Uitpers nummer 55

Voorstellen voor invoering directe democratie


door Bert Penninckx

1) Memorandum van WIT: eerlijke modaliteiten voor directe democratie

2) Voorstel reglementering Vlaamse volksraadpleging.

3) Voorstel van verbeterde reglementering gemeentelijke volksraadpleging.

1) Memorandum van WIT: eerlijke modaliteiten voor directe democratie

Samenvatting

art.41 van de grondwet wijzigen zodat directe democratie in de gewesten mogelijk wordt. Kort wil dit zeggen:

  • Maximum 0,2% (van de kiesgerechtigden) handtekeningen volstaan voor de petitiefase en 2% voor de referendum aanvraag
  • Het referendum is bindend
  • Geen enkel thema wordt uitgesloten waarvoor het Gewest verantwoordelijk is.
  • Er zijn geen opkomstdrempels
  • Een onafhankelijke referendumcomissie houdt o.a. toezicht op het budgetair (met een maximum!) in evenwicht zijn van de voor- en tegenstanders en op een gelijkwaardige toegang tot de media.

In mooiere html te lezen op wit-be.org/publicaties/berichten/memo.html
In pdf te downloaden op wit-be.org/publicaties/berichten/memo.pdf

De schuchtere experimenten met directe democratie laten zien dat de wetgeving rond directe democratie ofwel onbestaande is ofwel contraproductief. Mensen die directe democratie leren kennen willen meer en betere democratie. Democratie smaakt naar meer. Wij willen onze kandidaten politici wijzen op hun verantwoordelijkheid om de wil van het volk zo accuraat mogelijk uit te voeren. Zo'n volkswil is de directe democratie en de uitoefening van hun gegeven mandaat kan alleen in een direct democratische samenleving.

Eerst enkele algemene principes van het eerlijk bindend referendum op volksinitiatief:

Fase 1:

het burgerwetsvoorstel: de initiatieffase (te vergelijken met een petitie)

Één of meer burgers wensen een wet in te voeren, te veranderen of op te heffen. Ze stellen een wetsvoorstel op. Ze moeten een minimum aantal handtekeningen verzamelen ter ondersteuning van hun voorstel.

Indien het initiatief maximum 0,2% handtekeningen van de kiesgerechtigden heeft verzameld, gaat het voorstel naar het parlement. Het parlement is dan verplicht om het voorstel te behandelen en te aanvaarden of te verwerpen. De argumentatie die het parlement daarbij ontwikkelt kan een belangrijke bijdrage betekenen tot de maatschappelijke beeldvorming rond het voorstel. Indien het parlement het voorstel aanvaardt, heeft het burgerinitiatief natuurlijk zijn doel bereikt. Indien het parlement het voorstel verwerpt, en het burgerinitiatief is niet overtuigd door de argumentatie van het parlement, dan kan het verder gaan naar de tweede fase. Het volksinitiatief kan deze eerste fase desgewenst overslaan.

Fase 2: referendum aanvraag

Indien het burgerwetsvoorstel door de bevoegde instantie niet aanvaard werd, kunnen de burgers een beslissend referendum afdwingen door 10 keer meer handtekeningen voor hun voorstel te verzamelen. (maximaal 2% van de kiezers voor het federaal niveau).

Fase 3: bindend referendum

Binnen de zes maanden nadat de vereiste handtekeningen zijn verzameld en neergelegd, moet er een bindend referendum over het burgerwetsvoorstel worden georganiseerd.

Essentieel is, dat aan het referendum een periode van maatschappelijke beeldvorming voorafgaat. Hierbij moeten de voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel op voldoende en gelijkwaardige wijze aan het woord kunnen komen in de media.

Indien de meerderheid van de kiezers het voorstel aanvaarden, wordt de nieuwe wet ingevoerd. In het andere geval is het voorstel verworpen.

Een per referendum goedgekeurde burgerwet kan niet ongedaan gemaakt worden door een besluit van een verkozen wetgevende instantie.

Eerlijke referenda

  1. Het aantal te behalen handtekeningen mag niet te hoog zijn opdat ook gewone burgers een dergelijk initiatief kunnen starten (tussen de 0,1% en 0,2% voor de initiatieffase en 1 à 2 % voor de tweede fase of de referendum aanvraag)
  2. Voldoende tijd om deze handtekeningen te kunnen ophalen
  3. Geen uitsluiting van thema's waarvoor het wetgevend orgaan eveneens bevoegd is
  4. Het representatieve bestuursorgaan is gehouden om zich snel (de eerste of tweede volgende wetgevende vergadering) in de initiatieffase uit te spreken over het volksinitiatief.
  5. De voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel moeten op voldoende en gelijkwaardige wijze aan het woord kunnen komen in de media.
  6. Drie weken voor het referendum ontvangen de kiesgerechtigden een kiesbrochure met de tekst van het voorstel, de argumenten van voor- en tegenstanders en een verslag over de budgetaire en fiscale implicaties van het voorstel. De diensten van het representatieve orgaan worden belast met het opstellen van de brochure.
  7. Er kunnen geen meerdere referendum campagnes lopen over een reeds ingediend onderwerp binnen een legislatuurperiode.
  8. De meerderheid van de uitgebrachte stemmen beslist.

WIT vraagt dat volgende maatregelen genomen worden:

Europa:

  • Een zelfbindend referendum over de toekomstige Europese grondwet met een eerlijke informatiecampanje van voor- en tegenstanders.
  • België ijvert voor directe democratie in Europa.

