Uitpers nummer 55

Europarlement vol niet-vertegenwoordigers


door Freddy De Pauw

Na een kwarteeuw rechtstreekse verkiezingen voor het parlement van de EU, het «Europarlement », lopen de bewoners van de EU-lidstaten steeds minder warm voor die verkiezingen. De jongste, die van juni 2004, werden een pijnlijke vertoning. Wie vertegenwoordigen die 732 parlementsleden eigenlijk?

Een opkomst van 44 procent is zelfs minder dan de opkomst voor verkiezingen in de VS, met «uitschieters » van minder dan 20 procent. Maar dan zijn de meeste kiezers nog naar de stembus getrokken om hun opinie te uiten over hun nationale regering, dus in feite om deel te nemen aan een opiniepeiling bijna grandeur nature. Terwijl degenen die het echt om Europa te doen was, dan nog vooral stemden voor Eurosceptische of Eurovijandige partijen.

Begrijpen de Europeanen dan de inzet van die verkiezingen en van de EU in het algemeen niet? Zijn de zaken te complex? Of wat scheelt er aan de onverschilligheid tot vijandigheid van zoveel Europeanen tegen die EU?

De vertoning op de top in Brussel, vlak na de verkiezingen, bracht al een gedeeltelijk antwoord. Waar zaten de gekozenen van het volk bij de koehandels over wat pompeus een «Grondwet » wordt genoemd en in feite een supplementair ontwerpverdrag tussen staten is om het raderwerk van de Europese instellingen bij te stellen? Waar is de democratische inspraak bij de aanwijzing van een voorzitter van de Commissie? Hadden velen onder ons niet terecht de indruk dat Washington bij enkele veto’s, onder meer tegen de kandidatuur Verhofstadt, veel meer inspraak heeft dan de gekozenen van het volk?

Er is alvast één grote Europese trend: de kiezers die wel opdaagden, wilden in de eerste plaats een oordeel uitspreken over de nationale politiek. De meeste regeringen die al een tijdje aan het werk zijn (dus niet de Spaanse socialisten of de Griekse conservatieven), kregen tegenwind. Het begon al in Nederland waar de rechtse coalitie Balkenende nauwelijks iets meer dan 40 % haalde. Dan volgden de Britse Labourregering met een beschamende 22%, maar de Duitse SPD deed het niet beter en kon zich een beetje troosten met het relatief succes van de Groene regeringspartner. De Franse UMP, opgericht om de rechterzijde in één formatie te bundelen, kreeg amper een zesde van de kiezers achter zich. Italië, Polen, Tsjechië, Hongarije, Letland, Litouwen, Slovenië, Zweden, Ierland, Portugal, Oostenrijk, Malta en België (Nederlandstalig college) vullen de rij aan.

Het succes van Eurokritische, Eurosceptische en Eurovijandige lijsten was in enkele landen waar Europa dan toch een beetje een thema was, opvallend: het Verenigd Koninkrijk, Nederland, Tsjechië, Polen, Oostenrijk, Zweden.

Fracties

Uit de optelsom van al die bewegingen komt een Europarlement met, net als in het vorige, twee grote fracties, de conservatieve EVP (Europese Volkspartij) en de sociaal-democratische.

Eigenaardige socialisten

Reeds in de eerste dagen na de verkiezingen bleek al hoe weinig die fracties inzake samenhang voorstellen. De Europese socialisten hadden enkele weken eerder in Brussel wel een Europese SP opgericht en als voorzitter de Deen Rasmussen verkozen boven de Italiaan Amato.

Maar kunnen we wel echt van een fractie spreken? In de dagen na de verkiezingen deed de Britse Labourleiding alles om het laatste greintje ‘sociaal’ uit de Europese "grondwet" te halen, daar waar andere socialistische partijen (Franse, Belgische…) zegden van dat sociale Europa een strijdpunt te maken. De Poolse ex-communistische sociaal-democraten wrongen zich dan weer in allerlei bochten in om in diezelfde "grondwet" de ‘christelijke wortels’ van Europa te krijgen. Britse en Poolse sociaal-democraten staken ook niet weg dat ze Verhofstadt niet zagen zitten wegens zijn oppositie tegen de Amerikaanse oorlog in Irak.

