Uitpers nummer 89

Tendentieuze berichtgeving Nederlandse teletekst-media tav het Midden-Oostenconflict


door Astrid Essed

Er zijn weinig conflicten in de wereld, die zulke hoogoplopende emoties oproepen, als het Midden-Oostenconflict. Hierbij wordt zowel gebruik gemaakt van demagogie, als het geven van een overtrokken voorstelling van plaatsgevonden gebeurtenissen. Zo wordt door bepaalde IsraŽlische en Westerse pro-IsraŽlkringen met enige regelmaat, zowel impliciet als expliciet, iedere kritiek op het politiek-militaire IsraŽlische optreden, grofweg gelijkgesteld met antisemitisme.

Niet alleen wordt geen enkel onderscheid gemaakt tussen kritiek op de politiek van IsraŽl als Staat en hiervan doorgaans losstaande racistische opvattingen ten aanzien van Joden, bovendien wordt het feit genegeerd, dat een steeds groeiender aantal mensen uit de Joodse gemeenschappen zeer kritisch staan tav IsraŽl.

Het is evident, dat in dergelijke kringen wordt ontkend of gebagatelliseerd, dat er Łberhaupt sprake zou zijn van een bezetting. Waar de bezetting wel genoemd wordt, wordt de ''blaming the victim'' theorie van stal gehaald [volgens de drogredenatie ''wanneer er geen terreur zou zijn, was er ook geen bezetting]. Hierdoor wordt iedere serieuze discussie over het karakter van deze bezetting, bij voorbaat, getorpedeerd.

Het zal na bovenstaande geen verbazing wekken, dat in dergelijke pro-IsraŽlkringen [al dan niet politiek of ''religieus'' geÔnspireerd], enige reflectie tav de legitimiteit van de stichting van de Staat IsraŽl, dd 1947, bij AV VN Resolutie 181, niet aan de orde is [1]. Al evenzeer wordt, zij het in gradaties, ontkend, dat er in en voorafgaande aan de oorlog van 1948, sprake is geweest van de verdrijving, door IsraŽlische troepen en milities, van 750.000 Palestijnen. Al te vaak wordt in dit verband de mythe gehanteerd, als zou een groot deel van de Palestijnen ''vrijwillig'' zijn vertrokken.

Uiteraard maken niet alleen de pro-IsraŽlkringen zich schuldig aan demagogie en gebrek aan rationaliteit. Ook in sommige pro-Palestijnse kringen is hiervan sprake. Met name doel ik in dit verband op de berichtgeving in een deel van de Arabische media, de uitstekende kranten, zoals The Jordan Times, Al Ahram Weekly en anderen, alsmede de deskundige berichtgeving van Al Jazeerah, uiteraard niet te na gesproken. Zo is er in het verleden gerefereerd aan IsraŽlische soldaten, die Palestijnse kinderen zouden hebben ''opgegeten''. Eveneens wordt in
dergelijke kringen met geen woord gerept over de aan Palestijns-Arabische kant gepleegde
oorlogsmisdaden, zoals bijvoorbeeld in de oorlog van 1948 [2].Verder is eveneens
opvallend de in sommige Arabische nieuwsmedia gebezigde expliciete of impliciete antisemitische uitlatingen, waarbij een negatieve associatie wordt gemaakt tussen het IsraŽlische politiek-militaire optreden en Joden in het algemeen. Voor een afgewogen oordeel cq standpuntinname is het echter van belang, een zo rationeel mogelijke blik op de feiten te werpen en deze te interpreteren volgens de door het Internationaal Recht gehanteerde standaarden.

Berichtgeving:

Zoals reeds uit bovenstaande moge blijken, speelt een belangrijke rol bij de standpuntinname rond het Midden-Oostenconflict, naast de gangbare zowel aan zionistische als pro-Palestijnse zijde, aanwezige literatuur, de dagelijkse nieuwsberichtgeving, zowel op de radio, TV, kranten en teletekstmedia. In dat kader heb ik in de periode van 2002-eerste helft 2007, de berichtgeving van de Nederlandse nieuwsmedia, middels geregelde commentaren naar de diverse redacties, nader geanalyseerd. Bijzondere aandacht ging, naast de landelijke media,
uit naar de RTL en NOS teletekstberichtgeving. Eveneens heb ik deze globaal, tegen het licht van de VRT teletekstberichtgeving gehouden.

