Uitpers nummer 132

Vlaamse regering gaf bewust nooit opdracht voor relevant alternatievenonderzoek Meccanotracé


door stRaten-generaal en Ademloos

Regering blijft Antwerpenaren gijzelen, door voorspelbare eliminatie van BAM-tracé bij plan-MER-procedure niet in te calculeren

Tijdens een recente persconferentie over het Antwerpse Masterplan voor mobiliteit (8 april 2011) vroeg een aantal journalisten aan Vlaams minister van Mobiliteit Hilde Crevits of de regering het alternatieve Meccanotracé had laten bestuderen. Ja, zei de minister. Dat gebeurde al vorig jaar, en het alternatief werd ontoereikend bevonden.

Omdat dergelijke studie nooit werd vrijgegeven – ondanks herhaalde vraag hierom door parlementsleden, journalisten en de betrokken actiegroepen – beriepen op 13 april 2011 464 Antwerpenaren zich op de wet op openbaarheid van bestuur om de studie via een formeel schrijven aan minister Crevits, minister-president Kris Peeters en burgemeester Patrick Janssens op te vragen.

Op 28 april ontvingen deze mensen dit antwoord van de ministeriële kabinetten:

Geachte,

 Naar aanleiding van uw vraag op 13 april 2010, die werd ingeschreven  in het register betreffende de openbaarheid van bestuur met nummer  2011/10, kunnen wij u melden dat wat betreft het Meccanotracé er zich reeds geruime tijd resultaten  bevinden op de website www.vlaanderen.be/dam, die opgezet werd met de  documenten n.a.v. de werkgroepen DAM dat geleid werd door een  ministerieel comité.

De vermelde ‘resultaten’ bleken zich te beperken tot twee passages in gepubliceerde documenten: een korte verwijzing naar (citaat) ‘een eerste – voorlopige – analyse op het autonoom vermogen van het meccanotracé door VVC’ in een verslag van de werkgroep DAM V (1 maart 2010) plus drie afbeeldingen uit een powerpoint die aan de werkgroep werd getoond.

De ‘voorlopige’ analyse zelf is nooit publiek gemaakt. Ze kan ook niet de opgevraagde studie zijn, aangezien de ontwerpers van het alternatieve Meccanotracé uitdrukkelijk geen autonoom vermogen bepleiten, wel verkeerssturing. Het Meccanotracé modelleren op autonoom vermogen (= zonder sturing) is irrelevant, net zoals een dergelijke modellering van het BAM-tracé irrelevant zou zijn, want ook voor dat tracé geldt verkeerssturing (vrachtverbod in de Kennedytunnel en niet-variabele tolheffing aan de Oosterweeltunnel). De regering en het VVC weten dit.

Tijdens een overleg met het Vlaams Verkeerscentrum kregen leden van stRaten-generaal en Ademloos op 6 mei 2010 de bevestiging van het diensthoofd van het Verkeerscentrum (ir. Jean-Pierre Vijverman) dat het Meccanotracé zoals naar voor geschoven door Forum 2020 inderdaad nooit is bestudeerd door mensen van het Verkeerscentrum. Het Verkeerscentrum kreeg daartoe geen opdracht. Dit eerlijke antwoord van het VVC werd opgenomen in een verslag van de bijeenkomst (zie bijlage): ‘Een berekening van het Forum 2020-voorstel volgens de randvoorwaarden die het Forum voorstelde werd tot op vandaag niet uitgevoerd door het Verkeerscentrum.’

De ministeriële kabinetten proberen het niet-bestaan van een relevante overheidsstudie over het Meccanotracé nu te verbergen achter generieke verwijzingen naar ‘resultaten’ op een website. Om dit soort vage verwijzingen te vermijden stelt het decreet openbaarheid van bestuur (artikel 20) dat ‘indien het bestuursdocument in de gevraagde vorm beschikbaar is of redelijkerwijze kan ter beschikking gesteld worden, verschaft de instantie in kwestie het bestuursdocument in de gevraagde vorm.’  Zo wordt gegarandeerd dat de burger een eenduidig antwoord krijgt op een gestelde vraag.