Die fractie was het ook grondig oneens over het vormen van allianties binnen het EP. Duitse, Britse, Spaanse e.a. sociaal-democraten waren er als de kippen bij om met de conservatieve EVP een deal te sluiten waarbij een Brit de eerste 2,5 jaar voorzitter van het EP zou worden, gevolgd door 2,5 jaar voor de EVP-fractievoorzitter Pöttering.

De Franse en Belgische PS verzetten zich daar tegen met hand en tand. Zij voerden aan dat ze campagne hadden gevoerd rond het verschil tussen links en rechts en dat er in het EP dan maar moest worden gestreefd naar een progressief blok met groenen, uiterst-links en de nog te vormen "Democratische fractie" van liberalen, dissidente christen-democraten en tutti quanti.

EVP steeds rechtser

De EVP had vooral één hoofdbekommernis: de grootste fractie blijven. Pöttering zei vóór de verkiezingen onomwonden dat de EVP al het mogelijke zou doen om te verhinderen dat er rechts van de EVP een nieuwe sterke fractie zou komen. Dat is een oude tactiek die ertoe leidde Forza Italia van Berlusconi en de Britse Conservatieven in de fractie op te nemen om toch maar de grootste te zijn. De logica van deze tactiek is immers dat de EVP zoveel mogelijk naar rechts moet opschuiven. Wat zit de CD&V in godsnaam nog in een dergelijke factie te doen? Vooral nu anderen die EVP de rug toekeren omdat dit al lang geen christen-democratische beweging meer is.

Dat is inderdaad een van de belangrijkste redenen voor de dissidentie van de Franse UDF, de Belgische CDH en MCC (van Gerard Deprez) en Baskische en Catalaanse christen-democraten. De leider van de UDF, François Bayrou, heeft om zowel Europese als binnenlandse redenen (zich profileren tegenover de UMP) hard gewerkt aan de vorming van een nieuwe fractie en mogelijk ook een nieuwe ‘Europese Democratische Partij’. Hij bewerkte daarvoor de liberalen, in de eerste plaats de Britse LDP, en de centrumvleugel van de Italiaanse ‘Ulivo’, de zogenaamde "prodiani", naar Commissievoorzitter Romano Prodi. Francesco Rutelli, oud-burgemeester van Rome en kandidaat-premier van centrum-links in de verkiezingen van 2001, is een van de grote voorstanders van die nieuwe fractie.

Groen en rood

De Groenen voeren, onder impuls van Daniel Cohn-Bendit, in het EP campagne voor een progressieve alliantie. Maar het is een illusie te denken dat dit kan met de socialistische fractie waarin pro-Amerikaanse en antisociale vertegenwoordigers de dienst uitmaken. Het is moeilijk om te spreken van een progressieve alliantie met de Britse Labour van Blair die oorlog voert in Irak, met de Duitse SPD die in eigen land sociale verworvenheden afbouwt, met de Poolse "sociaal-democraten" die het Vaticaan naar de mond praten en een ultraliberaal beleid voeren. De Britse Labour-minister van Buitenlandse Zaken Jack Straw ging er na de top in Brussel prat op dat zijn regering erin geslaagd was de syndicale rechten uit de grondwet te houden.

