Uitpers nummer 55

Poetin niet de vijand van de oligarchen


door Freddy De Pauw

President Vladimir Poetin van Rusland heeft in binnen- en buitenland de indruk gewekt dat hij de macht van de beruchte oligarchen, de topplunderaars van het Russisch kapitalisme, aan banden wil leggen. Dat is deels zo voor hun politieke macht in de enge zin van het woord, maar aan hun economische en financiële macht tornt hij weinig. De aanpak van oligarch Chodorkovsky en van diens Joekos is echter niet de regel. Onder Poetins bewind, sinds begin 2000, hebben de oligarchen hun imperiums sterk kunnen uitbreiden. En het ziet er naar uit dat dit zo blijft. Poetin zorgt voor de nodige "stabiliteit", ook op sociaal vlak.

De Wereldbank, wier voorzitter James Wolfensohn persoonlijk betrokken partij is, rekende (in een in april 2004 uitgebracht rapport) uit dat de zogenaamde oligarchen, die onder Jeltsin voor een habbekrats de parels van de economie in handen kregen, onder Poetin hun greep op de economie stevig versterkten. Een groep van 23 oligarchen controleert 35% van de industrie, hun greep op de olienijverheid is bijzonder groot: ze controleren twee derde van deze sector die instaat voor 25% van het bruto binnenlands product. Samen hebben die 23 een jaarlijkse opbrengst van bijna 50 miljard euro, daar waar het budget van de staat rond 70 miljard euro ligt.

Er is natuurlijk de affaire Michail Chodorkovsky die in oktober vorig jaar in de gevangenis en in juni jl. voor de rechter belandde op beschuldiging van o.m. belastingontduiking ten bedrage van 3 miljard euro. Chodorkovsky had echter ook andere fouten gemaakt: hij had zijn hoge politieke ambities niet onder stoelen of banken gestoken en hij had een eigen diplomatie gevoerd door rechtstreeks met Washington te onderhandelen over oliesamenwerking. Hij was een van de oligarchen die erop aandrong Washington te volgen in zijn Iraakse avonturen.

Dat levert hem nu wel actieve steun op van het internationaal kapitalisme. Chodorkovsky is een goede vriend van de oliekringen die het voor het zeggen hebben in Washington en die wel iets zien zitten in zijn voorstellen om van Rusland een grote olieleverancier van de VS te maken. James Wolfensohn van de Wereldbank heeft het Kremlin openlijk gewaarschuwd op te letten voor de gevolgen van een veroordeling van Chodorkovsky en een ontmanteling van Joekos. Wolfensohn is een vriend en zakenpartner van Lord Rothschild met wie hij in de jaren 1990 in Londen een firma oprichtte voor het beheer van privé-fortuinen. Rotschild en Chodorkovsky werken samen in "mecenaat". De holding van Chodorkovsky, Menatep, is dan weer eng verweven met de Zwitserse bank UBS. Chodorkovsky heeft zijn portefeuille in Joekos ondergebracht op het eiland Man, deel van het Verenigd Koninkrijk en dus van de EU.

Poetin heeft inderdaad limieten opgelegd aan de oligarchen. In de politiek moeten zij de suprematie erkennen van Poetin en zijn groep, overwegend bestaande uit oudgedienden van de geheime diensten, het leger, de politie, het parket, in Rusland aangeduid als de siloviki. Deze "ambtenaren met epauletten" hebben het in het staatsapparaat duidelijk voor het zeggen. Volgens de sociologe Olga Krysjtanovskaja bestaat 58% van dat apparaat uit dit soort mensen (5% ten tijde van Gorbatsjov).

Die hebben echter ook meer dan ambtelijke ambities. In de Sovjettijd genoten ze van de voorrechten verbonden aan hun functie, nu willen ze hun deel van de "nieuwe" rijkdommen. Ze zijn echter iets te laat om nog deel te nemen aan de verdeling van de enorme buit. Ze kunnen wel van hun invloed in het staatsapparaat gebruik maken om economische posities te veroveren. Maar daar staan die oligarchen soms in de weg.