Gewestelijk:

art.41 van de grondwet wijzigen zodat directe democratie in de gewesten mogelijk wordt. Kort wil dit zeggen:

  • Maximum 0,2% (van de kiesgerechtigden) handtekenigen volstaan voor de petitiefase en 2% voor de referendum aanvraag
  • Het referendum is bindend
  • Geen enkel thema wordt uitgesloten waarvoor het Gewest verantwoordelijk is.
  • Er zijn geen opkomstdrempels
  • Een onafhankelijke referendumcomissie houdt o.a. toezicht op het budgetair (met een maximum!) in evenwicht zijn van de voor- en tegenstanders en op een gelijkwaardige toegang tot de media.

Gemeentelijk.

De volksraadpleging dient vervangen te worden door het eerlijk bindend referendum op volksinitiatief zoals hierboven aangeduid.

Concreet dient:

  • Het referendum bindend te zijn.
  • Maximum 0,2% (van de kiesgerechtigden) handtekenigen volstaan voor de petitiefase en 2% voor de referendum aanvraag
  • Er zijn geen opkomstdrempels
  • Geen enkel thema wordt uitgesloten waarvoor de gemeente verantwoordelijk is; dus ook over gemeentebegroting moet een referendum mogelijk zijn.
  • Voor het provinciaal en districtsniveau gelden gelijkaardige eisen.

Federaal België:

  • België geeft het goede voorbeeld en voert het eerlijke bindend referendum op volksinitiatief in.
  • Uiteraard met de beste modaliteiten zoals hierboven reeds beschreven.
  • Art.33 mag geen alibi blijven om België zijn democratie te onthouden. Deze smet uit het verleden dient zo snel mogelijk gewist te worden. Verklaar alvast in elk referendumvoorstel dat alle macht van het volk uitgaat en niet van de natie. Of wil België, op democratisch vlak, achterop blijven hinken? Grijp uw kans!

U kunt uw wil om echt in België directe democratie mogelijk (of onmogelijk) te maken uiten in de lopende bevraging hieronder en op onze site:

http://www.wit-be.org/watisdd/petitie.html

Hoe kandidaten politici staan tegenover directe democratie wordt uiteraard aan onze medeburgers meegedeeld.

Dus, kunt u de nodige wetgevende initiatieven nemen of steunen die directe democratie mogelijk maken?

Hoogachtend,

Bert Penninckx

Lid van WIT de burgerbeweging voor directe democratie

[WIT is de afkorting van Werkgroep Implementatie Democratie]

**********************

De bevraging al ingevuld? Zie http://wit-be.org/watisdd/petitie.html
WIT voor directe democratie ijvert voor de invoering van de directe democratie op de verschillende bestuursniveaus.
Via www.wit-be.org kan je gratis inschrijven op de Witte Berichten en op De Witte Werf.
Europees onderzoek naar directe democratie: http://www.iri-europe.org
Europese Referendum Campagne: http://www.european-referendum.org

2) Voorstel reglementering Vlaamse volksraadpleging.

Inleiding

In afwachting dat de Grondwet zodanig wordt gewijzigd dat een bindend referendum mogelijk wordt op elk bestuursniveau dient het "voorstel van decreet - van Dirk Holemans, Sven Gatz, Peter De Ridder en André Denys – houdende instelling van een deelstatelijke volksraadpleging kaderend in de procedure van onderzoek" zo snel mogelijk van kracht te worden en aangepast met het onderhavige voorstel.

De onderscheiden onderdelen van het voorstel worden hier zonder enige motiverende uitleg weergegeven teneinde de tekstomvang te beperken. Het spreekt echter vanzelf dat desgewenst ieder aspect ervan verantwoord kan worden, met verwijzingen naar de bronnen. Het voorstel moet dus nog worden omgezet in de juiste juridische vorm.

Voorstel van reglement Vlaamse VRP

1) Het VP (= Vlaams Parlement) kan, hetzij op verzoek van de inwoners van Vlaanderen (=volksinitiatief), hetzij op eigen initiatief, beslissen de inwoners te raadplegen over alle aangelegenheden waarvoor het VP volledig of gedeeltelijk bevoegd is.

De vragen dienen zo geformuleerd te zijn dat met ja of neen kan worden geantwoord.

2) De Vlaamse Adviescommissie voor Volksraadplegingen is verplicht binnen de 30 kalenderdagen advies uit te brengen over ieder voorstel van vraagstelling dat haar wordt voorgelegd.

3) De Vlaamse Minister van Binnenlandse Aangelegenheden maakt een modelformulier bekend waarop de handtekeningen ter ondersteuning van het volksinitiatief moeten worden ingezameld. Dit verzoekformulier is één A4 formaat groot en bevat de volgende vermeldingen:

- VLAANDEREN

- Opschrift: VERZOEK TOT HET HOUDEN VAN EEN VLAAMSE VOLKSRAADPLEGING.

- "De hierna vermelde minstens zestien jarige inwoners van Vlaanderen verzoeken om, overeenkomstig de artikelen …van het Vlaamse decreet, een gewestelijke volksraadpleging te houden omtrent de volgende vra(a)g(en):"

(ruimte voor de vraagstelling in vet)

- De tekst van artikel 196 van het Strafwetboek in cursief.

 

Naam en voornaam

(leesbaar schrijven!)