Communisten en diverse uiterst-linkse groepen sturen 38 gekozenen naar het EP. De Duitse PDS heeft 7 gekozenen, de Tsjechische communisten 6, de Italiaanse ook 6 (4 Rifondazione, 2 PdcI), 4 Grieken (3 van de communistische KKE en 1 van de linkse coalitie Synaspismos), 3 Portugezen (2 van de CDU – communisten en groenen- en 1 van uiterst-links), 2 Fransen van de PCF (door een nieuw kiessysteem verloren de PCF en de trotskisten bijna alle zetels), 2 Spanjaarden (IU), 2 Zweden (ex-communistisch links), 2 van de Cyprische Akel, 1 van de Finse postcommunistische VAS, 1 Deen van de links-socialistische SF en 2 Nederlanders van de SP. Alles samen een niet zo homogeen gezelschap.

Enkele van die partijen behoren tot de in mei in Rome opgerichte "Europese Linkse Partij", voorgezeten door Fausto Bertinotti van Rifondazione. Die Europese partij bundelt slechts een deel van de communistische familie. Bovendien kwamen op het congres ernstige meningsverschillen tot uiting. Zo viel het op dat de zeer gematigde statuten het werk waren van de PDS (die in Berlijn onder meer samen met de SPD een fors bezuinigingsbeleid voert), terwijl het radicalere manifest het werk was van Rifondazione. De forse veroordeling van het stalinisme maakte bovendien de Tsjechische KSCM zo boos dat die afgevaardigden de zaal verlieten.

De komst van allerlei "Eurosceptische" en aanverwante gekozenen maakt het moeilijk om te voorspellen welke meerderheden er naargelang de onderwerpen uit de bus kunnen komen. Het grote probleem blijft echter dat dit EP voor belangrijke beslissingen bijzonder weinig bevoegdheden blijft hebben – en dat zal met de "grondwet", indien die ooit van kracht wordt, niet fundamenteel wijzigen. Vandaar ook dat zoveel Europese kiezers oordelen dat het weinig uitmaakt wie ze naar het EP sturen, ze worden toch niet ernstig genomen.

Regeringen afstraffen

Op de top in Brussel na de verkiezingen zaten overwegend afgestrafte staatshoofden en regeringsleiders. Maar die lieten zich bitter weinig gelegen aan de uitspraak van hun kiezers, alsof die kiezers een oordeel hadden uitgesproken over de Commissie en niet over hen. Nochtans is het overduidelijk dat de grote meerderheid van wie de moeite nam om (waar geen stemplicht bestaat) te gaan stemmen, de kans te baat nam om een opinie over de nationale regering te geven. Dat had in talrijke landen dan ook in de eerste plaats een weerslag op de interne politieke verhoudingen.

De nationale weerbots

In Duitsland werd gestemd voor of tegen het regeringsbeleid van kanselier Schröder – al ligt de lage opkomst van 43% waarschijnlijk aan het feit dat veel vroegere kiezers van de SPD liever thuis bleven dan voor of tegen de SPD te stemmen, waardoor die partij op een historisch dieptepunt van nog geen 22% komt. Van degenen die dan toch gingen, stemde een pak voor de Groenen. De PDS, ontstaan uit de vroeger communistische SED van de DDR, kan herademenen. Na het verlies bij de verkiezingen van 2002 (onder de kiesdrempel) en zware interne tegenstellingen, haalt ze nu 6,1%, terwijl ze ook winst boekte bij de deelstaatverkiezingen in Thüringen. Het feit dat de sociaal-economische situatie in het oosten van Duitsland niet verbetert en dat de uitbreiding van de EU hier vermoedelijk nog meer werkloosheid meebrengt, speelt mee in het relatief succes van de PDS.

De nederlaag leidde binnen de SPD tot grote interne spanningen. De linkervleugel herrijst, er is weer meer interne kritiek te horen op het regeringsbeleid, vooral op Agenda 2010 – de sociale afbouw. De partij moet haar sociaal profiel herwinnen, luidt het. Maar dat is natuurlijk erg moeilijk met een beleid dat net het tegenovergestelde doet.

