Uitpers nummer 132

Hou de Koerden arm! Ontwikkelingspolitiek in Turks Koerdistan


door Nina Henkens

De Koerden genieten weinig faam, en als er al over hen gesproken wordt is het meestal in weinig flatterende termen zoals 'terroristen of 'separatisten'. Maar er is meer aan de hand. De Koerdische regio is chronisch onderontwikkeld. Het gewapende conflict dat de laatste jaren sterk in intensiteit is afgenomen, heeft desastreuze gevolgen voor de welvaart in het oosten van Turkije.

Ook internationale, neoliberale hervormingen waren niet bevorderlijk voor duurzame ontwikkeling. De pogingen van de Turkse regering om te investeren in de regio over de hoofden van de bevolking heen leiden tot weinig of geen resultaat.

De – hoofdzakelijk – Koerdische provincies in het oosten en zuidoosten zijn de minst ontwikkelde provincies van Turkije. Het verschil met het westen van het land is zo groot dat Turkije de tweede plaats inneemt in de OESO (Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling) wat betreft inkomensongelijkheid. Volgens een rapport van de Wereldbank uit 2001 'neemt de ontwikkeling af van west naar oost, in die mate zelfs dat het westen gelijkgesteld kan worden met een West-Europees land, terwijl het oosten in veel aspecten overeenkomst met een ontwikkelingsland.' 60 procent van de bevolking leeft er onder de armoedegrens.

Er zijn verschillende redenen voor de onderontwikkeling van de Koerdische gebieden, maar de belangrijkste oorzaken is het gewapende conflict dat sinds de jaren '80 heerst tussen de Turkse staat en de rebellen van de pro-Koerdische PKK. Het conflict had een verwoestend effect op de landbouw, de belangrijkste inkomstenbron van de regio. Het Turkse leger vernielde zo'n 3500 dorpen in zijn strijd tegen de PKK, de dorpsbewoners verloren hiermee hun land, vee, bezittingen, huizen, kortom, hun levensonderhoud. Zij vluchtten naar de steden waar nu een steeds groter wordende groep ongeschoolde landbouwers probeert te overleven in een stedelijke omgeving.

Veel Koerdische vluchtelingen staan, ondanks de Turkse compensatiewetten en terugkeerprogramma’s weigerachtig om terug te keren naar hun dorpen. Een belangrijke hindernis is de aanwezigheid van dorpswachters, die door de staat betaald en bewapend worden om de PKK en hun sympathisanten te bestrijden.

Neoliberale hervormingen

Ook internationale ontwikkelingen dragen bij aan de verarming van de Koerdische gebieden. Na de oliecrisis in de jaren '70 voerde Turkije neoliberale hervorming door in ruil voor de steun van de Wereldank, het IMF (Internationaal Monetair Fonds) en OESO. Zo werd het staatsapparaat afgebouwd en regionale steun uit de staatskas verminderde fel. Daarbij zorgde een exportgerichte economische politiek, geleid door de Staats Planning Organisatie in Ankara, voor een snelle ontwikkeling van industriegebieden in het Westen, ten nadele van de landbouwsector, die hoofdzakelijk in het Oosten terug te vinden is.

Het gewapende conflict had en heeft nog steeds verschillende negatieve gevolgen voor het ontwikkelingswerk in de Koerdische regio's, volgens een staatsambtenaar die anoniem wenst te blijven. "Voor lange tijd werd het investeren in de regio beschouwd als 'een kant kiezen'. Turken werden gezien als handlangers van de terroristen als ze investeerden, en aan de andere kant werden Koerdische investeerders beschouwd als collaborateurs met de overheid."

Verschillende initiatieven maar geen vooruitgang; ontwikkeling voor wiens profijt?

Zowel op nationaal als internationaal vlak worden initiatieven ondernomen om de ontwikkeling op gang te trekken maar cijfers duiden aan dat er bitter weinig vooruitgang geboekt wordt.

Het belangrijkste Turkse initiatief tot nu toe is het 'Plan voor Zuidoost Anatolië' (GAP) dat gelanceerd werd in de jaren '80. Oorspronkelijk had de GAP tot doel om land te irrigeren en elektriciteit op te wekken via de bouw van 22 dammen en waterkrachtcentrales. Na verloop van tijd werden ook investeringen in landbouw, transport, onderwijs, gezondheidszorg en sociale projecten op de agenda gezet. De lokale bevolking werd hierover – op een aantal organisaties van zakenmensen uit de regio na - op geen enkele manier geconsulteerd.