Zich beroepend op dit artikel dienden ondergetekenden inmiddels klacht in bij de beroepsinstantie: ofwel bestaat de studie en bezorgt de overheid de studie zelf, ofwel bestaat ze niet en wordt dat ook met zo veel woorden toegegeven. De klacht werd mee onderschreven door 186 mensen en kan worden gelezen op http://www.ademloos.be/meccano/toon-de-mytische-meccano-studie.%0d

Om de ministeriële kabinetten zelf een tweede kans te geven mailden 989 mensen een tweede mail naar de kabinetten, met nogmaals de vraag naar de studie zelf en niet naar vage verwijzingen naar een website.

Wat is hiervan de relevantie?

Twee jaar lang (2006-2008) heeft de Vlaamse regering in hetzelfde dossier de leugen in stand gehouden dat het alternatieve tracé van stRaten-generaal (voorloper van het Meccanotracé) onderzocht was. Tot in mei 2008 de Vlaamse ombudsdienst minister Crevits op de vingers tikte: dat het nu echt wel tijd was om dat alternatief onafhankelijk te laten onderzoeken, want dat bleek niet te zijn gebeurd. Waarop de Vlaamse regering genoodzaakt was om dat te doen. Die onafhankelijke studie opgemaakt door het studiebureau Arup/SUM-studie gaf de inhoudelijke aanzet tot het uiteindelijke schrappen van de Lange Wapper. De Vlaamse regering had dergelijk scenario kunnen vermijden door bijtijds een relevante studie over het alternatief op te starten.

We beleven nu – copy paste – eenzelfde scenario. Een regering die bedrieglijk stelt het belangrijkste alternatief te hebben bestudeerd, zonder die studie vrij te geven. Reden van dat laatste: de studie bestaat niet.

De enige verkeersmodellering van het Meccanotracé zoals ook bedoeld door de ontwerpers ervan werd gemaakt door het Leuvense studiebureau Transport & Mobility (TML). In september 2010 toonde TML het tegendeel aan van wat de ministers tot vandaag blijven beweren: het Meccanotracé is wél toereikend. Het biedt een significante ontlasting voor de Antwerpse ring: min 45% aan het Sportpaleis, min 44% aan de Kennedytunnel en min 34% op het drukste deel van de ring. Alle congestie verdwijnt er, nergens is een verbreding van de ring nodig.

Inmiddels reeds 14 maanden negeert de regering een redelijk alternatief. Zo creëert de Vlaamse regering andermaal zelf moedwillig een tweede Oosterweeldebacle, incluis jaren tijdverlies. De weigering van de Vlaamse regering om het Meccanotracé in deze fase ernstig te nemen mag als roekeloos beleid worden bestempeld. Bij opmaak van het plan-MER voor een Oosterweelverbinding met tunnels zal het Meccanotracé immers meegenomen moeten worden als ‘redelijk alternatief’. De kans is reëel dat ook dan dit alternatief superieur wordt bevonden aan het BAM-tracé, zoals reeds werd vastgesteld in de TML-studie. De resultaten van dit plan-MER worden verwacht tegen najaar 2012/voorjaar van 2013, na de gemeenteraadsverkiezingen.

Conclusie: een regering die nu weigert om een kwalitatieve analyse te laten maken van het belangrijkste alternatief voor het eigen plan organiseert zelf minstens twee bijkomende jaren tijdverlies.

Voorspelling: in het voorjaar van 2013 zal een aantal ministers de vermoorde onschuld spelen en de verantwoordelijkheid voor deze van overheidswege georkestreerde vertraging afschuiven op de burger.

Na het eerste Oosterweeldebacle kreeg de Vlaamse administratie de opdracht om nieuwe, meer efficiënte procedures uit te werken voor de besluitvorming bij grote investeringsprojecten. Sleutelwoorden daarbij waren o.a. transparantie, depolitisering, vroegtijdige ruimte voor inspraak, alternatieven en onafhankelijke expertise – zie de conclusies van de commissies-Berx en Sauwens. Zolang regeringsleden zelf deze principes met de voeten treden, is alle werk van de administratie echter een maat voor niets en zal Vlaanderen de ene ‘onvoorziene’ vertraging na de andere blijven opstapelen bij het uitwerken van grote projecten.

 

(Uitpers nr. 132, 12de jg., juni 2011)

Manu Claeys en Peter Verhaeghe, voor stRaten-generaal

Wim van Hees, Guido Verbeke en Koen van Hees, voor Ademloos