Geboortedatum

Woonplaats (adres)

Handtekening

1

       

2

       

3

       

4

       

5

       

6

       

7

       

8

       

9

       

10

       

- "Gelieve dit formulier te bezorgen aan de initiatiefnemer(s):(naam, voornaam, geboortedatum en adres van de initiatiefnemers."

- Indien bij de controle gebruik zal worden gemaakt van een informaticaprogramma dat een persoonsgegevensbestand doet ontstaan dat is onderworpen aan de privacywetgeving dient bovendien de volgende vermelding te worden toegevoegd: "De Vlaamse regering, verantwoordelijk voor de verwerking, verwerkt de voornoemde persoonsgegevens enkel in het kader van de controle voorzien in art…. van het Vlaamse decreet en dus enkel om na te gaan of er voldoende geldige handtekeningen zijn. U hebt recht op inzage alsmede op verbetering van uw persoonsgegevens".

De Vlaamse regering (VR) is verplicht aan een initiatiefnemer die er om vraagt het verzoekformulier gratis binnen de 30 kalenderdagen te bezorgen. Doet de VR dat niet binnen die termijn dan is de initiatiefnemer van de VRP gerechtigd om zelf het modelformulier conform de reglementering te vervolledigen en er handtekeningen op te verzamelen.

4) Om te verzoeken om of deel te nemen aan de VRP moet men:

  1. in het bevolkingsregister van een Vlaamse gemeente ingeschreven of vermeld zijn;
  2. de volle leeftijd van zestien jaar hebben bereikt op de datum van de VRP

Om te verzoeken om een volksraadpleging moeten de voornoemde voorwaarden volgens het geval vervuld zijn op de datum waarop het inleidend of definitief verzoek werd ingediend.

Om deel te nemen aan de VRP moet de voorwaarde a) vervuld zijn op de datum waarop de lijst van de deelnemers aan de VRP wordt afgesloten en de voorwaarde b) op datum van de VRP waarop de lijst van deelnemers aan de VRP wordt afgesloten.

5) Op verzoek van de initiatiefnemer(s) van de VRP zorgt de VR er voor dat de verzoekformulieren:

  1. ter beschikking gelegd worden aan de gemeentelijke infobalies
  2. in de gemeentelijk informatiebladen wordt bijgevoegd
  3. op de gewestelijke website kan gedownload worden en met een gecertifieerde handtekening kan ondertekend worden en doorgestuurd naar de initiatiefnemer.
  4. in de Vlaamse media opgenomen worden

De initiatiefnemers zorgen zelf voor de inzameling van de formulieren.

6) Het inzamelen van handtekeningen op de openbare weg en op voor het publiek toegankelijke plaatsen is vrij en kan niet onderworpen worden aan een voorafgaandelijk toelating.

7) Het verzoek tot het houden van een Vlaamse VRP op volksinitiatief moet worden gericht aan de voorzitter van het Vlaams Parlement. Dit kan ofwel onder de vorm van een inleidend verzoek (initiatiefase) ofwel onder de vorm van een definitief verzoek en moet vergezeld zijn van een gemotiveerde nota , de stukken die het VP kunnen voorlichten en desgevallend ook van het advies van de VAV.

8) Het overmaken van een verzoek kan ofwel per aangetekende brief ofwel door overhandiging tegen ontvangstbewijs, met vermelding van het aantal verzoekformulieren dat wordt overgemaakt. Deze verzoekformulieren worden door de initiatiefnemer(s) doorlopend genummerd.

9) Het inleidend verzoek moet worden ondertekend door minimaal 0,2% van de minstens zestien jarige inwoners van Vlaanderen.

10) Het definitief verzoek tot het houden van een Vlaamse VRP moet worden ondersteund door minimaal 2% van de minstens zestien jarige inwoners van Vlaanderen.

11) De VR onderzoekt onmiddellijk of het verzoek is ondersteund door een voldoende aantal geldige handtekeningen. Daarbij wordt als volgt te werk gegaan: op de verzoekformulieren wordt in de rechter marge met een rood potlood

- met een "O" teken de ongeldige handtekeningen aangeduid

- met een "2X" teken de dubbele handtekeningen aangeduid.

De resterende handtekeningen worden geacht te zijn aanvaard

Er wordt een verslag opgesteld van de controle en dat verslag bevat een tabel waarbij per verzoekformuliernummer wordt aangegeven hoeveel geldige, ongeldige en dubbele handtekeningen er werden geteld. Eens de controle beëindigd wordt het verzoek ingeschreven op de agenda van de eerstvolgende vergadering van de VR en van het VP.

12) Indien bij een inleidend verzoek de VR vaststelt dat er onvoldoende geldige handtekeningen zijn wordt het originele inleidend verzoek zo vlug mogelijk integraal terugbezorgd aan de indiener samen met het voornoemde verslag. De initiatiefnemers krijgen aldus de mogelijkheid de ontbrekende handtekeningen bijkomend in te zamelen en dan desgevallend een nieuw inleidend verzoek in te dienen. Aan het VP wordt daarvan kennis gegeven.

13) Indien de VR heeft vastgesteld dat het inleidend verzoek werd ondersteund door een voldoende aantal handtekeningen is de eerstvolgende bijeenkomst van het VP verplicht het voorstel te behandelen en een gemotiveerde beslissing te nemen over het verzoek.

Indien het VP het voorstel aanvaardt heeft het volksinitiatief zijn doel bereikt.

Indien het VP het voorstel verwerpt kan het volksinitiatief verder gaan naar de tweede fase, t.t.z. het definitief verzoek.

het VP kan zijn beslissing over het inleidend verzoek voor ten hoogste twee maanden verdagen.