Er zijn natuurlijk nog de bedrijven waarin de staat een grote zeg heeft. Dat is in de eerste plaats gigant Gazprom, nog voor 38% in handen van de staat. Er is ook het elektriciteitsmonopolie UES waar Anatoly Tsjoebais, onder Jeltsin dé architect van de nepprivatiseringen, zich aan het hoofd heeft genesteld. Het is een voorbeeld dat vele anderen graag zouden volgen, met daarbij in het achterhoofd dat ze dan goed geplaatst zijn om bij een volgende privatiseringsgolf eigenaar te worden. Poetin schuift enkele privatiseringen op de lange baan (onder meer in de transportsector) omdat de oligarchen met hun in fiscale paradijzen belegde fortuinen de enigen zijn die er de hand kunnen op leggen. Zij zitten trouwens ook te azen op de sectoren van de verzekeringen en pensioenfondsen. Kortom, zij zitten nog lang niet aan hun plafond.

De campagne tegen Joekos en Chodorkovsky kan in dat licht gezien worden. Poetin wordt er in buitenlandse oliekringen van verdacht dat hij wil beletten dat de Russische oliesector, veruit de grootste bron van deviezen, grotendeels in handen van die grote buitenlandse groepen komt. Het viel op dat zelfs een goede vriend van het Kremlin, Michail Fridman van Alfa, in mei moeilijkheden kreeg. Tot Fridmans imperium hoort de Brits-Russische TNK-BP met een meerderheid van buitenlanders in het bestuur (8 op 14).

Die oligarchen zijn tot ergernis van Poetin vooral uit op zo groot mogelijke winsten op korte termijn en investeren weinig in de hoognodige vernieuwingen in de sector. Veel oligarchen verkiezen prestige investeringen, zoals Roman Abramovitsj die de Britse voetbalploeg Chelsea kocht. Of Viktor Vekselberg, een grote aandeelhouder van TNK, die de 180 eieren van Fabergé kocht en in Moskou alle lof kreeg voor zijn "patriottisme" omdat die door de tsaar aangekochte eieren zo in Russische handen bleven. Het persoonlijk fortuin van Vekselberg wordt op 2,5 miljard dollar geraamd niemand die in Moskou de vraag stelde vanwaar dat geld komt.

Intussen heeft die Russische oliesector echter enorme kapitalen nodig voor modernisering en uitbreiding van de ontginning en voor de bouw van nieuwe pijpleidingen. Met de vorming van een supergrote Russische oliefirma, waarin de staat een grote rol speelt, zou Poetin zijn controle willen vergroten over deze strategische sector. Die controle zou Poetin meteen meer troeven verschaffen om op wereldvlak een grotere rol te spelen.

De andere oligarchen kunnen intussen rustig hun imperiums uitbreiden, als ze maar hun plaats tegenover het Kremlin kennen en "ermee ophouden de staat te willen privatiseren", zoals een Moskous gezegde luidt. Voor Poetin is de model oligarch Vladimir Potanin, de man die als telg van de Sovjet nomenklatura vanuit het niets een fortuin opbouwde in sectoren als nikkel. Hij heeft, met steun van het Kremlin, een groot mediarijk verworven met o.m. Komsomolskaja Pravda en Izvestia - dat hij volledig ten dienste stelt van de machthebbers.

Maatschappelijke orde

Zijn campagne tegen enkele oligarchen heeft Poetins populariteit bij de bevolking alleszins goed gedaan. Terwijl de Wereldbank en buitenlandse oliegroepen in de bres springen voor Chodorkovsky, haat een grote meerderheid van de bevolking lieden als Chodorkovsky; zij deelt alleszins de mening niet van sommige "mensenrechtenorganisaties" dat hier de mensenrechten worden geschonden.