In Frankrijk speelde het thema Europa een rol in de campagne, vooral omdat twee rechtse lijsten, de MPF (Mouvement pour la France) van Philippe de Villiers en het RPF (Rassemblement du Peuple Français) van Charles Pasqua van hun verzet tegen de Europese integratie hun strijdpaard maakten. De MPF haalde 6,7%, het RPF amper 1,7%. De Villiers was door de regeringspartij UMP zelfs aangemoedigd in haar campagne omdat ze hoopte dat die MPF veel stemmen zou weghalen bij uiterst-rechts. Het FN van Jean-Marie Le Pen, dat de EU ook al verkettert als een gevaar voor de Franse soevereiniteit en identiteit, haalde iets minder dan 10%.

Aan de andere kant was er de UDF van Bayrou die de rest van rechts dan weer verweet te weinig Europees te zijn. De oprichters van de UMP hadden in 2002 gehoopt de UDF volledig te kunnen opslokken, maar met bijna 12% komt de UDF zelfs in de buurt van de UMP. Het project eenheidspartij van rechts lijkt daardoor wel mislukt. In dat opzicht lijdt de regerende UMP een dubbele nederlaag. Een onmiddellijk gevolg daarvan is dat de diverse stromingen in de UMP zich als fracties organiseren, met onder meer een fractie die een terugkeer wil naar het pure gaullisme en dus tegen een verdergaande Europese integratie. De leider ervan, Nicolas Dupont-Aignan, voert campagne om Chirac te dwingen een referendum te organiseren waarin zijn groep alleszins zou oproepen de grondwet te verwerpen.

Dé winnaars waren ongetwijfeld de socialisten (PS) die met bijna 30% hun hegemonie binnen links versterken. De Verts (groenen) bleven met 7,4 % onder de verwachtingen, terwijl de communistische PCF met 5,2 % vooral tevreden was omdat ze beduidend meer haalde dan uiterst-links. De trotskistische lijst LO-LCR haalde immers nauwelijks 2,6 %, minder dan bij de recente regionale verkiezingen en ver beneden de meer dan 10% van de trotskistische kandidaten bij de presidentsverkiezingen van 2002. Het feit dat Le Pen toen de tweede ronde haalde, liet bij veel linkse kiezers een trauma na, zij willen nu blijkbaar in de eerste plaats "nuttig" stemmen, wat in de kaart van de PS speelt.

Na de EU-top in Brussel, brak echter in de PS volop de discussie los over de houding tegenover de Europese "grondwet". De PS had immers campagne gevoerd voor een sociaal Europa om zich duidelijk tegenover rechts af te tekenen. De Franse PS verzette zich onder meer daarom binnen de fractie in het EP tegen afspraken over machtsdeling met de EVP. Na het akkoord in Brussel bevestigden de twee linkse tendensen binnen de PS hun verwerping ervan. Maar ook ex-premier Laurent Fabius, die zich als de geschiktste kandidaat van links voor de presidentsverkiezingen van 2007 beschouwt, sprak sterke twijfels uit aan die "grondwet". Ook de leider van de Verts, Gilles Lemaire, noemde de tekst onaanvaardbaar, maar werd daarin niet gevolgd door o.a. Marie-Hélène Aubert, gekozene in het EP. "Liever dat compromis dan een terugkeer naar het souverainisme", aldus de merkwaardige redenering van verscheidene groene kopstukken.

Voor president Jacques Chirac en de UMP stelt zich nu het probleem of ze het risico zullen nemen die "grondwet" aan een referendum te onderwerpen. Een dergelijk referendum zou de rechterzijde zeer scherp verdelen en houdt het grote risico op een nederlaag in.