Tot nu toe werd 15% van de vooropgestelde hoeveelheid land geïrrigeerd en werd 75% van de investeringen in energieopwekking gerealiseerd. Dat de opwekking van elektriciteit hogere prioriteit krijgt is volgens critici het bewijs dat men GAP niet opzette in het belang van de plaatselijke bevolking maar in dat van de rest van het land. De consumptie van elektriciteit is immers veel hoger in het geïndustrialiseerde westen – het verbruik van elektriciteit in het zuidoosten ligt op 38% van het nationale gemiddelde. Bovendien creëert de energiesector weinig jobs en verjagen de geplande dammen – weeral – de lokale bevolking uit hun dorpen.

GAP- plan negeert historische en politieke context

Voorts gaat het GAP- plan volledig voorbij aan de historische en politieke context van de regio – wat voor vele Koerden een doorn in het oog is. Het woord 'Koerden' wordt niet één keer gebruikt en de gevolgen van het gewapend conflict zoals gedwongen migratie, dorpswachters en in beslagname en diefstal van eigendommen worden niet in rekening genomen.

Erdal Balsak is lid van de coördinerende groep van het Mezopotamya Sociaal Forum, die een hele reeks sociale organisaties, vakbonden, NGO' s en lokale overheden vertegenwoordigd. Volgens hem functioneert het gewapend conflict vandaag als een facilitator voor kolonialistische praktijken en overnames door multinationals van de Koerdische gebieden, vermomd als ontwikkeling. "Nadat de dorpelingen naar de steden vluchtten hadden de dorpswachters vrij spel om het achtergelaten land te stelen en in beslag te nemen. In de laatste jaren zagen we de komst van verschillende multinationals naar de regio. Maar de oorspronkelijke eigenaars zijn vaak ook zeer snel om hun land te verkopen aan de eerste bieder. De oorlog heeft de emotionele en psychologische band tussen mensen en hun land gebroken. Een ander probleem dat we waarnemen is dat de nieuwe ontwikkelingsagentschappen liever samenwerken met de grootgrondbezitters. Hun landbezit stamt uit de tijd van de clans (ticaret). Sommige clanhoofden hebben nooit enig verzet geboden tegen de staat omwille van economische belangen en zijn nu rijk. Hoewel de regio, met zijn vruchtbaar land en relatieve stabiliteit op dit moment een heleboel ontwikkelingsperspectieven biedt, is die ontwikkeling in werkelijkheid echter een nieuwe vorm van kolonialisme. Het wordt georganiseerd op een manier die zelfbeschikking en mensenrechten in de kiem smoort."

 

Sociale projecten gericht tegen het Koerdisch verzet

Een goed voorbeeld van hoe een centralistisch bestuur en een nauwelijks verborgen afkeer voor alles wat pro-Koerdisch is in gemiste kansen resulteert, zijn de projecten van Sodes. Sodes maakt deel uit van het GAP programma en richt zich op de ondersteuning van sociale projecten. Het geld wordt verdeeld door de gouverneur van de desbetreffende GAP- provincie. Gouverneurs worden in Turkije niet verkozen maar aangesteld door de centrale regering in Ankara. De Sodes- statistieken van 2008 en 2009 voor de provincie Diyarbakir tonen aan dat van de 125 projecten 93 projecten worden uitgevoerd door centrale – niet verkozen – administratieve overheden. Vier projecten gingen naar gemeentebesturen die in de handen zijn van de pro-Koerdische partij BDP. De rest van de projecten werden uitbesteed aan middenveldorganisaties zoals Kamers van Koophandel en vakbonden.

De inhoud van de projecten doet regelmatig de wenkbrauwen fronsen, vooral bij de pro-Koerdische NGO' s, die ondertussen verder werken zonder projectsubsidies en hun werkingsmiddelen vooral halen uit particuliere giften en inzamelacties opgezet in de Koerdische diaspora in Europa. Hoewel sommige projecten duidelijk beantwoorden aan de behoeften van de lokale bevolking, zoals alfabetiseringsprojecten voor vrouwen of projecten voor andersvaliden, lijken vooral de projecten voor jongeren en kinderen erop gericht de aandacht af te leiden van het overheersende pro-Koerdische klimaat in de regio. Maar liefst zes van die projecten (met de klinkende titels 'Ontdek je land!' 'Ik houd van mijn land dus ik reis door mijn land') bestaan hebben als doel kinderen en jongeren kennis te laten maken met de niet-Koerdische regio's. Een ander project, 'Klim naar de toekomst', geeft meer dan 75.000 euro aan de politie, die met regelmaat van de klok zeer gewelddadig optreed tegen minderjarige betogers, om aan muurklimmen met jongeren te doen.