14) Het VP kan tijdens de initiatiefase voorstellen om de oorspronkelijke vraagstelling te wijzigen. Indien de vraagstelling niet wordt gewijzigd tellen de in de eerste fase ingediende handtekeningen mee voor het definitief verzoek.

15) Het definitief verzoek moet worden ingediend overeenkomstig het punt 8 en gecontroleerd overeenkomstig het punt 11. De controle wordt beëindigd van zodra het vereiste aantal geldige handtekeningen is bereikt. Eens de controle beëindigd wordt het definitief verzoek ingeschreven op de agenda van de eerstvolgende vergadering van de VR en van het VP.

16) Indien het definitief verzoek volgens de VR onvoldoende geldige handtekeningen bevat worden de initiatiefnemers daarvan onmiddellijk in kennis gesteld, wordt hen tegelijkertijd een afschrift van het controleverslag bezorgd en wordt hen de modaliteiten om hiertegen in beroep te gaan bij de Raad van State (RvS) mede gedeeld.

De RvS wordt verplicht binnen de 30 werkdagen uitspraak te doen. De RvS is dan tevens verplicht alle ongeldig verklaarde handtekeningen te toetsen aan het rijksregister (RR) en zich dus niet enkel te beperken tot een steekproef.

Op zijn verzoek ontvangt de initiatiefnemer dan tevens binnen de 8 werkdagen toelating om het RR te raadplegen ter controle van de ongeldig verklaarde handtekeningen.

17) Indien er volgens de VR voldoende handtekeningen zijn organiseert het VP een VRP, tenzij het VP klaarblijkelijk in generlei opzicht bevoegd is om over het verzoek te beslissen.

Het besluit van de VR inzake het afgewezen verzoek voor een VRP wordt steeds geagendeerd op de eerstvolgende parlementaire zitting.

18) De initiatiefnemers voor een VRP beschikken inzake Vlaamse VRP -aangelegenheden over hetzelfde inzagerecht als de Vlaams Parlementsleden met inbegrip van het zelfde recht op afschrift van alle bestuursdocumenten die betrekking hebben op de VRP.

19) Bij een voldoende aantal handtekeningen wordt in die voornoemde eerstvolgende zitting van het VP beslist over

  1. de datum van de VRP;
  2. de grootte van het VRP-krediet;

Het VP kan een of meerdere van de voornoemde beslissingen ten hoogste voor een periode van twee maanden verdagen.

20) Elke beslissing over het houden van een volksraadpleging wordt uitdrukkelijk gemotiveerd. Deze verplichting is tevens van toepassing op elke beslissing die rechtstreeks betrekking heeft op een aangelegenheid die het onderwerp is geweest van een raadpleging. De initiatiefnemers van de VRP worden ambtshalve in kennis gesteld van de beslissingen en motiveringen die betrekking hebben op hun volksinitiatief.

21) De VRP heeft plaats binnen de 6 maanden na indiening van de vereiste handtekeningen en dit op een zondag.

Geen raadpleging kan plaatsvinden in een periode van 3 maanden voor de gemeenteraadsverkiezingen en evenmin in een periode van 40 dagen voor de federale, gewestelijke of Europese verkiezingen. Zij kunnen wel plaatsvinden op dezelfde dag als één van de voornoemde verkiezingen.

22) De inwoners van Vlaanderen kunnen slechts éénmaal om de 3 maanden worden geraadpleegd. Gedurende het tijdvak tussen twee vernieuwingen van het VP kan slechts één VRP over hetzelfde onderwerp worden gehouden.

23) Een Vlaamse VRP-commissie wordt opgericht telkens er in het VP beslist wordt tot het organiseren van een VRP.

Deze commissie bestaat uit 3 leden en 3 plaatsvervangers voorgedragen en benoemd door het VP. Zo er een Vlaamse ombudsdienst bestaat is de ombudsman ambtshalve één van de drie effectieve leden. Het VP wijst de voorzitter aan. Een lid mag geen politiek mandaat bekleden noch ambtenaar zijn in dienst van Vlaanderen. Een lid mag tevens niet direct betrokken zijn bij het onderwerp waarover de VRP wordt gehouden. De VR wijst een ambtenaar aan als secretaris van de commissie. De commissie regelt haar werkzaamheden en informeert terzake het VP en de eventuele initiatiefnemers.

24)De VAV krijgt volgende bijkomende taken:

  1. uitspraak te doen over alle klachten die bij haar aanhangig gemaakt worden betreffende de VRP
  2. toezicht te houden over de gelijke verdeling van de VRP-kredieten over de voor en tegenstanders
  3. er voor te zorgen dat beide partijen over een gelijkwaardige toegang tot de media beschikken
  4. een informatiebrochure op te stellen waarin het onderwerp van de VRP op een objectieve manier wordt uiteengezet. Deze brochure bevat minstens
  • een algemene oproep om deel te nemen aan de VRP
  • de gemotiveerde nota die gevoegd was bij het definitieve verzoek
  • de vraag of vragen waarover de inwoners zullen worden geraadpleegd
  • een even grote en voldoende ruimte voor de voor- en (indien van toepassing) tegenstanders.
  • stemadvies van middenveldorganisaties
  • de nodige uitleg over het bij volmacht stemmen
  1. binnen de 5 maanden na de VRP een evaluatie rapport op te stellen inzake het verloop van de VRP. Zij kan daarvoor beroep doen op experten.