Bij berichtgeving is de gebruikte woordkeuze en de formulering van gebeurtenissen van groot belang.Eveneens kan incomplete berichtgeving, een ander licht op de zaak werpen. Dit kan variŽren van het weglaten van bepaalde bij het nieuwsbericht behorende feiten tot het niet-vermelden van internationaal-rechtelijke standaarden en rechtsregels. Mede aan de hand van de berichtgeving over de IsraŽlische nederzettingen in bezet Palestijns gebied wordt dit laatste nader toegelicht.

Na een algemene beoordeling gegeven te hebben over de de NOS en RTL-berichtgeving, volgt een inhoudelijke analyse, o.a. aan de hand van zinsneden, woordkeuzes en of het niet-vermelden van belangrijke internationaal-rechtelijke aspecten van het conflict.Tenslotte worden er een aantal regelmatig aan te treffen ''one-liners'' vermeld, met nadere toelichting.

Astrid Essed NOS en teletekstberichtgeving

In het algemeen is de NOS teletekstberichtgeving zeer tendentieus in haar berichtgeving en volgt er feitelijk vrijwel alleen kritiek op IsraŽl wanneer de VS deze ook heeft, hetgeen zelden het geval is. RTL is vaak genuanceerder en eveneens gevoelig voor kritische reacties van buitenaf. Naast de NOS en RTL berichtgeving steekt de vrij regelmatig door mij gewatchte VRT teletekstberichtgeving, redelijk gunstig af, al is deze zeker voor verbetering vatbaar. Een VRT analyse blijft hier echter verder buiten beschouwing Wel mag op het positieve conto van de VRT geschoven worden, dat zij consequent melding maakt van het internationaal-rechtelijk illegale karakter van de IsraŽlische nederzettingen in bezet Palestijns gebied. Ook valt het op, dat de VRT teletekstredactie met enige regelmaat aandacht schenkt aan rapportages van mensenrechtenorganisaties over het Midden-Oostenconflict, hetgeen zelden of nooit door de NOS of RTL wordt vermeld.


1 Nadere analyse NOS en RTL berichtgeving

A Het ontbreken van iedere verwijzing naar de IsraŽlische bezetting van de Palestijnse gebieden
Bij de nieuwsberichtgeving tav het IsraŽlisch-Palestijnse conflict frappeert het feit, dat iedere verwijzing naar de IsraŽlische bezetting, in de regel ontbreekt, waardoor het door de media beschreven ''Palestijnse geweld'' vaak als irrationeel kan overkomen.
Aangezien bovendien zelden IsraŽlische legeracties worden gekarakteriseerd als
mensenrechtenschendingen of oorlogsmisdaden [door bijvoorbeeld een verwijzing naar een Amnesty of Human Rights Watch commentaar], is ieder verband tussen oorzaak en gevolg, tav met name Palestijnse zelfmoordacties, in belangrijke mate zoek. Dit versterkt het beeld van het zogenaamde irrationele en gewelddadige karakter van Palestijnen in het algemeen en hun organisaties in het bijzonder.

B Eenzijdige verwijzing naar de oorzaak van toegepast geweld

''De IsraŽlische militaire actie was een reactie op.......''. Opvallend is de in de media voorkomende eenzijdige verwijzing naar de oorzaken van toegepast geweld. Zo is er vaak sprake van het bovengenoemde zinnetje, waarbij er gewezen wordt naar de aanleiding voor het IsraŽlische legeroptreden, bijvoorbeeld een Palestijnse zelfmoordaanslag. Echter,een dergelijke verwijzing wordt zelden of nooit toegepast bij het gepleegde Palestijnse geweld.Een goed voorbeeld is de beschietingen van IsraŽlische nederzettingen in bezet Palestijns gebied. In de nieuwsberichtgeving hierover wordt er zelden of nooit gerefereerd aan het feit, dat de diepere oorzaken niet alleen gelegen zijn in het internationaal-rechtelijk illegale karakter van deze nederzettingen, maar eveneens in de wijze waarop deze nederzettingenbouw tot stand is gekomen, namelijk door Palestijnse huis- en landonteigeningen. Door dat laatste aspect vindt vaak een dergelijke aanval plaats door
voormalige landeigenaren en hun familieleden of vrienden.