Maar intussen zien diezelfde Russen dat ondanks alle beloften de sociale ongelijkheid ook onder Poetin sterk blijft toenemen. "In Rusland is er wel groei, maar geen ontplooiing", aldus oud-minister van Economie Jevgeny Jassyn. Dat is vooral duidelijk buiten Moskou en enkele groeipolen waar de meeste mensen het nog altijd even moeilijk of soms moeilijker hebben om de eindjes aan elkaar te knopen. De lokale machthebbers hoeden er zich echter wel voor de tolk te spelen van misnoegde "onderdanen". Een van de eerste dingen die Poetin in 2002 als president deed, was de lokale en regionale overheden onder zijn controle plaatsen. Zo werd de Federatieraad (soort senaat) vroeger samengesteld door twee gekozenen per territoriale eenheid, nu is het Poetin die de leden ervan benoemt. In feite komt het neer op een deal tussen het Kremlin en die lokale overheden: jullie regeren plaatselijk naar goeddunken, maar er is absolute loyauteit tegenover de president.

Op die manier wordt het ongenoegen wel weggemoffeld, maar daarmee is het nog niet weg. De sociale ongelijkheid steekt de ogen uit. De rijken, met concentratie in Moskou, etaleren hun fortuin zowel in Marbella en Mustique als in Rusland zelf. Op de Koetoezovskilaan in Moskou, onderweg naar de datsjas van de gefortuneerden, wemelt het van dure Italiaanse winkels en van de BMWs en andere luxemerken. Tegelijk zijn er in Rusland honderdduizenden straatkinderen en blijft het sukkelen met volksgezondheid en onderwijs.

Het min of meer handhaven van enkele maatregelen uit de Sovjettijd die een minimum aan bestaansveiligheid moesten garanderen en vooral de atomisering van de samenleving, hebben totnogtoe verhinderd dat het tot sociale uitbarstingen kwam. Poetin wil enkele overblijfselen opruimen, waaronder het feit dat allerlei diensten geneesmiddelen, openbaar vervoer voor enkele categorieën gratis waren. Er komen uitkeringen in de plaats, maar tegelijk zijn er plannen om de tarieven van o.m. openbaar vervoer te verhogen.

Eerder was de arbeidswet al gewijzigd die de patroons veel meer armslag geeft en de rechten van werknemers sterk aan banden legt. De regering wil nog verder gaan. Want de gevolgen van "hervormingen" op vlak van woning, gezondheidszorg, onderwijs zullen zich de komende herfst in de praktijk laten voelen. In de lente waren er al enkele protestacties, onder meer van mijnwerkers en binnen schippers. Vandaar de vrees voor sociale onrust en plannen om die mogelijke onrust de kop in te drukken. Zo is er een nieuwe wet die de overheden meer mogelijkheden geeft om protestmanifestaties te verbieden. De weinige autonome bewegingen van het "middenveld" krijgen het harder te verduren. Er zijn bij voorbeeld de dreigementen tegen Memorial, de beweging die ondanks alle problemen tracht de misdaden van het Russisch leger en van regeringsgezinde milities in Tsjetsjenië aan te klagen.

Om op alles voorbereid te zijn, heeft Poetin de voorbije jaren grote aandacht besteed aan en middelen uitgetrokken voor de strijdkrachten, de politie en de geheime diensten. Kritische media zijn grotendeels monddood gemaakt, de macht van de lokale en regionale machthebbers is aan banden gelegd, de meeste vakbonden dansen naar de pijpen van Poetin en patronaat, de samenleving is versnipperd en weerloos. De kans is dus klein dat eventueel sociaal protest een gevaar betekent voor het regime. Maar anderzijds herinnert Poetin zich misschien uit de Sovjettijd en zijn KGB-verleden hoe verdoken maatschappelijke problemen niet verdwijnen en vroeg of laat een regime kunnen ondergraven.

(Uitpers, nr. 55, 5de jg., juli-augustus 2004)