25) In elk VP-besluit tot organisatie van een VRP wordt een VRP-krediet vastgelegd dat voor 50% wordt toegekend ter subsidiering van de voorstanders en voor 50% aan de tegenstanders. Het krediet bedraagt minstens 0,5 Eur per potentiële deelnemer aan de VRP. Binnen de 60 dagen na de VRP maakt de commissie een verslag op over de aanwending van de kredieten.

26) de VR is belast met de voorbereiding en de uitvoering van de VRP. Deze organisatie geschiedt zo veel mogelijk naar analogie van de procedures die gelden bij de Vlaams Parlementsverkiezingen en worden bepaald bij een besluit van de VR.

27) Ten minste 30 kalenderdagen voor de dag van de raadpleging bezorgt de VR aan elk gezin en aan iedereen die er om verzoekt de informatiebrochure. Deze brochure wordt tevens kosteloos ter beschikking gelegd aan de gemeentelijke informatiebalies en de postkantoren.

28) Op de 30ste dag voor de raadpleging maakt de VR een lijst op van de deelnemers aan de VRP.

29) De deelname aan de VRP is niet verplicht. Elke deelnemer heeft recht op één stem. De stemming is geheim. Er is mogelijkheid om bij volmacht te stemmen in de gevallen voorzien in het kieswetboek.

30) De initiatiefnemers en de politieke partijen vertegenwoordigd in het VP hebben het recht getuigen af te vaardigen bij de stem- en telverrichtingen.

31) Er wordt steeds tot stemopneming overgegaan ongeacht het opkomstcijfer. De uitslag van de VRP wordt bepaald op basis van de gewone meerderheid van het totaal aantal uitgebrachte geldige stemmen per vraag.

De uitslag wordt onmiddellijk na het afsluiten van de telverrichtingen bekend gemaakt aan de bevolking.

32) de VR verwerkt in de eerstvolgende zitting de door de VRP genomen beslissing in het Vlaamse bebeleid.

33) De strafbepalingen die van toepassing zijn op het VP-verkiezingen zijn ook van toepassing op de VRP, met uitzondering van de bepalingen die betrekking hebben op de opkomstplicht. Er worden bijkomende strafbepalingen voorzien voor zij die inwoners onder druk zetten of bedreigen om het verzoek al dan niet te tekenen of al dan niet deel te nemen aan de VRP.

34) Bezwaren over de toepassing van de reglementering inzake de VRP worden zowel door de Bestendige Deputatie als door de Raad van State behandeld alsof het verkiezingsdossiers zijn (zie art 74 tot 77 van de kieswet). Inzake art 74 worden de initiatiefnemers en de Vlaams Parlementsleden beschouwd als kandidaten.

www.wit-be.org WIT voor directe democratie info@wit-be.org

3) Voorstel van verbeterde reglementering gemeentelijke volksraadpleging.

Inleiding

In afwachting dat de Grondwet zodanig wordt gewijzigd dat een bindend referendum mogelijk wordt op elk bestuursniveau, heeft de praktijk in o.a. Antwerpen, Gent, Ieper en Leuven uitgewezen dat de huidige reglementering inzake de gemeentelijke volksraadpleging (afgekort VRP) dringend aan herziening toe is. De toepasselijke reglementering is opgenomen in de federale "Nieuwe Gemeentewet" (NGW). Het Vlaamse Gewest is terzake bevoegd geworden doch in het ontwerp van Gemeentedecreet is die bestaande federale reglementering spijtig genoeg ongewijzigd overgenomen.

Het vormen van een nieuwe Vlaamse regering na de verkiezingen van 13 juni 2004 is het ideale moment om er de aandacht op te vestigen dat er terzake werk aan de winkel is. Wij verzoeken de regeringsonderhandelaars dan ook in het Vlaamse regeerakkoord te voorzien dat het instrument Gemeentelijke VRP aan herziening toe is teneinde de toepassing ervan aan te moedigen en technisch fundamenteel bij te sturen. Aan de talrijke onduidelijkheden en hiaten dient een passende oplossing te worden gegeven.

Het onderstaande voorstel van reglementering is gebaseerd op (1)j. Buelens e.c., LEREN VAN GENT, onderzoeksrapport in opdracht van de Vlaamse Minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Stedelijk Beleid en Huisvesting de heer Leo Peeters, 1998, VUB, Vakgroep Politieke Wetenschappen , (2) de adviezen van de Vlaamse Adviescommissie voor Volksraadplegingen, (3) de rechtsleer, (4) verscheidene Nederlandse gemeentelijke volksraadplegingverordeningen alsmede (5) op de praktijk van ervaringsdeskundigen. Het voorstel is, mits enige aanpassingen, probleemloos ook toepasbaar op volksinitiatieven op andere bestuursniveaus zoals het gewest, de provincie of het district.

De onderscheiden onderdelen van het voorstel worden hier zonder enige motiverende uitleg weergegeven teneinde de tekstomvang te beperken. Het spreekt echter vanzelf dat desgewenst ieder aspect ervan verantwoord kan worden, met verwijzingen naar de bronnen. Tevens betreft het hier grotendeels enkel een inhoudelijk reglement, dit om de leesbaarheid te bevorderen. Het voorstel moet dus nog worden omgezet in de juiste juridische vorm.

 

Voorstel van reglement gemeentelijke VRP

1) De GR (=gemeenteraad) kan, hetzij op verzoek van de inwoners van de gemeente (=volksinitiatief), hetzij op eigen initiatief, beslissen de inwoners te raadplegen over alle aangelegenheden waarvoor de GR volledig of gedeeltelijk bevoegd is.

