Uitpers nummer 122

Venezolaanse oppositie gul gesteund door VS en Europa


door Eva Gollinger

Een onthullend rapport dat in mei 2010 werd gepubliceerd door de Stichting voor Internationale Relaties en Dialoog (Fundación para las Relaciones internationales y el Diálogo, FRIDE), een rechtse Spaanse denktank die daarvoor Amerikaans geld kreeg, heeft aan het licht gebracht dat internationale organisaties en stichtingen de Venezolaanse oppositie jaarlijks steunen met een riant bedrag van 40 tot 50 miljoen dollar. Ook de Europese Commissie hoort daarbij.

Eerder kregen Venezolaanse oppositiegroepen "slechts" 15 miljoen dollar via USAID (Amerikaanse agentschap voor internationale ontwikkeling) en het Amerikaanse National Endowment for Democracy (NED, Nationaal Fonds voor Democratie).

Volgens het FRIDE-rapport, dat tot de conclusie komt dat er nog meer schenkingen nodig zijn om de "democratische oppositie" tegen president Hugo Chávez te steunen, worden die miljoenen dollars uitsluitend gebruikt voor politieke activiteiten in Venezuela. Het grootste deel van de 40 tot 50 miljoen dololar gaat naar de rechte oppositiepartijen Primero Justicia (Gerechtigheid Eerst), Un Nuevo Tiempo (Een Nieuwe Tijd) en COPEI (de ultra-conservatieve christen-democratische partij), en naar een dozijn ngo’s, studentengroepen en mediagroepen.

In het FRIDE-rapport wordt de Venezolaanse regering omschreven als "semi-autoritair" – dezelfde term die ook door NED en andere Amerikaanse donors van Venezolaanse oppositiegroepen wordt gebruikt. Het rapport gaat zelfs zo ver te zeggen dat in Venezuela "verkiezingen de voornaamste link zijn tussen democratie en dictatuur". Daarom moeten de internationale fondsen, die ter beschikking worden gesteld voor de strijd tegen Hugo Chávez, worden gebruikt om "de representatieve democratie" te herstellen en om een meer VS-vriendelijke regering aan de macht te brengen.

De auteurs van dit revelerende rapport erkennen dat "internationale bijstand" voor politieke groepen in Venezuela pas begon in 2002, toen Chávez startte met een reeks grote hervormingen. "De aanwezigheid van grote internationale donors die zich bezig houden met de bevordering van de democratie, in het bijzonder de in de VS gebaseerde donors (waaronder het Carter Centrum, het International Republican Institute [IRI, Internationaal Republikeins Instituut], het National Democratic Institute [NDI, Nationaal Democratisch Instituut] het Open Society Institute [OSI, Open Maatschappij Instituut], de Pan American Development Foundation [PADF, Pan-Amerikaanse Ontwikkelingsstichting], USAID en NED,) en mulilaterale instellingen (de Organisatie van Amerikaanse staten (OAS) en de Europese Commissie (EC)), is nauw verbonden met het presidentschap van Chávez… Hun politiek engagement begon na de goedkeuring van de Bolivariaanse Grondwet, die bij referendum werd goedgekeurd in 1999, en die het startpunt was voor Chávez Revolutie en Socialisme van de 21ste eeuw… Vele middenveldorganisaties ontstonden in 2002 – het jaar van de mislukte poging tot staatsgreep."

Volgens de documenten van FRIDE "wordt de buitenlandse bijstand voor democratie vooral doorgesluisd via 10 tot 12 kleine instituten, die allemaal kantoren hebben in Caracas. Nieuwe politieke actoren, zoals de studentenbewegingen en andere groepen, werden eerder sporadisch aangesproken, vooral dan vanuit de VS". De voorbije jaren is er vanuit de universiteiten een oppositiebeweging gegroeid, die vooral door Washington wordt geholpen, maar ook door enkele Europese stichtingen, in het bijzonder Spaanse. Deze studenten- en jeugdgroepen hebben geprobeerd een fris imago te creëren voor de gediscrediteerde traditionele politieke partijen die de tweede helft van de 20ste eeuw het land hebben geregeerd en vrij algemeen als corrupt en elitair werden beschouwd.

Het ontvangen van grote hoeveelheden geld en hulp uit buitenlandse bron voor hun strijd tegen Chávez, toont aan dat hun doelstellingen en acties gedicteerd worden door buitenlandse krachten. Dat heeft hen verlies van geloofwaardigheid gekost en heeft de beschuldigingen bevestigd dat ze "agenten" zijn van de Amerikaanse regering.

De VS: voornaamste donor

Amerikaanse agentschappen zijn de voornaamste donors van politieke groepen in Venezuela. Ze geven jaarlijks zowat 6 miljoen dollar. Het FRIDE-rapport bevestigt dat die miljoenenhulp het gevolg van de Amerikaanse inspanningen om het regime van Chávez te ondermijnen.

De Amerikaanse fondsen werden via de volgende organisaties doorgespeeld aan oppositiegroepen in Venezuela: Development Alternatives, Ic DAI (sedert 2002), de Pan-American Development Foundation PADF (sedert 2005), het International Republican Institute IRI (sinds 2004), USAID (sedert 2002), NED en het Open Society Institute (sedert 2006).