Berlusconi ziet communisten

De Italiaanse premier Silvio Berlusconi had op veel meer gerekend dan de 21% die zijn Forza Italia haalde. Na lang denken en zoeken vond hij de uitleg: dat kwam door communistische agenten die in de stemlokalen systematisch stemmen voor de rechtse partijen ongeldig verklaarden. Eerder had hij al wel toegegeven dat Forza Italia kiezers had verloren ten gunste van de bondgenoten: een beetje aan de Alleanza Nazionale (AN) en aan de Lega Nord, iets meer aan de rechtse christen-democraten van de UDC. Daarmee haalde regerend rechts samen toch nog 44%. De nieuwe verhoudingen binnen rechts verscherpten echter de al lang smeulende tegenstellingen. Gianfranco Fini, de leider van AN en vice-premier, verliet zelfs boos met zijn ministers een kabinetszitting omdat de beloofde herziening van het regeringswerk en herschikking maar uitblijft. AN en UDC zijn bepaald ongelukkig met de as Forza-Lega Nord die de regering een ultra-reactionaire richting uitstuurt.

De onrust binnen rechts heeft ook te maken met de gelijktijdig met de Europese verkiezingen gehouden lokale verkiezingen. Links heroverde afgetekend Bologna. Vier jaar eerder was "de val van Bologna", modelstad van links, hard aangekomen. Nu is het gewezen vakbondsleider Sergio Cofferati die met grote meerderheid tot burgemeester is gekozen. Cofferati is lang beschouwd als een mogelijke kandidaat-premier van links. Van de 63 provincies waarvan het bestuur werd herkozen, won centrum-links er 52 – waaronder Milaan, het bolwerk van Berlusconi.

Niet alleen binnen rechts, ook binnen links hebben de verkiezingen de interne spanningen aangescherpt. De DS (linkse democraten, ex-communisten), de centrumbundeling Margherita en de minipartij SDI (sociaal-democraten) hadden samen de lijst "Uniti per l’Ulivo’ gevormd, bijgenaamd de lijst Prodi – naar grote promotor Romano Prodi. Met 31% bleef die lijst onder haar eigen verwachtingen, zij haalt in feite minder dan de optelsom van de deelnemende partijen bij de vorige algemene verkiezingen. Die lijst vertoonde dan ook weinig samenhang, wat alleen al blijkt uit het feit dat de gekozenen ervan in het EP in twee verschillende fracties zullen zetelen: de DS bij de socialistische, terwijl Rutelli, de kopman van de Margherita, persoonlijk met Bayrou onderhandelde over de vorming van een nieuwe centrumfractie waarin zoveel mogelijk gekozenen van de Margherita zullen zetelen.

De partijen links van de Prodi-lijst doen het daarentegen wel beter – Rifondazione Comunista, de PdcI (Partij van Italiaanse communisten) en de Verdi (Groenen) boeken wel winst, samen halen ze 11%. Dat versterkt binnen de DS de zogenaamde ‘Correntone’ (grote stroming, de linkervleugel) en vergroot dus het gewicht van links binnen zogenaamd centrum-links. Anderzijds versterkt het succes van Rifondazione (6,1%) de positie van partijleider Fausto Bertinotti die de jongste tijd toenadering zoekt tot de Ulivo-partijen en daarmee het linkse profiel van Rifondazione afzwakt. Bertinotti kan nu tegenover de linkse critici binnen Rifondazione uitpakken met het resultaat van de Europese verkiezingen.

In Nederland toonde de CDA van Balkenende zich toch nog tevreden omdat ze de grootste bleef. Maar ze kon niet naast het feit kijken dat de drie regeringspartijen (liberalen van VVD en D’66) samen minder dan 42% van de stemmen haalden. De linkse oppositie boekte ook niet echt een succes met alles samen 38 % (PvdA, Groen Links en SP), dé winnaar was de enige die van Europa zijn thema maakte, de lijst van EU-ambtenaar Paul Van Buitenen met 7,3% en 2 zetels. Wellicht verklaart het indienen van die lijst dat de opkomst met 39% toch nog boven vorige keer (30%) en de verwachtingen lag.