De vragen dienen zo geformuleerd te zijn dat met ja of neen kan worden geantwoord.

2) De Vlaamse Adviescommissie voor Volksraadplegingen is verplicht binnen de 30 kalenderdagen advies uit te brengen over ieder voorstel van vraagstelling dat haar wordt voorgelegd.

3) De Vlaamse Minister van Binnenlandse Aangelegenheden maakt een modelformulier bekend waarop de handtekeningen ter ondersteuning van het volksinitiatief moeten worden ingezameld. Dit verzoekformulier is één A4 formaat groot en bevat de volgende vermeldingen:

- een blanco ruimte voor de naam van de gemeente of stad.

- Opschrift: VERZOEK TOT HET HOUDEN VAN EEN GEMEENTELIJKE VOLKSRAADPLEGING.

- "De hierna vermelde minstens 16-jarige inwoners van de gemeente verzoeken om, overeenkomstig de artikelen …van het gemeentedecreet, een gemeentelijke volksraadpleging te houden omtrent de volgende vra(a)g(en):"

(ruimte voor de vraagstelling in vet)

- De tekst van artikel 196 van het Strafwetboek in cursief.

 

Naam en voornaam

(leesbaar schrijven!)

Geboortedatum

Woonplaats (adres)

Handtekening

1

       

2

       

3

       

4

       

5

       

6

       

7

       

8

       

9

       

10

       

- "Gelieve dit formulier te bezorgen aan de initiatiefnemer(s):(naam, voornaam, geboortedatum en adres van de initiatiefnemers."

- Gemeentebesturen die bij de controle gebruik zullen maken van een informaticaprogramma die een persoonsgegevensbestand doet ontstaan dat is onderworpen aan de privacywetgeving dienen bovendien de volgende vermelding toe te voegen: "Het gemeentebestuur, verantwoordelijk voor de verwerking, verwerkt de voornoemde persoonsgegevens enkel in het kader van de controle voorzien in art…. van het gemeentedecreet en dus enkel om na te gaan of er voldoende geldige handtekeningen zijn. U hebt recht op inzage alsmede op verbetering van uw persoonsgegevens".

Het College van Burgemeester en Schepenen (CBS) is verplicht aan een initiatiefnemer die er om vraagt het verzoekformulier gratis binnen de 30 kalenderdagen te bezorgen. Doet het CBS dat niet binnen die termijn dan is de initiatiefnemer van de VRP gerechtigd om zelf het modelformulier conform de reglementering te vervolledigen en er handtekeningen op te verzamelen.

4) Om te verzoeken om of deel te nemen aan de VRP moet men:

  1. in het bevolkingsregister van de gemeente ingeschreven of vermeld zijn;
  2. de volle leeftijd van zestien jaar hebben bereikt op de datum van de VRP

Om te verzoeken om een volksraadpleging moeten de voornoemde voorwaarden volgens het geval vervuld zijn op de datum waarop het inleidend of definitief verzoek werd ingediend.

Om deel te nemen aan de VRP moet de voorwaarde a) vervuld zijn op de datum waarop de lijst van de deelnemers aan de VRP wordt afgesloten en de voorwaarde b) op datum van de VRP waarop de lijst van deelnemers aan de VRP wordt afgesloten.

5) Op verzoek van de initiatiefnemer(s) van de VRP zorgt het CBS er voor dat de verzoekformulieren:

  1. ter beschikking gelegd worden aan de gemeentelijke infobalies
  2. in het gemeentelijk informatieblad wordt bijgevoegd
  3. op de eventuele gemeentelijke webstek kan gedownload worden en met een gecertifieerde handtekening kan ondertekend worden en doorgestuurd naar de initiatiefnemer.
  4. in de plaatselijke media opgenomen worden

De initiatiefnemers zorgen zelf voor de inzameling van de formulieren.

6) Het inzamelen van handtekeningen op de openbare weg en op voor het publiek toegankelijke plaatsen is vrij en kan niet onderworpen worden aan een voorafgaandelijk toelating van het gemeentebestuur.

7) Het verzoek tot het houden van een gemeentelijke VRP op volksinitiatief moet worden gericht aan de burgemeester. Dit kan ofwel onder de vorm van een inleidend verzoek (initiatiefase) ofwel onder de vorm van een definitief verzoek en moet vergezeld zijn van een gemotiveerde nota , de stukken die de GR kunnen voorlichten en desgevallend ook van het advies van de VAV.

8) Het overmaken van een verzoek kan ofwel per aangetekende brief ofwel door overhandiging tegen ontvangstbewijs, met vermelding van het aantal verzoekformulieren dat wordt overgemaakt. Deze verzoekformulieren worden door de initiatiefnemer(s) doorlopend genummerd.

9) Het inleidend verzoek moet worden ondertekend door een aantal minstens zestienjarige inwoners van de gemeente dat tenminste gelijk is aan tien maal het aantal gemeenteraadsleden en minimaal 0,2% van de minstens 16 jarige inwoners.