Pro-Koerdische mandatarissen stiefmoederlijk behandeld

Hoewel de Koerdische beweging er de laatste jaren in geslaagd is om een legitieme en sterke politieke beweging uit te bouwen in het zuidoosten, krijgen die omwille van het centralistisch bestuur bijna geen toegang tot middelen om aan de noden van hun kiezers tegemoet te komen.

In 2005 presenteerde de burgemeester van Diyarbakir, Osman Baydemir, een lijstje met klachten aan het adres van eerste minister Erdogan. Volgens Baydemir stak de Turkse overheid, en meer bepaald de Staats Planning Organisatie, op zeven verschillende gelegenheden een stokje voor buitenlandse investeringen in zijn stad. Renovatie van de Tigrisvallei was 'onnodig', buitenlandse tandartsen die vrijwillig hun dienst kwamen aanbieden werden visa werden geweigerd, enz.

Deze voorbeelden illustreren dat het democratische deficit in het zuidoosten, waar lokale pro-Koerdische overheden verkozen worden met vaak een overgrote meerderheid van de stemmen maar waar de politieke en financiële macht in de handen blijft van centraal aangestelde gouverneurs, de economische ontwikkeling sterk belemmert.

Nurcan Baysal is ontwikkelingsexperte in Diyarbakir en merkt op dat het ontwikkelingspotentieel van de lokale overheden onbenut blijft. "De gemeentebesturen in het zuidoosten beschikken over een pak minder inkomsten dan die in het westen als gevolg van een gebrek aan middelen en investeringen bij de eigen bevolking. Een vicieuze cirkel van onderontwikkeling en ondermaatse investeringen dus. Toch kan er niet gezegd worden dat de huidige regering geen enkel initiatief neemt om armoede en onderontwikkeling te bestrijden. Het is dankzij de AKP- regering dat alle Turkse dorpen nu water en wegen hebben, ook in de Koerdische gebieden. Ze hebben ook het Green Card- systeem, dat gratis gezondheidszorgen voorziet aan mensen onder een bepaald armoedeniveau, fors uitgebreid. Maar als we de overheidsteun van iets dichterbij bekijken, i.e. de sociale projecten in de steden, zien we dat die niet altijd neutraal is. Materiële steun zoals kolen bijvoorbeeld kunnen gemakkelijk geweigerd worden als één van de familieleden lid is van een 'terroristische groep'."

Ontwikkelingsagentschappen

Een manier om aan de kloof tussen het centrale en lokale beleid tegemoet te komen zijn de lokale ontwikkelingsagentschappen. Hun gedecentraliseerde, plaatselijke implementatie en Raad van Bestuur, die zowel uit burgemeesters, gouverneurs, NGO' s en Kamers van Koophandel bestaat, zijn een precedent in Turkije. Toch zijn de ontwikkelingsagentschappen volgens Ilhan Karakoyun, Secretaris- Generaal van het Karacadag Agentschap dat opgericht werd in 2008 en bevoegdheid heeft over de provincies Diyarbakir en Sanliurfa, niet het gevolg van de hervormingen die de EU Turkije oplegt in het kader van het toetredingsproces: "Sommige mensen denken dat alles wat goed is uit Europa komt maar dat is niet zo." Karakoyun gelooft sterk in het economisch potentieel van de regio. "We beschikken over een grote jonge bevolking, vruchtbare gronden en dankzij de huidige regering hebben we goede banden met de buurlanden Irak, Iran en Syrië." Als hij gevraagd wordt of zijn agentschap een speciale strategie toepast om ontwikkelingswerk te doen in een post conflict-regio, ontkent hij dat er ooit een gewapend conflict plaatsvond in de twee provincies. "Een gewapend conflict heeft hier nooit plaatsgevonden, maar ons werk wordt wel verstoord door terroristische aanslagen. De migratie die we hier zien is het gevolg van een natuurlijk proces, net zoals in de rest van Turkije. Het is erg moeilijk om de mensen in hun dorp te houden."

Er bestaat in het de Koerdische regio van Turkije een strijd om middelen, identiteit en vooral, de waarheid hier rond. Op 12 juni, tijdens de federale verkiezingen, zal die strijd op zijn hoogtepunt komen.

(Uitpers nr. 132, 12de jg., juni 2011)

Dit stuk verschijnt ook in De Koerden. Tweemaandelijk tijdschrift van het Koerdisch Instituut, jg. 11, nr. 59, mei-juni 2011