C Nederzettingen, in strijd met het internationaal recht

Zelden wordt sowieso vermeld, dat deze nederzettingen in strijd zijn met het internationale recht. Uitdrukkelijk dient gezegd te worden, dat de Belgische VRT berichtgeving, vrijwel altijd refereert aan dit illegale karakter van de nederzettingen.

D Na een periode van relatieve rust, is het geweld opnieuw geŽscaleerd
Vaak wordt op dergelijke wijze de nieuwsberichtgeving tav opgelaaide vijandelijkheden over en weer aangeduid. Voor ''relatieve rust'' staat echter vrijwel altijd het feit, dat er geen sprake is geweest van ''Palestijns geweld'', waarbij in de eerste plaats door de media wordt gedacht aan zelfmoordaanslagen op IsraŽlische burgers. Bij ''Palestijns geweld'' kan echter ook gedacht worden aan militaire aanvallen op het IsraŽlische leger. Het tendentieuze van de associatie van ''relatieve rust'' met de afwezigheid van Palestijns geweld bestaat hieruit, dat de
continuering van het IsraŽlische geweld, waaraan veelal inherent oorlogsmisdaden en mensenrechtenschendingen, buiten beschouwing blijft.
Het gevolg is dus ook, dat dit IsraŽlische geweld in een dergelijke ''rust''-periode, niet of nauwelijks enige aandacht krijgt. Verder is de formulering ''relatief'' tendentieus, aangezien er impliciet wordt gesuggereerd, dat aan Palestijnen aangedaan geweld van secundair belang zou zijn.

E Aanslagen op IsraŽlische legerposten en militairen

Ook dit is een tendentieuze terminologie, aangezien er wordt gesuggereerd [door het gebruik van het woord "aanslagen''] dat hier sprake zou zijn van terrorisme. De crux van de definitie van terrorisme is immers het plegen van aanslagen op burgers en burgerdoelen [met een politiek motief, erop gericht de betreffende Overheid te bewegen tot een beleidswijziging].Het plegen van militaire aanvallen op het leger van een bezettende macht is echter internationaal-rechtelijk gelegitimeerd.

F Onschuldige burgers

Bij het refereren aan zelfmoordacties werd en wordt vaak de term ''onschuldige burgers'' gebruikt. Natuurlijk zijn de betreffende IsraŽlische burgers dat, maar opvallend is, dat een dergelijke terminologie doorgaans afwezig is wanneer het Palestijnse burgerslachtoffers
betreft. Impliciet wordt hiermee de indruk gewekt, dat IsraŽlische burgerslachtoffers
anders en zwaarder worden gewogen dan Palestijnse.

G ''IsraŽlische legeracties''
Deze aanduiding wordt gebruikt zonder enige nadere toelichting, waarmee impliciet en soms expliciet wordt gesuggereerd, dat dergelijke acties legitiem zouden zijn. In de eerste plaats zijn dergelijke acties internationaal-rechtelijk gezien reeds strijdig, vanwege de aard [willekeurig uitgevoerde bombardementen op vluchtelingenkampen, willekeurige beschietingen van woonwijken of huisvernietigingen]. In de tweede plaats komen bij
dergelijke acties, juist door het fundamenteel strijdige ervan - veelal een aantal burgers,
vaak ook kinderen - om het leven, nog los van de gerichte militaire beschietingen door sluipschutters.