10) Het definitief verzoek tot het houden van een gemeentelijke VRP moet worden ondersteund door een aantal minstens zestienjarige inwoners van de gemeente dat tenminste gelijk is aan de percentages van volgende kiesomschrijvingen van minstens zestienjarige inwoners:

kiesomschrijving percentage

< 1000 10%
< 2000 9%
< 5000 8%
< 10.000 7%
< 20.000 6%
< 50.000 5%
< 100.000 4%
< 200.000 3,5%
< 500.000 3%
< 600.000 2,5%
> 600.000 2%

11) De ambtenaar van de burgerlijke stand onderzoekt onmiddellijk of het verzoek is ondersteund door een voldoende aantal geldige handtekeningen. Daarbij wordt als volgt te werk gegaan: op de verzoekformulieren wordt in de rechter marge met een rood potlood

- met een "O" teken de ongeldige handtekeningen aangeduid

- met een "2X" teken de dubbele handtekeningen aangeduid.

De resterende handtekeningen worden geacht te zijn aanvaard

Er wordt een verslag opgesteld van de controle en dat verslag bevat een tabel waarbij per verzoekformuliernummer wordt aangegeven hoeveel geldige, ongeldige en dubbele handtekeningen er werden geteld. Eens de controle beëindigd wordt het verzoek ingeschreven op de agenda van de eerstvolgende vergadering van het CBS en van de GR.

12) Indien bij een inleidend verzoek het CBS vaststelt dat er onvoldoende geldige handtekeningen zijn wordt het originele inleidend verzoek zo vlug mogelijk integraal terugbezorgd aan de indiener samen met het voornoemde verslag. De initiatiefnemers krijgen aldus de mogelijkheid de ontbrekende handtekeningen bijkomend in te zamelen en dan desgevallend een nieuw inleidend verzoek in te dienen. Aan de GR wordt daarvan kennis gegeven.

13) Indien het CBS heeft vastgesteld dat het inleidend verzoek werd ondersteund door een voldoende aantal handtekeningen is de eerstvolgende GR verplicht het voorstel te behandelen en een gemotiveerde beslissing te nemen over het verzoek.

Indien de GR het voorstel aanvaardt heeft het volksinitiatief zijn doel bereikt.

Indien de GR het voorstel verwerpt kan het volksinitiatief verder gaan naar de tweede fase, t.t.z. het definitief verzoek.

De GR kan zijn beslissing over het inleidend verzoek voor ten hoogste twee maanden verdagen.

14) De GR kan tijdens de initiatiefase aan de initiatiefnemer voorstellen om de oorspronkelijke vraagstelling te wijzigen. Indien de initiatiefnemer daar niet op in gaat tellen de bij het inleidend verzoek ingediende handtekeningen mee voor het eventueel definitief verzoek.

15) Het definitief verzoek moet worden ingediend overeenkomstig het punt 8 en gecontroleerd overeenkomstig het punt 11. De controle wordt beëindigd van zodra het vereiste aantal geldige handtekeningen is bereikt. Eens de controle beëindigd wordt het definitief verzoek ingeschreven op de agenda van de eerstvolgende vergadering van het CBS en van de GR..

16) Indien het definitief verzoek volgens het CBS onvoldoende geldige handtekeningen bevat worden de initiatiefnemers daarvan onmiddellijk in kennis gesteld, wordt hen tegelijkertijd een afschrift van het controleverslag bezorgd en wordt hen de modaliteiten om hiertegen in beroep te gaan bij de Bestendige Deputatie mede gedeeld. Deze modaliteiten zijn analoog met deze voorzien bij de gemeenteraadsverkiezingen inzake klachten over de voordracht van kandidaten. De beroepsinstantie die gevat wordt is verplicht alle ongeldig verklaarde handtekeningen te toetsen aan het bevolkingsregister en zich dus niet enkel te beperken tot een steekproef.

Op zijn verzoek ontvangt de initiatiefnemer dan tevens binnen de 8 dagen kosteloos de lijst van de minstens zestienjarige inwoners die het definitief verzoek mochten tekenen en dit overeenkomstig de rechten en plichten van toepassing op de kiezerslijst voorzien in art. 4 van de gemeentekieswet.

17) Indien er volgens het CBS voldoende handtekeningen zijn organiseert de GR een VRP, tenzij de GR klaarblijkelijk in generlei opzicht bevoegd is om over het verzoek te beslissen.

Het CBS-besluit inzake het afgewezen verzoek voor een VRP wordt steeds geagendeerd op de eerstvolgende GR.

18) De initiatiefnemers voor een VRP beschikken inzake gemeentelijke VRP -aangelegenheden over hetzelfde inzagerecht als de gemeenteraadsleden met inbegrip van het zelfde recht op afschrift van alle bestuursdocumenten die betrekking hebben op de VRP.

19) Bij een voldoende aantal handtekeningen wordt in die voornoemde eerstvolgende GR beslist over

  1. de datum van de VRP;
  2. de samenstelling van een gemeentelijke VRP-commissie;
  3. de grootte van het VRP-krediet;

De raad kan een of meerdere van de voornoemde beslissingen ten hoogste voor een periode van twee maanden verdagen.

20) Elke beslissing over het houden van een volksraadpleging wordt uitdrukkelijk gemotiveerd. Deze verplichting is tevens van toepassing op elke beslissing die rechtstreeks betrekking heeft op een aangelegenheid die het onderwerp is geweest van een raadpleging. De initiatiefnemers van de VRP worden ambtshalve in kennis gesteld van de beslissingen en motiveringen die betrekking hebben op hun volksinitiatief.

21) De VRP heeft plaats binnen de 6 maanden na indiening van de vereiste handtekeningen en dit op een zondag.