Vrijgegeven documenten, die konden worden ingekeken onder de Wet op de Vrijheid van Informatie, over de activiteiten van deze agentschappen, brachten aan het licht dat de miljoenen dollar in grote mate gegaan zijn naar het promoten van antidemocratische activiteiten, zoals de poging tot staatsgreep in april 2002, en de daar op volgende stakingen, pogingen tot destabilisatie en economische sabotage. De buitenlandse fondsen gingen ook naar steun voor de verkiezingscampagnes van de oppositie de voorbije acht jaar. Die steun bestond in hulp bij het opleiden en versterken van politieke partijen, hulp bij het uitwerken van verkiezings- en communicatiestrategieën, en zelfs hulp bij het opstellen van politieke programma’s en agenda’s voor oppositiegroepen. Dit niveau van steun overstijgt simpele schenkingen en bewijst dat er directe inmenging is in de binnenlandse aangelegenheden van Venezuela.

Europa

Het zijn niet alleen de Amerikanen die miljoenen leveren om de Venezolaanse oppositie in leven te houden en het politiek conflict aan te wakkeren. Het FRIDE-rapport onthult dat de Europese Commissie per jaar 6 tot 7 miljoen euro aan de oppositiepartijen en aan ngo’s in Venezuela geeft. Een deel van het werk van de EC gebeurt via Venezolaanse regeringsentiteiten op lokaal niveau (ontwikkeling van infrastructuur), maar het meeste geld gaat naar organisaties uit het "middenveld" en mensenrechten-ngo’s. Uit het FRIDE-rapport blijkt ook dat de EC zich als kanaal laat gebruiken voor het doorspelen van Amerikaans geld naar groepen in Venezuela om aldus te vermijden dat Venezolaanse politieke organisaties die het ontvangen niet het stigma zouden krijgen met Amerikaans geld te werken.

Verscheidene Duitse stichtingen, met inbegrip van het Konrad Adenauer Stichting (KAS) en de Friedrich Ebert Stichting (ILDIS-FES), geven directe financiële steun aan politieke partijen in Venezuela. De Konrad Adenauer Stichting investeert jaarlijks ongeveer 500.000 euro in projecten met de rechtse partijen COPEI en Primero Justicia, en heeft de verbintenis aangegaan jaarlijks 70.000 euro te geven voor programma’s van de conservatieve Katholieke Universiteit Andrés Bello (UCAB), die een broeinest is van oppositionele studentengroepen.

De regeringen van Canada en Spanje financieren ook oppositiegroepen en programma’s in Venezuela, maar doen dit op een minder opvallende manier om een negatieve impact op de diplomatieke relaties te vermijden.

Het FRIDE-rapport, waarin wordt toegegeven dat de meerderheid van de ngo’s die miljoenen dollars incasseren eigenlijk "virtuele organisaties zijn zonder kantoren noch stafmedewerkers", onthult ook dat de internationale geldschieters de Venezolaanse wetten ontwijken en overtreden.

Omdat Venezuela wisselcontroles heeft ingesteld om kapitaalvlucht te voorkomen, zijn er beperkingen op de in- en uitvoer van buitenlands geld. Daarbij komt nog dat de bolívar, de Venezolaanse munt, een vaste, door de staat vastgestelde koers heeft. Daarnaast bestaat er wel een illegale zwarte markt. Het FRIDE-rapport bevestigt dat sommige internationale agentschappen, in het bijzonder die uit de VS, deviezen wisselen op de zwarte markt in overtreding van de Venezolaanse wetten.

(Uitpers nr. 122, 11de jg., juli-augustus 2010)

Het FRIDE report, met als titel, "Assessing Democracy Assistance: Venezuela", is onderdeel van een reeks studies, die werden uitgevoerd in 14 landen waar internationale agentschappen actief betrokken zijn bij het financieren van politieke groepen die de Amerikaanse politiek steunen. Naast Venezuela, werden er onderzoeken uitgevoerd in Wit-Rusland, China, Georgië, Egypte, Oekraďne, Nigeria, Bosnië, Ghana, Indonesię, Kenia, Marokko, Jemen en de Democratische Republiek Congo. Het rapport over Venezuela, en elk bewijs van het bestaan ervan, verdween op mysterieuze wijze van de website van FRIDE nadat de auteur van dit stuk ernaar verwees in eerder Spaanstalig artikel. Niettemin kan het nu worden beken op::

http://centrodealerta.org/documentos_desclasificados/fride_report_on_funding_in_.pdf

Eva Golinger, winnares in 2009 van de Mexicaanse prijs voor Internationale Journalistiek, is een in Venezuela-gebaseerde advocate en auteur. Haar eerste boek, The Chavez Code, waarin de Amerikaanse betrokkenheid werd aan de kaak gesteld in de poging tot staatsgreep in 2002, werd in zes talen gepubliceerd. Momenteel wordt er een film van gedraaid.

Bron: Chavez Code

Uit: Z Net - The Spirit Of Resistance Lives
URL: 
http://www.zcommunications.org/ned-report-international-agencies-fund-venezuelan-opposition-with-40-50-million-annually-by-eva-gollinger