Bij een dergelijke berichtgeving dient duidelijk te worden aangegeven, dat dergelijke acties, althans in de meeste gevallen, in strijd zijn met het Internationaal Recht, door bijvoorbeeld te refereren aan de commentaren van Amnesty of Human Rights Watch of een referentie aan de Geneefse Conventies. Ook wordt er in verband met de IsraŽlische legeracties, vaak niet
meegedeeld, dat er sprake is van een buitenproportionele militaire actie, waarbij, onder
dekking van helikopters of gevechtsvliegtuigen, met een groot aantal tanks en pantserwagens, vergezeld door bulldozers [in verband met de te vernietigen huizen] een dichtbevolkt woongebied wordt binnen getrokken.
Niet alleen is dit buitengewoon intimiderend, eveneens wordt hiermee het door Amerikaans/IsraŽlische bronnen [-en ondersteund door de Nederlandse berichtgeving -] vermelde "gevarenrisico" voor de IsraŽlische militairen, in alle opzichten ontkracht.


H Verschil in aandacht voor IsraŽlische cq Palestijnse burgerslachtoffers
Opvallend in de krantennieuwsberichtgeving is het feit, dat in de afgelopen periode, doorgaans Palestijnse zelfmoordacties voorpaginanieuws geweest zijn, met alle gruwelijke fotodetails, terwijl in diezelfde krantenuitgave [destijds in het gratis dagblad Spits] op bijvoorbeeld pagina zes, een kort bericht stond vermeld van een IsraŽlische legeractie, waarbij zes Palestijnse burgers werden gedood.
Klein berichtje, zonder foto's. Niet toegelicht behoeft te worden het opmerkelijk verschil in aandacht, dat aan de respectievelijke burgerslachtoffers wordt besteed. Impliciet wordt hiermee de boodschap uitgezonden, dat IsraŽlische burgerlevens belangrijker zouden zijn dan Palestijnse. I Eenzijdige bronvermelding. In vele gevallen gaat men grotendeels uit van IsraŽlische bronnen en ontbreekt iedere verwijzing naar Palestijnse bronnen. Een en ander is niet alleen dubieus, aangezien IsraŽl partij is in het conflict, maar eveneens een schending van
het journalistieke principe van hoor en wederhoor.

Het argument, dat het vanwege de controle door het IsraŽlische leger vaak moeilijk is, informatie van Palestijnse kant te krijgen, gaat maar zeer gedeeltelijk op. Er is de aanwezigheid van Palestijnse persbureaus, de doorgaans betrouwbare berichtgeving van Al Jazeerah en het feit dat informatie eveneens te verkrijgen is via Amira Hass, de enige IsraŽlische journaliste, die woonachtig is in bezet Palestijns gebied. Eveneens is de IsraŽlische aan de Ha'aretz verbonden journalist Gideon Levy een zeer betrouwbare informatiebron.
Mocht het natrekken echter toch niet mogelijk zijn, dan dient in ieder geval niet voetstoots uitgegaan te worden van de IsraŽlische bronnen [die vaak regerings- en legerbronnen zijn] en zich hetzij op de internationale doorgaans redelijk betrouwbare zeer betrouwbare persbureaus als Reuters of AFP te baseren [Al Jazeerah en het Palestijnse persbureau werden reeds genoemd], of zelf een nader onderzoek in te stellen.

2 media-zinsneden [oneliners] en commentaar

Bovenstaande analyse wordt toegelicht met enkele mediazinsneden, gevolgd door commentaar mijnerzijds:

A ''Na een periode van relatieve rust laait het geweld aan beide kanten opnieuw op''

Commentaar: Na een periode, waarin sprake is geweest van een continuering van IsraŽlische
oorlogsmisdaden in bezet gebied, is er een intensivering van de IsraŽlisch-Palestijnse strijd.

B ''Aanslagen op IsraŽlische militairen door Palestijnse 'militantení ''

Commentaar: ''Het zijn internationaal-rechtelijk gelegitimeerde militaire aanvallen op
het leger van de bezettende macht door Palestijnse militaire verzetsorganisaties.''


C ''IsraŽlische woongemeenschappen''

Commentaar: Nederzettingen in bezet Palestijns gebied, die in strijd zijn met het internationale recht. Gezegd dient nogmaals, dat met name de Belgische teletekstmedia altijd
refereren aan de illegaliteit van de IsraŽlische nederzettingen in bezet Palestijns gebied.

