behandelen de religieuze aspecten en de politieke uitersten van de VS. Zeer instructief. Hoofdstuk 6 ligt wat moeilijker, hoe uitzonderlijk is de VS in haar buitenlands beleid en welke waren daarin de dominante strekkingen. De benadering is hier een beetje te academisch, een schematische samenvatting van wilsonianen, hamiltonanen, jacksonianen, realisten, internationalisten, isolationisten … zou hier meer dan welkom zijn. Niet dat de stellingen van de auteur verkeerd zouden zijn, integendeel, het is voor de lezer echter nogal moeilijk om volgen.

Zeer goed is dan weer de analyse die Heirman maakt van de Amerikaanse archetypes, de rolmodellen die nog steeds gekoesterd worden door de gemiddelde Amerikaan (ook al staat hij daar in zijn dagelijks leven mijlenver van): de fronteerman en de uitvinder maar ook de predikant (en zijn meest bekende vorm: de TV-preacher) en de VS als paradijs voor rechters en advocaten.

Het Hooggerechtshof

Tussendoor een zeer terechte opmerking : ’Historisch gesproken spraken arresten van het Hooggerechtshof elkaar vaak tegen. Dat was bij uitstek het geval voor Amerika’s raciale verhoudingen. Maar ook in andere dossiers neemt het Hooggerechtshof hooguit de polsslag van zijn tijd … (p.121)’ Echter toch een tegenstelling met een bemerking iets verder over de beslissing van het Hooggerechtshof van 1954 die schoolsegregatie verbood en wordt voorgesteld als ‘de basis van een tweede burgerrechtenbeweging in de VS (p.122). Niet alleen wordt daarmee de rol ontkend die de bevolking zélf speelde in het ontstaan van die strijd, het geeft dit rechtsorgaan een aura dat het nooit verdiend heeft. Immers, dit Hooggerechtshof is steeds achter de veranderende mentaliteit aangehold, nooit er aan voorafgegaan.

De overgang van het politieke systeem onder Theodore Roosevelt naar dat van naamgenoot Franklin Roosevelt en vervolgens de evolutie tot aan Ronald Reagan wordt op leesbare en leerrijke wijze toegelicht door de auteur. Als lezer begrijp je na lectuur van dit boek beter in welke context een president als Bush jr. mogelijk is. Ook de mythe van de ‘Democraat’ Clinton wordt ontkracht (zie p.123) evenals de mythe dat de Democraten zoveel meer zouden doen voor de zwarten dan de Republikeinen : ‘Democraten zeggen tenminste wat we willen horen, zeggen Amerikaanse zwarten wel eens, al doen ze het niet. Republikeinen stellen zelfs niet de juiste vragen (p.134). Wat houdt het neoconservatisme eigenlijk in, wat is de rol van de think tanks, hoe belangrijk en invloedrijk is het nieuwe religieuze fundamentalisme en hoe komt het dat die bewegingen vanuit een feitelijke minderheidspositie toch de politieke agenda domineren, het komt allemaal ruim aan bod.

Heirman deelt de Amerikaanse geschiedenis in in 4 periodes die hij ‘republieken’ noemt, het agrarische land tot 1860, de overgang van de burgeroorlog naar de industriële grootmacht en de massale immigratiegolven tot 1957, de burgerrechtenrevolutie tot 1972 en tenslotte de vierde republiek van het neoconservatisme. Jaartallen als scheidingsmoment zijn uiteraard arbitrair, elementen van één tijdperk leven door in een ander, sommige zaken kondigen zich reeds veel eerder aan maar toch is dit een zeer nuttige indeling. Het geeft de lezer een logisch kader.

In een laatste hoofdstuk vat Heirman samen waarom ook hij zelf dit land bewondert. En inderdaad, er valt heel wat voor te zeggen. De auteur laat zich hier echter verleiden tot een aantal uitspraken die betwistbaar zijn: ‘Amerika is … een land dat zich slechts moeizaam tot oorlogvoeren laat overhalen, tot het zelf wordt aangevallen of zich acuut bedreigd voelt (p.187). Daar zullen in ieder geval de auteurs geciteerd in voetnoot 4 het niet mee eens zijn, maar ook landen als Nicaragua, Guatemala, de Dominicaanse republiek, Cuba, de Filippijnen, en later Viëtnam en vandaag Irak hebben daar een andere mening over. Ook de door Heirman geciteerde William Blum(5), Gore Vidal en Noam Chomsky (p.182) hebben daar een heel andere mening over en zij staan daar niet alleen in. Dat de VS steeds een humanitaire aanleiding nodig hebben, is juist. Maar dat komt omdat de Amerikaanse bevolking over de brug moet worden gehaald, dat is iets anders dan de Amerikaanse regering. Maar goed, hier heb ik het over een verschil in appreciatie, een verschil in opinie, niet over een kritiek op de kwaliteiten van dit boek.

Eén kleine nabeschouwing: zoals de ondertitel van het boek zelf suggereert, er zijn meerdere geschiedenissen te vertellen over de VS, zoals die van de gewone Amerikaan. Niet zozeer de grote historische figuren maar de duizenden anonieme mensen die zich inzetten voor hun maatschappij hebben dit land immers gemaakt tot wat het vandaag is(6). Die geschiedenis komt in het boek van Heirman niet aan bod, maar dat was ook zijn bedoeling niet. Slotsom: wie de ‘Amerikanen’ beter wil leren kennen heeft hier een goed boek in handen, het hoofdstuk over de strekkingen in het buitenlands beleid kan wat duidelijker en overzichtelijker. Over het belang van de oorspronkelijke bewoners van Amerika zit de auteur echter verkeerd. Maar goed, dat is slechts één minder onderdeel van dit voor de rest goed geschreven boek.

PS. 2 foutjes in het boek: op pagina 124 laatste alinea, het gaat in 1933 natuurlijk over Franklin Roosevelt (er staat Teddy Roosevelt); op pagina 139: Clinton is van Arkansas, niet van Tennessee.

 

Politieke analyse vanuit het standpunt van de slachtoffers, geen 'objectieve-neutrale' desinformatie maar duidelijke keuzes. Ontmaskering van de mythe dat politiek ingewikkeld zou zijn, enkel uitlegbaar door zelfverklaarde 'experten'. Doorprikken bevooroordeelde berichtgeving om de wereld beter te begrijpen.