In het Verenigd Koninkrijk haalt Blairs Labour een vernederende uitslag, 22%, maar de Conservatieven kunnen niet hoog van de toren blazen met 27% van de 39% die naar de stembus trok. Die Conservatieven staan immers zelf onder zeer zware druk van de Eurovijandige UKIP, de ‘Onafhankelijkheidspartij van het Verenigd Koninkrijk’ die een kiezer op zes (tenminste van degenen die opdaagden) achter zich kreeg. Die concurrentie kan de Conservatieven nog meer in een rabiate anti-Europese richting sturen en maakt het voor Blair des te riskanter het beloofde referendum over de "grondwet" te houden.

De regerende sociaal-democraten van enkele nieuwe lidstaten kregen het nog harder te verduren dan de Britse en Duitse.

In Tsjechië, waar slechts 27 % ging stemmen, kreeg de sociaal-democratische CSSD een uppercut, want minder dan 2,5% van de ingeschreven kiezers (minder dan 10% van de opgekomen kiezers) stemde voor de partij van premier Vladimir Spidla. De rechtse Eurosceptische ODS van de ultra-liberale ex-premier Vaclav Klaus haalt daarentegen 30%, de communistische KSCM 20%. Spidla hield het na die kaakslag voor bekeken en diende zijn ontslag in.

Ook in Polen kregen de sociaal-democraten – het gaat hier wel om de herdoopte communisten – een flinke opdoffer. Ze halen 2% van de ingeschreven kiezers – van wie slechts 20% opdaagde. Die uitslag versnelde gewoon de zeer diepe politieke crisis waarmee Polen al maanden worstelt. Er werd volop gespeculeerd over mogelijke vervroegde verkiezingen. Maar het probleem is wel dat vervroegde verkiezingen niet noodzakelijk uitzicht zouden brengen op een oplossing van die crisis, want allerlei reactionaire populistische stromingen deden het relatief wel goed in die verkiezingen. Wat meteen ook twijfel doet rijzen aan de kansen dat Polen de "grondwet" van de EU bekrachtigt.

De sociaal-democraten kregen loon naar werk. Deze ex-communisten, waarin nomenklaturisten van het vroegere bureaucratisch regime nog veel posten bekleden, sloofden zich uit om Washington ter wille te zijn, onder meer door het sturen van troepen naar Irak, ondanks het feit dat de grote meerderheid van de Polen daar tegen waren. Zij sloofden zich al evenzeer uit voor het Vaticaan met hun pogingen om de "christelijke wortels" toch maar in de "Grondwet" te smokkelen. Ze voerden vooral een zeer liberaal economisch en sociaal beleid, met een grote werkloosheid van minstens 20% tot gevolg.

De sociaal-democraten van Hongarije, eveneens ex-communisten, deden het relatief beter. Maar zij en hun liberale bondgenoten worden overvleugeld door de reactionaire nationalistische Fidesz, 47%, die zowaar campagne voerde tegen verdere privatiseringen. Wat meteen duidelijk maakt dat die regering van sociaal-democraten en liberalen vooral een liberaal beleid voert.

In Ierland haalde de Fianna Fail van Bertie Ahern, ondanks het prestige van het voorzitterschap van de EU, minder dan 30%. Het meest opvallende resultaat is hier de verkiezing van een afgevaardigde van Sinn Fein.

In Portugal maakten de kiezers (althans, 39% onder hen) van de gelegenheid gebruik om de rechtse regering af te straffen voor haar sociale afbraakpolitiek en haar steun aan de oorlog in Irak. De socialisten werden de grote overwinnaars. Het uiterst-linkse "Blok van Links" won, na een zeer actieve campagne, een van de 24 zetels.

(Uitpers, nr. 55, 5de jg., juli-augustus 2004)

Mail dit artikel door naar uw vriend(en)Mail dit artikel door naar uw vriend(en)

Print dit artikelPrint dit artikel

Facebook

S N E L I N D E X

Uitpers nr. 55


Copyright (C) 1999 - 2019. All rights reserved. Voor overname artikels of informatie: Contacteer de redactie