D ''Hamas is gericht op de vernietiging van de Staat IsraŽl''
Commentaar: Hamas is gericht op de ontmanteling van de IsraŽlische zionistische Staatsstructuur en de beŽindiging van de IsraŽlische bezetting van de Palestijnse gebieden.

E ''De radicale Hamas-houding''

Commentaar: Het Hamas-standpunt, dat zich baseert op de werkelijke principes van het
internationale recht, tenminste betreffende de op VN Veiligheidsraadsresolutie 242 dd 1967 gebaseerde juridisch bindende oproep aan IsraŽl, zich terug te trekken uit de in de juni-oorlog dd 1967 veroverde gebieden, waaronder de Palestijnse [de Westelijke Jordaanoever, het Gaza-gebied en Oost-Jeruzalem].

F ''De meer ''gematigde'' Fatah-houding''

Commentaar: Onder gematigd wordt dan veelal verstaan het op een akkoordje gooien met de
IsraŽlische bezetter, waarbij het principiŽle uitgangspunt tot terugtrekking uit de bezette gebieden en ontmanteling van de nederzettingen, evenals de terugkeer van vluchtelingen, niet meer wordt gehandhaafd.
De overigens niet al te vette kluif van bezetter IsraŽl en leenheer de VS, het toewijzen van enkele Palestijnse gebieden in ruil voor een blijvende bezetting van de rest en de instandhouding van de grote West-Bank-nederzettingen, wordt geaccepteerd. Over terugkeer Palestijnse vluchtelingen wordt dan in het geheel niet meer gesproken.

G ''Onschuldige IsraŽlische burgers [slachtoffers Palestijnse zelfmoordaanslagen]'' en ''ten gevolge van IsraŽlische militaire acties omgekomen Palestijnen''

Commentaar: Het verschil in benadering tussen burgerslachtoffers behoeft geen toelichting
en is reeds uitgebreid in de analyse aan de orde gesteld

H ''IsraŽlische luchtaanval op een Hamasleider; IsraŽlische executie van een Hamasleider''
Commentaar: Volgens IsraŽlische bronnen was betrokkene verantwoordelijk voor tientallen
zelfmoordaanslagen. Het feit, dat hij door een tot de conflictpartij behorende bron, zonder
enig juridisch bewijs, wordt beschuldigd van een dergelijke verantwoordelijkheid, getuigt van gebrek aan objectieve berichtgeving. Bovendien wordt het gebruikt als bagatellisering van het feit, dat een buitengerechtelijke executie internationaal-rechtelijk illegaal is. Ieder mens heeft recht op een proces.

I ''Bij de luchtaanval op een Hamasleider kwamen eveneens enkele voorbijgangers om het leven''

Commentaar: Bij de buitengerechtelijke executie van de Hamasleider, waarbij burgers om
het leven komen, is er eveneens sprake van oorlogsmisdaden, aangezien een uitgevoerde luchtaanval - waarbij van te voren kan worden ingeschat dat de waarschijnlijkheid van burgerslachtoffers groot is [in een straat, marktplein, op een dichtbevolkte woonwijk, vluchtelingenkamp etc] - het karakter krijgt van oorlogsmisdaden wanneer er daadwerkelijk burgerslachtoffers vallen.

J ''Hamas schendt bestand''
Commentaar: IsraŽl schendt bij voortduring en vanaf de aanvang het tussen haar en Hamas afgekondigde bestand, waarop een reactie van Hamas volgt.

K ''Concessie Sharon aan Palestijnen wegens de ontmanteling Gazaanse nederzettingen''
Commentaar: Naleving door Sharon [een van de eerste keren in zijn lange militaire en
bestuurlijke loopbaan] van een deel van het internationaal recht, namelijk de ontmanteling van de nederzettingen in een deel van bezet Palestijns gebied[namelijk Gaza].