Geen raadpleging kan plaatsvinden in een periode van 3 maanden voor de gewone gemeenteraadsverkiezingen en evenmin in een periode van 40 dagen voor de federale, gewestelijke of Europese verkiezingen. Zij kunnen wel plaatsvinden op dezelfde dag als één van de voornoemde verkiezingen.

22) De inwoners van de gemeente kunnen slechts éénmaal om de 3 maanden worden geraadpleegd. Gedurende het tijdvak tussen twee vernieuwingen van de GR kan slechts één VRP over hetzelfde onderwerp worden gehouden.

23) Een gemeentelijke VRP-commissie wordt opgericht telkens er in de GR beslist wordt tot het organiseren van een VRP.

Deze commissie bestaat uit 3 leden en 3 plaatsvervangers voorgedragen en benoemd door de GR. Zo er een gemeentelijke ombudsdienst bestaat is de ombudsman ambtshalve één van de drie effectieve leden. De GR wijst de voorzitter aan. Een lid mag geen politiek mandaat bekleden noch ambtenaar zijn in dienst van de gemeente. Een lid mag tevens niet direct betrokken zijn bij het onderwerp waarover de VRP wordt gehouden. Het CBS wijst een ambtenaar aan als secretaris van de commissie. De commissie regelt haar werkzaamheden en informeert terzake de GR en de eventuele initiatiefnemers.

24)De commissie heeft tot taak:

  1. uitspraak te doen over alle klachten die bij haar aanhangig gemaakt worden betreffende de VRP
  2. toezicht te houden over de gelijke verdeling van de VRP-kredieten over de voor en tegenstanders
  3. er voor te zorgen dat beide partijen over een gelijkwaardige toegang tot de media beschikken
  4. een informatiebrochure op te stellen waarin het onderwerp van de VRP op een objectieve manier wordt uiteengezet. Deze brochure bevat minstens

- een algemene oproep om deel te nemen aan de VRP

- de gemotiveerde nota die gevoegd was bij het definitieve verzoek

- de vraag of vragen waarover de inwoners zullen worden geraadpleegd

- een even grote en voldoende ruimte voor de voor- en (indien van toepassing) tegenstanders.

- de nodige uitleg over het bij volmacht stemmen

  1. binnen de 5 maanden na de VRP een evaluatie rapport op te stellen inzake het verloop van de VRP. Zij kan daarvoor beroep doen op experten.

25) In elk GR-besluit tot organisatie van een VRP wordt een VRP-krediet vastgelegd dat voor 50% wordt toegekend ter subsidiering van de voorstanders en voor 50% aan de tegenstanders. Het krediet bedraagt minstens 1 Eur per potentiële deelnemer aan de VRP. Binnen de 60 dagen na de VRP maakt de commissie een verslag op over de aanwending van de kredieten.

26) Het CBS is belast met de voorbereiding en de uitvoering van de VRP. Deze organisatie geschiedt zo veel mogelijk naar analogie van de procedures die gelden bij de gemeenteraadsverkiezingen en worden bepaald bij een besluit van de Vlaamse regering.

27) Ten minste 30 kalenderdagen voor de dag van de raadpleging bezorgt het gemeentebestuur aan elk gezin en aan iedereen die er om verzoekt de informatiebrochure . Deze brochure wordt tevens kosteloos ter beschikking gelegd aan de gemeentelijke informatiebalies.

28) Op de 30ste dag voor de raadpleging maakt het CBS een lijst op van de deelnemers aan de VRP.

29) De deelname aan de VRP is niet verplicht. Elke deelnemer heeft recht op één stem. De stemming is geheim. Er is mogelijkheid om bij volmacht te stemmen in de gevallen voorzien in het kieswetboek.

30) De initiatiefnemers en de politieke partijen vertegenwoordigd in de GR hebben het recht getuigen af te vaardigen bij de stem- en telverrichtingen.

31) Er wordt steeds tot stemopneming overgegaan ongeacht het opkomstcijfer. De uitslag van de VRP wordt bepaald op basis van de gewone meerderheid van het totaal aantal uitgebrachte geldige stemmen per vraag.

De uitslag wordt onmiddellijk na het afsluiten van de telverrichtingen bekend gemaakt aan de bevolking en dit door de voorzitter van het centrale hoofdbureau.

32) Het CBS verwerkt in de eerstvolgende zitting de door de VRP genomen beslissing in het gemeentebeleid.

33) De strafbepalingen die van toepassing zijn op de GR-verkiezingen zijn ook van toepassing op de VRP, met uitzondering van de bepalingen die betrekking hebben op de opkomstplicht. Er worden bijkomende strafbepalingen voorzien voor zij die inwoners onder druk zetten of bedreigen om het verzoek al dan niet te tekenen of al dan niet deel te nemen aan de VRP.

34) Bezwaren over de toepassing van de reglementering inzake de VRP worden zowel door de Bestendige Deputatie als door de Raad van State behandeld alsof het verkiezingsdossiers zijn (zie art 74 tot 77 van de gemeentekieswet). Inzake art 74 worden de initiatiefnemers en de gemeenteraadsleden beschouwd als kandidaten.

www.wit-be.org WIT voor directe democratie info@wit-be.org

 

(Uitpers, nr. 55, 5de jg., juli-augustus 2004)

Mail dit artikel door naar uw vriend(en)Mail dit artikel door naar uw vriend(en)

Print dit artikelPrint dit artikel

Facebook

S N E L I N D E X

Uitpers nr. 55


Copyright (C) 1999 - 2019. All rights reserved. Voor overname artikels of informatie: Contacteer de redactie