L ''IsraŽl ontmantelt illegale nederzettingen in deWestelijke Jordaanoever''

Commentaar: IsraŽl ontmantelt een deel van de illegale nederzettingen in de Westelijke
Jordaanoever, namelijk de zonder IsraŽlische overheidstoestemming gestichte ''stacaravan'' nederzettingen. ALLE nederzettingen zijn immers illegaal en het onderscheid tussen ''legale'' en ''illegale'' nederzettingen wordt slechts door de IsraŽlische regering, als enige in de wereld, erkend.

M ''Volgens bronnen vanuit de IsraŽlische regering''

Commentaar: In vele gevallen ontbreekt enige vermelding van Palestijnse bronnen. Een en
ander is niet alleen dubieus, aangezien IsraŽl partij is in het conflict, maar eveneens een schending van het journalistieke principe van hoor en wederhoor.

Epiloog:

Dit alles lezend, zou bij de lezer een somber en uitzichtloos gevoel kunnen ontstaan. Gelukkig echter zijn er eveneens een aantal belangrijke gunstige signalen te bespeuren, en wel uit onverdachte hoek [NOS-berichtgeving]. Zo heeft de NOS teletekstredactie, enkele jaren geleden een bericht heeft geplaatst waarbij melding werd gemaakt van de IsraŽlische 15 mei viering [Stichting van de Staat IsraŽl.] Het bericht werd afgesloten met de mededeling, dat er voor de Palestijnen niets te vieren is, aangezien zij die dag de Nakba - de catastrofe - herdenken, die refereert aan het verdrijven van huis en haard van meer dan 750.000
Palestijnen. Dit bericht had een positief vervolg op 22 mei dit jaar, toen, ditmaal de NOS nieuwslezer, het volgende zei: ''Na de stichting van IsraŽl in 1948 zijn de Palestijnen massaal verdreven.....".
Helaas is het, betreffende een meer objectieve berichtgeving, wat de NOS betreft, daarbij gebleven en kunnen er nog dagelijks voorbeelden te over gegeven worden van haar tendentieuze berichtgeving. Toch beschouw ik het als een stap in de goede richting.

Ik wil tenslotte eindigen met een compliment voor de Metro-redactie, die enige tijd geleden, voorpaginagroot, een foto en bericht heeft geplaatst van een door het IsraŽlische leger verrichte buitengerechtelijke executie van een Hamas of Jihad-leider of activist, waarbij, schokkend en duidelijk, de met kogels doorzeefde auto te zien was. Aan dit baanbrekende voorbeeld [3] is te zien, dat er langzaam, maar zeker, een kentering zal komen in de decennia van onverbloemd pro-IsraŽl berichtgeving. Bovenstaand artikel geeft echter aan, dat er nog een lange weg is te gaan.

(Uitpers, nr 89, 9de jg., september 2007)



Voetnoten:
[1] Ik refereer hier aan de door een VN meerderheid [voornamelijk bestaande uit toenmalige koloniale mogendheden] aangenomen VN resolutie 181, waarbij, zonder enige ruggespraak met de aspiraties van de autochtone Palestijnse bevolking, het toenmalige Britse Mandaatgebied Palestina werd verdeeld in een Joods en een Arabisch deel. Voor de Britse Mandaatperiode [die in 1922 officieel van kracht ging] was Palestina een Turks-Ottomaanse kolonie. Bij een ''gangbaar'' dekolonisatieproces, zouden, zonder tussenkomst van het zionisme, de politieke en bestuurlijke macht overgegaan zijn op de autochtone Palestijnse
bevolking. Terecht wordt dan ook de delingsbeslissing veelal een ''koloniale'' beslissing genoemd.

[2] Op 13 april 1948, 4 dagen na de massaslachting te DeirYassin, werd een konvooi van 10 voertuigen, met voornamelijk Joodse artsen, verpleegsters en leraren op weg naar het Haddasah ziekenhuis, aangevallen door Arabische strijders, met als triest resultaat de dood van 77 mensen.
[3] Het gebeurt maar zelden, dat er uberhaupt foto's worden getoond van een IsraŽlische liquidatieactie en wel helemaal niet voorpaginagroot.